Hoorcolleges burgerlijk recht II
Hoorcollege I Inleiding
Contracten binden partijen. Waar staat dit? Er staat vooral wat er gebeurt als je dat niet doet
(schadevergoeding, nakoming, etc.). Art. 3:296 BW.
- Positief belang persoon in de positie brengen waarin de wederpartij had verkeerd als partij gewoon
had gedaan wat hij had beloofd. Contractenrechtelijke schadevergoedingsactie
- Je mag je ook niet onbetamelijk gedragen. Dit is natuurlijk de onrechtmatige daad (art. 3:162 BW). De
veroordeling tot schadevergoeding moet de benadeelde brengen in de toetstand waarin die financieel
zou hebben verkeerd als iemand geen o.d. had gepleegd (negatief geformuleerd).
- Ongerechtvaardigde verrijkingsrecht (art. 3:212 BW).
- Onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW). Belangrijk sluitstuk vanwege de vernietiging in verband met
wilsgebreken.
Art. 6:1 BW: voortvloeit dit is een rechtstreeks uitvloeisel van Quint/te Poel.
Hoe herken je een overeenkomst?
- Art. 6:217 BW: aanbod en aanvaarding!
- Aanbod en aanvaarding zijn allebei rechtshandelingen n dus passen we de wilsvertrouwensleer (art.
3:33 en 3:35 BW) toe.
Art. 6:227 BW: dat wat partijen hebben opgenomen moet bepaalbaar zijn.
- Uiteindelijk bepaalt de context en de uitleg daarvan die bepalen of iets daadwerkelijk als aanbod en/of
aanvaarding kan worden gezien Haviltex.
Wat geldt tussen partijen vóórdat er een contract is?
Zijn partijen elkaar dan wel iets verplicht? De bovengenoemde gronden kunnen de vrijheid van partijen
relativeren.
Vrijheid en gebondenheid
Er geldt een beginsel van contractvrijheid. Het staat alleen niet in de wet. Het is zo voor de hand liggend, het
wordt niet opgenomen. Als je je woord niet hebt gegeven, dan is er geen gebondenheid. Dit wordt de
negatieve kant genoemd. Je kan dit ook omdraaien, dan kom je weer uit bij de vier pijlers.
MAAR de maatschappelijke betamelijkheid geldt ook tussen partijen die géén contractuele relatie hebben met
elkaar. Denk aan de goeder trouw. Tot op zekere hoogte moet er rekening gehouden met elkaars belangen.
Het is NIET de goeder trouw uit het goederenrecht, dit is de redelijkheid en billijkheid. Wat betekent dit dan
concreet?
Contracteren kun je doen met wie je wil en met welke inhoud. Dit mag ook vormvrij (consensualisme).
De grondslag voor gebondenheid zijn de wilsovereenstemming en de bescherming van gerechtvaardigd
vertrouwen (art. 3:35 BW).
Contractdwang
Soms bepaalt de wet dat een partij een aanbod mét doen aan een ander (bankensector bijvoorbeeld). Geldt
alleen voor particulieren, niet voor rechtspersonen.
HR Azivo/GGD
HR Katwijk/Westdijk
Westdijk vordert de waarde van de verrichte prestatie op grond van de onverschuldigde betaling (art. 6:203
BW). Iemand die een prestatie verricht zonder enige verplichting en slechts in de hoop en verwachting dat
een gedane offerte zal worden geaccepteerd, kan niet een vergoeding vorderen. Er ontstaat dus geen actie
uit onverschuldigde betaling.
Onderhandelingen
HR Baris/Riezenkamp: doordat partijen in onderhandelingen treden over het sluiten van overeenkomsten,
komen ze te staan in een bijzondere, door de goede trouw beheerste rechtsverhouding die meebrengt dat zij
hun gedrag mede moeten laten bepalen door redelijkheid en billijkheid.
Het afbreken van onderhandelingen mag, dit is de hoofdregel. Er bestaan ook uitzonderingen op.
HR Plas/Valburg jo. HR CBB/JPO
1
,De afbreuk is in strijd met de redelijkheid en billijkheid vanwege het gewekte gerechtvaardigde vertrouwen.
HR CBB/JPO
Het niet honoreren van gewekt vertrouwen is een onrechtmatige daad. Door het niet honoreren worden de
facturen onbetaald gelaten.
Kwalificatie en samenloop
Als je wil weten wat voor contract partijen hebben, waar begin je dan? Je begint in boek 7. Hierin staan de in
de wet geregelde overeenkomsten.
HR Inscharing
Paard laten grazen. De ene betaalt geld, de andere stelt land ter beschikking. Hierbij kom je uit bij de
pachtovereenkomst. Eerst uitleggen, dan kwalificeren. Wat wordt er precies gedaan?
2
,Hoorcollege 2 Totstandkoming en totstandkomingsgebreken I
Dwaling
Wat kun je met dwaling? Wat zijn de sanctiemogelijkheden
Totstandkomingsgebrek
- Als aan alle vereisten is voldaan en je kan een beroep doen op vernietiging, heb je een heel krachtig
middel want het heeft terugwerkende kracht, art. 3:44/6:228 BW
- Art. 3:40 BW: als een beroep slaagt is er nietigheid (gaan we vandaag niet over hebben)
- Art. 3:43 BW (gaan we het niet over hebben): maar denk bijv. aan aan notarissen die meewerken aan
het overdragen van een goed die het kopen bij een district licht
- Art. 3:45 BW (gaan we het niet over hebben): uithollen van verhaals vermogen
- Art. 3:39 BW: als de wet zegt deze ovk kan alleen maar worden gesloten door geschrift, akte,
tussenkomst van bepaalde partijen. Als daar niet aan voldaan wordt kan het nietig zijn.
- Vandaag vooral hebben over het wilsgebrek: iets wat fout gaat op het moment van contracteren.
Wilsgebreken
Partijen moeten in alle vrijheid tot hun contracteerbeslissing kunnen komen, zonder dat in de aanloop naar het
contract:
- Ze opzettelijk informatie onthouden wordt of verkeerde informatie wordt gegeven met opzet te
misleiden (= bedrog)
- Ze onder onaanvaardbare druk worden gezet (bedreiging, misbruik van omstandigheden)
- Misbruik van hun benarde of kwetsbare positie wordt gemaakt (misbruik van omstandigheden)
- Ze essentiële informatie die redelijkerwijs en kenbaar nodig is om tot een afgewogen
contracteerbeslissing te komen, niet krijgen of verkeerde informatie krijgen (dwaling)
Hier komt de overeenkomst tot stand onder invloed van een wilsgebrek. Je beroept je dan op een wilsgebrek:
dwaling of vernietiging. Een grond uit vernietiging slaagt niet vaak. Meestal zeg je: ik beroep mij primair op art.
3:44 BW en subsidiair op dwaling. Dwaling slaagt wel vaak.
- Dwaling art. 6:228 BW
a. Door wederpartij gegeven, serieus te nemen informatie (die onjuist of onvolledig blijkt te zijn)
b. Schending door wederpartij van spreekplicht
o Deze is in de praktijk het meest relevant
c. Wederzijdse dwaling
- Vernietiging art. 3:44 BW
a. Bedreiging
b. Bedrog
3
, c. Misbruik van omstandigheden
Volgorde van de vereiste van art. 6:228 BW toepassen:
1. Vaststellen dat er op moment van contracteren een onjuiste voorstelling van zaken aanwezig was
2. Over feiten en omstandigheden die ten tijde van contractsluiting al bestaan
Toekomstige feiten vallen hier niet onder
3. Over een voor de dwalende essentieel kenmerk van de overeenkomst (relevantie van de dwaling)
Samen lezen met het 5e vereiste
4. Causaal verband dwaling en sluiten deze overeenkomst
5. Voor de wederpartij is duidelijk (moet duidelijk zijn) dat het voor de dwalende om een essentieel
kenmerk gaat (kenbaarheid)
Expertise speelt hierbij wel een rol
Er kan een mededelingsrol uit voort vloeien voor de verkoper als hij meer expertise heeft dan
de gemiddelde consument, maar kan ook aan beide kanten zijn.
6. Een van de drie vernietigingsgronden doet zich voor
a. Door wederpartij gegeven, serieus te nemen informatie (die onjuist of onvolledig blijkt te zijn)
b. Schending door wederpartij van spreekplicht
c. Wederzijdse dwaling
o Let op: geven van informatie hoeft niet alleen in woorden, kan bijv. ook een prestatie zijn.
Zoals laten zien dat het zwembad vol zit, maar als hij gelijk leeg loopt als de consument
weer weg is heb jij een verkeerde voorstelling gegeven
o HR Kantharos
7. De dwaling blijft niet voor rekening van de dwalende vanwege de aard van de overeenkomst,
verkeersopvatting of omstandigheden van het geval (lid 2)
Als aan alle vereisten is voldaan: dwalende heeft het recht om overeenkomst te vernietigen.
Dwaling, temporele bereik
HR:2008:BC5721 Casinovergunning
- Is een verwachting die wordt uitgesproken over de mogelijkheid van een toekomstige
vergunningverlening, een zuiver toekomstige verwachting?
- Of is sprake van dwaling omtrent de feiten zoals die ten tijde van contracteren al bestonden?
- Hij spiegelt de koper voor dat hij de vergunning wel krijgt op termijn. Vervolgens wordt de verkoop
gesloten en de staat die wijst die vergunning af. De koper kan dus nu geen casino meer exploiteren.
Die koper wil nu een beroep op dwaling doen, want jij hebt mededelingen gedaan over de
waarschijnlijkheid van de vergunning. Verkoper zegt: dwaling moet gaan over iets wat fout is gegaan
voor het sluiten van de ovk, maar jij hebt na de ovk de vergunning niet gekregen dus het valt buiten
het leerstuk van dwaling.
- Het recht zegt: je moet onderscheid maken. Die vergunningsaanvraag, het gaat niet zozeer om de
vraag wanneer deze wordt toegewezen of afgewezen. Het gaat erom of de uitspraken juridisch juist
waren op dat moment van de verkoper. Het begrip toekomstverwachting moet je dus goed
interpreteren: het moet op basis van het nu geldende recht. En daar was hiervan sprake.
- Het toetsingsmoment van de dwaling ligt op het moment dat de overeenkomst tot stand komt onder
invloed van een wilsgebrek.
- Relevant is wat er is gebeurd voordat het bovenstaande moment heeft plaatsgevonden
- Wat valt er niet binnen het dwalingsbereik?
Na het sluiten van de overeenkomst veranderde de omstandigheden die partijen als
uitgangspunt hanteerden voor hun contract, zodanig dat sprake is van een niet-
verdisconteerde fundamentele wijziging die maakt dat het naar maatstaven van redelijkheid
en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om elkaar te houden aan ongewijzigde instandhouding
Leerstuk van onvoorziene omstandigheden art. 6:258 BW
o Soort broertje van dwaling, gaan we het nog over hebben
Drie vormen van dwaling
- Door de wederpartij gegeven, serieus te nemen informatie (die onjuist of onvolledig blijkt te zijn)
4
Hoorcollege I Inleiding
Contracten binden partijen. Waar staat dit? Er staat vooral wat er gebeurt als je dat niet doet
(schadevergoeding, nakoming, etc.). Art. 3:296 BW.
- Positief belang persoon in de positie brengen waarin de wederpartij had verkeerd als partij gewoon
had gedaan wat hij had beloofd. Contractenrechtelijke schadevergoedingsactie
- Je mag je ook niet onbetamelijk gedragen. Dit is natuurlijk de onrechtmatige daad (art. 3:162 BW). De
veroordeling tot schadevergoeding moet de benadeelde brengen in de toetstand waarin die financieel
zou hebben verkeerd als iemand geen o.d. had gepleegd (negatief geformuleerd).
- Ongerechtvaardigde verrijkingsrecht (art. 3:212 BW).
- Onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW). Belangrijk sluitstuk vanwege de vernietiging in verband met
wilsgebreken.
Art. 6:1 BW: voortvloeit dit is een rechtstreeks uitvloeisel van Quint/te Poel.
Hoe herken je een overeenkomst?
- Art. 6:217 BW: aanbod en aanvaarding!
- Aanbod en aanvaarding zijn allebei rechtshandelingen n dus passen we de wilsvertrouwensleer (art.
3:33 en 3:35 BW) toe.
Art. 6:227 BW: dat wat partijen hebben opgenomen moet bepaalbaar zijn.
- Uiteindelijk bepaalt de context en de uitleg daarvan die bepalen of iets daadwerkelijk als aanbod en/of
aanvaarding kan worden gezien Haviltex.
Wat geldt tussen partijen vóórdat er een contract is?
Zijn partijen elkaar dan wel iets verplicht? De bovengenoemde gronden kunnen de vrijheid van partijen
relativeren.
Vrijheid en gebondenheid
Er geldt een beginsel van contractvrijheid. Het staat alleen niet in de wet. Het is zo voor de hand liggend, het
wordt niet opgenomen. Als je je woord niet hebt gegeven, dan is er geen gebondenheid. Dit wordt de
negatieve kant genoemd. Je kan dit ook omdraaien, dan kom je weer uit bij de vier pijlers.
MAAR de maatschappelijke betamelijkheid geldt ook tussen partijen die géén contractuele relatie hebben met
elkaar. Denk aan de goeder trouw. Tot op zekere hoogte moet er rekening gehouden met elkaars belangen.
Het is NIET de goeder trouw uit het goederenrecht, dit is de redelijkheid en billijkheid. Wat betekent dit dan
concreet?
Contracteren kun je doen met wie je wil en met welke inhoud. Dit mag ook vormvrij (consensualisme).
De grondslag voor gebondenheid zijn de wilsovereenstemming en de bescherming van gerechtvaardigd
vertrouwen (art. 3:35 BW).
Contractdwang
Soms bepaalt de wet dat een partij een aanbod mét doen aan een ander (bankensector bijvoorbeeld). Geldt
alleen voor particulieren, niet voor rechtspersonen.
HR Azivo/GGD
HR Katwijk/Westdijk
Westdijk vordert de waarde van de verrichte prestatie op grond van de onverschuldigde betaling (art. 6:203
BW). Iemand die een prestatie verricht zonder enige verplichting en slechts in de hoop en verwachting dat
een gedane offerte zal worden geaccepteerd, kan niet een vergoeding vorderen. Er ontstaat dus geen actie
uit onverschuldigde betaling.
Onderhandelingen
HR Baris/Riezenkamp: doordat partijen in onderhandelingen treden over het sluiten van overeenkomsten,
komen ze te staan in een bijzondere, door de goede trouw beheerste rechtsverhouding die meebrengt dat zij
hun gedrag mede moeten laten bepalen door redelijkheid en billijkheid.
Het afbreken van onderhandelingen mag, dit is de hoofdregel. Er bestaan ook uitzonderingen op.
HR Plas/Valburg jo. HR CBB/JPO
1
,De afbreuk is in strijd met de redelijkheid en billijkheid vanwege het gewekte gerechtvaardigde vertrouwen.
HR CBB/JPO
Het niet honoreren van gewekt vertrouwen is een onrechtmatige daad. Door het niet honoreren worden de
facturen onbetaald gelaten.
Kwalificatie en samenloop
Als je wil weten wat voor contract partijen hebben, waar begin je dan? Je begint in boek 7. Hierin staan de in
de wet geregelde overeenkomsten.
HR Inscharing
Paard laten grazen. De ene betaalt geld, de andere stelt land ter beschikking. Hierbij kom je uit bij de
pachtovereenkomst. Eerst uitleggen, dan kwalificeren. Wat wordt er precies gedaan?
2
,Hoorcollege 2 Totstandkoming en totstandkomingsgebreken I
Dwaling
Wat kun je met dwaling? Wat zijn de sanctiemogelijkheden
Totstandkomingsgebrek
- Als aan alle vereisten is voldaan en je kan een beroep doen op vernietiging, heb je een heel krachtig
middel want het heeft terugwerkende kracht, art. 3:44/6:228 BW
- Art. 3:40 BW: als een beroep slaagt is er nietigheid (gaan we vandaag niet over hebben)
- Art. 3:43 BW (gaan we het niet over hebben): maar denk bijv. aan aan notarissen die meewerken aan
het overdragen van een goed die het kopen bij een district licht
- Art. 3:45 BW (gaan we het niet over hebben): uithollen van verhaals vermogen
- Art. 3:39 BW: als de wet zegt deze ovk kan alleen maar worden gesloten door geschrift, akte,
tussenkomst van bepaalde partijen. Als daar niet aan voldaan wordt kan het nietig zijn.
- Vandaag vooral hebben over het wilsgebrek: iets wat fout gaat op het moment van contracteren.
Wilsgebreken
Partijen moeten in alle vrijheid tot hun contracteerbeslissing kunnen komen, zonder dat in de aanloop naar het
contract:
- Ze opzettelijk informatie onthouden wordt of verkeerde informatie wordt gegeven met opzet te
misleiden (= bedrog)
- Ze onder onaanvaardbare druk worden gezet (bedreiging, misbruik van omstandigheden)
- Misbruik van hun benarde of kwetsbare positie wordt gemaakt (misbruik van omstandigheden)
- Ze essentiële informatie die redelijkerwijs en kenbaar nodig is om tot een afgewogen
contracteerbeslissing te komen, niet krijgen of verkeerde informatie krijgen (dwaling)
Hier komt de overeenkomst tot stand onder invloed van een wilsgebrek. Je beroept je dan op een wilsgebrek:
dwaling of vernietiging. Een grond uit vernietiging slaagt niet vaak. Meestal zeg je: ik beroep mij primair op art.
3:44 BW en subsidiair op dwaling. Dwaling slaagt wel vaak.
- Dwaling art. 6:228 BW
a. Door wederpartij gegeven, serieus te nemen informatie (die onjuist of onvolledig blijkt te zijn)
b. Schending door wederpartij van spreekplicht
o Deze is in de praktijk het meest relevant
c. Wederzijdse dwaling
- Vernietiging art. 3:44 BW
a. Bedreiging
b. Bedrog
3
, c. Misbruik van omstandigheden
Volgorde van de vereiste van art. 6:228 BW toepassen:
1. Vaststellen dat er op moment van contracteren een onjuiste voorstelling van zaken aanwezig was
2. Over feiten en omstandigheden die ten tijde van contractsluiting al bestaan
Toekomstige feiten vallen hier niet onder
3. Over een voor de dwalende essentieel kenmerk van de overeenkomst (relevantie van de dwaling)
Samen lezen met het 5e vereiste
4. Causaal verband dwaling en sluiten deze overeenkomst
5. Voor de wederpartij is duidelijk (moet duidelijk zijn) dat het voor de dwalende om een essentieel
kenmerk gaat (kenbaarheid)
Expertise speelt hierbij wel een rol
Er kan een mededelingsrol uit voort vloeien voor de verkoper als hij meer expertise heeft dan
de gemiddelde consument, maar kan ook aan beide kanten zijn.
6. Een van de drie vernietigingsgronden doet zich voor
a. Door wederpartij gegeven, serieus te nemen informatie (die onjuist of onvolledig blijkt te zijn)
b. Schending door wederpartij van spreekplicht
c. Wederzijdse dwaling
o Let op: geven van informatie hoeft niet alleen in woorden, kan bijv. ook een prestatie zijn.
Zoals laten zien dat het zwembad vol zit, maar als hij gelijk leeg loopt als de consument
weer weg is heb jij een verkeerde voorstelling gegeven
o HR Kantharos
7. De dwaling blijft niet voor rekening van de dwalende vanwege de aard van de overeenkomst,
verkeersopvatting of omstandigheden van het geval (lid 2)
Als aan alle vereisten is voldaan: dwalende heeft het recht om overeenkomst te vernietigen.
Dwaling, temporele bereik
HR:2008:BC5721 Casinovergunning
- Is een verwachting die wordt uitgesproken over de mogelijkheid van een toekomstige
vergunningverlening, een zuiver toekomstige verwachting?
- Of is sprake van dwaling omtrent de feiten zoals die ten tijde van contracteren al bestonden?
- Hij spiegelt de koper voor dat hij de vergunning wel krijgt op termijn. Vervolgens wordt de verkoop
gesloten en de staat die wijst die vergunning af. De koper kan dus nu geen casino meer exploiteren.
Die koper wil nu een beroep op dwaling doen, want jij hebt mededelingen gedaan over de
waarschijnlijkheid van de vergunning. Verkoper zegt: dwaling moet gaan over iets wat fout is gegaan
voor het sluiten van de ovk, maar jij hebt na de ovk de vergunning niet gekregen dus het valt buiten
het leerstuk van dwaling.
- Het recht zegt: je moet onderscheid maken. Die vergunningsaanvraag, het gaat niet zozeer om de
vraag wanneer deze wordt toegewezen of afgewezen. Het gaat erom of de uitspraken juridisch juist
waren op dat moment van de verkoper. Het begrip toekomstverwachting moet je dus goed
interpreteren: het moet op basis van het nu geldende recht. En daar was hiervan sprake.
- Het toetsingsmoment van de dwaling ligt op het moment dat de overeenkomst tot stand komt onder
invloed van een wilsgebrek.
- Relevant is wat er is gebeurd voordat het bovenstaande moment heeft plaatsgevonden
- Wat valt er niet binnen het dwalingsbereik?
Na het sluiten van de overeenkomst veranderde de omstandigheden die partijen als
uitgangspunt hanteerden voor hun contract, zodanig dat sprake is van een niet-
verdisconteerde fundamentele wijziging die maakt dat het naar maatstaven van redelijkheid
en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om elkaar te houden aan ongewijzigde instandhouding
Leerstuk van onvoorziene omstandigheden art. 6:258 BW
o Soort broertje van dwaling, gaan we het nog over hebben
Drie vormen van dwaling
- Door de wederpartij gegeven, serieus te nemen informatie (die onjuist of onvolledig blijkt te zijn)
4