Week 1
Bestuursrecht: recht voor, van en tegen het openbaar bestuur
> legitimerend (voor); houdt in dat het bestuursrecht de regels geeft die van toepassing zijn op de
> legitimerend (voor); organisatie van het openbaar bestuur
> instrumenteel (van); houdt in dat het bestuursrecht aan het bestuur bevoegdheden geeft om te
> instrumenteel (van); kunnen besturen
> waarborg (tegen); houdt in dat het bestuursrecht ook de mogelijkheid biedt aan burgers om
waarborg (tegen); zichzelf juridisch te beschermen tegen het bestuur
Openbaar bestuur:
- Uitvoerende macht (trias politica)
- Het van overheidswege behartigen van het algemeen belang
- Het eenzijdig vaststellen van de rechtspositie van andere rechtssubjecten (‘openbaar gezag’)
Hoofdzaken van bestuursrecht:
- Organisatie: hoe is het bestuur georganiseerd? (BW: 1, 2 en 10)
- Bevoegdheden: welke bevoegdheid heeft het bestuur? (BW: 3, 4 en 5)
- Normering: aan welke rechtsnormen heeft het bestuur zich te houden? (BW: 2, 3 en 4)
- Handhaving: hoe kan het bestuur er voor zorgen dat burgers zich aan de voor hen geldende
- Handhaving: rechtsnormen houden? (BW: 5)
- Rechtsbescherming: welke juridische bescherming is er voor burgers tegen beslissingen en
- Rechtsbescherming: handelingen van het bestuur? (BW: 1 en 6-9)
De waarborgfunctie van het bestuursrecht (wijzigingen kunnen onderscheid worden in):
- Artikel 2:4a – Het bestuursorgaan stelt zich bij het uitoefenen van zijn taak dienstbaar op
- Artikel 3:4 – De voor een of meer belanghebbende nadelige gevolgen van een besluit mogen niet
- Artikel 3:4 – onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen
- Artikel 3:47 – De motivering wordt op een voor belanghebbende begrijpelijke wijze vermeld bij de
- Artikel 3:47 – bekendmaking van het besluit
- Artikel 4:84 – Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of
- Artikel 4:84 – meer belanghebbende gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden
- Artikel 4:84 – (vervalt) onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen
- Artikel 5:46 – Indien de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijke voorschrift is vastgesteld, legt
- Artikel 5:46 – het bestuursorgaan niettemin een lagere bestuurlijke boete op indien de overtreder
- Artikel 5:46 – aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete wegens bijzondere
- Artikel 5:46 – omstandigheden te hoog is
- Artikel 6:11 – Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift
- Artikel 6:11 – blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien: a. het geschrift
- Artikel 6:11 – wegens bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen niet tijdig kon worden
- Artikel 6:11 – ingediend; b. wegens andere redenen redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat
- Artikel 6:11 – de indiener in verzuim is geweest
- Artikel 7:1b – Een bestuursorgaan onderzoekt in overleg met de indiener van het bezwaarschrift en
- Artikel 7:1b – eventuele andere belanghebbende de mogelijkheden voor afdoening van het bezwaar
, Week 2
Algemeen bestuursrecht: regels die in beginsel voor het hele bestuursrecht gelden. Dit algemene
deel is te vinden in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Bijzonder bestuursrecht: bijzondere delen regelen specifiek een bepaald aspect van het
maatschappelijk leven. Denk aan de Drank- en horecawet en de Wet op kansspelen. In het bijzonder
bestuursrecht kan worden afgeweken van het algemeen bestuursrecht. Wanneer dit het geval is, gaat
de bijzondere wet voor op de algemene wet.
Semi-algemene wetten: dit is een combinatie van het algemeen- en bijzonder bestuursrecht. Semi-
algemene wetten kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op bepaalde bestuursrechtelijke
vraagstukken die niet volledig onder de Awb vallen, maar ook niet zo specifiek zijn als bijzondere
wetten die zich richten op een bepaald onderwerp. Voorbeelden zijn de Omgevingswet en de
Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Algemene wet bestuursrecht:
Het algemene deel van het bestuursrecht is vastgelegd in de Awb. De opdracht om de Awb vast te
stellen heeft de grondwetgever in artikel 107 lid 2 Gw gegeven.
De wetgever heeft met de Awb de volgende doelstellingen:
* Harmonisatie van bestuursrechtelijke wetgeving
* Vereenvoudiging en systematisering van wetgeving
* Codificatie van normen die in de rechtspraak zijn ontwikkeld
* Treffen van voorzieningen die een algemene regeling behoeven
* Bescherming van de burger en de rechtsstaat (waarborg)
De Awb heeft een gelaagde structuur, waarbij het begint met algemene regels en zich vervolgens
uitwerkt naar meer bijzondere bepalingen. Deze gelaagde structuur betekent dat je niet kunt volstaan
met het raadplegen van slechts één hoofdstuk van de Awb. Het is van belang om een hoofdstuk in
samenhang te lezen met andere hoofdstukken, omdat de bepalingen nauw met elkaar verbonden
zijn. Hierboven zie je een weergave van de gelaagde structuur.
Hoe een bepaling in de Awb werkt, t.o.v. het bijzondere deel van het bestuursrecht, is afhankelijk van
de manier waarop de bepaling geformuleerd is. 4 soorten bepalingen kunnen onderscheid worden:
* Dwingend recht: alleen afwijking bij wifz mogelijk
* Regelend recht: ook afwijking in lagere wetgeving (‘bij wettelijk voorschrift’) mogelijk
Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, …
* Aanvullend recht: hoofdregel in (lagere) wetgeving. Geldt alleen wanneer het onderwerp van de
* bepaling in de bijzondere wet niet wordt geregeld. Vangnet in Awb
* Facultatief recht: alleen van toepassing indien dit expliciet is aangegeven/bepaald
… indien dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald.
Conflictregels in het recht:
In de wetgeving zijn drie
conflictregels te
onderscheiden om situaties
van tegenstrijdige wetten op
te kunnen lossen. Deze
regels bepalen welke wet in
een conflictsituatie voorrang