Werkgroepen ondernemingsrecht
Week 1 vereniging, coöperatie, OWM, stichting
Aantekeningen werkgroep
Enerzijds heb je art. 2:291 lid 1 BW: ‘besturen’ > interne besluitvorming.
Anderzijds art. 2:292 lid 1 BW: ‘vertegenwoordiging’
Wat is het verschil hiertussen? Besturen is meer intern en vertegenwoordiging is naar
buiten toe gericht.
Bestuur: besluitvorming: is een interne aangelegenheid
Vertegenwoordiging: externe aangelegenheid.
Het bestuur bepaalt de wil van de rechtspersoon.
Hou goed dit verschil in de gaten.
Verschillen formele en informele vereniging:
- Oprichting
Formeel: art. 2:27 BW bij notariële akte en art. 2:26 lid 2 een meerzijdige
rechtshandeling
Informeel: in beginsel vormvrij
o Maar toch is niet alles een informele vereniging
o FOK-arrest r.o. 4.3: is er een groep personen die gecoördineerd
naar buiten optreedt? Dit is de minimumdrempel. Maar dan zijn we
er nog niet.
- Rechtsbevoegdheid
Zie art. 2:30 lid 1 BW voor de informele vereniging
Een formele vereniging mag alles
- Aansprakelijkheid
Informele vereniging: art. 2:30 lid 2 BW: bestuurders zijn hoofdelijk
aansprakelijk naast de vereniging
Formele vereniging: in beginsel niet aan de orde, alleen de rp
aansprakelijk. Tenzij je je vergeet in te schrijven word je gesanctioneerd
met de aansprakelijkheid art. 2:29 lid 2 BW.
- Handelsregister
Formele vereniging moet je in schrijven in het Handelsregister anders ben
je hoofdelijk aansprakelijk, art. 2:29 lid 1 BW
o In lid 2 staat de sanctie als dit niet gebeurt
Informele vereniging: niet verplicht, inschrijving mag dan volgt er
subsidiaire aansprakelijkheid, art. 2:30 lid 3 en 4 BW.
Let goed op dat inschrijving in het handelsregister van een informele
vereniging geen formele vereniging oplevert. Het verandert slechts de
aansprakelijkheid.
Uitgangspunt vertegenwoordiging vereniging art. 2:45 BW.
Wat is het onderscheid tussen opzegging en ontzetting?
, - Opzegging is als er iets in de statuten heeft gestaan wat niet mag of het
lidmaatschap niet langer verwacht kan worden
- Ontzetting heeft beroep mogelijkheid. Directe schorsing
- In de gronden zit best wat overlap: het verschil zit het in het karakter, opzegging
is neutraler dan ontzetting. Ontzetting is meer punitief. Ontzetting heeft de
beroepsprocedure.
Casus I
Future First is een stichting die zich bezighoudt met klimaat- en natuurproblemen
in Nederland. Zij proberen middels informatieavonden, seminars en gerichte one-
on-one-gesprekken klimaat- en natuurgerichte verandering teweeg te brengen.
Voor de financiering van de activiteiten is de stichting voor een belangrijk deel
overgelaten aan donaties van haar leden. Voor het overige ontvangt Future First
sinds kort inkomsten uit de verkoop van milieubewuste artikelen zoals recyclebare
doppers, tassen en bakjes. De bestuurders van de stichting – Noah, Yusuf en
Amar – verkrijgen een marktconform salaris.
Sara, de voorzitter van de raad van commissarissen van de stichting, zet haar
vraagtekens bij de activiteiten van Future First. De verkoop van milieubewuste
artikelen is weliswaar environmentaly woke maar is in de kern genomen puur
commercieel. De uitoefening van commerciële activiteiten is volgens haar niet
geoorloofd binnen een stichting. Sara voert op de tweede plaats aan dat het
salaris aan de bestuurders als verkapte winstuitkering heeft te gelden, hetgeen
evenmin toelaatbaar is.
Vraag I.1
Geef een onderbouwd oordeel over de standpunten van Sara.
Fout in de opdracht: een stichting heeft geen leden.
Een stichting mag wel commerciële activiteiten verrichten. Maar de winst die daaraan
gemaakt wordt moet wel aan het doel ten goede komen. Maar het uitkeringsverbod staat
niet in de weg van het ontplooiien van de commerciële activiteiten van de stichting.
