Er wordt historisch gezien nogal wat van kinderopvang gevonden. Mensen
hebben vaak vele meningen hierover zoals: ‘’child care is not a good place
for an infant’’ of ‘’the right child care will make my child smarter’’. Ook de
reguliere media schrijven vaak over kinderopvang, denk hierbij aan
kranten enz., hier hebben ze het ook vaak over het economisch
perspectief van kinderopvang.
Historisch overzicht: van ‘bewaren’ naar ‘opvangen
Matressenschooltjes: 18e eeuw
De juf was vaak een ouder dame (matres). Voornamelijk voor
arbeidsklasse en kinderen van 3 tot 5 jaar. Soort bewaarplaats voor
kinderen. Er waren slechte voorzieningen. Het ging hier om kinderen
goede manieren leren en het leren van gebeden.
Bewaarscholen: eerste helft 19e eeuw
Na de industrialisatie. Het was voor ouders noodzakelijk om te gaan
werken en ze maakten zich toch zorgen om de kinderen. Vanuit
maatschappelijk perspectief werd er gedacht er is een plek nodig.
Het was wel meer liefdadigheid. Gehoorzaamheid, tucht en orde
waren de belangrijkst doelen. Zorg voor de armen. Vaak een stuk
schoner maar moesten wel veel kinderen heen. Lezen, stilzitten,
dingen uit het hoofd leren, zingen. Een soort voorloper van de
kleuterschool.
Kinderbewaarplaatsen: tweede helft 19e eeuw
‘Nurseries’. Ontstond door slechte omstandigheden bij de
matresscholen en overbevolking bij de bewaarscholen. 1872: 1e
kinderbewaarplaats in Amsterdam (Muller). Hier waren kinderen
vanaf een paar weken tot 6 jaar welkom. De kwaliteit ging omhoog
omdat er een leidinggevende (vaak medisch geschoold) was en
werknemers eronder. Er was meer toezien en meer oog voor
hygiëne. 1 op 20 kinderen (beroeps-kindratio).
Jaren ’50:
Van kinderbewaarplaats naar kinderdagverblijf. Er was meer
aandacht voor pedagogische inhoud. Dit betekent niet dat er echt
vanuit een algemene pedagogische visie werd gewerkt. Hygiëne en
lichamelijke gezondheid bleef een belangrijke zaak zo na de tweede
wereldoorlog. Nog steeds wel erg grote groepen. Er waren ook
continue financiële problemen, erg afhankelijk vanaf de overheid.
Jaren ’60 en ’70:
Grote veranderingen, zo ook in het bestuur. Taken van het bestuur
werden anders. Hierdoor wel veel conflicten omdat er vaak vanuit
andere perspectieven werd gekeken. Bestuur wou vaak zoveel
mogelijk kinderen, directrices niet. Er ontstonden ook wachtlijsten
1
Professionele kinderopvang 2024-2025
, omdat er zoveel vraag was. Het werd nu ook voor vrouwen die niet
vanuit financiële noodzaak werkte, ook kinderen uit middenklasse.
o Acties in jaren ’70: Feministen eisten een plek voor hun
kind puur zodat ze konden gaan werken. Dit was de eerste
keer dat ouders eisten voor kinderopvang. Het idee was dus
aan het veranderen van ‘’een moeder thuis is het beste
voor het kind’’. Men schrok wel van deze acties. Want
mensen dachten dat als je kind scheidt van moeder dat dit
schadelijk is voor het kind.
Jaren ’80 en ’90:
Door meer vrouwen op de arbeidsmarkt en daardoor kwamen er nog
langere wachtlijsten. Er richtten actiegroepen op. Er ontstonden
andere vormen van kinderopvang.
Begin jaren ’90 (1989): stimuleringsmaatregel kinderopvang. We
gaan het in NL fors uitbreiden – veel meer kinderopvang voor veel
meer ouders. Dit kwam door overheid, werkgevers en ouders. Deel
kwaliteitseisen, opleidingseisen en pedagogische uitgangspunten.
Wet Kinderopvang 2005:
Het is van belang of we in de wet kunnen zorgen dat we de
pedagogische kwaliteit kunnen borgen. Er kwam een pedagogische
doelstelling – het zou de ontwikkeling van het kind kunnen helpen.
Deze wet gaat erop toe zien dat er kwaliteitseisen komen en
toezicht op deze kwaliteit van buitenaf (gemeentes). Er zit wel nog
een arbeidseis aan (wie kan er gebruik van maken).
Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK) 2018:
De vier pijlers volgens de wet IKK: (1) de ontwikkeling van het kind
staat centraal, (2) veiligheid en gezondheid, (3) stabiliteit en meer
ruimte voor pedagogisch maatwerk en (4) kinderopvang is een vak.
Maatschappelijke functies van kinderopvang:
Het bevorderen van arbeidsmarktparticipatie (van voornamelijk
moeders)
Stimuleren van de ontwikkeling van kinderen
Het voorkomen en bestrijden van leerachterstanden en het
bevorderen van kansengelijkheid.
Stelsel van voorzieningen: (groen kinderopvang, blauw onderwijs)
2
Professionele kinderopvang 2024-2025
,Typen kinderopvang:
Kinderopvang (0-4 jaar):
o Kinderdagverblijven
o Gastouderopvang (max. 6 kinderen per gastouder)
Peuteropvang en voorschoolse educatie
Buitenschoolse opvang (4-12 jaar)
Dagbehandeling jonge kind (jeugdzorg)
Kinderdagverblijven Groepssamenstelling:
: Horizontaal (zelfde leeftijd):
‘’Childcare centers’’ of o Babygroepen (0-2 jaar)
‘’daycare centers’’. o Peutergroepen (2-4 jaar)
Groepen van max. 16 Maar ook dreumesgroepen,
kinderen en het is 3-jarigen etc.
vanaf ongeveer 3 Verticaal (verschillende leeftijden):
maanden tot 4 jaar. 0-4 jaar
Jonge kinderen erg
intensief.
Peuteropvang:
‘pre-schools’. Kinderen van 2-4 jaar. Dit waren voorheen
peuterspeelzalen. Vaak ook dagdelen waarop kinderen komen.
Voorschoolse educatie:
‘Pre-school education’. Kinderen van 2.5-4 jaar. Vaak voor peuters
met een risico op een taal- en onderwijsachterstand. Zie we vaak
toch 16 uur per week. Soort voorbereiding op school.
Gesubsidieerd door de gemeente, hierdoor verschillen de regelingen
wel vaak per gemeente.
Buitenschoolse opvang (BSO):
‘out-of-school care’ of ‘after school care’. Kinderen in de
basisschooleeftijd (4-12 jaar). Vaak voor of na schooltijd en op vrije
dagen. Groepen van max. 22 kinderen.
Keuze voor kinderopvang:
Vraag gestuurd:
Werksituatie ouders
Opvattingen over werk en
opvang
Kenmerken van het kind
Aanbod gestuurd:
3 - Betaalbaarheid
- Toegankelijkheid
Professionele kinderopvang 2024-2025
- Kwaliteit
, Kinderopvang in Nederland:
55% van kinderen van 0-4 jaar gaan naar formele opvang (gegevens
2013).
80% kinderdagverblijf
20% gastouderopvang
Vaak gecombineerd met informele opvang
Gemiddeld 18 uur per week
Vaak hoger SES
Dal bij gebruik van kinderopvang was de economische crisis. Je ziet dat
het gebruik toeneemt maar het aantal uren per week is afgenomen (rond
de crisis).
Als je internationaal kijkt zie je dat Nederland op de 3de plek zit van het
gebruik maken van kinderopvang, als je kijkt naar het aantal uren is het
erg weinig bij ons. Dus hoog percentage gebruik maar voor een laag
percentage aantal uren.
Kwaliteit van kinderopvang: indicatoren van kwaliteit
Wat is de kwaliteit van kinderopvang? Welke indicatoren spelen een rol?
Wat is de goede kwaliteit van kinderopvang?
Algemene consensus: ‘’It involves warm, supportive interaction with
caregivers in a safe, healthy, and stimulating environment, where early
education and trusting relationships combine to support children’s
physical, emotional, social and intellectual development.’’
Pedagogische kwaliteit = de mate waarin kinderopvang aan het doel
beantwoordt. (niet alleen verzorgende maar ook pedagogische functie)
Vier pedagogische basisdoelen:
4
Professionele kinderopvang 2024-2025