100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Korte samenvatting belangrijkste stof Ontwikkelingsstoornissen

Beoordeling
-
Verkocht
6
Pagina's
18
Geüpload op
26-03-2025
Geschreven in
2023/2024

Dit is een korte samenvatting van alleen de belangrijkste dingen in het vak ontwikkelingsstoornissen. Ik heb dit gemaakt zodat ik voor mezelf een kort overzicht had waarmee ik makkelijk kon leren. Het heeft mij erg geholpen!











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
26 maart 2025
Aantal pagina's
18
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

INLEIDING IN DE PSYCHOPATHOLOGIE

BRONFENBRENNER:

Ecologisch model: kern (individu), microsysteem, meso, exo, macro, chronosysteem.

Proximale factoren = factoren die het kind van dichtbij beïnvloeden (microsysteem).

Bijdragen Bronfenbrenner:

1. Systematisch onderzoek naar de micro- en macro-afmetingen van omgevingssystemen
2. Aandacht voor de verbindingen tussen omgevingssystemen
3. Nadruk op andere sociale contexten dan het gezin

Kritiek Bronfenbrenner: invloed van biologische en cognitieve factoren wordt onderschat. In latere versies van
het model zijn de biologische invloeden dan ook toegevoegd.

MODELLEN KINDERPSYCHOPATHOLOGIE:




1. Medisch model  stelt dat psychopathologie gevolg is van organisch disfunctioneren. Ook kan je de
psychopathologie classificeren en diagnosticeren.
2. Gedragsgeoriënteerde model  gedrag is aangeleerd. Gedrag komt door interactie tussen individu en
omgeving.
a. Watson: klassiek conditioneren (pavlov)
b. Skinner: operant conditioneren = straffen en belonen. Bekrachtiging, extinctie.
c. Imitatie/observationeel leren = antisociaal gedrag is aangeleert.
d. Bandura: sociaal leren/sociale leertheorie = leren door andere te observeren in sociale contexten
(= modelling). Bobo doll experiment: kinderen die de agressieve modelling kregen gingen de pop
zelf ook slaan of schoppen, kinderen die geen filmpje te zien kregen ging normaal om met de pop
 agressief gedrag is aangeleerd
3. Cognitieve model
a. Piaget: ontwikkeling verloopt in vaste volgorde via vast schema: sensomotorische fase
(objectpermanentie), pre-operationele fase (spreken, egocentrisme, notie van conservatie (smal
hoog glas)), concreet operationele fase, formeel operationele fase.
i. Kritiek: model erg gefocust op wat er in hoofd gebeurt, houdt geen rekening met andere
factoren.
ii. Schema = bouwen van kennis, toepassen op nieuwe stimuli
iii. Assimilatie = veranderen nieuwe informatie zodat het in bestaande schema’s past
iv. Accommodatie = herstructureren wat we al weten zodat nieuwe info beter past.
b. Crick & Dodge: social information processing SIP-model = cognitief model over hoe je info
opneemt in zes fasen. Staat allemaal in connectie met je data base (geheugen, regels etc)

, 1. Encoderen van cues = aandacht hebben voor zowel interne als externe cues
2. Interpretatie van cues = de evaluatie van de situatie, jezelf en de ander  causale attributie en
interpretatieve processen (evaluatie van het verwezenlijken van je doelen, evaluatie van
verleden prestaties, zelfevaluatie en evaluatie van anderen)  waarom is deze emotie
aanwezig, waarom is mijn moeder boos?
3. Verduidelijken van doelen = het reguleren van arousal  wat wil ik met de situatie doen? Wil ik
mijn moeder troosten?
4. Respons toegang of constructie = wat is jouw respons?
5. Respons keuze = responsevaluatie, verwachtingen van de uitkomst, zelf-effectiviteit
evaluatie, respons selectie  welke respons ga je uitvoeren en wat verwacht je dat er gaat
gebeuren als je het doet?
6. Gedrag vaststelling = het daadwerkelijk uitvoeren van de specifieke respons. Mogelijk volgt
er een (peer) evaluatie. Hierna begin je weer bij fase 1
4. Psychoanalytische model:
a. Freud: klassieke psychoanalyse: id ego superego.
b. Erikson: egopsychologie




c. Bowlby & Mahler: objectrelatie theorie = experiment van Harlow met de zachte robot-aap of een
harde robot-aap die melk geeft  het aapje kiest voor de zachte moederaap die warmte kan
geven  de basisbehoefte is warmte ervaren, niet voedsel. Ainsworth  waarbij ze vormen van
hechting beschreef aan de hand van de strange situation test = het kind is alleen in een ruimte,
waarna er een vreemde binnenkomt.
i. Soorten hechting: veilig, angstig-vermijdend, angstig-ambivalent/resistent,
gedesorganiseerd/gedesorienteerd
5. Gezinssysteem model: nadruk op gezin. Gedrag ontwikkelt door relaties.
a. Minuchin: structurele gezinssysteemtheorie = elk gezin bestaat uit subsystemen (ouder/kind,
broer/zus, huwelijksrelatie). Hierbij is probleemgedrag en psychopathologie gelokaliseerd in het
relatiepatroon van gezinsleden, de gezinsstructuur (rigide, grenzeloos) en/of triangulatie = de
verstrengeling van het kind in het subsysteem van de relatie van de ouders  vier triadische
patronen tussen het kind en de ouders:
i. Triangulatie = zowel sterke band moeder als vader. Ouders geen goede relatie
ii. Ouder-kind coalitie = wel goed met moeder, niet met vader, ouders ook niet
iii. Detouring-attacking = relatie ouders goed, kind negatieve met beide ouders
iv. Detouring-supportive = alle relaties goed, overbeschermende ouders




ONDERZOEK EN CLASSIFICATIE

DANTE CICCHETTI

Heeft een grote basis gelegd voor de theorie over hoe psychopathologie zich ontwikkelt. Binnen zijn
framework komen alle vijf (eerder besproken) modellen terug  Een overzicht van hoe psychopathologie zich
ontwikkelt volgens Cicchetti, het is een integratie-model:

1. Biomedische deel  genetica, infecties, neurologisch, biochemisch, neurotransmitters

, 2. Gedragsmatige deel  bekrachtiging, modelling, operante conditionering, respondent
3. Psychodynamische deel  psychoseksuele ontwikkeling, persoonlijke structuur, onbewuste
determinanten
4. Sociologische deel  lagere klasse cultuurtheorie, anomietheorie (= normloosheid, de samenleving biedt
weinig regels en morele richtlijnen, waardoor je egocentrisch kan worden)
5. Gezinssysteem deel  problemen van kinderen zijn symptomen van familiestress
6. Cognitieve deel  informatieverwerking (SIP-model), sociale cognitie, fases van Piaget

LOS

Multideterminisme = meerdere factoren zijn verantwoordelijk.

Equifinaliteit = er zijn verschillende oorzaken die uiteindelijk tot hetzelfde resultaat leiden (agressief gedrag
van de vader kan tot hetzelfde probleemgedrag leiden als een scheiding van de ouders)

Multifinaliteit = dezelfde ervaring kan tot verschillende resultaten leiden (niet elk kind dat mishandeld is
vertoont probleemgedrag, hierbij is er ook een verschil tussen internaliserend en externaliserend)

OPVOEDINGSSTIJLEN:




DIATHESE-STRESS MODEL/DUALE-RISICO MODEL & DIFFERENTIAL SUSCEPTIBILITY MODEL:

Een ontwikkelingsstoornis komt voort uit een combinatie van aanleg en omgeving

- Diathese-stress model/duale-risico model = er zijn kwetsbare en veerkrachtige individuen. Ze hebben
beiden aanleg voor een stoornis, maar voor de uiting spelen omgevingsfactoren en stressfactoren een
grote rol. Wanneer de grenswaarde wordt overschreden (trauma) ontwikkelt het individu een
stoornis. Als het individu veerkrachtig is zal het de stress beter aankunnen
 Differential susceptibility model = je hebt stabiele en plastische/kneedbare individuen. Kneedbare
individuen zijn veel beïnvloedbaarder door de omgeving, voor zowel positieve als negatieve factoren.
Kinderen verschillen in de ontvankelijkheid voor opvoeding (een kind met een makkelijk
temperament is kneedbaarder)  kneedbare individuen zijn vatbaarder voor risicofactoren, maar ook
beter beschermd door beschermende factoren. Het gedrag kan dus beide kanten op gaan.

LOS

Cumulatief = er is sprake van een sneeuwbaleffect, waardoor het versterkend werkt en het verergert 
individuele verschillen kunnen bestaan van de kindertijd tot de volwassenheid en kunnen het gedrag van
adolescenten en volwassenen op een proximale manier beïnvloeden

Contemporary/hedendaags = een persoon gaat de volwassenheid in met dezelfde onderliggende constellatie
van trekken door die hem op jongere leeftijd in de problemen bracht  het herhaalt zich steeds en de
problematiek blijft hetzelfde

KRITIEK OP DE DSM (TENTAMENVRAAG!!!)

1. Er wordt niet gekeken naar oorzaken van stoornissen/aandoeningen, terwijl er verschillende en
meervoudige oorzaken kunnen zijn

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
imkemeyboom Tilburg University
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
25
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
5
Laatst verkocht
6 maanden geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen