Strategieën
💡 Deze vragen zijn op eigen inzicht bedacht en ontwikkeld op basis van de
tentamenstof. Verspreiden aan derden is uiteraard verboden. Succes
met oefenen! 🖤
1. In dit vak zijn meerdere keren de basistheorieën aan bod gekomen die je als
diagnost in je bagage nodig hebt. Hieronder zie je een model wat ook
onderdeel zou moeten zijn van die bagage. Welk model is dit?
a. Model van Pennington
b. Bidirectioneel model
c. Diathese-stress model
d. Model van Bronfenbrenner
2. Uit wetenschappelijke literatuur is bekend dat hechtingsproblemen
verschillende gevolgen kunnen hebben. Dit kan leiden tot ADHD, ASS en/of
Oefentoets Modellen & Strategieën 1
, ODD. Voor dit soort verbanden is een wetenschappelijke term. Welke is dat
en waarom?
a. Multifinaliteit, want dat betekent dat verschillende ontwikkelingspaden tot
dezelfde uitkomst kunnen leiden.
b. Multifinaliteit, want dat betekent dat een bepaalde risicofactor tot
verschillende ontwikkelingsuitkomsten kan leiden.
c. Equifinaliteit, want dat betekent dat verschillende ontwikkelingspaden tot
dezelfde uitkomst kunnen leiden.
d. Equifinaliteit, want dat betekent dat een bepaalde risicofactor tot
verschillende ontwikkelingsuitkomsten kan leiden.
3. Wat is het belangrijkste verschil tussen een theorie en een model?
a. Een theorie verklaart waarom iets gebeurt. Een model laat zien hoe iets
werkt of in elkaar zit.
b. Een model verklaart waarom iets gebeurt, een theorie laat zien hoe iets in
elkaar zit.
c. Een model is een visuele representatie, een theorie niet.
d. Een theorie is nog niet definitief wetenschappelijk bewezen, een model
wel.
4. Wat is GEEN voorbeeld van iets waarbij je iatrogene schade kan
toebrengen?
a. diagnoses stellen
b. observatie
c. gesloten jeugdzorg
d. medicatie
5. Een ander model wat ook in je bagage als diagnost hoort, is het model van
bidirectionele causaliteit. In één vakje staat een vraagteken. Welk woord
hoort daar te staan?
Oefentoets Modellen & Strategieën 2
, a. Lichamelijke ontwikkeling
b. Emoties
c. Stoornissen
d. Gedag
6. Tamali heeft net een cursus gevolgd over hoogbegaafdheid. In haar
dagelijkse klinische praktijk ziet ze daar de laatste dagen voortdurend
aanwijzingen voor. Ze denkt: het lijkt wel alsof ik opeens veel meer
hoogbegaafde kinderen in mijn praktijk zie… Welke bias of welk effect uit de
besliskunde speelt bij Tamali een rol?
a. cirkelredenering
b. anchoring effect
c. beschikbaarheidsbias
d. affect bias
7. Als diagnost en behandelaar probeer je altijd evidence based te werken.
Evidence based werken bestaat uit drie onderdelen, zoals je in het figuur
hieronder kan zien. Wat hoort er op de plaatsen A, B en C te staan?
Oefentoets Modellen & Strategieën 3