Aardrijkskunde examen
Wereld: samenhang en verscheidenheid in de wereld
De belangrijkste motor achter globalisering zijn de multinationale
ondernemingen, bedrijven met vestigingen in meerdere landen.
Bedrijven worden gesteund door de snelle technologische ontwikkelingen
op het gebied van transport, informatie- en communicatietechnologie.
Globalisering leidt tot economische vooruitgang. Deze vooruitgang gaat
gepaard met: ruimtelijke afwenteling (negatieve effecten van de
vooruitgang worden afgeshoven op andere gebieden), afwenteling in tijd
(negatieve effecten van vooruitgang worden doorgeschoven naar
toekomstige generaties). Globalisering kan worden gecategoriseerd in
economische, culturele en politieke globalisering:
Economische globalisering:
- Internationale kapitaalstromen en handel
- Internationale arbeidsverdeling
- Internationale productieketen
- Minder economische restricties
Culturele globalisering
- Internationale verspreiding van cultuurelementen, informatie en
ideeën. Een cultuurgebied wordt gekenmerkt door taal, godsdienst,
tradities, normen/waarden. Culturele globalisering zorgt ervoor dat
gebieden en menseen cultureel meer op elkaar gaan lijken. Westerse
cultuur is dominant maar amerikanisering. Engels wordt bijvoorbeeld
de lingua franca, gemeenschappelijke taal. Als diepere waarden van
de cultuur (normen/waarden) veranderen is er sprake van
cultuurverandering. Landen kunnen hun identiteit veranderen.
Politieke globalisering
- Wordt gekenmerkt door de verandere rol van de staat. Een kenmerk
is dat er nu in elk land ambassades van andere landen zijn. In arme
landen kan niet alle hulp van de overheid komen maar van derde
partijen. De EU is een voorbeeld van blokvorming: landen werken
samen om samen sterker te staan. Transnationaal netwerk:
verbinding tussen minstens 2 landen. Mondiaal netwerk:
wereldwijde verbinding.
,Anders-globalisten/ mensen gaan hun oorspronkelijke identiteit steeds
meer koesteren: regionalisme. Volgens de wereld-systeem theorie
bestaat de wereld grofweg uit 3 delen:
- Centrum: rijke, kapitalistische landen (westen). Vraag naar
goedkope producten.
- Semi-periferie: opkomende landen op economisch gebied.
Landbouw neemt af en industrie neemt toe.
- Periferie: achtergestelde arme landen. Leveren grondstoffen en
voedsel aan de semi-perifere en centrumlanden in ruil voor geld en
goederen.
Economie uit periferie en semi-periferie groeit sneller dan centrumlanden.
Steden in deze landen groeien zelf uit tot megasteden (meer dan 10
miljoen). Verklaring hiervoor is de natuurlijke bevolkingsgroei en hoog
vestigingsoverschot. Dit zorgt voor verkeers, riool, onderwijs,
gezondheidszorg en woningtekort problemen. Een groot deel van de
bevolking belandt in slums en dit zorgt voor een grote informele sector.
Braindrain: hoogopgeleiden trekken uit de periferie naar rijkere gebieden.
Periferie heeft minimaal profijt van globalisering en economische groei, de
backwasheffecten (negatieve gevolgen) zijn hier dus groter dan de
spread-effecten (positieve gevolgen).
Fragmentarische modernisering: in sommige delen van een stad/land
zie je onderdelen van de fast world (gemoderniseerd) en in sommige delen
kenmerken van de traditionele samenleving, regionale ongelijkheid
ontstaat.
Productie afschuiven naar lagelonenlanden offshoring
Bedrijven halen bedrijfsactiviteiten uit het buitenland terug naar eigen
land reshoring.
Technologische ontwikkelingen zijn een belangrijke motor achter
globalisering. Relatieve afstand wordt kleiner tijd-ruimtecompressie.
Dit komt door de ontwikkeling van de transporttechnologie en
informatietechnologie. China is erin geslaagd om een deel van de
industriële productie van de westerse landen over te nemen, nieuwe
industrieland. Het proces van verplaatsing van bedrijven en de functies
vanuit het centrum uitschuiving. Na 1980 is globalisering in een
stroomversnelling geraakt door: multinationals, minder duidelijke grenzen
en snelle ontwikkeling van communicatie technologie. Het politieke en
economische zwaartepunt verschuift richting china: global shift. De
wereldwijde bevolkingsspreiding is te verklaren door verschillen in
natuurlijke mogelijkheiden, ligging tegenover economisch belangrijke
gebieden en het koloniale verleden. Er bestaat natuurlijke bevolkingsgroei
, en sociale bevolkingsgroei (migratie). Aan de randen van continenten,
kustvlaktes en langs rivieren en vruchtbare gebieden is de hoogste
bevolkingsdichtheid. de bevolkingsdichtheid kan veranderen door:
1) Natuurlijke bevolkingsgroei: geboorteoverschot of sterfteoverschot.
2) Sociale bevolkingsgroei: vestigingsoverschot of vertrekoverschot
Verstedelijkingsgraad geeft aan hoeveel % van de bevolking in een
bepaald gebied in steden woont. Verstedelingstempo: % waarmee
verstedelijkingsgraad toeneemt. hoe beter een land is ontwikkeld, des
te hoger de verstedelijkingsgraad en des te lager het
verstedelijkingstempo. Voorzieningen en woningen worden verder van
de stad verspreid: urban sprawl. Hoe beter een land is ontwikkeld des
te lager het geboorte- en sterftecijfer. Door:
- Demografisch: arme landen hebben een bevolkingsopbouw van
veel kinderen. Ook is het kindersterfte hoog. Door slechte
hygiënische omstandigheden en medische voorzieningen.
- Sociaal: wanneer het opleidingsniveau van een land stijgt, daalt
de vruchtbaarheid omdat vrouwen later aan kinderen beginnen.
- Cultureel: sommige culturen stimuleren het krijgen van veel
kinderen.
- Economisch: hoe meer armoede, hoe hoger de vruchtbaarheid. In
economisch sterkte gebieden zijn de kinderen wel beter opgeleid.
Grens tussen rijk en arm kun je meten met welvaart. Dit kan met:
- Bnp: vaak uitgedrukt in koopkracht, hoeveel goederen en
diensten een persoon van zijn geld kan kopen. Dit is het
gemiddelde dus sociale/regionale ongelijkheid niet meegerekend.
Het zegt niks over leefomstandigheden. De informele sector
wordt niet meegerekend.
- Bbp: inkomsten uit eigen land
- Beroepsbevolking: verdeling hiervan.
De VN-ontwikkelingsindex wordt gebruikt om landen te evalueren op basis
van 3 aspecten van menselijke ontwikkeling:
- Volksgezondheid: er wordt gekeken naar levensverwachting
- Kennis: gekeken naar analfabetisme
- Levensstandaard: gekeken naar koopdracht.
Een stad is een wereldstad wanneer het een belangrijke rol speelt op
economisch, cultureel en politiek gebied. Top 3: New York, London, Tokyo.
Je vind hier bijv. Effectenbeurzen die invloed hebben op de moniale
financiele markten, economische clusters van groepen bedrijven en
Wereld: samenhang en verscheidenheid in de wereld
De belangrijkste motor achter globalisering zijn de multinationale
ondernemingen, bedrijven met vestigingen in meerdere landen.
Bedrijven worden gesteund door de snelle technologische ontwikkelingen
op het gebied van transport, informatie- en communicatietechnologie.
Globalisering leidt tot economische vooruitgang. Deze vooruitgang gaat
gepaard met: ruimtelijke afwenteling (negatieve effecten van de
vooruitgang worden afgeshoven op andere gebieden), afwenteling in tijd
(negatieve effecten van vooruitgang worden doorgeschoven naar
toekomstige generaties). Globalisering kan worden gecategoriseerd in
economische, culturele en politieke globalisering:
Economische globalisering:
- Internationale kapitaalstromen en handel
- Internationale arbeidsverdeling
- Internationale productieketen
- Minder economische restricties
Culturele globalisering
- Internationale verspreiding van cultuurelementen, informatie en
ideeën. Een cultuurgebied wordt gekenmerkt door taal, godsdienst,
tradities, normen/waarden. Culturele globalisering zorgt ervoor dat
gebieden en menseen cultureel meer op elkaar gaan lijken. Westerse
cultuur is dominant maar amerikanisering. Engels wordt bijvoorbeeld
de lingua franca, gemeenschappelijke taal. Als diepere waarden van
de cultuur (normen/waarden) veranderen is er sprake van
cultuurverandering. Landen kunnen hun identiteit veranderen.
Politieke globalisering
- Wordt gekenmerkt door de verandere rol van de staat. Een kenmerk
is dat er nu in elk land ambassades van andere landen zijn. In arme
landen kan niet alle hulp van de overheid komen maar van derde
partijen. De EU is een voorbeeld van blokvorming: landen werken
samen om samen sterker te staan. Transnationaal netwerk:
verbinding tussen minstens 2 landen. Mondiaal netwerk:
wereldwijde verbinding.
,Anders-globalisten/ mensen gaan hun oorspronkelijke identiteit steeds
meer koesteren: regionalisme. Volgens de wereld-systeem theorie
bestaat de wereld grofweg uit 3 delen:
- Centrum: rijke, kapitalistische landen (westen). Vraag naar
goedkope producten.
- Semi-periferie: opkomende landen op economisch gebied.
Landbouw neemt af en industrie neemt toe.
