100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting werkgroepopdrachten materieel sr week 7

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
10
Geüpload op
15-04-2025
Geschreven in
2024/2025

uitwerking werkgroepopdrachten. uitwerking arresten. samenvatting voorgeschreven stof.










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
15 april 2025
Aantal pagina's
10
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 10

Functioneel daderschap wil zeggen dat een ander dan degene die fysiek handelt als dader geldt op
grond van zijn maatschappelijke functie. Omdat ze over het handelende lichaam in zekere zin de
beschikking hebben en in sociaaleconomische zin het voordeel trekken, zijn ze de plegers van de
desbetreffende strafbare feiten. Op hen rust een zekere zorgplicht. Voor functioneel daderschap van
een natuurlijke persoon kent de rechtspraak twee voorwaarden. Het beschikkingscriterium betreft de
feitelijke zeggenschap die de functionele dader moet hebben over zijn ondergeschikte, deze moet het
in zijn macht hebben gehad om het delict te verhinderen dan wel te bewerkstelligen. Het
aanvaardingscriterium impliceert dat bij de functioneel pleger een zeker bewustzijn en een zekere
acceptatie van de verboden gedraging aanwezig was. Deze komen voort uit HR IJzerdraad.
Voor het bepalen van daderschap kent men een aantal criteria. Het gaat erom dat het daderschap
van de rechtspersoon moet kunnen worden afgeleid uit bepaalde gedragingen van natuurlijke
personen, die op de een of andere manier in het kader van de rechtspersoon hebben plaatsgevonden
en die aan de rechtspersoon kunnen worden toegerekend. Naar aanleiding van HR Drijfmest kent
men de redelijke toerekening als huidig criterium. Ten eerste kan het gaan om een handelen of
nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofd werkzaam
is ten behoeve van de rechtspersoon. Ten tweede kan er sprake zijn van een gedraging die past in de
normale bedrijfsvoering of in de taakuitoefening van de rechtspersoon. Voorts kan het zijn dat de
gedraging de rechtspersoon dienstig is geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf of in zijn
taakuitvoering. Een vierde omstandigheid betreft het beschikkingscriterium en het
aanvaardingscriterium uit eerder arrest. Indien een rechtspersoon aan een van deze criteria voldoet,
is er voldoende om aan te nemen dat er sprake is van aansprakelijkheid. De vraag wanneer er sprake
is van opzet of schuld bij een rechtspersoon is een feitelijke kwestie. In de eerste plaats kan het zijn
dat er binnen de rechtspersoon een bepaald psychisch klimaat heerst dat sterk in het teken staat van
de intentie tot het verrichten van bepaalde verboden gedragingen. In de tweede plaats is er de
mogelijkheid dat het opzet van natuurlijke personen die in de rechtspersoon werkzaam zijn aan de
rechtspersoon wordt toegerekend. Het is niet ondenkbaar dat een rechtspersoon zich met succes op
een strafuitsluitingsgrond beroept. Rechtvaardigingsgronden vaker dan schulduitsluitingsgronden.

Feitelijk leidinggeven veronderstelt dat de betrokkene een zekere macht, invloed en
verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het strafbare feit dat door de rechtspersoon is begaan.
De vereiste zeggenschap behoeft niet overeen te stemmen met de juridische verhoudingen binnen de
rechtspersoon. De jurisprudentie kent een aantal vereisten met betrekking tot feitelijk leidinggeven.
Er moet minstens sprake zijn van een zekere beschikkingsmacht of zeggenschap van de functionaris
binnen de rechtspersoon met betrekking tot de activiteitensfeer waarbinnen de rechtspersoon de
verboden gedragingen verricht heeft. De feitelijk leidinggevende dient een actieve en effectieve
betrokkenheid bij de verboden gedraging. Indien er sprake is van passieve deelneming, dient er
minstens een zorgplicht te zijn. Daarnaast is er dubbel opzet vereist, de functionaris dient minstens
de bewust aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat de verboden gedragingen zich voordoen.
Strafrechtelijke vervolging van een publiekrechtelijk rechtspersoon is uitgesloten onder de tweeledige
voorwaarde dat het gaat om een openbaar lichaam in de zin van H7 Gw, dat een door de wet
opgedragen overheidstaak uitvoert. Handelingen van de staat worden geacht het algemeen belang te
dienen. Echter heeft de Hoge Raad hier ondertussen een zekere nuance op aangebracht.

, HR 23 februari 1954, NJ 1954, 378 (IJzerdraad).

rechtsvraag

Kan een leidinggevende strafrechtelijk worden vervolgd voor gedragingen van ondergeschikten?

feiten

Voor de export van ijzerdraad was destijds een vergunning benodigd. De eigenaar van een klein
exportbedrijf wordt in casu vervolgd wegens overtreding van het Deviezenbesluit 1945. De reden
hiervoor is dat in de aanvraag voor een exportvergunning van ijzerdraad naar Finland telkens
opzettelijk valse gegevens zijn ingevuld. De eigenaar wordt vervolgens vervolgd, ondanks het feit dat
hij hier niets van afwist; de verboden handelingen werden namelijk gedaan door een van zijn
werknemers. De eigenaar verweert zich door te stellen dat hij de formulieren niet zelf heeft ingevuld
en dus het strafbare feit niet zelf heeft uitgevoerd. Er is hierop bij hem geen sprake van opzet.

rechtsgang

De rechtbank verwerpt het verweer door te stellen dat in de gegeven omstandigheden de
gedragingen van de werknemer als die van de eigenaar gezien moeten worden. In hoger beroep krijgt
de eigenaar wederom geen gelijk. De eigenaar brengt de zaak hierop naar de Hoge Raad. De Hoge
Raad stelt dat er aan twee criteria, beschikkingsmacht en aanvaarding, moet worden voldaan voordat
er sprake is van functioneel daderschap. Beschikkingsmacht betekent dat verdachte uitmaakt welke
verboden handeling er wordt uitgevoerd. Aanvaarding wil zeggen dat verdachte wist dat een
verboden handeling plaatsvond, of wist dat het in het algemeen op dergelijke wijze plaatsvindt.
Functioneel daderschap in de zin van het IJzerdraad-arrest betreft het toerekenen van handelingen
van derden aan de verantwoordelijke, aan de functionaris die de gebeurtenis in zijn macht heeft.
Nauw met elkaar verbonden zijn hierbij steeds de interpretatie van de delictsgedraging en de
specifieke vraag naar daderschap in een bepaald geval. Voor het eigen daderschap van de functioneel
dader komen andere criteria in plaats van fysieke, waarneembare gedragingen.




HR 15 oktober 1996, NJ 1997, 109 (Gezondheidscertificaat).
€3,49
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
tessadvos
3,0
(2)

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
werkgroepopdrachten materieel strafrecht jaar 2
-
7 2025
€ 24,43 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
tessadvos Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
59
Laatst verkocht
4 maanden geleden

3,0

2 beoordelingen

5
0
4
0
3
2
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen