Filosofie Samenvatting - Wijsgerige antropologie
Wijsgerige antropologie is ontstaan in begin twintigste eeuw in Duitsland.
Mensbeeld → wat is de mens?
Aristoteles: 384-324 v.C
- De mens is een dier dat kan denken ( animal rationale)
- Homo sapiens → de wetende, de kennende mens
Friedrich Nietzsche: 1844-1900 → Duitsland
- De mens is een nog niet vastgestelde dier.
- De mens is niet meer dan ‘wil tot macht’ gericht op heersen en overleven.
- Het denken van de mens is geen extraatje.
- De mensen zijn uitgeruste dieren, die een warme vacht, snelheid en kracht missen en
moeten het dus van hun intellectuele capaciteiten hebben om te overleven.
- De mens = een wezen met gebrek = Mangelwesen.
- God is dood en de mens is ‘meester en vormgever van zichzelf’
- Het gedrag van de dieren ligt voor grotendeels vast, het gedrag van de mensen niet.
Helmuth Plessner: 1892-1985 → Duitsland
- Het zit in de aard van de mens om cultuur te scheppen.
- De mens is van nature kunstmatig.
- De mens is een natuurwezen en cultuurwezen.
- Door de cultuur leert de mens zichzelf kennen.
- De mens maakt de cultuur, de cultuur maakt ook de mens.
- Onze waarde(oordelen) worden voor een groot deel bepaald door de cultuur waarin
we zijn opgegroeid → enculturatie.
De Copernicaanse wendingen → Schok voor het mensbeeld
Volgens Sigmund Freud: 1856-1939 (oostenrijkse psychiater) heeft het mensbeeld
(eigendunk van de mens) 3 zware slagen te verduren gekregen.
1) Copernicus
2) Darwin
3) Freud
1) Copernicus stelt in 1514 een nieuw model van het heelal voor.
- Idee van het heelal volgens de katholieke kerk in de middeleeuwen bedacht door
Aristoteles → de aarde vormt het middelpunt omringd door 8 banen voor de maan,
de zon, de sterren en de planeten/ veel ruimte over voor de hel, de hemel en de
engelen.
- Copernicus → de zon vormt het middelpunt en de aarde en planeten bewegen erom
heen.
, 2) Charles Darwin bracht in 1859 het boek The origin of species by means of natural
selection uit over het ontstaan der soorten.
- De evolutietheorie → soorten ontstaan toevallig door natuurlijke selectie (survival of
the fittest).
- De mens staat evolutionair gezien heel dicht bij de aap dus de mens heeft niet meer
recht.
3) Sigmund Freud beschouwd de mens als een dier en ook nog eens gedegradeerd tot
een ziek dier.
- Freud begon met gesprekstherapie (psycho-analyse) gericht op trauma’s uit de
kindertijd te laten herbeleven, in plaats van dwangbuizen en elektroshocks.
- Belangrijke drijfveren blijven volgens hem onbewust: verdrongen gedachten,
trauma’s, onvervulde verlangens, onopgeloste problemen.
- Menselijke geest → 1. Ich: de persoonlijkheid.
2. Es: de (seksuele) driften → dierlijk.
3. Über-ich: het geweten (opgebouwd door de opvoeding)
controleert of er geen verboden of verdrongen gedachten in
het bewustzijn komen.
- Dromen vertellen ons veel over onze onbewuste drijfveren → droomduiding is
daarom een belangrijk deel van zijn therapie.
John Locke: 1632-1704 → Engelse filosoof
- De mens is bij geboorte een tabula rasa → een onbeschreven blad.
- De mens heeft geen aangeboren karakter of ideeën.
- Ons idee van ons ‘zelf’ komt voort uit ervaring.
- De herinnering zet de verschillende gebeurtenissen achter elkaar en zo krijgen we
een identiteit.
- Hume: 1711-1776 → Engelse filosoof
Geloofd ook in deze theorie en zegt dat er geen kern bestaat.
Plato: 427-347 v.C
- De mens bestaat uit een onsterfelijke ziel en een sterfelijk lichaam.
- De ziel (kern) → 1. De rede (het denken)n
2. Het gemoed (het gevoel)
3. De begeerte (streven naar lichamelijk genot)
1. De menner = de rede
2. Het witte paard = het gemoed
3. Het zwarte paard = de begeerte
Wijsgerige antropologie is ontstaan in begin twintigste eeuw in Duitsland.
Mensbeeld → wat is de mens?
Aristoteles: 384-324 v.C
- De mens is een dier dat kan denken ( animal rationale)
- Homo sapiens → de wetende, de kennende mens
Friedrich Nietzsche: 1844-1900 → Duitsland
- De mens is een nog niet vastgestelde dier.
- De mens is niet meer dan ‘wil tot macht’ gericht op heersen en overleven.
- Het denken van de mens is geen extraatje.
- De mensen zijn uitgeruste dieren, die een warme vacht, snelheid en kracht missen en
moeten het dus van hun intellectuele capaciteiten hebben om te overleven.
- De mens = een wezen met gebrek = Mangelwesen.
- God is dood en de mens is ‘meester en vormgever van zichzelf’
- Het gedrag van de dieren ligt voor grotendeels vast, het gedrag van de mensen niet.
Helmuth Plessner: 1892-1985 → Duitsland
- Het zit in de aard van de mens om cultuur te scheppen.
- De mens is van nature kunstmatig.
- De mens is een natuurwezen en cultuurwezen.
- Door de cultuur leert de mens zichzelf kennen.
- De mens maakt de cultuur, de cultuur maakt ook de mens.
- Onze waarde(oordelen) worden voor een groot deel bepaald door de cultuur waarin
we zijn opgegroeid → enculturatie.
De Copernicaanse wendingen → Schok voor het mensbeeld
Volgens Sigmund Freud: 1856-1939 (oostenrijkse psychiater) heeft het mensbeeld
(eigendunk van de mens) 3 zware slagen te verduren gekregen.
1) Copernicus
2) Darwin
3) Freud
1) Copernicus stelt in 1514 een nieuw model van het heelal voor.
- Idee van het heelal volgens de katholieke kerk in de middeleeuwen bedacht door
Aristoteles → de aarde vormt het middelpunt omringd door 8 banen voor de maan,
de zon, de sterren en de planeten/ veel ruimte over voor de hel, de hemel en de
engelen.
- Copernicus → de zon vormt het middelpunt en de aarde en planeten bewegen erom
heen.
, 2) Charles Darwin bracht in 1859 het boek The origin of species by means of natural
selection uit over het ontstaan der soorten.
- De evolutietheorie → soorten ontstaan toevallig door natuurlijke selectie (survival of
the fittest).
- De mens staat evolutionair gezien heel dicht bij de aap dus de mens heeft niet meer
recht.
3) Sigmund Freud beschouwd de mens als een dier en ook nog eens gedegradeerd tot
een ziek dier.
- Freud begon met gesprekstherapie (psycho-analyse) gericht op trauma’s uit de
kindertijd te laten herbeleven, in plaats van dwangbuizen en elektroshocks.
- Belangrijke drijfveren blijven volgens hem onbewust: verdrongen gedachten,
trauma’s, onvervulde verlangens, onopgeloste problemen.
- Menselijke geest → 1. Ich: de persoonlijkheid.
2. Es: de (seksuele) driften → dierlijk.
3. Über-ich: het geweten (opgebouwd door de opvoeding)
controleert of er geen verboden of verdrongen gedachten in
het bewustzijn komen.
- Dromen vertellen ons veel over onze onbewuste drijfveren → droomduiding is
daarom een belangrijk deel van zijn therapie.
John Locke: 1632-1704 → Engelse filosoof
- De mens is bij geboorte een tabula rasa → een onbeschreven blad.
- De mens heeft geen aangeboren karakter of ideeën.
- Ons idee van ons ‘zelf’ komt voort uit ervaring.
- De herinnering zet de verschillende gebeurtenissen achter elkaar en zo krijgen we
een identiteit.
- Hume: 1711-1776 → Engelse filosoof
Geloofd ook in deze theorie en zegt dat er geen kern bestaat.
Plato: 427-347 v.C
- De mens bestaat uit een onsterfelijke ziel en een sterfelijk lichaam.
- De ziel (kern) → 1. De rede (het denken)n
2. Het gemoed (het gevoel)
3. De begeerte (streven naar lichamelijk genot)
1. De menner = de rede
2. Het witte paard = het gemoed
3. Het zwarte paard = de begeerte