AVG (Algemene verordening gegevensbescherming) Hoofdstuk 8/Juridisch
Alle gegevens die je in verband kunt brengen met een natuurlijk persoon, zelfs als je
daar wat moeite voor moet doen en andere informatie voor nodig hebt, zijn
persoonsgegevens. Denk aan naam, adres, e-mailadres, maar ook aan
inkomensgegevens, medische informatie, scholingsgegevens, foto's en
video-opnamen. De natuurlijk persoon die te identificeren is op basis van de
persoonsgegevens wordt in de AVG betrokkene genoemd.
Persoonsgegevens
Gewone persoonsgegevens Bijzondere persoonsgegevens gegevens over strafrechtelijk verleden
Naam, adres, mail, geslacht, godsdienst, ras, politieke voorkeur, gegevens over veroordelingen.
geboortedatum, etc. gezondheid.
Een organisatie mag geen bijzondere persoonsgegevens en strafrechtelijke
gegevens gebruiken, tenzij de wet dit uitdrukkelijk toestaat, art. 9 en 10 AVG.
Zo staat in de AVG dat artsen en ziekenhuizen gegevens over iemands gezondheid
mogen registreren en gebruiken. Ook voor scholen is dit toegestaan, voor zover
medische informatie nodig is voor het geven van goed onderwijs.
Privacy is het recht om persoonlijke informatie, communicatie en activiteiten af te
schermen van anderen. Het betekent controle hebben over welke gegevens je deelt,
met wie en hoe ze worden gebruikt. Privacy beschermt je tegen misbruik van je
gegevens en zorgt voor autonomie in je persoonlijke en professionele leven.
Veel organisaties moeten een functionaris gegevensbescherming (FG) hebben. Dit
is iemand die bij de organisatie zelf werkt en in de gaten houdt of de regels van de
AVG worden nageleefd.
De rijksoverheid, provincies, gemeente, scholen en ziekenhuizen zijn dit verplicht.
Bedrijven of instellingen die bijzondere gegevens en/of strafrechtelijke gegevens
verwerken, moeten ook een FG benoemen.
1. technische maatregelen
2. organisatorische maatregelen.
, De zes basisprincipes van de AVG
De zes basisprincipes van de AVG zorgen ervoor dat persoonsgegevens
rechtmatig, doelgericht, minimaal, juist, tijdelijk en veilig worden verwerkt, zodat
de privacy van betrokkenen gewaarborgd blijft.
Hier is een gedetailleerde uitleg van de zes basisprincipes van de AVG, zoals
vastgelegd in artikel 5, lid 1 van de AVG:
1. Rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie
(Artikel 5, lid 1, onder a)
Wat betekent dit?
● De verwerking van persoonsgegevens moet rechtmatig zijn, wat betekent dat
er een geldige wettelijke grondslag voor moet zijn, zoals toestemming, een
contract, of een wettelijke verplichting.
● De verwerking moet behoorlijk gebeuren, wat inhoudt dat er geen misleiding
of misbruik van gegevens mag plaatsvinden.
● De verwerking moet transparant zijn, wat betekent dat betrokkenen duidelijk
en eenvoudig geïnformeerd moeten worden over hoe hun gegevens worden
gebruikt.
Praktijkvoorbeeld:
Een bedrijf moet zijn klanten duidelijk uitleggen welke gegevens het verzamelt en
waarom, bijvoorbeeld via een privacyverklaring op de website.
2. Doelbinding
(Artikel 5, lid 1, onder b)
Wat betekent dit?
Alle gegevens die je in verband kunt brengen met een natuurlijk persoon, zelfs als je
daar wat moeite voor moet doen en andere informatie voor nodig hebt, zijn
persoonsgegevens. Denk aan naam, adres, e-mailadres, maar ook aan
inkomensgegevens, medische informatie, scholingsgegevens, foto's en
video-opnamen. De natuurlijk persoon die te identificeren is op basis van de
persoonsgegevens wordt in de AVG betrokkene genoemd.
Persoonsgegevens
Gewone persoonsgegevens Bijzondere persoonsgegevens gegevens over strafrechtelijk verleden
Naam, adres, mail, geslacht, godsdienst, ras, politieke voorkeur, gegevens over veroordelingen.
geboortedatum, etc. gezondheid.
Een organisatie mag geen bijzondere persoonsgegevens en strafrechtelijke
gegevens gebruiken, tenzij de wet dit uitdrukkelijk toestaat, art. 9 en 10 AVG.
Zo staat in de AVG dat artsen en ziekenhuizen gegevens over iemands gezondheid
mogen registreren en gebruiken. Ook voor scholen is dit toegestaan, voor zover
medische informatie nodig is voor het geven van goed onderwijs.
Privacy is het recht om persoonlijke informatie, communicatie en activiteiten af te
schermen van anderen. Het betekent controle hebben over welke gegevens je deelt,
met wie en hoe ze worden gebruikt. Privacy beschermt je tegen misbruik van je
gegevens en zorgt voor autonomie in je persoonlijke en professionele leven.
Veel organisaties moeten een functionaris gegevensbescherming (FG) hebben. Dit
is iemand die bij de organisatie zelf werkt en in de gaten houdt of de regels van de
AVG worden nageleefd.
De rijksoverheid, provincies, gemeente, scholen en ziekenhuizen zijn dit verplicht.
Bedrijven of instellingen die bijzondere gegevens en/of strafrechtelijke gegevens
verwerken, moeten ook een FG benoemen.
1. technische maatregelen
2. organisatorische maatregelen.
, De zes basisprincipes van de AVG
De zes basisprincipes van de AVG zorgen ervoor dat persoonsgegevens
rechtmatig, doelgericht, minimaal, juist, tijdelijk en veilig worden verwerkt, zodat
de privacy van betrokkenen gewaarborgd blijft.
Hier is een gedetailleerde uitleg van de zes basisprincipes van de AVG, zoals
vastgelegd in artikel 5, lid 1 van de AVG:
1. Rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie
(Artikel 5, lid 1, onder a)
Wat betekent dit?
● De verwerking van persoonsgegevens moet rechtmatig zijn, wat betekent dat
er een geldige wettelijke grondslag voor moet zijn, zoals toestemming, een
contract, of een wettelijke verplichting.
● De verwerking moet behoorlijk gebeuren, wat inhoudt dat er geen misleiding
of misbruik van gegevens mag plaatsvinden.
● De verwerking moet transparant zijn, wat betekent dat betrokkenen duidelijk
en eenvoudig geïnformeerd moeten worden over hoe hun gegevens worden
gebruikt.
Praktijkvoorbeeld:
Een bedrijf moet zijn klanten duidelijk uitleggen welke gegevens het verzamelt en
waarom, bijvoorbeeld via een privacyverklaring op de website.
2. Doelbinding
(Artikel 5, lid 1, onder b)
Wat betekent dit?