100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Overig

Kennisclips en arresten Ondernemingsrecht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
37
Geüpload op
09-04-2025
Geschreven in
2022/2023

Uitwerking van de kennisclips en arresten van Ondernemingrecht uit Bachelor 3












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
9 april 2025
Aantal pagina's
37
Geschreven in
2022/2023
Type
Overig
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

  • kennisclips
  • jurisprudentie

Voorbeeld van de inhoud

Kennisclips en jurisprudentie ondernemingsrecht

Thema 1 inleiding
Beroep en bedrijf
Wanneer is er sprake van beroep of bedrijf? Er is geen duidelijke scheidslijn. De begrippen sluiten elkaar
niet uit.

Beroep: het gaat erom dat er werkzaamheden worden verricht in de geestelijke sfeer. Die persoon of dat
product. Vrije zelfstandige beroepen: denk aan artsen, advocaten. Persoonlijke kwaliteiten zijn van
belang.
Criterium: wat is de algemene gangbare maatschappelijke opvatting?
Een kleermaker, timmerman, winkelier, fabrikant, vervoer en de houder van een café oefenen een
beroep uit.

Bedrijf: in de commerciële sfeer, er wordt primair beoogd om winst te maken. Meerdere mensen zijn
samen georganiseerd.
Criteria: bron in MvT in WvK 1934: betrokkene treedt regelmatig en openlijk in zekere kwaliteit op om
voor zichzelf winst te behalen.

Verschil tussen bedrijf en beroep:
- Stoffelijk= bedrijf
- Onstoffelijk= beroep
- Materialistisch= bedrijf
- Idealistisch= beroep

Onduidelijke scheidslijn: HR Sportschool Muramatsu
Hij was karakteleraar. Je zou denken er is sprake van een beroep. De HR denkt daar anders over: de
manier waarop meneer Muramatsu hij zijn school heeft ingelicht is dit geen beroep naar aanleiding van
de algemene gangbare maatschappelijke opvatting, r.o. 3.1.

Het belang
1. Bij personenvennootschappen
a. Maatschap art. 7a: 1655 BW (beroepsuitoefening)
b. Vennootschap onder firma (vof) art. 16 WvK (bedrijf)
c. Commanditaire vennootschap (cv)
2. Het handelsregister
a. Hoe en of je je moet inschrijven in het handelsregister
b. De beroepsbeoefenaar in die hoedanigheid is niet inschrijfplichtig (een bedrijf wel)
c. Let op: ZZP’er heeft een onderneming en moet zich wel inschrijven


Handelsregister
De burgerlijke stand voor ondernemingen. Het basisregister voor ondernemingen en rechtspersonen.
Wordt gehouden door Kamers van Koophandel en Fabrieken, art. 3 lid 1 Handelsregisterwet. Kunnen
allemaal online dit register inzien.
Voor de bevordering van economische belangen van handel, industrie, ambacht en dienstverlening.
Dient de rechtszekerheid.

Handelregisterwet 2007
Doel in art. 2 Hrgw
1. De rechtszekerheid in het handelsverkeer (weten met wie je zaken doet)
2. Verstrekking van gegevens
a. De rechtsvorm
b. De betrokken personen
c. Welke persoon mag handelen in naam van de rechtspersoon en hoe ver
3. Registratie van alle ondernemingen en rechtspersonen
a. Art. 2 sub c Hgrw: ondernemingen en rechtspersonen

1

, b. Ondernemingen: art. 5 sub a t/m e Hrgw
c. Rechtspersonen: art. 6 lid 1 Hrgw
d. Sanctie op niet inschrijven: art. 47 Hrgw niet inschrijven is verboden
- Economisch delict, je bent strafbaar
We nemen voor aan waar, alles wat in het register staat.

Belang van inschrijving
Art. 25 Hrgw heeft twee functies:
1. Bescherming positie van de derde
a. Mag vertrouwen op de juistheid van de ingeschreven leden van het handelsregister
b. Onkundige derde: subjectief criterium: was de betreffende derde daadwerkelijk niet op de
hoogte van bijv. de wisseling van het bestuur?
- Wat wist hij?
- Historische functie/ rots functie
2. Bescherming van de ingeschrevene
a. Verplichting om alles in te schrijven staat ook in art. 2:6 BW

HR Café ’t Brouwertje: derdenbescherming
Geho BV dagvaardt de bestuurder van ’t Brouwertje omdat zij niet deden betalen. De bestuurder (Dhr.
Damen) zegt dat hij het al heel lang verkocht had.
Hoe moet je nu de derdenbescherming (van Geho BV) van art. 31 Hrgw (oud) worden uitgelegd?
Geho had het handelsregister niet geraadpleegd toen zij de overeenkomst voor het glas sloten. Maakt dit
uit voor de derdenbescherming? HR r.o. 3.2: het belang is het vlotlopend handelsverkeer. Je hoeft dus
niet voor iedere handeling het handelsregister raadplegen. Dus de derdenbescherming heeft een ruime
werking. Dat betekent dat een inschrijvingsplichtige kan aan een onkundige derden de onjuistheid niet
tegenwerpen, ongeacht of die derden wel op vertrouwen op die inschrijving heeft vertrouwen of pas later
het register heeft geraadpleegd.
Conclusies:
1. Als de derde eerst gekeken heeft en dan pas zaken doet wordt hij beschermd
2. Als de derde eerst zaken gedaan heeft en pas daarna in het register keek, wordt hij ook
beschermd (derde heeft geen onderzoeksplicht)

HR Bodam Jachtservice
Belang
1. Werking en reikwijdte art. 25 Hrgw
2. De aansprakelijkheid van de commissaris (r.o. 3.5)
Curator zegt dat hij onkundige derden was. Ik mag varen op de informatie die daar staat. HR r.o. 3.3:
nee, de curator heeft niet gelijk. Hij behoort niet tot een derde die bescherming geschiedt. De curator
heeft een vordering die berust op de wet (art. 2:248 BW).

HR Kleuterschool Babbel (Reuvers/ Gemeente Zwolle): onrechtmatige overheidsdaad
De uitlatingen van een wethouder die aan de gemeente wordt toegerekend. Is de gemeente hiervoor
aansprakelijk, ook al is de wethouder geen wettelijk orgaan van de gemeente?
Een rechtspersoon kan aansprakelijk worden gesteld voor een OD indien de gedraging van de
handelende persoon (in casu de wethouder) in het maatschappelijk verkeer als een gedraging van de
rechtspersoon kan worden aangemerkt. Het is dus niet noodzakelijk dat de dader een wettelijk orgaan
van de rechtspersoon is.

Jurisprudentie:
Rb. FOK 1998
Wanneer is er sprake van een informele vereniging?
FOK deed onderzoek naar een extreemrechtse organisatie en gebeurtenissen in Nederland. Er was
geen sprake van een formele oprichtingshandeling, geen organisatie en er waren geen reglementen
of budget. FOK werd gedagvaard als rechtspersoon en stelde zich op het standpunt dat de
dagvaarding nietig was: wij zijn geen rechtspersoon, wij kunnen niet optreden als procespartij en
kunnen niet worden gedagvaard.



2

,Rb: FOK trad op als gecoördineerde vorm. Daaruit blijkt een geobjectiveerde bedoeling van de
groepsleden om een rechtspersoon tot stand te brengen. FOK werd beschouwd als een informele
vereniging.

HR Geestelijke Leider 2000
Toepassing van ontbindingsgrond van art. 2:301 BW, moet niet te snel worden aangenomen.
Stichting Islam Sociaal Cultureel Centrum Flevoland. Deze stichting had tot doel, het bevorderen
van de integratie van de Islam in Nederland. De statuten kende belangrijke bevoegdheden toe aan
een geestelijke leider die in Pakistan woonde.
Statuten:
- Geestelijke leider mag gevraagd en ongevraagd bindend advies geven aan het bestuur
- Geestelijke leider mag alle stuken van de stichting inzien
- Goedkeuring voor het wijzigen van de statuten
- Geestelijke leider is voor het leven benoemd en wijst zelf zijn eigen opvolger aan
Het bestuur wilde de statuten wijzigen omdat de macht van de geestelijke leider onverenigbaar was
met het doel van de stichting. Zij kregen geen goedkeuring, het bestuur verzocht de rechtbank de
statuten (art. 2:294 lid 1) te wijzigen. De Rb wijst het verzoek af omdat het niet voldaan heeft aan
het criterium uit 2:294. De Rb is wel van mening dat het doel van de stichting, onbereikbaar is
geworden en ontbind de stichting o.g.v. 2:301 lid 2. Het Hof vernietigt oordeel rechtbank, en HR
gaat mee met Hof.
HR: de enkele statutaire positie van GL brengt niet mee dat het doel onbereikbaar is geworden en
evenmin een blokkade oplevert voor het functioneren van stichting en bestuur. Het gaat erom op
welke wijze de GL de statutaire bevoegdheden uitoefent. En in dit geval had de GL nog nooit
gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid.

HR ANV Fondsen 2018
Verzoek tot ontslag bestuur van stichting (art. 2:298 lid 1 BW) en benoeming nieuw bestuur (art.
2:299 BW), subsidiair tot ontbinding van de stichting (art. 2:21 BW). Verzoeker is lid en voormalig
bestuurslid van de vereniging die de stichting heeft opgericht en is lid van het afdelingsbestuur van
die vereniging. Klachten tegen oordeel hof dat verzoeker niet ontvankelijk is op de grond dat hij
geen belanghebbende is. Begrip belanghebbende; betrokkenheidscriterium.
In art. 2:298 lid 1 BW, art. 2:299 en art. 2:21 lid 4 BW is niet in het algemeen vermeld wie tot de
belanghebbenden in de zin van deze bepalingen zijn te rekenen. Dit moet uit de aard van de
procedure en de daarmee verband houdende wetsbepalingen worden afgeleid. Bij de
beantwoording van de vraag of iemand belanghebbende is, zal een rol spelen in hoeverre deze
door de uitkomst van de desbetreffende procedure zodanig in een eigen belang kan worden
getroffen dat deze daarin behoort te mogen opkomen ter bescherming van dat belang, of in
hoeverre deze anderszins zo nauw betrokken is of is geweest bij het onderwerp dat in de procedure
wordt behandeld, dat daarin een belang is gelegen om in te procedure te verschijnen.


Thema 2 algemene bepalingen en leven van een rechtspersoon
Doeloverschrijding
Art. 2:7 BW. Dit staat in het algemene deel wat betekent dat doeloverschrijding geldt voor alle
rechtspersonen van boek 2.

Doeloverschrijding heeft externe werking. Het doel staat in de statuten van de rechtspersonen; waartoe
is deze rechtspersoon op aarde. De externe werking beperkt de vertegenwoordigingsbevoegdheid van
de personen die handelen voor de rp. Die beperking is achteraf:
De statutaire doeloverschrijding beperkt de vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Achteraf kan de rp dus niet gebonden hebben aan een rechtshandeling (art. 2:7 BW). Alleen een rp kan
hier een beroep op doen.
De wederpartij kan dus niet een beroep doen op art. 2:7 BW.
De rechtshandeling is dan vernietigbaar.

Vernietigbaarheid
3

, Dat betekent dat in beginsel de rechtshandeling geldig is, maar de rechtspersoon de rechtshandeling
achteraf met een beroep op art. 2:7 BW kan vernietigen.
- Buiten gerechtelijk
- Door een rechtelijke uitspraak

De wederpartij
De wederpartij wordt niet beschermd. Slechts de wederpartij te kwader trouw wordt niet beschermd.
De derde heeft geen onderzoeksplicht! Hij hoeft niet de statuten te raadplegen (handelsregister).

Reparatie
Stel: de rechtshandeling valt buiten de doeloverschrijding maar de rp wil de handeling blijven houden.
Dat is ook gunstig voor de wederpartij. Wat kun je doen?
- Je wijzigt de statuten en wijzigt de doelstelling en valt ervoor dat de rechtshandeling erbinnen
valt
- Je bevestigt de doeloverschrijdende handeling
- Van Schilfgaarde/Winter: dit kan.
- Maeijer: nee niet mogelijk.
- De meerderheid in de literatuur sluit zich aan bij Van Schilfgaarde/Winter

De praktijk
‘In de meest ruime zin’
De meeste rechtspersonen hebben een algemeen en ruim (vaag) geformuleerde doelomschrijving.
Dat is ook de bedoeling. We willen de twijfel of iets wel of niet onder de doelomschrijving valt zo klein
mogelijk maken. Anders moet je steeds in de statuten kijken en het blijven aanpassen etc. De zekerheid
in het handelsverkeer komt anders in het gedrang.

Wat valt er onder de doelomschrijving?
Wat betekent het woordje doel? Kijken we enkel naar de statuten?
Kijken we naar de wetsgeschiedenis zegt dat het statutaire doel wordt bedoeld. Maar de HR geeft een
ruimere en andere draai:

HR Playland 1996
Wat wordt met het doel begrepen ex art. 2:7 BW?
Playland BV was een BV en hield zich bezig met het exploiteren van speelautomatenhallen. Meneer S
was advocaat van Playland. En Joosten was bestuurder. Twee aandeelhouders: Snow en Joosten.
Bestuurder Joosten vraagt aan Advocaat S om de overdracht van de aandelen voor te bereiden. S doet
dit en stuurt declaratie aan Playland, die betaald niet. ‘Die opdracht van de bestuurder, valt buiten de
doelomschrijving’.
S vordert betaling van declaratie. Rechtbank wijst af en zegt doeloverschrijding, Hof wijst toe. Playland
gaat in cassatie:
HR is het eens met het Hof: er is geen sprake van doeloverschrijding. Uitgangspunt: niet alleen de wijze
waarop het doel in de statuten is omschreven is beslissend. Alle omstandigheden moeten in aanmerking
worden genomen. Is het in het belang van de betrokken vennootschap voor de rechtshandeling?
Het doel van Playland werd dus niet overschreden en de declaratie moet door Playland betaald worden.

Tot slot
In de praktijk komt zelden een beroep op art. 2:7 BW voor:
1. Vanwege de ruime omschrijving van het doel in de statuten
2. Vanwege de ruime uitleg die de HR aan het begrip doel in het wetsartikel geeft
3. De bescherming van de wederpartij


Toetsing van besluiten
Een rechtspersonen heeft organen die besluiten nemen. Wanneer is een besluit geldig?

1. Wat is een besluit?
Besluit heeft drie kenmerken:
1) De rechtspersoon besluit
2) Het besluit de wil van de rp vaststelt (wilsbepaling)
4
€7,16
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
ingegerrits2811
4,0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
ingegerrits2811 Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
7
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
5
Documenten
6
Laatst verkocht
5 maanden geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen