Samenvatting
Pulsar natuurkunde: Hoofdstuk 1;
Bewegen in grafieken
Judith Vuijst
CSVVG Vincent van Gogh
, Natuurkunde samenvatting Hs 1: Bewegen in grafieken
1.1 Snelheid meten
Snelheid (v) is ‘t aantal meters dat wordt afgelegd in één Je fietst een afstand van 1500 m in 250 sec.
seconde. Eenheid voor snelheid bestaat uit een eenheid van Hoe groot is de snelheid in m/s en km/h?
afstand en een eenheid van tijd. Standaardeenheid van 1500 m 6 m 21 600 m 21,6 km
snelheid is m/s. Ih verkeer gebruik je km/h. Snelheid meet je 250 s 1s 3600 s 1 uur
door afstand en tijd te meten, dat kan bijv met een
verhoudingstabel of met lichtpoortjes. Niets gaat sneller dan het
licht en kan alleen nauwkeurig gemeten worden met verfijnde apparatuur (laserstralen/draaiende spiegels)
Een stroboscoop is een apparaat dat regelmatige lichtflitsen geeft. Aantal flitsen per sec is de frequentie.
Eenheid van frequentie is Herz (Hz). Bij bijv 5 Hz geeft de stroboscoop 5 lichtflitsen p seconde. Als je dan
een foto maakt van een beweging komt het voorwerp elke 0,2 sec op de foto. Om een beweging met een
computer te meten, heb je een plaatssensor nodig, die zet ultrasoon geluid uit dat teruggekaatst wordt
door ‘t voorwerp. Hoe dichter ’t voorwerp bij de sensor, hoe eerder ’t geluid weer terug is.
1.2 Plaatsgrafieken
In een plaatsgrafiek / (x,t)-grafiek zet je de plaats (x) uit tegen de tijd. Je kunt ook de snelheid
Δxx
bepalen uit een plaatsgrafiek dmv het hellingsgetal. Een verandering van plaats/verplaatsing V gem=
Δxt
heet Δx. Een verandering van tijd/tijdsduur heet Δt. Gem snelheid reken je uit door de
Δxx Δxx
verplaatsing te delen door de tijdsduur: . Bij een rechte lijn is ’t zelfde als het hg. Bij constante
Δxt Δxt
snelheid is x,t-grafiek een rechte lijn.
Als je bij een versnelde beweging de snelheid wilt bepalen, moet je op dat tijdstip de raaklijn tekenen.
Snelheid is dan gelijk aan ’t hellingsgetal vd raaklijn.