Overeenkomstenrecht
Week B1
Burgerlijk wetboek
Boek 1: personen- en familierecht
Boek 2: rechtspersonenrecht
Boek 3: vermogensrecht
Boek 4: erfrecht
Boek 5: zakelijke rechten
Boek 6: verbintenissenrecht
Boek 7: bijzondere overeenkomsten
Boek 7A: vervolg bijzondere overeenkomsten
Boek 8: verkeersmiddelen & vervoer
Boek 10: internaGonaal privaatrecht
- vermogensrecht = boek 3
- verbintenissenrecht = boek 3 & 6
- overeenkomstenrecht = boek 6, 7, 7A & 8
Gelaagde structuur van het BW
1. Algemene regels
2. Uitzonderingen / specifieke regels
- Hoe verder naar voren een arGkel in het BW staat, hoe algemener het is.
à Bijzondere regelingen gaan alGjd voor de algemene regelingen
Beginselen van het privaatrecht in een casus
Contracten
- zijn vormvrij – afspreken waar je je aan moet houden (in elke vorm, papier,
mondelijk) uitzondering = als de wet anders bepaald.
- redelijkheid en billijkheid – ergens onderuit kunnen komen met hulp van de rechter.
wat is normaal en wat is redelijk? – Art. 6:248
- pacta sunt servanda – overeenkomst is overeenkomst, wat je hebt beloofd moet je
nakomen. beloUe maakt schuld
- contractsvrijheid – afspreken wat je wil en waar je wil (mag niet in strijd zijn met de
goede zeden of de openbare orde)
- bijzonder gaat voor algemeen – specifieke regeling gaat voor de algemene regels
Begrippen rechtshandeling, feitelijke handeling, bloot rechtsfeit en verbintenis
Rechtsfeiten schema
Rechtsfeit – een feit dat rechtsgevolg heeU, oUewel voor het recht van belang is
Bloot rechtsfeit - je doet niet expres/geen menselijke handeling, maar er komt wel een
rechtsgevolg (een feit waarbij het rechtsgevolg intreedt, zonder dat daarvoor juridisch gezien
enig acGef menselijk handelen nodig is)
handeling – vereist een bewuste menselijke handeling voor rechtsgevolg
, feitelijke handeling –Een menselijke handeling met rechtsgevolg maar wil is niet vereist: wil
doet niet ter zake
rechtshandeling – een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich
door een verklaring heeU geopenbaard
à art. 3:33 BW
meerzijdige rechtshandeling – een handelingen van rechtssubjecten, waaraan de betrokken
rechtssubjecten een bepaald beoogd rechtsgevolg verbinden.
à 3:33, 3:37 BW
Eenzijdige rechtshandeling – een handeling van een rechtssubject, waaraan een rechtsgevolg
wordt verbonden dat ook door het handelend subject wordt beoogd.
à 3:33 BW, Titel 2, rechtshandelingen
Onrechtma?ge daad – een inbreuk op iemands rechten, een
doen of nalaten in strijd met weYelijke plicht of een doen of
nalaten in strijd met en ongeschreven maatschappelijke norm.
Indien er schade is geleden, kan een parGj schadevergoeding
vorderen van de parGj die de onrechtmaGge daad pleegt à in
de wet
à 6:162 BW
1. verbintenissen ontstaan uit rechtshandelingen
2. verbintenissen ontstaan uit de wet:
- onrechtmaGge daad
- rechtmaGge daad
Rechtsregels omtrent verbintenissen uit de wet toe in een casus
Verbintenis
Vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee of meer mensen waarvan de één een
verplichGng heeU en de ander een recht à vanaf boek 3
- afspraken die voor het recht relevant zijn
- ‘’rechtsverhouding tussen twee parGjen waarbij één een recht heeU op een op geld
waardeerbare prestaGe waartoe de ander verplicht is’’ à Let op geld!
Aan de ene kant een recht en aan de andere kant een plicht
Verbintenissen kunnen voortvloeien uit overeenkomsten of uit de wet.
Redelijkheid en billijkheid – art. 6:2 BW
• redelijkheid = rede of verstand
• billijkheid = gevoel
• redelijkheid en billijkheid werken aanvullend of beperkend, zie ook art. 6:248 BW
Week B1
Burgerlijk wetboek
Boek 1: personen- en familierecht
Boek 2: rechtspersonenrecht
Boek 3: vermogensrecht
Boek 4: erfrecht
Boek 5: zakelijke rechten
Boek 6: verbintenissenrecht
Boek 7: bijzondere overeenkomsten
Boek 7A: vervolg bijzondere overeenkomsten
Boek 8: verkeersmiddelen & vervoer
Boek 10: internaGonaal privaatrecht
- vermogensrecht = boek 3
- verbintenissenrecht = boek 3 & 6
- overeenkomstenrecht = boek 6, 7, 7A & 8
Gelaagde structuur van het BW
1. Algemene regels
2. Uitzonderingen / specifieke regels
- Hoe verder naar voren een arGkel in het BW staat, hoe algemener het is.
à Bijzondere regelingen gaan alGjd voor de algemene regelingen
Beginselen van het privaatrecht in een casus
Contracten
- zijn vormvrij – afspreken waar je je aan moet houden (in elke vorm, papier,
mondelijk) uitzondering = als de wet anders bepaald.
- redelijkheid en billijkheid – ergens onderuit kunnen komen met hulp van de rechter.
wat is normaal en wat is redelijk? – Art. 6:248
- pacta sunt servanda – overeenkomst is overeenkomst, wat je hebt beloofd moet je
nakomen. beloUe maakt schuld
- contractsvrijheid – afspreken wat je wil en waar je wil (mag niet in strijd zijn met de
goede zeden of de openbare orde)
- bijzonder gaat voor algemeen – specifieke regeling gaat voor de algemene regels
Begrippen rechtshandeling, feitelijke handeling, bloot rechtsfeit en verbintenis
Rechtsfeiten schema
Rechtsfeit – een feit dat rechtsgevolg heeU, oUewel voor het recht van belang is
Bloot rechtsfeit - je doet niet expres/geen menselijke handeling, maar er komt wel een
rechtsgevolg (een feit waarbij het rechtsgevolg intreedt, zonder dat daarvoor juridisch gezien
enig acGef menselijk handelen nodig is)
handeling – vereist een bewuste menselijke handeling voor rechtsgevolg
, feitelijke handeling –Een menselijke handeling met rechtsgevolg maar wil is niet vereist: wil
doet niet ter zake
rechtshandeling – een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich
door een verklaring heeU geopenbaard
à art. 3:33 BW
meerzijdige rechtshandeling – een handelingen van rechtssubjecten, waaraan de betrokken
rechtssubjecten een bepaald beoogd rechtsgevolg verbinden.
à 3:33, 3:37 BW
Eenzijdige rechtshandeling – een handeling van een rechtssubject, waaraan een rechtsgevolg
wordt verbonden dat ook door het handelend subject wordt beoogd.
à 3:33 BW, Titel 2, rechtshandelingen
Onrechtma?ge daad – een inbreuk op iemands rechten, een
doen of nalaten in strijd met weYelijke plicht of een doen of
nalaten in strijd met en ongeschreven maatschappelijke norm.
Indien er schade is geleden, kan een parGj schadevergoeding
vorderen van de parGj die de onrechtmaGge daad pleegt à in
de wet
à 6:162 BW
1. verbintenissen ontstaan uit rechtshandelingen
2. verbintenissen ontstaan uit de wet:
- onrechtmaGge daad
- rechtmaGge daad
Rechtsregels omtrent verbintenissen uit de wet toe in een casus
Verbintenis
Vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee of meer mensen waarvan de één een
verplichGng heeU en de ander een recht à vanaf boek 3
- afspraken die voor het recht relevant zijn
- ‘’rechtsverhouding tussen twee parGjen waarbij één een recht heeU op een op geld
waardeerbare prestaGe waartoe de ander verplicht is’’ à Let op geld!
Aan de ene kant een recht en aan de andere kant een plicht
Verbintenissen kunnen voortvloeien uit overeenkomsten of uit de wet.
Redelijkheid en billijkheid – art. 6:2 BW
• redelijkheid = rede of verstand
• billijkheid = gevoel
• redelijkheid en billijkheid werken aanvullend of beperkend, zie ook art. 6:248 BW