EVIDENCE BASED
PRACTICE
Blok 1.4 - Neurorevalidatie
, Nummer Vraag Antwoord
1. Het handelen volgens de principes van Evidence Based Practice B
(EBP) gaat volgens Sackett in vijf stappen. Welke stap hoort hier
niet bij?
a. Dat je de inhoud van de gevonden informatiebronnen
kritisch beoordeelt
b. Dat je de informatiebehoefte die je hebt over de prognose,
diagnose of therapie van je patiënt omzet in een
beantwoordbare vraag
c. Het efficiënt zoeken naar het beste bewijsmateriaal
2. Citeren is: B
a. Het in eigen woorden samenvatten van de ideeën of
teksten van iemand anders
b. Letterlijk aanhalen wat iemand anders over een onderwerp
gezegd of geschreven heeft met vermelding van de bron
c. Letterlijk aanhalen wat iemand anders over een onderwerp
gezegd of geschreven heeft zonder vermelding van de
bron
3. Voorbeelden van booleaanse operatoren zijn: A
a. AND, OR en NOT
b. #, “” en &
c. MeSH-termen
4. Er is sprake van plagiaat wanneer: C
a. Werk van iemand anders letterlijk wordt overgenomen
waarbij wordt gedaan alsof het eigen werk is
b. Werk van iemand anders wordt samengevat in eigen
woorden waarbij wordt gedaan alsof het eigen werk is
c. Zowel antwoord A als antwoord B zijn correct
5. Welke van de onderstaande tegenstellingen klopt niet gerelateerd C
aan het design van een onderzoek?
a. Kwalitatief versus kwantitatief onderzoek
b. Primair versus secundair onderzoek
c. Toetsend versus experimenteel onderzoek
6. Wanneer gebruik is gemaakt van informatie uit een B
wetenschappelijk artikel dient in de literatuurlijst het volgende van
dat artikel te worden opgenomen als bronvermelding:
a. Auteursnamen, geboortedatum van de auteurs, titel van de
publicatie, titel van het tijdschrift, volume- en/of
editienummer en paginanummers
b. Auteursnamen, titel van de publicatie, titel van het
tijdschrift, jaartal van uitgave, volume- en/of editienummer
en paginanummers
c. Auteursnamen, werkplaats van de auteurs, titel van het
tijdschrift, jaartal van uitgave, volume- en/of editienummer
en paginanummers
7. Voor het bepalen van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek C
zijn vooral de validiteit en de betrouwbaarheid van belang. Wat is
waar?
a. Als je de betrouwbaarheid wilt bepalen kijk je naar de wijze
waarop het onderzoek is uitgevoerd: onder andere
randomisatie, grootte van de onderzoeksgroep, blindering
b. Als je de validiteit wilt bepalen kijk je naar de wijze waarop
er over het onderzoek is gerapporteerd: onder andere
eenduidig, reproduceerbaar
c. Zowel antwoord A als antwoord B zijn onjuist
1