bar wie
En
Eddee
esin ee eer
Sis 1
, College 1
College 1 slides:
12 t/m 22 (Je hoeft de Latijnse voorbeelden, zoals op slide 16, niet te
kunnen reproduceren, maar je dient het principe wel te begrijpen en in
algemene woorden te kunnen beschrijven)
27 +29
33 t/m 40
Inleiding
4. Talen veranderen
- Soms heel snel: bijv. nieuwe woorden voor nieuwe dingen (se///e)
- Soms heel langzaam: bijv. het verdwijnen van naamvallen (het boek van Jan vs. Jans boek)
- Over algemeen: sneller dan je denkt (z.0.z. tekstfragment uit Van de koele meren des doods,
1900) .
4 ‘Maar gansch gebroken was haar vroomheid niet, zooals ook nimmer meer in haar verder leven. Haar
eenzame wandelingen waren durende gesprekken met God, in haar naïeven trant. Zij deed hem
bittere verwijten, bracht hem klachten en vraagde, vraagde zonder ophouden.’
‘Leo raadde haar niet te schrijven, maar Hedwig zeide het beloofd te hebben en het te moeten doen.
Zij stelde den brief zoo koel en afwijzend mogelijk. Maar zij voelde meelij, geen hardheid, en dus
kwam een zachte wending in haar schrijven die haar tranen kostte en haar vriendin hoofdschudden
deed. Doch zóó ging de brief weg, heetend een afscheid zonder keer.’
Y 3 Onderwerp van deze module: waarom ziet het hedendaagse Nederlands eruit zoals het eruit ziet?
Sommige elementen zijn zeker 7000 jaar oud:
het woord vader stamt bijvoorbeeld af van het Indo-Europees.
Andere elementen zijn vrij nieuw:
de constructie het moeilijkste tentamen ooit is overgenomen van het Engels (‘he toughest exam
ever).
Sq We reconstrueren de geschiedenis én voorgeschiedenis van het Nederlands om beter te begrijpen
hoe onze huidige taal eruit ziet.
6 Databases
- https://www.etymologiebank.nl/
- https://gtb.ivdnt.org/search/
Oudnederlands Woordenboek (ONW)
VroegmiddelnederlandsWoordenboek (VMNW)
Middelnederlands Woordenboek (MNW) Hi
Woordenboek der Nederlandse taal (WNT)
Woordenboek der Friese taal (WFT)
- Resultaten | Delpher: 17e-eeuwse krantenset die door
honderden vrijwilligers is getranscribeerd:
, 4 Inleiding
Relevantie van fenomeen taalverander
Fou a
1 lachte was vroeger )) (occ).
Op een gegeven moment is de “foute! variant // /ochte zo verbreid dat de ‘elite’ het aanvaardt.
{© Conclusie 1: maak een onderscheid tussen descriptieve en normatieve taalkunde
Descriptief: je beschrijft varianten van het Nederlands zonder oordeel. dye
. . . ae . 2 - ~*~
-
- Normatief: je geeft aan welke variant de voorkeur heeft. sul Aur i
\; Conclusie 2: besef dat de norm nooit objectief is, maar door bepaalde mensen of op een bepaald
moment vastgesteld.
-_ Bijvoorbeeld: Is bun hebben Nederlands? — VOU
Antwoord: het is op dit moment (nog?) niet geaccepteerd als Standaardnederlands.
(2. Zo’n taalkundige norm heeft niet altijd bestaan.
— 4990 - Vroegmoderne tijd: standaardisering van het Nederlands. AXroegnuurwnetcte Tand
Atco Standaardisering heeft te maken met het ontstaan van nationale staten (behoefte aan
bovenregionale variant).
Toevallig was de provincie Holland in die tijd het sociaaleconomische centrum.
Standaardisering remt taalverandering (bv too: vs td).
Taalverandering — factoren
15 1. Externe factoren: taalcontact
a. Tussen naburige talen (bijv. het Franse suffix -age in vrijoge en lekkage, het
Hebreeuwse (oosjer) = Asuwdan
den
b. Tussen verschillende sociale groepen (de elite in de vroegmoderne periode vond
groter ols mij onbeschaafd en de rest nam dat idee over)
c. Tussen jongeren en ouderen (bijv. aopen, (ven, volo, chil), fomo)
d. Tussen dialect en standaardtaal (standaardtaal verdringt dialect steeds meer, maar
soms doen dialectwoorden intrede in standaardtaal)
iW 9, Interne factoren (de taalstructuur)
a. Uitspraakgemak
(zwaarer zwaarder; mensch > mens)
b. Efficiëntie .
(verkorten van woorden, zoals 7/10 i.p.v. gufomobie!) ty US. teleu(SUL
c. Coherentie/systematiek
(vand werd vond , naar analogie met vonden en gevonden)
d. Vormen moeten voldoende betekenisonderscheidend zijn
(vo en naar vroeger door elkaar gebruikt)
e. Nieuwe woorden voor nieuwe dingen (compute, se/f/e)
(5 Tendens: van synthetisch naar analytisch
Synthetisch = grammaticale relaties tussen woorden worden uitgedrukt m.b.v. van veel
L buigingsvormen. . . ezel GGN ‚ ann,
Analytisch = grammaticale relaties tussen woorden worden uitgedrukt d.m.v. losse woordjes en
2
woordvolgordepatronen die betekenisvol zijn. SOMCNEASCHE
Le MALT CuLicyargien tog ica, keudena ren.
, IG VB 1: verdwijnen naamvallen >
aad
VB 1: verdwijnen naamvallen *
Johannes amat Mariam en Mariam amat Johannes
betekenen hetzelfde, want de uitgang van het Johannes amat Marian betekenen hetzelfde
woord laat de functie in de zin zien. Wariam amat Johann Johannes houdt van Mara
De uitgang van het woord laat de functie van het
Johannes houdt van Marie en Marie houdt van woord in de zin zien (onderwerp. lijdend vw).
Johannes betekenen iets anders, want de
woordvolgorde laat de functie in de zin zien. Johannes houdt van Maria
Va houdt van Johann betekenen iets anders
De woordvolgorde laat de functie van de woorden
\F vir= (de) man in de zin zien.
puer= (de) jongen 9
videt= ziet Leen, uiko JAGAN Lepaalden
Lekekends > Hprihekun Che
Wat zijn de vertalingen van deze zinnetjes?
Puerum videt vir o
flu, woordwolgerde Lepvaort
Vir puerum videt dz Jonger nat
Puerum vir videt Gekeken -» analy Awa ch.
dg marr
VB2: werkwoordsvormen
Latijn: video, vides, videt, videmus, videtis, vident.
Nederlands: ik zie, jij ziet, hij ziet, wij zien, jullie zien, zij zien.
Latijn: uit de woordvorm kun je de persoon afleiden.
Nederlands: in het Nederlands heb je een persoonlijk voornaamwoord nodig.
(dus: net zoals we bij Spaans doen)
Waarom wordt taal steeds analytischer?
9 Kinderen leren makkelijk complexe vervoegings-en verbuigingsvormen.
Volwassenen leren juist makkelijker regelmatige vormen en omschrijvingen.
Talen die veel nieuwkomers hebben, worden sneller analytisch (vergelijk bepaald lidwoord in Engels
en Duits).
- In een kleine, gesloten samenleving houden naamvallen en vervoegingen veel langer stand,
omdat kinderen die makkelijk kunnen leren. A
- Talen die door veel mensen op latere leeftijd worden geleerd worden sneller analytisch
(vergelijk bijv. bepaald lidwoord in Engels (7e) en Duits (der, dos, d/e)).
20 De geschiedenis van het Nederlands
21 _1. De prehistorie (5000 v. Chr. — 500 n. Chr.)
2. De Oudnederlandse dialecten (500 —1150)
3. De Middelnederlandse dialecten (1150 —-1500)
TA. Vroegnieuwnederlands—het ontstaan van de
Nederlandse standaardtaal (1500 —1700)
ie Nieuwnederlands-cultivering van de schrijftaal
(1700 -1900)
6. Modernnederlands—emancipatie van spreektaal
en opmars taalpolitie (1900 —2000)
2+ 3 middrlecuusen
uth 5 renaissance
sh +& moderne Sten
En
Eddee
esin ee eer
Sis 1
, College 1
College 1 slides:
12 t/m 22 (Je hoeft de Latijnse voorbeelden, zoals op slide 16, niet te
kunnen reproduceren, maar je dient het principe wel te begrijpen en in
algemene woorden te kunnen beschrijven)
27 +29
33 t/m 40
Inleiding
4. Talen veranderen
- Soms heel snel: bijv. nieuwe woorden voor nieuwe dingen (se///e)
- Soms heel langzaam: bijv. het verdwijnen van naamvallen (het boek van Jan vs. Jans boek)
- Over algemeen: sneller dan je denkt (z.0.z. tekstfragment uit Van de koele meren des doods,
1900) .
4 ‘Maar gansch gebroken was haar vroomheid niet, zooals ook nimmer meer in haar verder leven. Haar
eenzame wandelingen waren durende gesprekken met God, in haar naïeven trant. Zij deed hem
bittere verwijten, bracht hem klachten en vraagde, vraagde zonder ophouden.’
‘Leo raadde haar niet te schrijven, maar Hedwig zeide het beloofd te hebben en het te moeten doen.
Zij stelde den brief zoo koel en afwijzend mogelijk. Maar zij voelde meelij, geen hardheid, en dus
kwam een zachte wending in haar schrijven die haar tranen kostte en haar vriendin hoofdschudden
deed. Doch zóó ging de brief weg, heetend een afscheid zonder keer.’
Y 3 Onderwerp van deze module: waarom ziet het hedendaagse Nederlands eruit zoals het eruit ziet?
Sommige elementen zijn zeker 7000 jaar oud:
het woord vader stamt bijvoorbeeld af van het Indo-Europees.
Andere elementen zijn vrij nieuw:
de constructie het moeilijkste tentamen ooit is overgenomen van het Engels (‘he toughest exam
ever).
Sq We reconstrueren de geschiedenis én voorgeschiedenis van het Nederlands om beter te begrijpen
hoe onze huidige taal eruit ziet.
6 Databases
- https://www.etymologiebank.nl/
- https://gtb.ivdnt.org/search/
Oudnederlands Woordenboek (ONW)
VroegmiddelnederlandsWoordenboek (VMNW)
Middelnederlands Woordenboek (MNW) Hi
Woordenboek der Nederlandse taal (WNT)
Woordenboek der Friese taal (WFT)
- Resultaten | Delpher: 17e-eeuwse krantenset die door
honderden vrijwilligers is getranscribeerd:
, 4 Inleiding
Relevantie van fenomeen taalverander
Fou a
1 lachte was vroeger )) (occ).
Op een gegeven moment is de “foute! variant // /ochte zo verbreid dat de ‘elite’ het aanvaardt.
{© Conclusie 1: maak een onderscheid tussen descriptieve en normatieve taalkunde
Descriptief: je beschrijft varianten van het Nederlands zonder oordeel. dye
. . . ae . 2 - ~*~
-
- Normatief: je geeft aan welke variant de voorkeur heeft. sul Aur i
\; Conclusie 2: besef dat de norm nooit objectief is, maar door bepaalde mensen of op een bepaald
moment vastgesteld.
-_ Bijvoorbeeld: Is bun hebben Nederlands? — VOU
Antwoord: het is op dit moment (nog?) niet geaccepteerd als Standaardnederlands.
(2. Zo’n taalkundige norm heeft niet altijd bestaan.
— 4990 - Vroegmoderne tijd: standaardisering van het Nederlands. AXroegnuurwnetcte Tand
Atco Standaardisering heeft te maken met het ontstaan van nationale staten (behoefte aan
bovenregionale variant).
Toevallig was de provincie Holland in die tijd het sociaaleconomische centrum.
Standaardisering remt taalverandering (bv too: vs td).
Taalverandering — factoren
15 1. Externe factoren: taalcontact
a. Tussen naburige talen (bijv. het Franse suffix -age in vrijoge en lekkage, het
Hebreeuwse (oosjer) = Asuwdan
den
b. Tussen verschillende sociale groepen (de elite in de vroegmoderne periode vond
groter ols mij onbeschaafd en de rest nam dat idee over)
c. Tussen jongeren en ouderen (bijv. aopen, (ven, volo, chil), fomo)
d. Tussen dialect en standaardtaal (standaardtaal verdringt dialect steeds meer, maar
soms doen dialectwoorden intrede in standaardtaal)
iW 9, Interne factoren (de taalstructuur)
a. Uitspraakgemak
(zwaarer zwaarder; mensch > mens)
b. Efficiëntie .
(verkorten van woorden, zoals 7/10 i.p.v. gufomobie!) ty US. teleu(SUL
c. Coherentie/systematiek
(vand werd vond , naar analogie met vonden en gevonden)
d. Vormen moeten voldoende betekenisonderscheidend zijn
(vo en naar vroeger door elkaar gebruikt)
e. Nieuwe woorden voor nieuwe dingen (compute, se/f/e)
(5 Tendens: van synthetisch naar analytisch
Synthetisch = grammaticale relaties tussen woorden worden uitgedrukt m.b.v. van veel
L buigingsvormen. . . ezel GGN ‚ ann,
Analytisch = grammaticale relaties tussen woorden worden uitgedrukt d.m.v. losse woordjes en
2
woordvolgordepatronen die betekenisvol zijn. SOMCNEASCHE
Le MALT CuLicyargien tog ica, keudena ren.
, IG VB 1: verdwijnen naamvallen >
aad
VB 1: verdwijnen naamvallen *
Johannes amat Mariam en Mariam amat Johannes
betekenen hetzelfde, want de uitgang van het Johannes amat Marian betekenen hetzelfde
woord laat de functie in de zin zien. Wariam amat Johann Johannes houdt van Mara
De uitgang van het woord laat de functie van het
Johannes houdt van Marie en Marie houdt van woord in de zin zien (onderwerp. lijdend vw).
Johannes betekenen iets anders, want de
woordvolgorde laat de functie in de zin zien. Johannes houdt van Maria
Va houdt van Johann betekenen iets anders
De woordvolgorde laat de functie van de woorden
\F vir= (de) man in de zin zien.
puer= (de) jongen 9
videt= ziet Leen, uiko JAGAN Lepaalden
Lekekends > Hprihekun Che
Wat zijn de vertalingen van deze zinnetjes?
Puerum videt vir o
flu, woordwolgerde Lepvaort
Vir puerum videt dz Jonger nat
Puerum vir videt Gekeken -» analy Awa ch.
dg marr
VB2: werkwoordsvormen
Latijn: video, vides, videt, videmus, videtis, vident.
Nederlands: ik zie, jij ziet, hij ziet, wij zien, jullie zien, zij zien.
Latijn: uit de woordvorm kun je de persoon afleiden.
Nederlands: in het Nederlands heb je een persoonlijk voornaamwoord nodig.
(dus: net zoals we bij Spaans doen)
Waarom wordt taal steeds analytischer?
9 Kinderen leren makkelijk complexe vervoegings-en verbuigingsvormen.
Volwassenen leren juist makkelijker regelmatige vormen en omschrijvingen.
Talen die veel nieuwkomers hebben, worden sneller analytisch (vergelijk bepaald lidwoord in Engels
en Duits).
- In een kleine, gesloten samenleving houden naamvallen en vervoegingen veel langer stand,
omdat kinderen die makkelijk kunnen leren. A
- Talen die door veel mensen op latere leeftijd worden geleerd worden sneller analytisch
(vergelijk bijv. bepaald lidwoord in Engels (7e) en Duits (der, dos, d/e)).
20 De geschiedenis van het Nederlands
21 _1. De prehistorie (5000 v. Chr. — 500 n. Chr.)
2. De Oudnederlandse dialecten (500 —1150)
3. De Middelnederlandse dialecten (1150 —-1500)
TA. Vroegnieuwnederlands—het ontstaan van de
Nederlandse standaardtaal (1500 —1700)
ie Nieuwnederlands-cultivering van de schrijftaal
(1700 -1900)
6. Modernnederlands—emancipatie van spreektaal
en opmars taalpolitie (1900 —2000)
2+ 3 middrlecuusen
uth 5 renaissance
sh +& moderne Sten