Hoorcolleges en literatuur TAK kwalitatief spoor
Hoorcollege 1: Kwalitatief Onderzoek: een introductie
2. Basisprincipes kwalitatieve methoden
Wat is kwalitatief onderzoek?
• Data zijn kwalitatief: gegevensverzameling ≠ getallen
àMeestal bestaan gegevens uit (getranscribeerde) woorden, maar
ook uit afbeeldingen, tekeningen, video’s.
• Analyse is kwalitatief: gegevensanalyse richt zich op exploratie
à Bijvoorbeeld, (‘inductieve’) inhoudsanalyse, grounded theory.
• Ontwerp is kwalitatief & naturalistisch: de opzet van de studie
omvat context
à Context als bredere omgeving: etnografie, participerende observatie.
à Context als geschiedenis en levenswereld van een individu: biografie en/of
casestudy
• Paradigma is kwalitatief: subjectiviteit wordt erkend en geïncludeerd
à Onderzoeksdoel: begrijpen (en ook wel verklaren); ‘hoe’- en ‘waarom’-vragen.
à Ontologie: Idealisme (interpretitivisme, constructivisme).
Ontologie: wat is realiteit?
Realism: Reality exists independently of human perception
"A tree is a tree, whether or not someone sees it."
Idealism: Reality is shaped by interpretation and cultural meaning
"A tree holds different meanings in different contexts."
Epistemologie gaat over hoe we kennis vergaren en wat we als geldige kennis beschouwen.
Positivisme à meer kwantitatief onderzoek maar kan ook kwalitatief
, • O (Ontologie): De realiteit bestaat onafhankelijk van waarnemer.
• E (Epistemologie): Kennis wordt geproduceerd door het testen van hypotheses
gebaseerd op deductie, daarna empirisch in de werkelijkheid
Constructivisme/interpretivisme à meer kwalitatief onderzoek
• O (Ontologie): Meervoudige, veranderlijke realiteiten. Realiteit heeft verschillende
betekenissen voor verschillende mensen.
• E (Epistemologie): Kennis wordt geproduceerd door reflexieve interpretatie van de
betekenissen die mensen geven aan sociale fenomenen, afgestemd op lokale
omstandigheden
Paradigmatische verschillen
Wat is goed kwalitatief onderzoek?
In Kwantitatief onderzoek
Betrouwbaarheid:
• Stabiliteit van meting, zelfde resultaat bij herhaling
Validiteit:
• Interne validiteit: je meet wat je wil meten
• Externe validiteit: generaliseerbaarheid
Veel discussies tussen kwalitatieve onderzoekers over of je deze begrippen ook moet
gebruiken als maatstaven voor de kwaliteit van kwalitatief onderzoek. Want als je een
interpretatistisch paradigma aanhangt dan denk je per definitie niet dat als ik het onderzoek
doe iemand anders op precies hetzelfde uitkomt want we brengen allemaal onze eigen
ervaringen, dynamieken mee die maken in een interview dat de een op iets anders doorvraagt
dan de ander. Generaliseerbaarheid is daarnaast niet het doel van kwalitatief onderzoek. Als je
die maatstaaf gebruik klinkt kwalitatief onderzoek als heel beperkt.
,Kwaliteit is meer dan methoden
Criteria voor Kwalitatief Onderzoek
1. Worthy topic
Het onderwerp van het onderzoek is relevant, actueel, belangrijk en interessant.
2. Rich rigor
Het onderzoek maakt gebruik van voldoende, overvloedige, passende en complexe
theoretische concepten, data, tijd in het veld, steekproeven, context(en), en methoden
voor dataverzameling en analyse.
3. Sincerity
Het onderzoek wordt gekenmerkt door zelf-reflexiviteit over subjectieve waarden,
vooroordelen en neigingen van de onderzoeker(s), en transparantie over de gebruikte
methoden en de uitdagingen die daarbij kwamen kijken.
4. Credibility
Het onderzoek wordt ondersteund door gedetailleerde beschrijvingen, concrete details,
het expliciteren van impliciete (niet-tekstuele) kennis, en door ‘tonen’ in plaats van
enkel ‘vertellen’. Het maakt gebruik van triangulatie of kristallisatie en geeft ruimte
aan meerdere stemmen (multivocaliteit).
5. Resonance
Het onderzoek heeft invloed op, raakt of beweegt specifieke lezers of diverse
doelgroepen via esthetische, evocatieve representaties, natuurlijke generalisaties en
overdraagbare bevindingen.
6. Significant contribution
Het onderzoek levert een betekenisvolle bijdrage op conceptueel/theoretisch,
praktisch, moreel, methodologisch of heuristisch vlak.
7. Ethical
Het onderzoek houdt rekening met procedurele ethiek (zoals onderzoek met mensen),
situationele en cultureel-specifieke ethiek, relationele ethiek en exit-ethiek (hoe het
onderzoek wordt afgesloten en gedeeld).
, 8. Meaningful coherence
Het onderzoek bereikt wat het beoogt, gebruikt methoden en procedures die passen bij
de gestelde doelen, en verbindt literatuur, onderzoeksvragen, bevindingen en
interpretaties op een samenhangende manier met elkaar.
3. Geschiedenis en diversiteit van kwalitatief onderzoek
"Any definition of qualitative research must work within
this complex historical field. Qualitative research means
different things in each of these moments." (Denzin &
Lincoln, 2005)
• Binnen het kwalitatieve onderzoek veld bestaan spanningen en conflicten tussen
verschillende benaderingen, zoals het positivisme, postpositivisme en
poststructuralisme.
• Denzin & Lincoln (2005) benadrukken het belang van een voortdurende kritiek op de
methoden en epistemologische paradigma’s
• de geschiedenis van kwalitatief onderzoek is er één van voortdurende verandering,
conflict en ontwikkeling, waarin de politieke en ethische dimensies van het onderzoek
een centrale plaats innemen.
Paradigma: Een paradigma is een samenhangend geheel
van ontologische, epistemologische, methodologische en vaak
ook axiologische (waardegerelateerde) opvattingen, dat richting geeft aan hoe onderzoek
wordt vormgegeven en geïnterpreteerd.
De paradigma oorlogen in kwalitatief onderzoek
• Denzin en Lincoln benadrukken de "paradigma-oorlogen" die het veld van kwalitatief
onderzoek hebben gevormd.
• Deze conflicten draaiden om de geldigheid en geschiktheid van verschillende
methodologische en epistemologische benaderingen.
• Even heel kort door de bocht: De "oorlogen" waren tussen het positivisme en post-
positivisme, constructivisme en kritische theorieën, en tussen evidence-based
methodologen en mixed-methods scholen.
Belangrijke paradigma’s in 2005
,Kwalitatief onderzoeker als ‘bricoleur’ (denzin & Lincoln, 2005)
Een bricoleur: is een term die in kwalitatief onderzoek gebruikt wordt om een creatieve,
flexibele onderzoeker te beschrijven die verschillende methoden, technieken en theorieën
combineert om een complex sociaal fenomeen te begrijpen.
• Een figuur die creatief omgaat met de beschikbare methoden en materialen. Een
bricoleur maakt gebruik van "bricoles" – overgebleven stukjes, odds en ends – om een
samenhangend geheel te vormen.
• Vergelijkbaar met een 'quilt maker' die verschillende stukken stof combineert om een
nieuwe, betekenisvolle creatie te maken.
• De bricoleur/quilt maker kiest niet noodzakelijk van tevoren welke methoden of
technieken gebruikt worden, maar past zich aan de specifieke context en vraagstelling
aan, waarbij het combineren van diverse perspectieven en methoden centraal staat.
• De bricoleur kan verschillende rollen aannemen zoals wetenschapper, naturalist,
journalist, kunstenaar, performer, jazzmuzikant, filmmaker, quiltmaker en essayist
“kristaliseren”, “assembleren”, “montage”
Montage is een techniek waarbij verschillende beelden of representaties worden
gecombineerd om een nieuwe, complexere betekenis te creëren. In kwalitatief onderzoek
wordt montage gebruikt om verschillende perspectieven en aspecten van een fenomeen samen
te voegen.
Kristalisseren (bredere vorm van triangulatie): de complexiteit en gelaagdheid van de
werkelijkheid wordt erkent. Het gaat niet om het vinden van de ene waarheid, maar om het
samenbrengen van meerdere perspectieven om zo een dieper en rijker begrip van het
,onderzochte te verkrijgen. Het is een dynamisch, creatief en open proces dat ruimte biedt voor
verschillende interpretaties en inzichten. (vindt zijn roots in het postmodernisme).