- Periferie: achtergestelde arme landen. Leveren grondstoffen en
voedsel aan de semi-perifere en centrumlanden in ruil voor geld en
goederen.
Economie uit periferie en semi-periferie groeit sneller dan centrumlanden.
Steden in deze landen groeien zelf uit tot megasteden (meer dan 10
miljoen). Verklaring hiervoor is de natuurlijke bevolkingsgroei en hoog
vestigingsoverschot. Dit zorgt voor verkeers, riool, onderwijs,
gezondheidszorg en woningtekort problemen. Een groot deel van de
bevolking belandt in slums en dit zorgt voor een grote informele sector.
Braindrain: hoogopgeleiden trekken uit de periferie naar rijkere gebieden.
Periferie heeft minimaal profijt van globalisering en economische groei, de
backwasheffecten (negatieve gevolgen) zijn hier dus groter dan de
spread-effecten (positieve gevolgen).
Fragmentarische modernisering: in sommige delen van een stad/land
zie je onderdelen van de fast world (gemoderniseerd) en in sommige delen
kenmerken van de traditionele samenleving, regionale ongelijkheid
ontstaat.
Productie afschuiven naar lagelonenlanden offshoring
Bedrijven halen bedrijfsactiviteiten uit het buitenland terug naar eigen
land reshoring.
Technologische ontwikkelingen zijn een belangrijke motor achter
globalisering. Relatieve afstand wordt kleiner tijd-ruimtecompressie.
Dit komt door de ontwikkeling van de transporttechnologie en
informatietechnologie. China is erin geslaagd om een deel van de
industriële productie van de westerse landen over te nemen, nieuwe
industrieland. Het proces van verplaatsing van bedrijven en de functies
vanuit het centrum uitschuiving. Na 1980 is globalisering in een
stroomversnelling geraakt door: multinationals, minder duidelijke grenzen
en snelle ontwikkeling van communicatie technologie. Het politieke en
economische zwaartepunt verschuift richting china: global shift. De
wereldwijde bevolkingsspreiding is te verklaren door verschillen in
natuurlijke mogelijkheiden, ligging tegenover economisch belangrijke
gebieden en het koloniale verleden. Er bestaat natuurlijke bevolkingsgroei
, en sociale bevolkingsgroei (migratie). Aan de randen van continenten,
kustvlaktes en langs rivieren en vruchtbare gebieden is de hoogste
bevolkingsdichtheid. de bevolkingsdichtheid kan veranderen door:
1) Natuurlijke bevolkingsgroei: geboorteoverschot of sterfteoverschot.
2) Sociale bevolkingsgroei: vestigingsoverschot of vertrekoverschot
Verstedelijkingsgraad geeft aan hoeveel % van de bevolking in een
bepaald gebied in steden woont. Verstedelingstempo: % waarmee
verstedelijkingsgraad toeneemt. hoe beter een land is ontwikkeld, des
te hoger de verstedelijkingsgraad en des te lager het
verstedelijkingstempo. Voorzieningen en woningen worden verder van
de stad verspreid: urban sprawl. Hoe beter een land is ontwikkeld des
te lager het geboorte- en sterftecijfer. Door:
- Demografisch: arme landen hebben een bevolkingsopbouw van
veel kinderen. Ook is het kindersterfte hoog. Door slechte
hygiënische omstandigheden en medische voorzieningen.
- Sociaal: wanneer het opleidingsniveau van een land stijgt, daalt
de vruchtbaarheid omdat vrouwen later aan kinderen beginnen.
- Cultureel: sommige culturen stimuleren het krijgen van veel
kinderen.
- Economisch: hoe meer armoede, hoe hoger de vruchtbaarheid. In
economisch sterkte gebieden zijn de kinderen wel beter opgeleid.
Grens tussen rijk en arm kun je meten met welvaart. Dit kan met:
- Bnp: vaak uitgedrukt in koopkracht, hoeveel goederen en
diensten een persoon van zijn geld kan kopen. Dit is het
gemiddelde dus sociale/regionale ongelijkheid niet meegerekend.
Het zegt niks over leefomstandigheden. De informele sector
wordt niet meegerekend.
- Bbp: inkomsten uit eigen land
- Beroepsbevolking: verdeling hiervan.
De VN-ontwikkelingsindex wordt gebruikt om landen te evalueren op basis
van 3 aspecten van menselijke ontwikkeling:
- Volksgezondheid: er wordt gekeken naar levensverwachting
- Kennis: gekeken naar analfabetisme
- Levensstandaard: gekeken naar koopdracht.
Een stad is een wereldstad wanneer het een belangrijke rol speelt op
economisch, cultureel en politiek gebied. Top 3: New York, London, Tokyo.
Je vind hier bijv. Effectenbeurzen die invloed hebben op de moniale
financiele markten, economische clusters van groepen bedrijven en