Wat is een winstuitkering? Een winstuitkering is altijd om niet (zonder tegenprestatie). In
dit geval is een salaris anders dan om niet.
Kijken naar het uitkeringsverbod, goed lezen in art. 2:285 lid 3 BW. In beginsel mag je
aan betrokkenen geen winst uitkeren, mag wel aan anderen maar wel een ideële of
sociale strekking hebben. Bijvoorbeeld het KWF die hun geld uitkeert aan het ziekenhuis.
Als het dus een marktconform salaris is, mag dit uitgekeerd worden.
Dan terug naar de stellingen:
Over de economische activiteiten mag het. Het geld mag je ten goede komen aan het
doel.
Het salaris kan wel omdat het gewoon een redelijk salaris is.
,Noah, Yusuf en Amar besluiten op een goed moment dat het tijd is Future First uit
te breiden. Dit zou volgens hen moeten met een toonaangevend pand aan de
Zuidas te Amsterdam. Zo gezegd, zo gedaan: Future First is enkele weken later
een gerenommeerd pand rijker.
Sara is het niet eens met de koop. Ze is namelijk van mening dat de koop niet
rechtsgeldig heeft plaatsgevonden.
Vraag I.2
Geef een onderbouwd oordeel over het standpunt van Sara.
Art. 2:291 lid 2 BW: het bestuur mag in principe alles, tenzij uit de statuten blijkt dat het
niet mag. In lid 2 van 2:291 is het juist andersom geregeld: er moet in de statuten zijn
bepaald dat het bestuur hiertoe bevoegd is. Dus het sluiten van een overeenkomst met
betrekking tot deze goederen is alleen gerechtvaardigd als het in de statuten is bepaald.
In de laatste zin van lid 2 zie je dat het zowel gaat over de besluitvorming, als de
vertegenwoordiging > ‘alsmede de bevoegdheid tot vertegenwoordiging’
Art. 2:292 BW: bestuur is belast met besturen en kan beslissen tot aanschaf
registergoederen. Uit statuten moet voortvloeien dat het bestuur hiertoe bevoegd is.
Dat is hier niet het geval.
De koop heeft dus niet rechtsgeldig plaatsgevonden.
Art. 2:14 lid 1 jo art. 2:291 lid 2 BW: besluit is nietig.
Na het voorgaande is de maat voor Sara vol. Zij besluit naar de rechter te stappen
en het verzoek in te dienen tot ontslag van het gehele bestuur. De aanschaf van
het pand getuigt volgens Sara van taakverwaarlozing.
Vraag I.3
Geef gemotiveerd aan of het verzoek van Sara kans van slagen heeft.
Art. 2:298 BW gaat over ontslag van bestuurders. Dit is de mogelijkheid om via de
rechter het ontslag van bestuurders te vorderen. Er zijn twee dingen voor vereist. Kijken
of Sara belanghebbende is. ANV Fondsen is hier van belang voor het belanghebbende
begrip.
1. (In)direct belanghebbende
- Wat is het verschil tussen een direct of indirect belanghebbende? Direct is de
persoon die in zijn eigen belangen wordt geschaad. De indirect belanghebbende
is zo nauw betrokken geweest dat er een gerechtvaardigd procesbelang volgt.
- Let op: dit verschil is van belang: het belang wordt van de direct belanghebbende
veronderstelt, en voor de indirect belanghebbende moet het worden aangetoond.
2. Is er sprake van een ontslaggrond uit lid 1?
Sara is voorzitter van de RvC. Ze is formeel betrokken want het is een formele functie,
dus daarmee is ze een direct belanghebbende.
, Van welke ontslaggrond is hier mogelijk sprake? 2:298 is sinds 2021 veranderd.
Verwaarlozing van een taak is super casuïstisch. Daarbij goed beargumenteren.
Ze hebben als bestuur in strijd gehandeld met de statuten/ de wet omdat ze het pand
hebben gekocht.
In deze situatie zou er dus sprake zijn van dat Sara ontslag van het bestuur kan
bewerkstelligen.
Casus II
Christiaan, Noa en Ivo zijn drie alumni aan de Radboud Universiteit te Nijmegen
die na hun studietijd hebben besloten werk te maken van hun voorliefde voor old
timers. De samenwerking heeft nader gestalte gekregen onder de naam ‘De All
Timers Vereniging’. Christiaan, Noa en Ivo komen maandelijks viermaal bijeen om
deals te zoeken voor wagens die na een opknapbeurt voldoende potentie hebben
met een
winstpremie doorverkocht te worden.
Uit hun studietijd herinneren Christiaan, Noa en Ivo zich nog vaag dat inschrijving
van de vereniging in het Handelsregister in meer kansen en minder risico’s dan
wel beperkingen kan resulteren.
Vraag II.1
Werk beargumenteerd uit waar Christiaan, Noa en Ivo op doelen.
Een vereniging is niet verplicht om ingeschreven te worden bij een notariële akte (art.
2:26), maar schrijf je het niet in dan is het een informeel vereniging (art. 2:30 BW), deze
heeft minder rechten dan een ingeschreven vereniging.
Je kan dan geen registergoederen verkrijgen, geen erfgenaam zijn, niet fuseren of
splitsen en de bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk naast de vereniging (art. 2:30 lid
2 BW).
Zolang inschrijving uitblijft, kan dit aansprakelijkheid van de bestuurders opleveren. Zie
aantekeningen hierboven.
Christiaan, Noa en Ivo hebben zitting in het bestuur van de vereniging. Statutair is
bepaald dat iedere bestuurder zelfstandig bevoegd is auto’s aan te schaffen, zij
het wel dat voor Christiaan is bepaald dat hij alleen met instemming van Noa en
Ivo namens de vereniging old timers mag kopen. Christiaan heeft immers de
minste ervaring. Een en ander is ingeschreven in het handelsregister.
Struinend over Marktplaats.nl stuit Christiaan op een buitenkans: een Porsche 916
uit 1974 voor slechts €55.000,. Christiaan schroomt geen moment aangezien deze
wagen minstens het tienvoudige waard is. De koop wordt onmiddellijk beklonken.
Noa en Ivo zijn echter onthutst. De Porsche 916 waar Christiaan zijn oog op had
laten vallen, mist alle belangrijke onderdelen die bij een vintage ‘916’ horen. Zij
vragen zich af
Week 1 vereniging, coöperatie, OWM, stichting
Aantekeningen werkgroep
Enerzijds heb je art. 2:291 lid 1 BW: ‘besturen’ > interne besluitvorming.
Anderzijds art. 2:292 lid 1 BW: ‘vertegenwoordiging’
Wat is het verschil hiertussen? Besturen is meer intern en vertegenwoordiging is naar
buiten toe gericht.
Bestuur: besluitvorming: is een interne aangelegenheid
Vertegenwoordiging: externe aangelegenheid.
Het bestuur bepaalt de wil van de rechtspersoon.
Hou goed dit verschil in de gaten.
Verschillen formele en informele vereniging:
- Oprichting
Formeel: art. 2:27 BW bij notariële akte en art. 2:26 lid 2 een meerzijdige
rechtshandeling
Informeel: in beginsel vormvrij
o Maar toch is niet alles een informele vereniging
o FOK-arrest r.o. 4.3: is er een groep personen die gecoördineerd
naar buiten optreedt? Dit is de minimumdrempel. Maar dan zijn we
er nog niet.
- Rechtsbevoegdheid
Zie art. 2:30 lid 1 BW voor de informele vereniging
Een formele vereniging mag alles
- Aansprakelijkheid
Informele vereniging: art. 2:30 lid 2 BW: bestuurders zijn hoofdelijk
aansprakelijk naast de vereniging
Formele vereniging: in beginsel niet aan de orde, alleen de rp
aansprakelijk. Tenzij je je vergeet in te schrijven word je gesanctioneerd
met de aansprakelijkheid art. 2:29 lid 2 BW.
- Handelsregister
Formele vereniging moet je in schrijven in het Handelsregister anders ben
je hoofdelijk aansprakelijk, art. 2:29 lid 1 BW
o In lid 2 staat de sanctie als dit niet gebeurt
Informele vereniging: niet verplicht, inschrijving mag dan volgt er
subsidiaire aansprakelijkheid, art. 2:30 lid 3 en 4 BW.
Let goed op dat inschrijving in het handelsregister van een informele
vereniging geen formele vereniging oplevert. Het verandert slechts de
aansprakelijkheid.
Uitgangspunt vertegenwoordiging vereniging art. 2:45 BW.
Wat is het onderscheid tussen opzegging en ontzetting?
, - Opzegging is als er iets in de statuten heeft gestaan wat niet mag of het
lidmaatschap niet langer verwacht kan worden
- Ontzetting heeft beroep mogelijkheid. Directe schorsing
- In de gronden zit best wat overlap: het verschil zit het in het karakter, opzegging
is neutraler dan ontzetting. Ontzetting is meer punitief. Ontzetting heeft de
beroepsprocedure.
Casus I
Future First is een stichting die zich bezighoudt met klimaat- en natuurproblemen
in Nederland. Zij proberen middels informatieavonden, seminars en gerichte one-
on-one-gesprekken klimaat- en natuurgerichte verandering teweeg te brengen.
Voor de financiering van de activiteiten is de stichting voor een belangrijk deel
overgelaten aan donaties van haar leden. Voor het overige ontvangt Future First
sinds kort inkomsten uit de verkoop van milieubewuste artikelen zoals recyclebare
doppers, tassen en bakjes. De bestuurders van de stichting – Noah, Yusuf en
Amar – verkrijgen een marktconform salaris.
Sara, de voorzitter van de raad van commissarissen van de stichting, zet haar
vraagtekens bij de activiteiten van Future First. De verkoop van milieubewuste
artikelen is weliswaar environmentaly woke maar is in de kern genomen puur
commercieel. De uitoefening van commerciële activiteiten is volgens haar niet
geoorloofd binnen een stichting. Sara voert op de tweede plaats aan dat het
salaris aan de bestuurders als verkapte winstuitkering heeft te gelden, hetgeen
evenmin toelaatbaar is.
Vraag I.1
Geef een onderbouwd oordeel over de standpunten van Sara.
Fout in de opdracht: een stichting heeft geen leden.
Een stichting mag wel commerciële activiteiten verrichten. Maar de winst die daaraan
gemaakt wordt moet wel aan het doel ten goede komen. Maar het uitkeringsverbod staat
niet in de weg van het ontplooiien van de commerciële activiteiten van de stichting.
Wat is een winstuitkering? Een winstuitkering is altijd om niet (zonder tegenprestatie). In
dit geval is een salaris anders dan om niet.
Kijken naar het uitkeringsverbod, goed lezen in art. 2:285 lid 3 BW. In beginsel mag je
aan betrokkenen geen winst uitkeren, mag wel aan anderen maar wel een ideële of
sociale strekking hebben. Bijvoorbeeld het KWF die hun geld uitkeert aan het ziekenhuis.
Als het dus een marktconform salaris is, mag dit uitgekeerd worden.
Dan terug naar de stellingen:
Over de economische activiteiten mag het. Het geld mag je ten goede komen aan het
doel.
Het salaris kan wel omdat het gewoon een redelijk salaris is.
,Noah, Yusuf en Amar besluiten op een goed moment dat het tijd is Future First uit
te breiden. Dit zou volgens hen moeten met een toonaangevend pand aan de
Zuidas te Amsterdam. Zo gezegd, zo gedaan: Future First is enkele weken later
een gerenommeerd pand rijker.
Sara is het niet eens met de koop. Ze is namelijk van mening dat de koop niet
rechtsgeldig heeft plaatsgevonden.
Vraag I.2
Geef een onderbouwd oordeel over het standpunt van Sara.
Art. 2:291 lid 2 BW: het bestuur mag in principe alles, tenzij uit de statuten blijkt dat het
niet mag. In lid 2 van 2:291 is het juist andersom geregeld: er moet in de statuten zijn
bepaald dat het bestuur hiertoe bevoegd is. Dus het sluiten van een overeenkomst met
betrekking tot deze goederen is alleen gerechtvaardigd als het in de statuten is bepaald.
In de laatste zin van lid 2 zie je dat het zowel gaat over de besluitvorming, als de
vertegenwoordiging > ‘alsmede de bevoegdheid tot vertegenwoordiging’
Art. 2:292 BW: bestuur is belast met besturen en kan beslissen tot aanschaf
registergoederen. Uit statuten moet voortvloeien dat het bestuur hiertoe bevoegd is.
Dat is hier niet het geval.
De koop heeft dus niet rechtsgeldig plaatsgevonden.
Art. 2:14 lid 1 jo art. 2:291 lid 2 BW: besluit is nietig.
Na het voorgaande is de maat voor Sara vol. Zij besluit naar de rechter te stappen
en het verzoek in te dienen tot ontslag van het gehele bestuur. De aanschaf van
het pand getuigt volgens Sara van taakverwaarlozing.
Vraag I.3
Geef gemotiveerd aan of het verzoek van Sara kans van slagen heeft.
Art. 2:298 BW gaat over ontslag van bestuurders. Dit is de mogelijkheid om via de
rechter het ontslag van bestuurders te vorderen. Er zijn twee dingen voor vereist. Kijken
of Sara belanghebbende is. ANV Fondsen is hier van belang voor het belanghebbende
begrip.
1. (In)direct belanghebbende
- Wat is het verschil tussen een direct of indirect belanghebbende? Direct is de
persoon die in zijn eigen belangen wordt geschaad. De indirect belanghebbende
is zo nauw betrokken geweest dat er een gerechtvaardigd procesbelang volgt.
- Let op: dit verschil is van belang: het belang wordt van de direct belanghebbende
veronderstelt, en voor de indirect belanghebbende moet het worden aangetoond.
2. Is er sprake van een ontslaggrond uit lid 1?
Sara is voorzitter van de RvC. Ze is formeel betrokken want het is een formele functie,
dus daarmee is ze een direct belanghebbende.
, Van welke ontslaggrond is hier mogelijk sprake? 2:298 is sinds 2021 veranderd.
Verwaarlozing van een taak is super casuïstisch. Daarbij goed beargumenteren.
Ze hebben als bestuur in strijd gehandeld met de statuten/ de wet omdat ze het pand
hebben gekocht.
In deze situatie zou er dus sprake zijn van dat Sara ontslag van het bestuur kan
bewerkstelligen.
Casus II
Christiaan, Noa en Ivo zijn drie alumni aan de Radboud Universiteit te Nijmegen
die na hun studietijd hebben besloten werk te maken van hun voorliefde voor old
timers. De samenwerking heeft nader gestalte gekregen onder de naam ‘De All
Timers Vereniging’. Christiaan, Noa en Ivo komen maandelijks viermaal bijeen om
deals te zoeken voor wagens die na een opknapbeurt voldoende potentie hebben
met een
winstpremie doorverkocht te worden.
Uit hun studietijd herinneren Christiaan, Noa en Ivo zich nog vaag dat inschrijving
van de vereniging in het Handelsregister in meer kansen en minder risico’s dan
wel beperkingen kan resulteren.
Vraag II.1
Werk beargumenteerd uit waar Christiaan, Noa en Ivo op doelen.
Een vereniging is niet verplicht om ingeschreven te worden bij een notariële akte (art.
2:26), maar schrijf je het niet in dan is het een informeel vereniging (art. 2:30 BW), deze
heeft minder rechten dan een ingeschreven vereniging.
Je kan dan geen registergoederen verkrijgen, geen erfgenaam zijn, niet fuseren of
splitsen en de bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk naast de vereniging (art. 2:30 lid
2 BW).
Zolang inschrijving uitblijft, kan dit aansprakelijkheid van de bestuurders opleveren. Zie
aantekeningen hierboven.
Christiaan, Noa en Ivo hebben zitting in het bestuur van de vereniging. Statutair is
bepaald dat iedere bestuurder zelfstandig bevoegd is auto’s aan te schaffen, zij
het wel dat voor Christiaan is bepaald dat hij alleen met instemming van Noa en
Ivo namens de vereniging old timers mag kopen. Christiaan heeft immers de
minste ervaring. Een en ander is ingeschreven in het handelsregister.
Struinend over Marktplaats.nl stuit Christiaan op een buitenkans: een Porsche 916
uit 1974 voor slechts €55.000,. Christiaan schroomt geen moment aangezien deze
wagen minstens het tienvoudige waard is. De koop wordt onmiddellijk beklonken.
Noa en Ivo zijn echter onthutst. De Porsche 916 waar Christiaan zijn oog op had
laten vallen, mist alle belangrijke onderdelen die bij een vintage ‘916’ horen. Zij
vragen zich af