4. Praktijkvoorbeelden van diverse methoden
Participerende observatie en antropologie
Participerende observatie is de ‘gold standard’ van antropologie
• Doel: begrijpen door deel te maken van wat je onderzoekt
• Deelnemen: bv. eten, samenwerken, bidden, protesteren
• Geeft inzicht in praktijken: wat mensen doen, ipv wat ze zeggen (dat ze doen)
• Verschil met niet participatieve observatie: verschil tussen kennen (persoonlijke,
ervaringskennis) en weten (intellectuele, expliciete kennis)
àContext is belangrijk:
• Waarom reageren mensen in die culturele context anders dan mensen uit een andere
gemeenschap?
• Hoe werkt iets op een bepaalde manier in een specifieke locatie?
Samenvattingen literatuur (week 1)
Qualitative Research Practice, Chapter 1: The Foundations of Qualitative Research
,1. The Nature of Qualitative Research
Qualitative research is diverse, flexible, and difficult to reduce to a single paradigm or
method. It is generally characterized by:
• A naturalistic and interpretive approach, aiming to understand how people make
sense of their world.
• A focus on what, how, and why questions, rather than “how much.”
• An emphasis on participants’ experiences, meanings, and perspectives.
• Data is rich and detailed, often in the form of text, images, or recordings.
• Hypotheses often emerge inductively from the data.
• Reflexivity is central: researchers acknowledge their influence on the research process.
• Recognizes both the uniqueness of individual experiences and broader themes.
2. Philosophical Foundations
• Ontology (nature of reality):
o Realism: Reality exists independently of our perceptions.
o Idealism: Reality is constructed through human interpretation.
o Many qualitative researchers accept that multiple, context-dependent realities
exist.
• Epistemology (ways of knowing):
o Induction: Theory emerges from observations.
o Deduction: Hypotheses are tested against data.
o Retroduction: Seeking underlying mechanisms that explain observed patterns.
o Abduction: Interpreting participants’ meanings using both their language and
theoretical concepts.
o Discussions also involve the role of objectivity, researcher-researched
relationships, and theories of truth(correspondence, coherence, pragmatic).
3. Positivism vs. Interpretivism
• Positivism: Seeks objective truth through scientific method and empirical observation.
• Post-positivism: Recognizes truth as provisional; emphasizes falsifiability and
cautious objectivity.
• Interpretivism: Focuses on understanding subjective meaning and lived experience;
rejects universal laws.
• Constructionism: Asserts that all knowledge is socially constructed, shaped by
context and interaction.
4. Historical and Disciplinary Roots
• Philosophical roots in Kant, Dilthey, and Weber emphasized interpretation,
meaning, and context.
• Key qualitative traditions:
o Ethnography (immersion in cultural settings)
, o Phenomenology (exploring lived experience)
o Symbolic Interactionism (meaning through interaction)
o Grounded Theory (building theory from data)
o Discourse and Conversation Analysis
o Narrative Research (focus on personal stories)
o Interpretative Phenomenological Analysis (IPA)
5. Modern Influences and Critical Approaches
• Postmodernism and post-structuralism question objectivity, stable meanings, and
universal truths.
• Critical theory (e.g., feminism, critical race theory, queer theory) focuses on power,
oppression, and emancipation.
• Participatory/action research breaks down the boundaries between researcher and
participant, emphasizing collaboration and impact.
6. Choosing an Approach
• Researchers are encouraged to avoid rigid adherence to a single philosophical stance.
• Pragmatism is promoted: choose methods and frameworks that best suit the research
question.
• Thoughtful methodological mixing is acceptable.
• Qualitative and quantitative methods can be complementary.
7. The Book’s Approach (NatCen Social Research)
• Grounded in critical or subtle realism: reality exists but is interpreted through human
perception.
• Interpretivist orientation with attention to context and meaning.
• Pragmatic in method selection—focus on relevance, transparency, reflexivity, and
practical impact.
• Values rigour, empathic neutrality, and the real-world usefulness of findings.
The Discipline and Practice of Qualitative Research - Norman K. Denzin and Yvonna S.
Lincoln
1. The Nature of Qualitative Research
Qualitative research is not a single, unified method but a complex, evolving field of inquiry
that prioritizes understanding human experiences in context. Key features include:
Hoorcollege 1: Kwalitatief Onderzoek: een introductie
2. Basisprincipes kwalitatieve methoden
Wat is kwalitatief onderzoek?
• Data zijn kwalitatief: gegevensverzameling ≠ getallen
àMeestal bestaan gegevens uit (getranscribeerde) woorden, maar
ook uit afbeeldingen, tekeningen, video’s.
• Analyse is kwalitatief: gegevensanalyse richt zich op exploratie
à Bijvoorbeeld, (‘inductieve’) inhoudsanalyse, grounded theory.
• Ontwerp is kwalitatief & naturalistisch: de opzet van de studie
omvat context
à Context als bredere omgeving: etnografie, participerende observatie.
à Context als geschiedenis en levenswereld van een individu: biografie en/of
casestudy
• Paradigma is kwalitatief: subjectiviteit wordt erkend en geïncludeerd
à Onderzoeksdoel: begrijpen (en ook wel verklaren); ‘hoe’- en ‘waarom’-vragen.
à Ontologie: Idealisme (interpretitivisme, constructivisme).
Ontologie: wat is realiteit?
Realism: Reality exists independently of human perception
"A tree is a tree, whether or not someone sees it."
Idealism: Reality is shaped by interpretation and cultural meaning
"A tree holds different meanings in different contexts."
Epistemologie gaat over hoe we kennis vergaren en wat we als geldige kennis beschouwen.
Positivisme à meer kwantitatief onderzoek maar kan ook kwalitatief
, • O (Ontologie): De realiteit bestaat onafhankelijk van waarnemer.
• E (Epistemologie): Kennis wordt geproduceerd door het testen van hypotheses
gebaseerd op deductie, daarna empirisch in de werkelijkheid
Constructivisme/interpretivisme à meer kwalitatief onderzoek
• O (Ontologie): Meervoudige, veranderlijke realiteiten. Realiteit heeft verschillende
betekenissen voor verschillende mensen.
• E (Epistemologie): Kennis wordt geproduceerd door reflexieve interpretatie van de
betekenissen die mensen geven aan sociale fenomenen, afgestemd op lokale
omstandigheden
Paradigmatische verschillen
Wat is goed kwalitatief onderzoek?
In Kwantitatief onderzoek
Betrouwbaarheid:
• Stabiliteit van meting, zelfde resultaat bij herhaling
Validiteit:
• Interne validiteit: je meet wat je wil meten
• Externe validiteit: generaliseerbaarheid
Veel discussies tussen kwalitatieve onderzoekers over of je deze begrippen ook moet
gebruiken als maatstaven voor de kwaliteit van kwalitatief onderzoek. Want als je een
interpretatistisch paradigma aanhangt dan denk je per definitie niet dat als ik het onderzoek
doe iemand anders op precies hetzelfde uitkomt want we brengen allemaal onze eigen
ervaringen, dynamieken mee die maken in een interview dat de een op iets anders doorvraagt
dan de ander. Generaliseerbaarheid is daarnaast niet het doel van kwalitatief onderzoek. Als je
die maatstaaf gebruik klinkt kwalitatief onderzoek als heel beperkt.
,Kwaliteit is meer dan methoden
Criteria voor Kwalitatief Onderzoek
1. Worthy topic
Het onderwerp van het onderzoek is relevant, actueel, belangrijk en interessant.
2. Rich rigor
Het onderzoek maakt gebruik van voldoende, overvloedige, passende en complexe
theoretische concepten, data, tijd in het veld, steekproeven, context(en), en methoden
voor dataverzameling en analyse.
3. Sincerity
Het onderzoek wordt gekenmerkt door zelf-reflexiviteit over subjectieve waarden,
vooroordelen en neigingen van de onderzoeker(s), en transparantie over de gebruikte
methoden en de uitdagingen die daarbij kwamen kijken.
4. Credibility
Het onderzoek wordt ondersteund door gedetailleerde beschrijvingen, concrete details,
het expliciteren van impliciete (niet-tekstuele) kennis, en door ‘tonen’ in plaats van
enkel ‘vertellen’. Het maakt gebruik van triangulatie of kristallisatie en geeft ruimte
aan meerdere stemmen (multivocaliteit).
5. Resonance
Het onderzoek heeft invloed op, raakt of beweegt specifieke lezers of diverse
doelgroepen via esthetische, evocatieve representaties, natuurlijke generalisaties en
overdraagbare bevindingen.
6. Significant contribution
Het onderzoek levert een betekenisvolle bijdrage op conceptueel/theoretisch,
praktisch, moreel, methodologisch of heuristisch vlak.
7. Ethical
Het onderzoek houdt rekening met procedurele ethiek (zoals onderzoek met mensen),
situationele en cultureel-specifieke ethiek, relationele ethiek en exit-ethiek (hoe het
onderzoek wordt afgesloten en gedeeld).
, 8. Meaningful coherence
Het onderzoek bereikt wat het beoogt, gebruikt methoden en procedures die passen bij
de gestelde doelen, en verbindt literatuur, onderzoeksvragen, bevindingen en
interpretaties op een samenhangende manier met elkaar.
3. Geschiedenis en diversiteit van kwalitatief onderzoek
"Any definition of qualitative research must work within
this complex historical field. Qualitative research means
different things in each of these moments." (Denzin &
Lincoln, 2005)
• Binnen het kwalitatieve onderzoek veld bestaan spanningen en conflicten tussen
verschillende benaderingen, zoals het positivisme, postpositivisme en
poststructuralisme.
• Denzin & Lincoln (2005) benadrukken het belang van een voortdurende kritiek op de
methoden en epistemologische paradigma’s
• de geschiedenis van kwalitatief onderzoek is er één van voortdurende verandering,
conflict en ontwikkeling, waarin de politieke en ethische dimensies van het onderzoek
een centrale plaats innemen.
Paradigma: Een paradigma is een samenhangend geheel
van ontologische, epistemologische, methodologische en vaak
ook axiologische (waardegerelateerde) opvattingen, dat richting geeft aan hoe onderzoek
wordt vormgegeven en geïnterpreteerd.
De paradigma oorlogen in kwalitatief onderzoek
• Denzin en Lincoln benadrukken de "paradigma-oorlogen" die het veld van kwalitatief
onderzoek hebben gevormd.
• Deze conflicten draaiden om de geldigheid en geschiktheid van verschillende
methodologische en epistemologische benaderingen.
• Even heel kort door de bocht: De "oorlogen" waren tussen het positivisme en post-
positivisme, constructivisme en kritische theorieën, en tussen evidence-based
methodologen en mixed-methods scholen.
Belangrijke paradigma’s in 2005
,Kwalitatief onderzoeker als ‘bricoleur’ (denzin & Lincoln, 2005)
Een bricoleur: is een term die in kwalitatief onderzoek gebruikt wordt om een creatieve,
flexibele onderzoeker te beschrijven die verschillende methoden, technieken en theorieën
combineert om een complex sociaal fenomeen te begrijpen.
• Een figuur die creatief omgaat met de beschikbare methoden en materialen. Een
bricoleur maakt gebruik van "bricoles" – overgebleven stukjes, odds en ends – om een
samenhangend geheel te vormen.
• Vergelijkbaar met een 'quilt maker' die verschillende stukken stof combineert om een
nieuwe, betekenisvolle creatie te maken.
• De bricoleur/quilt maker kiest niet noodzakelijk van tevoren welke methoden of
technieken gebruikt worden, maar past zich aan de specifieke context en vraagstelling
aan, waarbij het combineren van diverse perspectieven en methoden centraal staat.
• De bricoleur kan verschillende rollen aannemen zoals wetenschapper, naturalist,
journalist, kunstenaar, performer, jazzmuzikant, filmmaker, quiltmaker en essayist
“kristaliseren”, “assembleren”, “montage”
Montage is een techniek waarbij verschillende beelden of representaties worden
gecombineerd om een nieuwe, complexere betekenis te creëren. In kwalitatief onderzoek
wordt montage gebruikt om verschillende perspectieven en aspecten van een fenomeen samen
te voegen.
Kristalisseren (bredere vorm van triangulatie): de complexiteit en gelaagdheid van de
werkelijkheid wordt erkent. Het gaat niet om het vinden van de ene waarheid, maar om het
samenbrengen van meerdere perspectieven om zo een dieper en rijker begrip van het
,onderzochte te verkrijgen. Het is een dynamisch, creatief en open proces dat ruimte biedt voor
verschillende interpretaties en inzichten. (vindt zijn roots in het postmodernisme).
4. Praktijkvoorbeelden van diverse methoden
Participerende observatie en antropologie
Participerende observatie is de ‘gold standard’ van antropologie
• Doel: begrijpen door deel te maken van wat je onderzoekt
• Deelnemen: bv. eten, samenwerken, bidden, protesteren
• Geeft inzicht in praktijken: wat mensen doen, ipv wat ze zeggen (dat ze doen)
• Verschil met niet participatieve observatie: verschil tussen kennen (persoonlijke,
ervaringskennis) en weten (intellectuele, expliciete kennis)
àContext is belangrijk:
• Waarom reageren mensen in die culturele context anders dan mensen uit een andere
gemeenschap?
• Hoe werkt iets op een bepaalde manier in een specifieke locatie?
Samenvattingen literatuur (week 1)
Qualitative Research Practice, Chapter 1: The Foundations of Qualitative Research
,1. The Nature of Qualitative Research
Qualitative research is diverse, flexible, and difficult to reduce to a single paradigm or
method. It is generally characterized by:
• A naturalistic and interpretive approach, aiming to understand how people make
sense of their world.
• A focus on what, how, and why questions, rather than “how much.”
• An emphasis on participants’ experiences, meanings, and perspectives.
• Data is rich and detailed, often in the form of text, images, or recordings.
• Hypotheses often emerge inductively from the data.
• Reflexivity is central: researchers acknowledge their influence on the research process.
• Recognizes both the uniqueness of individual experiences and broader themes.
2. Philosophical Foundations
• Ontology (nature of reality):
o Realism: Reality exists independently of our perceptions.
o Idealism: Reality is constructed through human interpretation.
o Many qualitative researchers accept that multiple, context-dependent realities
exist.
• Epistemology (ways of knowing):
o Induction: Theory emerges from observations.
o Deduction: Hypotheses are tested against data.
o Retroduction: Seeking underlying mechanisms that explain observed patterns.
o Abduction: Interpreting participants’ meanings using both their language and
theoretical concepts.
o Discussions also involve the role of objectivity, researcher-researched
relationships, and theories of truth(correspondence, coherence, pragmatic).
3. Positivism vs. Interpretivism
• Positivism: Seeks objective truth through scientific method and empirical observation.
• Post-positivism: Recognizes truth as provisional; emphasizes falsifiability and
cautious objectivity.
• Interpretivism: Focuses on understanding subjective meaning and lived experience;
rejects universal laws.
• Constructionism: Asserts that all knowledge is socially constructed, shaped by
context and interaction.
4. Historical and Disciplinary Roots
• Philosophical roots in Kant, Dilthey, and Weber emphasized interpretation,
meaning, and context.
• Key qualitative traditions:
o Ethnography (immersion in cultural settings)
, o Phenomenology (exploring lived experience)
o Symbolic Interactionism (meaning through interaction)
o Grounded Theory (building theory from data)
o Discourse and Conversation Analysis
o Narrative Research (focus on personal stories)
o Interpretative Phenomenological Analysis (IPA)
5. Modern Influences and Critical Approaches
• Postmodernism and post-structuralism question objectivity, stable meanings, and
universal truths.
• Critical theory (e.g., feminism, critical race theory, queer theory) focuses on power,
oppression, and emancipation.
• Participatory/action research breaks down the boundaries between researcher and
participant, emphasizing collaboration and impact.
6. Choosing an Approach
• Researchers are encouraged to avoid rigid adherence to a single philosophical stance.
• Pragmatism is promoted: choose methods and frameworks that best suit the research
question.
• Thoughtful methodological mixing is acceptable.
• Qualitative and quantitative methods can be complementary.
7. The Book’s Approach (NatCen Social Research)
• Grounded in critical or subtle realism: reality exists but is interpreted through human
perception.
• Interpretivist orientation with attention to context and meaning.
• Pragmatic in method selection—focus on relevance, transparency, reflexivity, and
practical impact.
• Values rigour, empathic neutrality, and the real-world usefulness of findings.
The Discipline and Practice of Qualitative Research - Norman K. Denzin and Yvonna S.
Lincoln
1. The Nature of Qualitative Research
Qualitative research is not a single, unified method but a complex, evolving field of inquiry
that prioritizes understanding human experiences in context. Key features include: