Inleiding Bewegingswetenschappen
HC 2 – 9-9-2024
Kinderen met bewegingsproblematiek
Kinderen met bewegingsproblemen van ernstig gehandicapt tot minder ernstig
gehandicapt.
Kinderen met DCD minder gehandicapt.
Diagnostiek: wat zijn de problemen van kinderen?
Motoriek (meten + ontwikkelen meetinstrumenten) 2 onderzoeken.
Nevenproblematiek komt erbij (concentratieproblemen, depressie).
Interventie: ontwikkelen en evalueren van programma’s.
Theoretisch model: Constraints Model
Constraints: factoren die het gedrag bevorderen of belemmeren.
Structural constraint: bjiv. Motorisch niveau, leeftijd, geslacht.
Functional constraints: bijv. concentratie, faalangst.
Task constraints: bijv. type taak (balvangen, schrijven).
Environmental constraints: bijv. stimuleren door ouders, leefomgeving.
Alle constraints beïnvloeden elkaar ook.
Wetenschappelijk artikel: opbouw
1. Samenvatting
2. Inleiding/introductie: doelgroep, waar, wat onderzoek je, wat is er bekend, wat nog
niet bekend, koppelen van theoretisch model.
3. Methode: hoe het onderzoek is opgezet, heel nauwkeurig beschrijven.
4. Resultaten: kort maar krachtig, tabellen en figuren.
5. Discussie: antwoord op vraag gevonden, wat je dacht dat je zou vinden.
Koppelen resultaten aan theorie / eerdere bevindingen
Beperkingen van onderzoek
Implicaties voor praktijk
Introductie: Wat is Developmental Coordination Disorder (DCD) 4 criteria
, 1. Het verwerven en uitvoeren van gecöordineerde motorische vaardigheden verloopt
substantieel onder het niveau dat verwacht mag worden gezien de kalenderleeftijd
onhandigheid en trage en onnauwkeurige uitvoering.
Afname motorische test: Movement-ABC
Kinderen met DCD moeten voldoende gelegenheid hebben gehad om te
oefenen.
2. Deze problemen interfereren significant en persisterend met de algemene dagelijkse
levensverrichtingen (ADL).
Kind moet problemen ervaren in dagelijks leven
Ouders moeten problemen ervaren (motorische vragenlijst)
Leerkracht moet problemen ervaren (motorische vragenlijst)
3. De symptomen beginnen in de vroege ontwikkelingsperiode.
4. Problemen kunnen niet verklaard worden door een verstandelijke beperking of
visusstoornis, en kunnen niet worden toegeschreven aan een neurologische
aandoening.
Arts sluit neurologische aandoening uit
IQ > 70
Kinderen met DCD missen het vermogen om te achterhalen wat er fout gaat bij een
beweging.
Introductie: onderzoeksvragen
Wat zijn de prestaties van kinderen met DCD op ADL taken vergeleken met kinderen zonder
DCD?
1. Hoe presteren kinderen met DCD op ADL taken?
2. Doen ze er langer over om deze taken te leren?
3. Participeren ze minder vaak in deze taken?
Methode
Deelnemers:
25 kinderen met DCD (21 jongens; 4 meisjes; 5-8 jaar)
Score op Movement ABC < 16e percentiel
Problemen met motoriek in dagelijks leven (ouders, leerkracht)
Geen neurologische aandoening volgens revalidatie arts
25 controle kinderen (geen DCD)
Methode: ontwikkeling DCDDaily-Q
, Methode: DCDDaily-Q
23 vragen over
Zelfverzorging (10 vragen)
Fijne motoriek (7 vragen)
Grove motoriek (6 vragen)
Ouders vullen per item in:
Hoe doet hun kind deze taak?
Hoe lang heeft hun kind erover gedaan om deze taak te leren?
Hoe vaak voert hun kind deze taak uit?
Bekijk van powerpoint dia 20-27 voor DCDDaily-Q en resultaten!
Resultaten: relaties
1. DCD groep: trager in leren van ADL slechtere prestaties.
2. DCD: minder participatie in ADL ≠ slechtere prestaties.
3. Controle groep: minder participatie in ADL slechtere prestaties.
Discussie (1)
Performance: kinderen met DCD presteren slechter in alle ADL activiteiten die in de
DCDDaily-Q zijn opgenomen.
Participatie: kinderen met DCD presteren minder vaak in activiteiten die:
Het spel van andere kinderen kunnen verstoren.
Ouders over kunnen nemen.
Discussie (2)
HC 2 – 9-9-2024
Kinderen met bewegingsproblematiek
Kinderen met bewegingsproblemen van ernstig gehandicapt tot minder ernstig
gehandicapt.
Kinderen met DCD minder gehandicapt.
Diagnostiek: wat zijn de problemen van kinderen?
Motoriek (meten + ontwikkelen meetinstrumenten) 2 onderzoeken.
Nevenproblematiek komt erbij (concentratieproblemen, depressie).
Interventie: ontwikkelen en evalueren van programma’s.
Theoretisch model: Constraints Model
Constraints: factoren die het gedrag bevorderen of belemmeren.
Structural constraint: bjiv. Motorisch niveau, leeftijd, geslacht.
Functional constraints: bijv. concentratie, faalangst.
Task constraints: bijv. type taak (balvangen, schrijven).
Environmental constraints: bijv. stimuleren door ouders, leefomgeving.
Alle constraints beïnvloeden elkaar ook.
Wetenschappelijk artikel: opbouw
1. Samenvatting
2. Inleiding/introductie: doelgroep, waar, wat onderzoek je, wat is er bekend, wat nog
niet bekend, koppelen van theoretisch model.
3. Methode: hoe het onderzoek is opgezet, heel nauwkeurig beschrijven.
4. Resultaten: kort maar krachtig, tabellen en figuren.
5. Discussie: antwoord op vraag gevonden, wat je dacht dat je zou vinden.
Koppelen resultaten aan theorie / eerdere bevindingen
Beperkingen van onderzoek
Implicaties voor praktijk
Introductie: Wat is Developmental Coordination Disorder (DCD) 4 criteria
, 1. Het verwerven en uitvoeren van gecöordineerde motorische vaardigheden verloopt
substantieel onder het niveau dat verwacht mag worden gezien de kalenderleeftijd
onhandigheid en trage en onnauwkeurige uitvoering.
Afname motorische test: Movement-ABC
Kinderen met DCD moeten voldoende gelegenheid hebben gehad om te
oefenen.
2. Deze problemen interfereren significant en persisterend met de algemene dagelijkse
levensverrichtingen (ADL).
Kind moet problemen ervaren in dagelijks leven
Ouders moeten problemen ervaren (motorische vragenlijst)
Leerkracht moet problemen ervaren (motorische vragenlijst)
3. De symptomen beginnen in de vroege ontwikkelingsperiode.
4. Problemen kunnen niet verklaard worden door een verstandelijke beperking of
visusstoornis, en kunnen niet worden toegeschreven aan een neurologische
aandoening.
Arts sluit neurologische aandoening uit
IQ > 70
Kinderen met DCD missen het vermogen om te achterhalen wat er fout gaat bij een
beweging.
Introductie: onderzoeksvragen
Wat zijn de prestaties van kinderen met DCD op ADL taken vergeleken met kinderen zonder
DCD?
1. Hoe presteren kinderen met DCD op ADL taken?
2. Doen ze er langer over om deze taken te leren?
3. Participeren ze minder vaak in deze taken?
Methode
Deelnemers:
25 kinderen met DCD (21 jongens; 4 meisjes; 5-8 jaar)
Score op Movement ABC < 16e percentiel
Problemen met motoriek in dagelijks leven (ouders, leerkracht)
Geen neurologische aandoening volgens revalidatie arts
25 controle kinderen (geen DCD)
Methode: ontwikkeling DCDDaily-Q
, Methode: DCDDaily-Q
23 vragen over
Zelfverzorging (10 vragen)
Fijne motoriek (7 vragen)
Grove motoriek (6 vragen)
Ouders vullen per item in:
Hoe doet hun kind deze taak?
Hoe lang heeft hun kind erover gedaan om deze taak te leren?
Hoe vaak voert hun kind deze taak uit?
Bekijk van powerpoint dia 20-27 voor DCDDaily-Q en resultaten!
Resultaten: relaties
1. DCD groep: trager in leren van ADL slechtere prestaties.
2. DCD: minder participatie in ADL ≠ slechtere prestaties.
3. Controle groep: minder participatie in ADL slechtere prestaties.
Discussie (1)
Performance: kinderen met DCD presteren slechter in alle ADL activiteiten die in de
DCDDaily-Q zijn opgenomen.
Participatie: kinderen met DCD presteren minder vaak in activiteiten die:
Het spel van andere kinderen kunnen verstoren.
Ouders over kunnen nemen.
Discussie (2)