Islam
Ontstaan van de islam in historische context
Islam betekent letterlijk: overgave aan God. Allah is het Arabische woord voor
god.
Abraham is de grondlegger van hun godsdienst, genaamd Ibrahiem. Hij is
volgens de moslims de eerste persoon die in één god geloofde. Daarom worden
jodendom, christendom en islam ook wel de Abrahamitische godsdiensten
genoemd (het zijn monotheïstische godsdiensten). De islam is ontstaan rond 622
na Christus met de reis van Mohammed van Mekka naar Medina. Daar begint ook
de islamitische jaartelling.
De profeet Mohammed
Mohammed werd rond 570 geboren in Mekka. Er was een groot verschil tussen
arm en rijk en Mohammed was het niet eens met sommige groepen die meerdere
goden aanbaden; hij geloofde dat er maar één god was. Hij trok zich vaak terug
op een berg en op een dag kreeg hij een visioen en verscheen daar de engel
Djibriel (Gabriël) aan hem. Hij droeg Mohammed op om profeet te worden en
mensen te vertellen over wat hij van de mensen verlangde. Hij kreeg volgelingen,
maar in Mekka waren er veel tegenstanders, waardoor hij in 622 naar Medina
reisde. In 630 keerde hij terug naar Mekka en werd de stad door de volgelingen
van Mohammed ingenomen.
Moslims zien de islam als de voltooiing van een proces dat bij het jodendom en
het christendom is begonnen. Veel verhalen uit de Tenach en de Bijbel zijn te
vinden in de Koran.
5.2 Beginselen en kerngedachten
Na de dood van Mohammed in 632 kwam er een splitsing tussen twee
stromingen: de soennieten en de sjiieten. De soennieten vonden dat Abu Bakr
(vriend van Mohammed) de opvolger moest worden, 85%. Een kleinere groep
vond dat een familielid de opvolger moest worden – sjieten.
Moslims hebben 99 namen voor God, 99 schone namen van God. Die geven
een eigenschap van God weer, bijvoorbeeld de Koning, Heilige of Barmhartige.
Ze geloven in leven na de dood. Ze staan op na de dood en leggen
verantwoording af, daarom worden ze in een gewaad begraven. Als ze een goed
leven hebben geleid, gaan ze naar het paradijs en anders wacht er een straf.
Jihad heeft twee betekenissen
De strijd die moslims moeten voeren om een goede moslim te zijn
Strijd tegen de tegenstanders van de islam. Het is bedoeld als verdediging
en niet als aanval (terroristen).
Ontstaan van de islam in historische context
Islam betekent letterlijk: overgave aan God. Allah is het Arabische woord voor
god.
Abraham is de grondlegger van hun godsdienst, genaamd Ibrahiem. Hij is
volgens de moslims de eerste persoon die in één god geloofde. Daarom worden
jodendom, christendom en islam ook wel de Abrahamitische godsdiensten
genoemd (het zijn monotheïstische godsdiensten). De islam is ontstaan rond 622
na Christus met de reis van Mohammed van Mekka naar Medina. Daar begint ook
de islamitische jaartelling.
De profeet Mohammed
Mohammed werd rond 570 geboren in Mekka. Er was een groot verschil tussen
arm en rijk en Mohammed was het niet eens met sommige groepen die meerdere
goden aanbaden; hij geloofde dat er maar één god was. Hij trok zich vaak terug
op een berg en op een dag kreeg hij een visioen en verscheen daar de engel
Djibriel (Gabriël) aan hem. Hij droeg Mohammed op om profeet te worden en
mensen te vertellen over wat hij van de mensen verlangde. Hij kreeg volgelingen,
maar in Mekka waren er veel tegenstanders, waardoor hij in 622 naar Medina
reisde. In 630 keerde hij terug naar Mekka en werd de stad door de volgelingen
van Mohammed ingenomen.
Moslims zien de islam als de voltooiing van een proces dat bij het jodendom en
het christendom is begonnen. Veel verhalen uit de Tenach en de Bijbel zijn te
vinden in de Koran.
5.2 Beginselen en kerngedachten
Na de dood van Mohammed in 632 kwam er een splitsing tussen twee
stromingen: de soennieten en de sjiieten. De soennieten vonden dat Abu Bakr
(vriend van Mohammed) de opvolger moest worden, 85%. Een kleinere groep
vond dat een familielid de opvolger moest worden – sjieten.
Moslims hebben 99 namen voor God, 99 schone namen van God. Die geven
een eigenschap van God weer, bijvoorbeeld de Koning, Heilige of Barmhartige.
Ze geloven in leven na de dood. Ze staan op na de dood en leggen
verantwoording af, daarom worden ze in een gewaad begraven. Als ze een goed
leven hebben geleid, gaan ze naar het paradijs en anders wacht er een straf.
Jihad heeft twee betekenissen
De strijd die moslims moeten voeren om een goede moslim te zijn
Strijd tegen de tegenstanders van de islam. Het is bedoeld als verdediging
en niet als aanval (terroristen).