Te veel recht van spreken?
Een onderzoek naar het slachtofferspreekrecht in relatie tot de doelstellingen
van het strafproces en tot de rechten van de verdachte als bedoeld in artikel 6
EVRM
Masterscriptie strafrecht
Vrije Universiteit van Amsterdam
Naam: Diégo Otto Breet
Studentnummer: 2575976
1
,Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1 Inleiding..................................................................................................................4
1.1 Aanleiding en onderzoeksvraag .............................................................................................. 4
1.2 Nadere afbakening van de onderzoeksvraag.......................................................................... 7
1.3 Onderzoeksmethode .............................................................................................................. 8
1.4 Leeswijzer ................................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 2 De positie van het slachtoffer in het Nederlandse strafproces .................................9
2.1 De ontwikkelingen van de rechtspositie van het slachtoffer.................................................. 9
2.2 Enkele belangrijke ontwikkelingen vanaf de jaren tachtig ................................................... 10
2.3 Meer aandacht voor de niet-materiële belangen van het slachtoffer ................................. 10
2.4 Tussenconclusie .................................................................................................................... 14
HOOFDSTUK 3 Het spreekrecht in Nederland ............................................................................... 15
3.1 Inleiding................................................................................................................................. 15
3.2 Doelstellingen van het spreekrecht ...................................................................................... 15
3.3 Huidige wettelijke regeling ................................................................................................... 16
3.3.1 Het toepassingsbereik .................................................................................................. 16
3.3.2 De kring van spreekgerechtigden .................................................................................. 16
3.3.3 De reikwijdte van het spreekrecht ................................................................................. 17
3.3.4 Mag de spreekrechtverklaring worden gebruikt voor de rechterlijke beslissing? ......... 17
3.4 De toekomstige regeling: Wet uitbreiding slachtofferrechten ............................................ 18
3.4.1 Uitbreiding van de kring van spreekgerechtigden ........................................................ 18
3.4.2 Het spreekrecht op een vast moment ter zitting ........................................................... 19
3.4.3 Een verschijningsplicht voor de verdachte .................................................................... 20
3.5 Tussenconclusie .................................................................................................................... 21
HOOFDSTUK 4 Het spreekrecht en de doelstellingen van het strafproces ..................................... 22
4.1 Inleiding ................................................................................................................................ 22
4.2 De rolverdeling binnen het strafproces ............................................................................... 23
4.3 Het spreekrecht in de praktijk.............................................................................................. 25
4.4 Tussentijdse conclusie.......................................................................................................... 27
4.5 Het spreekrecht in verhouding tot de waarheidsvinding .................................................... 27
4.6 Het spreekrecht in verhouding tot de nevendoelstellingen van het strafproces ................ 30
4.6.1 Het verwerkingsproces van het slachtoffer ................................................................ 30
4.6.2 Preventie..................................................................................................................... 31
4.6.3 De ordescheppende functie ........................................................................................ 32
2
, 4.7 Tussenconclusie.................................................................................................................. 33
HOOFDSTUK 5 De toetsing van het spreekrecht aan artikel 6 EVRM ............................................. 35
5.1 Inleiding .............................................................................................................................. 35
5.2 De onschuldpresumptie ..................................................................................................... 35
5.2.1 Inleiding .......................................................................................................................... 35
5.2.2 De behandelingsdimensie .............................................................................................. 36
5.2.3 Normadressaten en positieve verplichtingen van de Staat ............................................ 37
5.2.4 Het spreekrecht in relatie tot de ratio achter de onschuldpresumpti ............................ 38
5.2.5 Is de onschuldpresumptie van toepassing ten aanzien van het spreekrecht? ............... 39
5.3 Het ondervragingsrecht ........................................................................................................ 40
5.3.1 Inleiding .......................................................................................................................... 40
5.3.2 Kwalificeert de spreekgerechtigde als getuige in de zin van het EVR ............................ 41
5.3.3 Is een eventuele inbreuk op het ondervragingsrecht onaanvaardbaa........................... 42
5.4 Tussenconclusie .................................................................................................................... 44
HOOFDSTUK 6 Conclusie en aanbevelingen .................................................................................. 45
6.1 Inleiding ..................................................................................................................................... 45
6.2 Het spreekrecht en de (neven-)doelstellingen van het strafproces ......................................... 45
6.3 De toetsing van het spreekrecht aan artikel 6 EVRM ............................................................... 47
Bronnenlijst .................................................................................................................................. 49
3
, HOOFDSTUK 1
Inleiding
1.1 Aanleiding en onderzoeksvraag
De rechtspositie van slachtoffers en nabestaanden1 tijdens het strafproces, is een zeer relevant thema
dat behoorlijk aan verandering onderhevig is. Slachtofferrechten zijn inmiddels stevig in het
Nederlandse strafprocesrecht verankerd. Wanneer men zich bedenkt dat het slachtoffer aan het begin
van de jaren tachtig nog nauwelijks een eigen rol tijdens het strafproces2 had, kan met recht
geconcludeerd worden dat slachtofferemancipatie de afgelopen jaren in een sneltreinvaart heeft
plaatsgevonden.3
Het spreekrecht van slachtoffers ter terechtzitting4 is een veel besproken slachtofferrecht dat tot de
verbeelding spreekt. Velen zullen zich nog het moment herinneren waarop de moeder van de gedode
Nicky Verstappen, letterlijk zittend op plek van de officier van justitie, een emotioneel betoog hield
en daarbij verdachte Jos B. enkele keren recht in de ogen aankeek.5 Ook de spreekrechtverklaringen
in de zaak tegen ‘tramschutter’ Gökmen T., hebben in de maatschappij het nodige losgemaakt.
Volgens diverse nieuwsmedia liet Gökmen T. zich meermaals beledigend over de spreekgerechtigden
uit, wat er zelfs toe leidde dat hem op diverse momenten de toegang tot de rechtszaal werd ontzegd.6
Uiteraard mag ook de MH17-zaak in dit rijtje van spraakmakende praktijkvoorbeelden van het
spreekrecht niet ontbreken. Maar liefst 91 spreekgerechtigden – een recordaantal – maakten van het
spreekrecht gebruik.7
Het spreekrecht werd in 2005 ingevoerd en is in de loop der tijd sterk uitgebreid. 8 Het betreft
inmiddels een slachtofferrecht dat haast niet meer uit het strafproces is weg te denken. Dit neemt
niet weg dat er zeer kritische geluiden te horen zijn ten aanzien van het spreekrecht en de invulling
daarvan. Voornamelijk sommige praktijkjuristen menen dat het spreekrecht in strijd is met het recht
op een eerlijk proces dat op grond van artikel 6 EVRM aan de verdachte toekomt. In het bijzonder
wordt gewezen op een mogelijke strijdigheid met de uit artikel 6 EVRM voortvloeiende
onschuldpresumptie, oftewel het recht dat bepaalt dat een verdachte voor onschuldig moet worden
gehouden totdat het tegendeel in rechte is komen vast te staan.9 Plasman, die als advocaat overigens
1
Omwille van de leesbaarheid, zal ik slachtoffers en nabestaanden in de rest van dit onderzoek kortweg
aanduiden als slachtoffer(s) of, afhankelijk van de context, als spreekgerechtigde(n).
2
Met ‘een eigen rol tijdens het strafproces’ bedoel ik een rol buiten de civiele hoedanigheid van benadeelde
partij.
3
M.S. Groenhuijsen ‘Slachtoffers van misdrijven in het recht en in de victimologie. Verslag van een
intellectuele zoektocht’, Delikt en Delinkwent 2008, afl. 2, p. 121-122.
4
Hierna zal ik kortweg de term het spreekrecht gebruiken.
5
S. Feenstra, 'Spreekrecht voor familie Verstappen, 'eindelijk kunnen ze zeggen wat ze willen', NOS 7 oktober
2020.
6
'Gökmen T. weer uit rechtszaal verwijderd, nabestaanden emotioneel', NOS 3 maart 2020; Van Teeffelen,
‘Gökmen T. opnieuw uit de rechtszaal verwijderd na beledigen slachtoffer’, Trouw 3 maart 2020.
7
'91 nabestaanden MH17 gaven 'dierbaren een stem'', RTL Nieuws 24 september 2021.
8
In hoofdstuk 3 ga ik hier uitgebreid op in.
9
In hoofdstuk 5 ga ik uitgebreid in op de reikwijdte van de onschuldspresumptie.
4
Een onderzoek naar het slachtofferspreekrecht in relatie tot de doelstellingen
van het strafproces en tot de rechten van de verdachte als bedoeld in artikel 6
EVRM
Masterscriptie strafrecht
Vrije Universiteit van Amsterdam
Naam: Diégo Otto Breet
Studentnummer: 2575976
1
,Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1 Inleiding..................................................................................................................4
1.1 Aanleiding en onderzoeksvraag .............................................................................................. 4
1.2 Nadere afbakening van de onderzoeksvraag.......................................................................... 7
1.3 Onderzoeksmethode .............................................................................................................. 8
1.4 Leeswijzer ................................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 2 De positie van het slachtoffer in het Nederlandse strafproces .................................9
2.1 De ontwikkelingen van de rechtspositie van het slachtoffer.................................................. 9
2.2 Enkele belangrijke ontwikkelingen vanaf de jaren tachtig ................................................... 10
2.3 Meer aandacht voor de niet-materiële belangen van het slachtoffer ................................. 10
2.4 Tussenconclusie .................................................................................................................... 14
HOOFDSTUK 3 Het spreekrecht in Nederland ............................................................................... 15
3.1 Inleiding................................................................................................................................. 15
3.2 Doelstellingen van het spreekrecht ...................................................................................... 15
3.3 Huidige wettelijke regeling ................................................................................................... 16
3.3.1 Het toepassingsbereik .................................................................................................. 16
3.3.2 De kring van spreekgerechtigden .................................................................................. 16
3.3.3 De reikwijdte van het spreekrecht ................................................................................. 17
3.3.4 Mag de spreekrechtverklaring worden gebruikt voor de rechterlijke beslissing? ......... 17
3.4 De toekomstige regeling: Wet uitbreiding slachtofferrechten ............................................ 18
3.4.1 Uitbreiding van de kring van spreekgerechtigden ........................................................ 18
3.4.2 Het spreekrecht op een vast moment ter zitting ........................................................... 19
3.4.3 Een verschijningsplicht voor de verdachte .................................................................... 20
3.5 Tussenconclusie .................................................................................................................... 21
HOOFDSTUK 4 Het spreekrecht en de doelstellingen van het strafproces ..................................... 22
4.1 Inleiding ................................................................................................................................ 22
4.2 De rolverdeling binnen het strafproces ............................................................................... 23
4.3 Het spreekrecht in de praktijk.............................................................................................. 25
4.4 Tussentijdse conclusie.......................................................................................................... 27
4.5 Het spreekrecht in verhouding tot de waarheidsvinding .................................................... 27
4.6 Het spreekrecht in verhouding tot de nevendoelstellingen van het strafproces ................ 30
4.6.1 Het verwerkingsproces van het slachtoffer ................................................................ 30
4.6.2 Preventie..................................................................................................................... 31
4.6.3 De ordescheppende functie ........................................................................................ 32
2
, 4.7 Tussenconclusie.................................................................................................................. 33
HOOFDSTUK 5 De toetsing van het spreekrecht aan artikel 6 EVRM ............................................. 35
5.1 Inleiding .............................................................................................................................. 35
5.2 De onschuldpresumptie ..................................................................................................... 35
5.2.1 Inleiding .......................................................................................................................... 35
5.2.2 De behandelingsdimensie .............................................................................................. 36
5.2.3 Normadressaten en positieve verplichtingen van de Staat ............................................ 37
5.2.4 Het spreekrecht in relatie tot de ratio achter de onschuldpresumpti ............................ 38
5.2.5 Is de onschuldpresumptie van toepassing ten aanzien van het spreekrecht? ............... 39
5.3 Het ondervragingsrecht ........................................................................................................ 40
5.3.1 Inleiding .......................................................................................................................... 40
5.3.2 Kwalificeert de spreekgerechtigde als getuige in de zin van het EVR ............................ 41
5.3.3 Is een eventuele inbreuk op het ondervragingsrecht onaanvaardbaa........................... 42
5.4 Tussenconclusie .................................................................................................................... 44
HOOFDSTUK 6 Conclusie en aanbevelingen .................................................................................. 45
6.1 Inleiding ..................................................................................................................................... 45
6.2 Het spreekrecht en de (neven-)doelstellingen van het strafproces ......................................... 45
6.3 De toetsing van het spreekrecht aan artikel 6 EVRM ............................................................... 47
Bronnenlijst .................................................................................................................................. 49
3
, HOOFDSTUK 1
Inleiding
1.1 Aanleiding en onderzoeksvraag
De rechtspositie van slachtoffers en nabestaanden1 tijdens het strafproces, is een zeer relevant thema
dat behoorlijk aan verandering onderhevig is. Slachtofferrechten zijn inmiddels stevig in het
Nederlandse strafprocesrecht verankerd. Wanneer men zich bedenkt dat het slachtoffer aan het begin
van de jaren tachtig nog nauwelijks een eigen rol tijdens het strafproces2 had, kan met recht
geconcludeerd worden dat slachtofferemancipatie de afgelopen jaren in een sneltreinvaart heeft
plaatsgevonden.3
Het spreekrecht van slachtoffers ter terechtzitting4 is een veel besproken slachtofferrecht dat tot de
verbeelding spreekt. Velen zullen zich nog het moment herinneren waarop de moeder van de gedode
Nicky Verstappen, letterlijk zittend op plek van de officier van justitie, een emotioneel betoog hield
en daarbij verdachte Jos B. enkele keren recht in de ogen aankeek.5 Ook de spreekrechtverklaringen
in de zaak tegen ‘tramschutter’ Gökmen T., hebben in de maatschappij het nodige losgemaakt.
Volgens diverse nieuwsmedia liet Gökmen T. zich meermaals beledigend over de spreekgerechtigden
uit, wat er zelfs toe leidde dat hem op diverse momenten de toegang tot de rechtszaal werd ontzegd.6
Uiteraard mag ook de MH17-zaak in dit rijtje van spraakmakende praktijkvoorbeelden van het
spreekrecht niet ontbreken. Maar liefst 91 spreekgerechtigden – een recordaantal – maakten van het
spreekrecht gebruik.7
Het spreekrecht werd in 2005 ingevoerd en is in de loop der tijd sterk uitgebreid. 8 Het betreft
inmiddels een slachtofferrecht dat haast niet meer uit het strafproces is weg te denken. Dit neemt
niet weg dat er zeer kritische geluiden te horen zijn ten aanzien van het spreekrecht en de invulling
daarvan. Voornamelijk sommige praktijkjuristen menen dat het spreekrecht in strijd is met het recht
op een eerlijk proces dat op grond van artikel 6 EVRM aan de verdachte toekomt. In het bijzonder
wordt gewezen op een mogelijke strijdigheid met de uit artikel 6 EVRM voortvloeiende
onschuldpresumptie, oftewel het recht dat bepaalt dat een verdachte voor onschuldig moet worden
gehouden totdat het tegendeel in rechte is komen vast te staan.9 Plasman, die als advocaat overigens
1
Omwille van de leesbaarheid, zal ik slachtoffers en nabestaanden in de rest van dit onderzoek kortweg
aanduiden als slachtoffer(s) of, afhankelijk van de context, als spreekgerechtigde(n).
2
Met ‘een eigen rol tijdens het strafproces’ bedoel ik een rol buiten de civiele hoedanigheid van benadeelde
partij.
3
M.S. Groenhuijsen ‘Slachtoffers van misdrijven in het recht en in de victimologie. Verslag van een
intellectuele zoektocht’, Delikt en Delinkwent 2008, afl. 2, p. 121-122.
4
Hierna zal ik kortweg de term het spreekrecht gebruiken.
5
S. Feenstra, 'Spreekrecht voor familie Verstappen, 'eindelijk kunnen ze zeggen wat ze willen', NOS 7 oktober
2020.
6
'Gökmen T. weer uit rechtszaal verwijderd, nabestaanden emotioneel', NOS 3 maart 2020; Van Teeffelen,
‘Gökmen T. opnieuw uit de rechtszaal verwijderd na beledigen slachtoffer’, Trouw 3 maart 2020.
7
'91 nabestaanden MH17 gaven 'dierbaren een stem'', RTL Nieuws 24 september 2021.
8
In hoofdstuk 3 ga ik hier uitgebreid op in.
9
In hoofdstuk 5 ga ik uitgebreid in op de reikwijdte van de onschuldspresumptie.
4