100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Neurobiologische achtergronden van opvoeding en ontwikkeling (premaster)

Beoordeling
-
Verkocht
3
Pagina's
34
Geüpload op
11-04-2025
Geschreven in
2024/2025

In dit document vind je een samenvatting van de video's van Neurobiologische achtergronden van opvoeding en ontwikkeling (premaster) 24/25. Bovendien is de stof uit de video's (waar nodig al vond ik dat zelf) aangevuld met stof uit het boek. De volgende onderwerpen komen aan bod: 1. Het zenuwstelsel en evolutie 2. Neurobiologische meetmethoden 3. Stress 4. Emotie 5. Verwerking van gezichten 6. Empathie en altruïsme 7. Moraliteit en antisociaal gedrag 8. Ontwikkeling van het brein 9. Relaties

Meer zien Lees minder











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
11 april 2025
Bestand laatst geupdate op
14 april 2025
Aantal pagina's
34
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

* = Docent heeft aangegeven dat hier waarschijnlijk een tentamenvraag over komt




Week 1: Het zenuwstelsel
Het centraal zenuwstelsel omvat het brein en ruggenmerg
Het perifeer zenuwstelsel omvat het:
- Somatisch zenuwstelsel (spieren)
- Autonome zenuwstelsel
o Sympathische zenuwstelsel (actie: fight or flight, bv. hoge hartslag)
o Parasympatische zenuwstelsel (rust, bv. meer spijsvertering

De blood brain barrier (BBB) zorgt ervoor dat er een selectie plaatsvindt op de stoffen die via het
bloed de hersenen in kunnen komen. Zo kunnen bepaalde ziektes, hormonen of medicijnen
buitgehouden worden.

Gebieden die diep in de hersenen liggen zijn als eerste ontstaan tijdens evolutie. Hoe meer gyri
(plooien) en sulci (groeven) een brein heeft, hoe verder dat brein ontwikkelt is  er is meer ruimte
voor de verwerking van complexe zaken.

Neuronen geven elektrische signalen door binnen het zenuwstelsel, een neuron heeft de volgende
onderdelen:
- Dendriet: ontvangt signalen van andere neuronen
- Cellichaam (soma): telt alle signalen op om te bepalen of het totale signaal sterk genoeg is
om doorgegeven te worden
- Axon: geeft signalen door, bevat (witte) myelineschedes als isolatie om zo voor een snelle
signaaloverdracht te zorgen (de signalen springen als het ware tussen de myelineschedes)
Een neuron heeft meerdere dendrieten, maar altijd 1 cellichaam en axon. Het axon is vaak veel langer
dan de dendrieten. Als het cellichaam een signaal door gaat geven wordt de soma positief geladen.

Het brein bevat witte en grijze stof: de grijze stof bevat de cellichamen van
neuronen en de witte stof bevat axonen en ondersteunende cellen (gliacellen). Aan
de ‘buitenkant’ van het brein bevindt zich de grijze stof, dat is de cortex. Daaronder
of binnenin ligt de witte stof, hierin ligt ook weer een gedeelte grijze stof. Het brein
heeft 2 hemisferen: een linker en een rechter hemisfeer. De cortex heeft 4 kwabben
(lobes): frontale, pariëtale, temporale en occipitale kwab (zie hiernaast).

Klieren maken hormonen en gespecialiseerde neuronen produceren neuropeptiden. Hormonen en
neuropeptiden hebben grofweg eenzelfde functie. Sommige hormonen of neuropeptiden kunnen
door de BBB heen. Deze stoffen kunnen alleen een effect hebben op hun targetcel, dat is een cel met
een bepaalde receptor waaraan de stof kan binden.
Hormonen kunnen langdurige effecten (bv. geslachtshormonen) of kortdurende effecten (bv. cortisol
of oxytocine) uitoefenen op het lichaam.

Het hormoon en zijn effect kan op verschillende manieren gemeten worden:
- Het verschil meten tussen de baseline (hoeveelheid aanwezig in normale situatie) en
bepaalde situatie (hoeveelheid aanwezig in een kunstmatige situatie, bv. in stress)
- Kunstmatig toedienen van hormoon (bv. via neusspray of zalf) om zo het hormoonlevel te
manipuleren
- Receptorbinding (epigenetica)

Vasopressine en oxytocine kunnen gemeten worden via speeksel.

, * = Docent heeft aangegeven dat hier waarschijnlijk een tentamenvraag over komt




Hyperscanning: tegelijkertijd 2 of meer breinen scannen terwijl participanten een sociale taak
uitvoeren.

Sociale neuroscience is een subtak binnen de sociale psychologie gekenmerkt door hun aandacht
voor neurologische technieken en theorieën. De onderzoekers komen meestal van de cognitieve
psychologie of neuroscience.

Reverse inference approach: afleiden van de aard van cognitieve processen aan de hand van
neuroscience data. Dit klopt niet altijd, bv.:
- Forward inference: als iemand bang is, is de amygdala geactiveerd
- Reverse inference: als de amygdala geactiveerd is, is diegene bang

Gene-culture co-evolution: bepaalde genotypes maken mensen vatbaar voor bepaalde
omgevingsfactoren en culturele aspecten kunnen bevorderlijk zijn voor mensen met bepaalde
kenmerken.


Week 1: Evolutie
Evolutie is het proces dat al het leven op aarde vorm gegeven heeft. Ethologie of gedragsbiologie
bestudeert het natuurlijke gedrag van organismen. Tinbergen is een van de grondleggers. Hij heeft 4
vragen opgesteld voor het begrijpen van gedrag:
1. Mechanisme: hoe komt het gedrag tot uiting?
2. Ontwikkeling: werd het altijd al zo gedaan?
3. Functie: hoe beïnvloedt het gedrag de kans op overleving en reproductie?
4. Evolutie: hoe is dit gedrag ontstaan door evolutie?
De eerste 2 vragen (mechanisme en ontwikkeling) zijn proximale vragen genoemd: ze staan dicht bij
het gedrag zelf. De laatste 2 vragen (functie en evolutie) zijn ultieme vragen: zij staan ver weg van het
gedrag.

Statements over evolutie:
- Evolutie is geen doelgericht proces: het gebeurt gewoon
- Evolutie kan niets terugdraaien: vandaar dat er merkwaardige kenmerken bestaan (bv. zenuw
van giraf die vanuit hersenen naar hart loopt en weer helemaal terug langs de nek omhoog
naar de kaak i.p.v. direct vanuit hersenen naar kaak)
- Evolutie bouwt voort op wat er al is

Darwin & emoties
- Emotionele expressies zijn aangeboren: deze hebben wij geërfd van onze voorouders
- Emotionele expressies zijn betrouwbaarder dan woorden (denk bv. aan blozen)
- Emoties hebben een functie om te overleven: anders hadden we deze niet overgeërfd
o bv. walging is een bescherming tegen het binnendringen van giftige stoffen

Gebieden die belangrijk zijn voor emotie (zie week 4 voor details):
- Insula
- Ventrale striatum
- Orbitofrontale cortex
- Anterior cingulate cortex (ACC)
- Amygdala

, * = Docent heeft aangegeven dat hier waarschijnlijk een tentamenvraag over komt




De hersenen zijn een sterk verbonden netwerk: alle hersengebieden werken nauw samen met elkaar
en zijn GEEN “losse eilandjes”. De mens heeft een ver ontwikkelde cortex, t.o.v. bv. een muis, dat is
belangrijk voor sociaal gedrag. Sociale intelligentie is het begrijpen en voorspellen van complexe
sociale interacties.

De hersenen zijn een sterk verbonden netwerk: alle hersengebieden werken nauw samen met elkaar
en zijn GEEN “losse eilandjes”. De mens heeft een ver ontwikkelde cortex, t.o.v. bv. een muis, dat is
belangrijk voor sociaal gedrag. Sociale intelligentie is het begrijpen en voorspellen van complexe
sociale interacties. De social intelligence hypothese gaat over de totstandkoming van sociaal gedrag
en menselijke intelligentie. Deze hypothese stelt dat de evolutionaire druk om sociaal slimmer te zijn,
de ontwikkeling van de hersenen heeft beïnvloed en daarmee ook het intellect op niet-sociaal
domein. Dus: we zijn niet sociaal omdat we slim zijn, maar we zijn slim omdat we sociaal zijn. Dit kan
in 3 gradaties van striktheid geïnterpreteerd worden:
1. Minst sterke interpretatie: intelligentie komt tot uiting in het sociale leven
2. Sterkere interpretatie: sociale problemen vragen om een grotere intelligentie
3. Sterkste interpretatie: sociale druk selecteert hoeveelheid en type intelligentie

Onderdelen van de social intelligence hypothese:
- Social brain hypothese: hoe groter een groep, hoe meer sociale relaties om te begrijpen en
daar zit een maximum aan. Het onderzoek van Dunbar heeft samenhang tussen cortex-
grootte en groepsgrootte gevonden.
o Via extrapoleren is te zien dat 150 mensen (Dunbar’s number) het maximum is voor
een groep om geen culturele regels te hoeven hebben
o Deze culturele regels zouden interacties tussen vreemden faciliteren in grote groepen
- Machiavellian intelligence hypothese: doordat we elkaar steeds misleiden en bedriegen zijn
we slim geworden
- Cooprative breeding hypothese: sociale intelligentie is een gevolg van het gezamenlijk
opvoeden van kinderen (dat laatste doen niet heel veel organismen)

De volgende studie ondersteunt de hypothese niet: Reader & Laland (2002) vonden correlatie tussen
breingrootte en sociaal leren en correlatie tussen breingrootte en innovatie  alle factoren (niet
alleen sociale) zijn belangrijk voor een groter brein.

Welke factoren zijn de drijvende factoren achter sociale complexiteit?
- Misleiding (deception)
- Innovatie: het kunnen bedenken van nieuwe, handige dingen
- Ontwikkeling van taal
o Wernicke en Broca (hersengebieden voor taal) zijn ook gelinkt aan hersengebieden
voor empathie
o Heeft een link met spiegelneuronen (mirror neurons): bepaalde neuronen die
betrokken zijn bij imitatie

Convergente evolutie: zelfde evolutionaire druk veroorzaakt onafhankelijk dezelfde uitkomst in
verschillende soorten  mogelijk laten niet-primaten ook een correlatie tussen sociale intelligentie
en breinontwikkeling zien. Ondanks dat het lastig is om sociale intelligentie te meten over
verschillende soorten, is er onderzoek naar gedaan:
- Vleermuizen en hyena’s hebben een hogere sociale intelligentie dan verwacht wordt van hun
breingrootte
- Vogels: geen correlatie tussen groepsgrootte en breingrootte, maar wel tussen paringstype
en breingrootte

, * = Docent heeft aangegeven dat hier waarschijnlijk een tentamenvraag over komt




Sociaal leren is een mechanisme om sociale kennis en informatie aan elkaar over te brengen. Het is
een hele brede term. De term imitatie is een vorm van sociaal leren en is specifieker gedefinieerd als:
degene die het gedrag leert moet begrip hebben van het doel en de intentie van de handeling.
Iemand anders nadoen is niet voldoende om te kunnen spreken over imitatie.
Andere mechanismen van sociaal leren:
- Actie kopiëren zonder het te begrijpen (mimicking)
- Local/ stimulus enhancement: focus wordt naar een locatie of object gebracht door een
ander  zo is er meer kans dan je bezig gaat zijn met die locatie of dat object
- Contagion: reproductie van aangeboren gedrag (zoals gapen en lachen)

Intentional stance: toekennen van intenties aan iemand zijn gedrag om het te verklaren.
*Onderzoek (Gergely, 2002) heeft aangetoond bij kinderen dat zij het doel van een actie
imiteren, maar niet altijd de motorische aspecten van de actie. De kinderen zagen een
onderzoeker een knop indrukken met hun hoofd, waarbij in de ene conditie zijn handen vrij
waren en in de andere conditie deze bezet waren. In de conditie met de bezette handen,
gebruikten de kinderen vaker hun handen  ze gingen ervan uit dat de onderzoeker dat
ook zou hebben gedaan als deze niet bezet waren. Het kind voert het doel van de actie dus
gewoon uit, maar dan met andere motorische handelingen. Zie resultaten hiernaast.

Mind-mindedness is dat ouders zich bewust zijn van het mind van hun kind.

Cultuur is een gedeelde set van waarden, vaardigheden, objecten en geloof door een groep mensen.
Sociale intelligentie maakt cultuur mogelijk: taal zorgt voor de overdracht van abstracte concepten
(bv. god of kunst). Bepaalde culturele trends zullen anderen domineren als ze in contact komen met
elkaar: een culturele survival of the fittest.
Voorbeeld van cultuur bij andere primaten: Studie van Whiten (2005): 2 chimpansees leerden 2
verschillende manieren om eten te halen uit een apparaat, bijna alle groepsgenoten namen de
strategie over van hun familielid  2 culturen ontstaan voor het gebruik van het apparaat

Genen zijn belangrijk voor de overdracht van DNA (dit is cruciaal voor evolutie). Een meme is een unit
van culturele transmissie  welke gedragingen zijn sociaal succesvol? Voorbeelden van een meme
zijn kleding of geloof.

Zie hiernaast de culturele piramide van Whiten & Schaik (2007):
- Lagere levels zijn meer prevalent in de natuur
- Hogere levels ontstaan uit lagere levels

Eisen aan cumulatieve cultuur:
- Meerdere transmissie episodes
- Overdracht via sociaal leren
- Toenemen van complexiteit
Zaken die dit mogelijk toelaten: mate van innovatie in een soort, verschillende mechanismen voor
sociaal leren en wens om samen te werken en prosociaal te zijn.

Extended cognition: het gebruik van externe technologieën (bv. schrijfwaren of computers) verhoogt
de cognitieve capaciteit, bv. met de hulp van pen en papier kunnen we gemakkelijker ingewikkelde
wiskunde uitvoeren. Tools zijn objecten om secundaire objecten te manipuleren (bv. stok). Culturele
tools zorgen ervoor dat we buiten onze lichamelijke limitaties kunnen gaan: we kunnen vliegen en
heel sterk zijn. Ons lichaam zelf kan dat niet, maar ons brein kan relevante tools (bv. vliegtuig en
kettingzaag) maken en deze doorgeven aan anderen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
lcaverhoef Universiteit Leiden
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
43
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
10
Laatst verkocht
5 dagen geleden

4,3

4 beoordelingen

5
1
4
3
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen