College 1: Inleiding DSM or not DSM
Franken
Inleiding
Over het algemeen gaat psychopathologie over een afwijking van de norm met lijden (hoeft niet per se binnen de
persoon zelf). Relevante factoren zijn tijdsduur, intensiteit en aantasting van dagelijks functioneren. Historische
en culturele context zijn ook van belang. Ongeveer de helft krijgt ooit te maken met een psychische stoornis.
Transitiepsychiatrie focust op een geïntegreerde aanpak voor adolescenten en jongvolwassenen.
Eling
Hoofdstuk 1
Humorenleer: Kwestie van evenwicht tussen een aantal ‘oerkwaliteiten’ die samenhangen met de vier
aristotelische oerelementen: water, aarde, lucht, vuur,
Eenheidspsychose: er is een basale stoornis die op meerdere manieren tot uiting komt.
College 1 Inleiding DSM or not DSM
Drie manieren om gezondheid te omschrijven
1. Categorisch: of ziek of gezond
2. Typologisch: ziek of gezond, maar mogelijkheid tot overlap
3. Gradueel/continu: geen duidelijke splitsing tussen beiden, een
graduele lijn
Nosologie: indelen van ziektes TENTAMEN
- Etiologie: onderliggende factoren die tot een ziekte gaan lijden, zorgen voor uitbraak van een ziekte
- Epidemiologie: verdeling en prevalentie, bv man/vrouw verschillen, cultuur verschillen, gaat over
verspreidingspatronen
- Pathogenese: ligt chronologisch na etiologie, hoe gaat de ziekte zich verder ontwikkelen
- Symptomen/syndromen: beschrijvend
Overkoepelende persoonlijkheidsconstructen (trans-diagnostische persoonlijkheidsdimensies).
Internaliserend vs. Externaliserend:
Internaliserend omvat dimensies distress (o.a. bij depressie en GAD) en angst (bij sociale fobie,
paniekstoornis, etc.).
Externalisatie: heterogene mix van trekken, gedragingen en stoornissen Extreme
beloningsgevoeligheid, hostiliteit en reactieve agressie, lage impulscontrole. O.a. bij middelenmisbruik,
conductstoornis, antisociaal gedrag.
Piramidevorm (elke dimensie heeft een gedeelde genetische vatbaarheid).
Dit is zelfs gemaakt door makers van DSM!
Cognitieve neuropsychologie: omgeving/genetica brein cognitie gedrag.
Relatie tussen symptomen en cognitie. Bv. conductstoornis via minder empathie, of juist via slechte
besluitvorming? Je zit dus op symptoomniveau (los gedrag) en niet syndroomniveau (stoornis). Dezelfde
cognitieve afwijkingen in meerdere stoornissen. Niet verankerd in persoonlijkheidsleer.
Computationele psychiatrie.
Probleem; cognitie is hypothetisch construct (kan je niet zien of vastpakken).
Oplossing; cognitie als rekenwerk (mathematische vertalingen van cognitieve mechanismen; dus geen
‘sommetje’). Optimaal vs. afwijkend gedrag (waarom? nabootsen met formule).
, Stappen: computatie, toepassing op meting van patiënten, detectie in subgroep, validatie door
uitkomstvoorspellingen (precisie medicatie). Focus op brein en afwijkingen in cognitieve mechanismen.
College 2: Depressie in de late volwassenheid
Franken
Hoofdstuk 11 Bipolaire stoornis
3 hoofdtypen:
1. Bipolair 1 stoornis: afwisseling van depressieve en manische episoden
2. Bipolair 2 stoornis: afwisseling van depressieve en hypomanische (korte en minder manische) perioden
3. Cyclothyme stoornis: Stemmingswisselingen die subsymdroomaal (=betekent dat de symptomen
aanwezig zijn, maar niet ernstig of langdurig genoeg om te voldoen aan de volledige diagnostische
criteria van een stoornis) zijn. Milde depressieve en hypomanische symptomen (nooit volledige
episoden).
Kindling theorie: grotere rol van levensgebeurtenissen bij eerste episoden, maar latere episoden meer
autonoom (steeds minder stress nodig voor volgende episoden door geheugenspoor in brein). Psychosociale
stress en neurobiologische veranderingen verklaren het recidiverende beloop. TENTAMEN
Hoofdstuk 13 Depressie
5 criteria depressieve stoornis
1. Minimaal vijf depressieve symptomen gedurende twee weken
2. Significant lijdensdruk of beperkingen in het dagelijks functioneren
3. Geen fysiologische effecten of somatische aandoening
4. Geen verklaring vanuit schizofrene stoornis
5. Abstinentie van manische of hypomanische episodes
Aangeleerde hulpeloosheid (learned helplessness model) kan ontstaan als mensen lang worden blootgesteld aan
situaties waarover ze geen controle hebben. Na veel situaties zonder controle leren hulpeloos te reageren (ook als
er uitwegen zijn). Lange blootstelling aan situatie zonder controle is passief worden door afgenomen vermogen
om te leren van nieuwe ervaringen
Beck’s cognitieve model van depressie: vastzittende gedachtenschema’s als negatieve spiraal (verhoogt stress).
Depressie wordt veroorzaakt en in stand gehouden door disfunctionele cognities. Disfunctionele cognities zorgen
ervoor dat iemand niet meer in staat is de eigen situatie verbeteren TENTAMEN
Hoofdstuk 14 Persisterende Depressieve stoornis
Persisterende Depressieve stoornis (PDS) wordt gekenmerkt door een aanhoudende sombere stemming
gedurende meer dan twee jaar.
Eling
Hoofdstuk 4 Emotionele informatieverwerking bij depressie
Cognitieve inspanningshypothese: aandacht vragende informatieverwerking is verstoord binnen depressie. Alle
cognitieve functies, behalve verbaal leervermogen) herstellen na episode.
Cognitieve theorie: gedrag en stemming wordt bepaald door interpretatie van situaties (somberheid door
negatieve schema’s). Cognities beïnvloeden de stemming (tegenovergestelde van associatieve netwerktheorie)
Associatieve netwerktheorie: stelt dat emotie automatisch het stemmingscongruente netwerk activeert waardoor
gedragingen en cognities ontstaan die passen bij de emotie. Stemming activeert stemmingscongruente
associatieve netwerk, wat verwerking van info beïnvloedt (stemmingscongruent)
,Differentiële activatiehypothese: verklaart de grote kans op terugval doordat een sombere stemming leidt tot
activatie van latente negatieve cognities.
College 2 Depressie in de late volwassenheid
3 A’s TENTAMEN
1. Afasie: taalgebruik functioneert niet meer goed
2. Apraxie: het handelen verloopt niet meer doelmatig
3. Agnosie: je kunt nog steeds dingen zien, horen, proeven, ruiken en voelen, maar niet meer herkennen of
plaatsen
Rouw vs depressie
Rouw Depressie
Heeft toch gevoel van vooruitgang Ervaart uitzichtloze situatie
Invoelbaar en begrijpelijk Niet (meer) invoelbaar
Person ervaart leegte in omgeving. Heeft verdriet Persoon ervaart leegte in zichzelf. Somber over
om iets/iemand alles, vaak: niet meer kunnen huilen
Ervaart verlies als tegenslag Heeft gevoel van waardeloosheid
Besef van onredelijkheid van schuldgevoelens Overtuigd van eigen schuld
Geen patroon in optreden emoties Dag-schommelingen
College 3: Depressie onderliggende verstoringen
Franken & Eling zelfde literatuur als college 2
College 3 Depressie onderliggende verstoringen
Hersen-gedrag model: observeerbare gedrag, welke gevat worden in de DSM-diagnose, probeert je te vatten in
de cognitieve functies en het cognitieve onderzoek biedt dan inzicht in het brein aan de ene kant en het gedrag
aan de andere kant (neuropsychologie).
Reïficatie: beschrijving van iets tot op een zichzelf staand ding maken (bv ‘ik ben dik, dus ik heb obesitas’ of ‘ik
ben somber, dus ik heb een depressie’).
Beck’s cognitieve theorie van depressie: Negatieve cognities ontlokken een sombere stemming, zit je lang
genoeg in deze loop dan kan een depressieve episode ontstaan. Dit betekent dan ook een negatieve interpretatie
bias: geneigd zijn om neutrale informatie negatief te interpreteren. Als je eenmaal in die loop zit is er een
voorkeur voor negatieve informatie stemmingscongruente informatie, wat de negatieve emotie weer verder
kan versterken en zo kom je vast in de negatieve/depressieve spiraal, door bijvoorbeeld weerstand, vermijding of
passiviteit. TENTAMEN
Een depressieve stemming ontstaat/wordt versterkt doordat er op het gebied van selectieve aandacht
een bias of voorkeur is voor stemmingscongruente, negatieve informatie. Je zoekt bevestiging van je
stemming, deze informatie zet je vaker vast in je stemming .
Negatieve cognities ontlokken sombere stemming ontlokt depressieve episode
Invloed van emotie op cognitie (taalverwerking)
- Vrolijke stemming: globale, relationele verwerking
, - Bedroefde stemming: locale, stimulusspecifieke verwerking
P600: TENTAMEN
P600: positieve verschuiving na schending grammatica en betekenis. Weerspiegelt heranalyse of monitoren.
P600 is gevoelig voor heuristische verwerking.
- Vrolijke stemmimg: standaard p600 effect na grammaticale schending omdat men uitgaat van de
vuistregel
- Geen of sterk gereduceerd effect omdat het gelijk al goed gelezen wordt. Er wordt niet uitgegaan van
vuistregels.
Hoe vrolijker hoe groter het P600 effect (bijna in het hele brein te zien), hoe bedroefder hoe kleiner het P600
effect (in bijna geen enkel brein gebied).
Lezers in een vrolijke stemming zijn meer geneigd tot heuristische verwerking van zinnen dan lezers in een
bedroefde stemming. Wees erop bedacht dat stemming een belangrijke invloed kan hebben op
informatieverwerking, los van of er een depressieve stoornis aanwezig is.
College 4: Suicide en suicidaliteit
Artikel handboek suïcidaliteit
Risico suïcidepoging
- Alleenstaand, gescheiden of alleenwonenden
- Lager opgeleiden
- Werkloosheid
Suïcidaal gedrag heeft vaak een repeterend karakter en een poging is vaak al voorafgegaan aan een eerdere
poging.
Integrated Motivational Model (IMV) TENTAMEN
1. Pre-motivationele fase: deze fase geeft context voor suicidale gedachten. Contexten hiervoor zijn:
- Gebeurtenissen uit de jeugd (misbruik, vernedering, traumatisering)
- Depressie (negatieve gedachten, verlaagd zelfbeeld, zwart-wit denken)
- Interpersoonlijke overgevoeligheid (bedreiging van verbondenheid met anderen, angst voor
verlating
- Zelfhaat (gedachten dat men slecht is, verbonden met gevoelens van schuld en schaamte)
2. Motivationele fase: deze fase start met het gevoel van verslagenheid met een negatief zelfbeeld.
Gedachten aan eigen falen kunnen leiden tot suïcidegedachten. Bedreigende factoren voor ontwikkeling
van suïcidalegedachten en pogingen zijn
- Eindeloos piekeren
- Schaamte voor eigen falen
- Zinloosheid (geen zingeving in het leven)
- Pijnlijk besef van onvermogen vergeleken met vroger
- Entrapment gevoel klem te zitten zonder toekomst
Psychologische intentionele factoren die het risico op overgang naar suïcidaliteit versterken zijn