100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Nederlandse geschiedenis: hoorcolleges + boek (cijfer: 9,2)

Beoordeling
-
Verkocht
7
Pagina's
106
Geüpload op
06-04-2025
Geschreven in
2024/2025

Dit is een samenvatting die ik gemaakt heb aan de hand van mijn uitgebreide hoorcollegeaantekeningen. De aantekeningen heb ik uitgebreid door de samenvatting van het boek in te voegen in mijn aantekeningen. Deze samenvatting is dus zowel de hoorcollegestof, als de stof uit het boek.

Meer zien Lees minder











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
6 april 2025
Bestand laatst geupdate op
7 april 2025
Aantal pagina's
106
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

HC 1: Van de prehistorie tot en met de
vroege middeleeuwen (ca. 8800 v.Chr. –
900)
Het begin van Nederland kan aangemerkt worden op 1815 of 1830 (begin van het Nederlandse
koninkrijk), of ten tijde van het Romeinse rijk (toen waren er de eerste geschreven bronnen). Maar
geschiedenis begint niet bij geschreven bronnen. Waarom bestuderen we Nederlandse geschiedenis?
 Robert Fruin (1823-1899): grondlegger van de academische geschiedschrijving in Nederland,
deed veel bronnenonderzoek (Ranke). Hij wil natievorming d.m.v. nationale
geschiedschrijving.
 Henri Pirenne (België), Pieter Geyl (Groot-Nederland), Johan Huizinga, Jan & Annie Romein
(Marxistisch, maar eigen geschiedenis) zijn opvolgers van hem.
 Na WOII correctie op deze positieve geschiedschrijving. Deze herziene versies worden
vastgelegd in Algemene geschiedenis der Nederlanden. Samenvatting van standaardkennis.
Minder aandacht voor traditionele vragen als startpunt Nederland, meer voor bv.
kolonialisme.
 Structurele factoren zijn: landschap (waterbeheersing), verstedelijking (burgerlijke cultuur) en
instituties (poldermodel). Kennedy heeft het over aanpassingsvermogen en politieke
stabiliteit.
 Nederlandse geschiedenis is niet helemaal onproblematisch, vanwege de samenhang tussen
natievorming en identiteiten. Historici zijn daarmee gefixeerd geweest op het vaste beeld van
het verleden en op zoek naar meerdere visies. Dit leidt weer tot kritiek op historici die teveel
de nadruk leggen op foute zaken. Spanning tussen geschiedschrijving en identiteitsvorming.

Prehistorie (10800 – 2050 jaar geleden)
 De steentijd:
1) Oude steentijd / paleolithicum (2,5 miljoen-8800 v.Chr.)
 De voorloper van de normale mens, de Homo Heidelbergensis, is gesignaleerd in de
zuidelijke Nederlanden maar vestigde zich niet in Nederland, omdat het land voor een
groot deel bedekt was met een dikke laag ijs.
 Ongeveer 35.000 jaar geleden komt er een einde aan hun aanwezigheid vanwege de
verlengde ijstijd en de grote afstand die overbrugd moest worden naar warmere delen
van Europa. De mens komt pas terug na 10.000 v.Chr., toen ijstijd eindigde en ijs smolt.
Hierdoor werd grondgebied natter en rijker aan flora en fauna.
2) Middelsteentijd / mesolithicum (8800-4900 v.Chr.)
 Tussen 10.000 v.Chr. en 3300 v.Chr. nam de bevolking van 1000 tot 10.000 toe, dit waren
jagers en verzamelaars die moesten omgaan met het water: kano van Pesse (Drenthe)
en graf bij Hardinxveld-Giessendam waar voedselresten (vis) gevonden werd.
 Ca. 5300 v.Chr. ontwikkelden deze groep jagers en verzamelaars zich naar kleine
sedentaire landbouwgemeenschappen, sporen van graan en vee. Die boeren zijn
migratiebewegingen uit Midden-Europa, Jamnacultuur was een aanjager.
o Op de plateaus in Zuid-Limburg ontwikkelde zich vanaf 5500 v.Chr. een
landbouwcultuur, omdat dit het dichtst bij Midden-Europa lag (en ze dus
technieken konden overnemen), en omdat Limburg geschikte leemgronden
had.
o In het waterrijke gebied domineerden de jagers en verzamelaars nog.
3) Nieuwe steentijd / neolithicum (4900-2000 v.Chr.)


1

,  4000 tot 2800 v.Chr.: trechterbekercultuur, migratiestroom van jagers en verzamelaars
naar het noordoosten van het land en vestigen zich op hoger gelegen zandgronden. Hun
samenleving is sociaal complex en zij waren de bouwers van de hunebedden (3400 v.
Chr.)
o Rond 3300 v.Chr. is er door de verspreiding van alle culturen en door groei van
de bevolking naar 10.000 een bescheiden sociale differentiatie: landbouw is niet
meer weg te denken
 2900-2450 v.Chr.: touwbekercultuur
 De bronstijd (2000-700 v.Chr.)
 De ijzertijd (700-50 v.Chr.)
 In Nederland komt de ijzertijd pas later, vanwege de geïsoleerde positie. Pas rond 500 v.Chr.
wordt het noorden van Nederland überhaupt bereikt.
 Bevolking neemt toe naar 100.000 inwoners, verdere ontwikkeling van de landbouw.
 Moeilijker te ontginnen gebieden gaat men gebruiken voor landbouwdoeleinden.
 De mensen die de ijzeren gereedschappen het eerst produceerden waren de Kelten, die uit
Centraal-Europa afkomstig waren. Nederland lag aan de noordelijke grens van de Keltische
bevolking. In die tijd spreekt men waarschijnlijk vormen van Keltische talen. De Keltische
Hallstatt cultuur en de La Tène cultuur verspreiden zich over Nederland vanuit Midden-
Europa

Langzamerhand worden de Kelten echter vervangen door de Germanen vanuit het noordoosten.
Daarmee werd de Keltische taal ook vervangen. Vóór de Romeinse strijd werd het leven in Nederland
gekenmerkt door de strijd tegen het water en een groei naar 100.000 inwoners. Het Noorden was
toen het meest welvarend, omdat ze daar terpen bouwden. Samenlevingen waren waarschijnlijk vrij
egalitair, omdat iedereen moest omgaan met het water. Het landschap had invloed op sociale
relaties.

Oudheid, Romeinse Nederlanden (50 v.Chr. – 400)
 In 58-51 v.Chr. probeert Caesar Gallië onder zijn gezag te krijgen.
o We weten relatief veel over deze periode door het boek de bello Gallico van Caesar, maar
kanttekeningen bij deze bron (oogpunt Romeinse rijk, doel om zijn macht te versterken).
o In 57 v.Chr. komt Caesar in de buurt van de zuidelijke grenzen van Nederland. Hij
omschrijft zijn tegenstanders als de Menapii in het westen en de Eburonen in het oosten.
Zij geven zich in 53 v.Chr. over, maar verliezen grip op de macht vanwege interne
strubbelingen.
o Caesar is daadwerkelijk in 55 v.Chr. in Nederland, Noord-Brabant geweest. Daar, rond
Kessel, heeft hij de Tencteri en de Usipeten verslagen, die eerder het gebied van de
Menapii innamen. Het lukt hem niet om het gebied definitief te controleren.
 12 v.Chr. herleeft de interesse van de Romeinen in het gebied.
o Drusus (kleinzoon van Augustus) onderwerpt het gebied onder de Rijn in 12 v.Chr.,
waarna hij een militaire overeenkomst met de Batavieren sloot, die waren gevestigd rond
Rijndelta. Zij werden bondgenoten van het Romeinse Rijk en waren vrijgesteld van
belastingen.
o In 12 v.Chr. verslaan de Romeinen m.b.v. de Bataven de andere Germaanse volken in het
noorden en westen van Nederland te onderwerpen. Maar: in het jaar 9 werden de
Romeinen verslagen in het Teutoburgerwoud. Ze trekken zich terug naar westen Rijn.
 Na 9 zijn nog expedities gehouden om Germanië, ten noorden en oosten van de Rijn, te
veroveren.
o In 28 komen de Friezen in opstand, omdat ze ontevreden zijn over de hoeveelheid
ossenhuiden die ze moeten betalen. Ze verdrijven de Romeinen, en de landen ten



2

, noorden van de Rijn blijven grotendeels uit handen van de Romeinen. Rond 48 sluiten de
Friezen en Romeinen vrede, waardoor de handel verbeterde.
o Een laatste poging om Germanië te veroveren wordt gedaan door legeraanvoerder
Corbulo in 47. De Rijn gaat fungeren als versterkte rijksgrens (limes) en er worden
allianties gesloten met de volkeren ten noorden van de Rijn. Ook bouwen de Romeinen
forten (castella) en steden (vici), o.a. in Katwijk, Nijmegen, Utrecht en Maastricht. Deze
situatie is relatief stabiel tot halverwege de derde eeuw.
 In 69-70 volgt er nog een Bataafse opstand o.l.v. Julius Civilis
o Julius Civilis was door de Romeinen onrechtvaardig behandeld, omdat ze hem en zijn
broer van verraad beschuldigden en zijn broer vervolgens hadden geëxecuteerd. Civilis
had zelf 25 jaar in het Romeinse leger had gediend. Ook wilden de Romeinen dat de
Bataven zich bij het Romeinse leger zouden voegen, i.p.v. dat dit op vrijwillige basis
geschiedde.
o Julius Civilis grijpt kans op moment van wanorde in Rome na dood Nero, en de opstand
lijkt succesvol. Julius Civilis sluit een verdrag met de Cananefaten en samen trekken ze tot
Xanten. In 70 wordt Vespasianus echter keizer en stuurt hij het leger op de Bataven af.
o Opstand bereikt weinig, maar wordt Bataafse mythe: Nederland vocht voor de vrijheid
tegen het grote Romeinse rijk. Maar, Nederlanders zijn waarschijnlijk geen
afstammelingen van de Bataven, omdat ze later uit het grondgebied vertrokken zijn.
 Na 70 volgt de pax romana, tot de 3e eeuw.
o De limes van de Romeinen was deel van de provincie Germania inferior en is enorm
stabiel, door bescherming van de Romeinse vloot, legioenen en Germaanse hulptroepen.
o Daardoor ontstaan in dit gebied al snel nieuwe steden op oude Keltische nederzettingen
met Romeinse namen, zoals Ulpia Novio Magus, oftewel Nijmegen.

Bewoners van ‘de Nederlanden’
In de ijzertijd spraken de bewoners van de Nederlanden vooral Keltische en Germaanse talen. Vanaf
ongeveer 475 v.Chr. verspreid de La Tènecultuur zich. Vanaf het moment van Romeinse overheersing
ontstaat er echter een tweedeling in de Nederlanden. De Romeinse invloed strekt zich tot de Rijn, het
Noorden blijft Keltisch en Germaans. Alle inwonersgroepen krijgen steeds verschillende namen:
 T.t.v. Caesar: Menapiërs (Vlaanderen), Eburonen (oosten), Tencteren/Usipeten
(rivierengebied)
 T.t.v. Augustus: Friezen, Cananefaten/Bataven, Chauken. Het is onduidelijk of dit nieuwe
groepen zijn, of gewoon nieuwe namen voor dezelfde groepen.

Bataafs-Romeinse cultuur en leven in het Romeinse Rijk
Dan volgt de periode van het pax romana, tot de 3 e eeuw. Tijdens deze vredestijd ontstaat de Bataafs-
Romeinse cultuur in het grensgebied.
 Ontstond langs de Rijn, de limes. Deze grens maakte communicatie tussen Noorden en
Zuiden mogelijk, veel handel, steden en uitwisseling. De limes hadden dus een militaire,
bestuurlijke en economische functie.
 De economie bestond uit actieve handel over de rivieren en de Noordzee.
o Zuid-Limburg speelde belangrijke rol in de handel tussen Gallië en het Rijnland.
Maastricht kreeg zelfs een brug over de maas. Er ontstonden in het zuiden dan ook
grote landbouwcomplexen/landgoed (villae), waar pachters in dienst van
landeigenaren werkten en gebruikmaakten van allerlei Romeinse technieken.
o Het noorden is minder beïnvloed door Rome, maar door handel met Friezen was het
Romeinse Rijk economisch wel belangrijk. Rivieren waren belangrijke handelsroutes
en Romeinen legden zelfs kanalen aan om ze beter bevaarbaar te maken.
o Bij Ganuenta (Colijnsplaat, Zeeland), staken Romeinen over om te handelen met GB.
 Het Latijn verspreidde zich door verschriftelijking en communicatie, ook in het noorden

3

, o Met name ambtenaren en militaire functionarissen waren belangrijke cultuurdragers.
 Uitwisseling ook op religieus vlak: er werden tempels en altaren gebouwd voor Romeinse en
inheemse goden (syncretisme). Beide culturen namen goden van elkaar over.
o T.a.v. het christendom had het Romeinse rijk (in de 4 e eeuw) weinig invloed op de
godsdienst. Er was één bisschop, st. Servaas (Maastricht).

Proces van Romanisering (bestuurlijk, cultuur, religieus), maar ook incorporatie Germaanse
elementen: de limes moet je zien als plaats van uitwisseling i.p.v. Berlijnse muur. In Germania Inferior
was er dus sprake van een mix van Keltische, Germaanse en Romeinse culturen.

Romeinse neergang, migratie en ontvolking
 Eerste Germaanse invallen al in 170, maar die kunnen worden gestopt. De economie
verslechterde toen wel al en het klimaat werd onstuimiger, wat leidde tot migraties van
Germanen richting limes, grote delen van Friesland werden weggespoeld, ze moesten een ander
onderkomen vinden.
 De Pax Romana stopt in ca. 250: Rome is verzwakt door politieke instabiliteit en er is militaire
druk vanuit de Franken (= benaming voor aantal Germaanse volken die los met elkaar verbonden
waren), de Saksen en de Friezen. De Franken verbreken uiteindelijk de limes. Velen trekken uit
hun landgoederen, alleen Maastricht blijft. Er was dus sprake van populatiedaling.
 Eind 3e eeuw: de Romeinen weten de orde te herstellen via een militaire reorganisatie. Ze
veranderen houten forten in stenen forten en leggen sperforten aan (castella) langs de kust en
landinwaarts. De aanwezige militaire en bestuurlijke organisatie werd uitgehold en er ontstonden
buffergroepen (foederati). De vestiging van bewoners hing af van hun bereidheid om
nederzettingen te bouwen en een pact met de Romeinen te sluiten, zoals bv. de Salische Franken
uiteindelijk wel deden, waardoor zij van de Romeinen Salland in Overijssel kregen.
 400: de Romeinen geven het grensgebied op en de Chamavi nemen het rivierengebied in. De slag
bij Mainz in 406 is te zien als einde van het Romeinse overwicht, de Franken trekken dan over de
limes heen.
o De bevolking werd gereduceerd tot het niveau van voor de Romeinen
o Verspreiding van het Christendom gaat traag en is rudimentair.

NB: Etnogenese = vorming en verandering van sociale groepen, bv. de Franken, Friezen en Saksen. Dit
zijn geen essentialistische eenheden, maar aan verandering onderhevig. Ook worden ze vaak gebruikt
als verzamelnaam voor veel meer groepen, evenals dat namen hergebruikt worden voor hele
culturele/biologische nieuwe groepen. Géén continuïteit dus, de Germaanse stammen bestonden uit
groepen van verschillende oorsprong, die na multi-etnische confederatie na verloop van tijd een
nieuwe etnische groep kon laten ontstaan.

Vroege middeleeuwen (400 – 900)
In de 5e eeuw is het duidelijk dat er mensen in Nederland hebben gewoond, maar de bevolking is
drastisch afgenomen. Migratie werd gedreven door politieke onrust, nieuwe Germaanse groepen,
klimaatverandering/fasen, vernatting. In de loop van de 5 e eeuw meldden zich nieuwe groepen (vaak
vertakkingen van stammen, bv. Salische Franken) onder bekende verzamelnamen, etnogenese. Door
al eeuwenlange interactie tussen de Franken, Friezen en Saksen ontstond uiteindelijk de Nederlandse
taal, De volken deelden ook culturele gebruiksobjecten en praktijken. De stammen hadden dus geen
eigen cultuur, maar waren meer een samenraapsel van los verbonden gemeenschappen die in
cultureel opzich veel gemeen hadden. Franken, Friezen en Saksen dreven ook handel met elkaar. In
de 7e en 8e eeuw begon de bevolking toe te nemen, vaak langs rivieren.
 Angelen en Saksen:
o Kwamen naar delen van Friesland en Holland en vermengden zich met Friezen, waardoor
zij ook Friezen werden genoemd.


4

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
noortjelangman Radboud Universiteit Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
126
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
9
Documenten
30
Laatst verkocht
17 uur geleden

4,4

14 beoordelingen

5
8
4
4
3
2
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen