100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting social casework in de 21e euw

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
59
Geüpload op
26-03-2025
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting social casework in de 21e euw Vak: basismethodieken 1

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
26 maart 2025
Aantal pagina's
59
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Basismethodieken 1: Methodiek maatschappelijk werk
Social Casework in de 21e eeuw

Hoofdstuk 1: Welke woorden gebruiken sociaal werkers?

Aanklampende hulpverlening = Een werkwijze waarbij de maatschappelijk werker de
potentiële en/of actuele cliënt actief opspoort, benadert en blijft contacteren vanuit
de overtuiging dat de cliënt zelf de stap naar de hulpverlening (nog) niet kan, wil of
durft zetten terwijl er toch hulpverlening nodig is (zie ook ‘outreaching’ en
‘bemoeizorg’).

Aanmelding = Het eerste contact tussen een hulpvrager/aanmelder en een
organisatie waarbij er vooral informatie gevraagd en informatie gegeven wordt die
direct nodig si om uit te maken of de hulpvrager/aanmelder op de juiste plaats zit.

Aanmeldingsformulier = Een formulier met eerste gegevens over de
aanmeldingsvraag, het aangemelde probleem, de wijze van aanmelding. Het doel is
op een snelle en overzichtelijke manier de eerste gegevens te vragen én te
registreren.

Aanvaarding = Een basisattitude waarbij de social caseworker de cliënt respecteert
om wie of wat hij is, ongeacht huidskleur, sekse, cultuur, gedrag, maatschappelijke
positie, houding, visie. Rogers (1972) heeft het over een onvoorwaardelijke positieve
houding. Aanvaarden van de persoon is iets anders dan het gedrag van de persoon
goedkeuren.
Aanvaarding is niet grenzeloos.

Actief luisteren = Verbale, non-verbale en paralinguïstische (intonatie, klemtonen)
signalen horen en actief respons geven als vorm van totale communicatie.

Advies = Het weloverwogen voorstel van de maatschappelijk werker om de cliënt aan
te zetten tot actie. Een advies wordt onderbouwd of geargumenteerd vanuit testen,
onderzoeken, teambesprekingen en heeft daardoor een zwaardere impact op de
cliënt.

Advocating = Een techniek waarin de maatschappelijk werker als advocaat een
bepaald voorstel tot actie bepleit. De cliënt kan het gedane voorstel daardoor niet zo
gemakkelijk naast zich neerleggen. Als de cliënt het voorstel afwijst of negeert, moet
hem duidelijk op de consequenties worden gewezen.

Analyse = Probleemanalyse: de systematische voortzetting en uitdieping van het
eerste onderzoek van de hulpvraag en de eerste probleemformulering uit de intake.

Anamnese = Het exploreren van de aangemelde situatie waarin veelal gedetailleerd
wordt teruggeblikt op de ontstaansgeschiedenis van de klacht en waarbij meestal
een vaste werkwijze en hulpmiddel (checklist) worden gebruikt.

Bavardage of ‘korte babbel’ = Een korte, informele babbel (small talk) om de
gesprekssfeer te faciliteren. Soms kan dit informele gesprek op zich een eigen functie
hebben.

Begeleiding = Algemene term om het interactieproces tussen hulpverlener en cliënt
aan te duiden. Het doel kan zowel ondersteunend, stabiliserend, veranderingsgericht
en competentieverhogend zijn.

Belangenbehartiging = Een geheel van activiteiten dat vooral gericht is op het
beïnvloeden van instituties zodat wantoestanden kunnen worden opgeheven of

1

,voorkomen. De maatschappelijk werker treedt hier op als een verdediger van de
cliënten, als een collectieve pleitbezorger.

Bemiddelen = Bemiddelen is een hulpvorm waarbij de bemiddelende partij (die geen
beslissingsmacht heeft) een tussenpositie inneemt ten aanzien van de partijen. De
bemiddelaar ondersteunt de partijen om een overeenkomst te bereiken en doet een
beroep op de verantwoordelijkheid van de deelnemers om een beslissing te nemen
en om keuzes te maken. Onderhandelen is hierbij een centrale vaardigheid.

Bemoeizorg = Een actieve, niet-aflatende vasthoudendheid in het bereiken van
mensen (potentiële cliënten), ook wanneer deze duidelijk geen hulpverlening
wensen. De hulp wordt als het ware opgedrongen. Eventueel neemt de
maatschappelijk werker tijdelijk verantwoordelijkheden over van de cliënt.

Casemanager = De hulpverlener die verantwoordelijk is voor het stroomlijnen van
het volledige proces van casemanagement.

Circulair bevragen = Reflectieve techniek waarbij gezinsleden systematisch worden
gevraagd om commentaar te geven op ideeën, gedrag en reacties van de andere
gezinsleden.

Cliënt = Een hulpvrager die beslist (al dan niet gedwongen) gebruik te maken van
het hulp- of dienstverlenend aanbod van een welzijnsorganisatie.

Cliëntsysteem = De cliënt én zijn/haar directe omgeving die in de (probleem)situatie
betrokken zijn. Cliëntsysteem verwijst ook naar de continue, wederzijdse
communicatie of beïnvloeding tussen cliënt en omgeving.

Concrete dienstverlening = Materiële en administratieve ondersteuning gericht op
het verbeteren van de bestaansvoorwaarden.

Confronteren = Een vaardigheid waarbij de maatschappelijk werker discrepanties,
verdraaiingen en inconsequenties op een respectvolle (niet-agressieve) manier
benoemt waardoor de cliënt wordt uitgedaagd tot reflectie en/of tot actie.

Coping/ copingsstijlen = Min of meer vast gedragspatroon dat individuen en
systemen ontwikkelen waardoor ze zich in moeilijke situaties kunnen handhaven en
het evenwicht bewaren.

Dialogische diagnose = Dialogisch diagnosticeren verwijst naar vier dimensies. Er is
sprake van een dialoog met het cliëntsysteem: wederzijds communicatieproces
tussen hulpverlener en cliënt gericht op het leren begrijpen en/of verklaren van de
probleemsituatie met als doelstellingen een helpende, herkenbare en werkbare
(her)definiëring vinden voor de ervaren problemen (inzicht) en een betekenisvol en
perspectiefbiedend uitzicht krijgen. Verder is er een dialoog met de persoon van de
social caseworker, met de organisatie, met de verwijzer, met maatschappelijke
context en met theorieën en referentiekaders.

Discretionaire ruimte = Vrije handelingsruimte van een sociaal werker waarin die zich
communicatief kan opstellen en zich niet laat domineren door standaardisering en
protocollering.

Disciplinering = Ingrijpen in het leven van een burger, een hulpvrager door een
hulpverlener als gevolg van een controlerende opdracht of in een zorgwekkende
situatie waarbij (deel)verantwoordelijkheid wordt overgenomen.



2

,Dossier = Het geheel van rapporten, verslagen, briefwisseling, documenten dat over
een cliëntsituatie op een systematische wijze wordt bijgehouden door de
maatschappelijk werker.

Draagkracht = Het geheel van lichamelijke, psychische en sociaalrelationele
competenties van een persoon aangevuld met omgevingssteun en instrumentele
steun.
Draaglast = De eisen, wensen en (rol)verwachtingen die vanuit de micro- meso- en/of
macro-omgeving een belastende invloed uitoefenen op de cliënt.
De feitelijke belasting voor de cliënt op het moment van zijn hulpvraag.

Draagkracht-draaglastbalans = Een samenvattend diagnostisch schema dat aangeeft
waardoor de draaglast en de draagkracht van mensen wordt bepaald of beïnvloed.
Dit schema kan op individueel niveau worden gehanteerd door dit concreet en
beknopt in te vullen. Sterktes en zwaktes van het individu komen hierbij tot uiting.

Echtheid = Een client-centered term die verwijst naar de attitude waarbij de
maatschappelijk werker zijn authentieke gevoelens en inzichten uitdrukt met het doel
het (zelf)inzicht van de cliënt te vergroten en de relationele kwaliteit te verdiepen.

Electisch handelen = Een “kiezende” benadering. Op systematische wijze elementen
uit diverse referentiekaders, scholen en theorieën samenbrengen in een model van
hulpverlening dat hierdoor beter aansluit bij de eigenheid van de hulpvrager, de
hulpvraag en de hulpverlener en diens organisatie. Het veronderstelt een kritisch op
elkaar betrekken en afwegen. Eclectisch-integratief betekent dat de mix van
referentiekaders en theorieeën op een bewuste, weloverwogen en kritische manier
tot een ‘eenheid wordt gesmeed’ en dus ook geëxpliciteerd kan worden. Geen los
‘bijeenharken’.

Ecogram = Een grafische voorstelling van het ecologisch beeld of netwerk van een
cliënt, benoemd als ‘natural support system’: naast de nabije familiale en
persoonlijke leefomgeving ook de ruimere context waarin een cliënt leeft (buurt,
gemeenschapsleven) aangevuld met het geheel van aanwezige en ontbrekende
hulpbronnen.
De kwanititeit, de intensiteit en de verscheidenheid van het sociaal netwerk van een
individu of cliëntsysteem worden in beeld gebracht. Er wordt gebruikgemaakt van
vaste symbolen.

EDDA-model = Het letterwoord dat verwijst naar een spiraalvormig en interactief
procesmodel waarin telkens drie basisinterventies in een unieke mix aanwezig zijn,
nl. Exploreren, Dialogisch Diagnosticeren en Actiegericht werken.

EDDA-checklist = Een opsomming van verschillende te bevragen inhouden op niveau
van Exploreren, Dialogisch Diagnosticeren en Actie ondernemen. Deze checklist
dienst als inhoudelijke geheugensteun. Niet alle inhouden van deze checklist zijn in
ieder hulpverleningsproces aan de orde. Een checklist is geen dwingende
aanvinklijst, eerder een basis die inspireert tot systematiek.

Emancipatorisch = Emancipatie: collectieve gelijkberechtiging van maatschappelijk
achtergestelde groepen.
Gericht op het bevorderen van de autonomie en zelfredzaamheid. Zorgen dat
mensen méér greep krijgen op hun eigen bestaan.

Empathie = Een vaardigheid waarbij de maatschappelijk werker zich inleeft in de
situatie van de cliënt. Empathie heeft een gevoelsmatig én een communicatief
aspect. ‘Empathie van het eerste niveau’ zoomt in op de beleving die door de cliënt
op een of andere wijze reeds geuit werd. ‘Gevorderde accurate empathie’ (empathie

3

, van het tweede niveau) verwoordt de emoties die de cliënt nog niet geëxpliciteerd
heeft. Deze empathie heeft vaak een confronterend effect.

Empowerment = Een paradigma dat zowel een waarde, een ideologie als een
doelstelling en proces bevat. Het gaat om het sterker én vaardiger maken van
mensen, zodat ze een volwaardige plaats in de samenleving kunnen innemen en
weer greep kunnen krijgen op hun eigen leven. Mensen in staat stellen om te leren
zelfstandig en onafhankelijk van dienst- en hulpverlening te functioneren.
Vertrekpunt zijn de competenties van mensen en hun omgeving en niet zozeer de
problematische aspecten.
Exploreren = Het verkennen, het (zich laten) informeren, het bevragen en
verzamelen van gegevens over persoon, situatie, omgeving gedurende het gehele
procesverloop (en niet beperkt tot de intakefase).
Het doel is: weten, kennis opdoen, ordenen via kijken, luisteren, vragen, doorvragen
en zorgvuldig in kaart brengen.

Gedwongen hulpverlening = Hulp die verleend wordt als gevolg van een justitiële
maatregel (en dus verwijst naar de maatschappelijke controle). Indien de
hulpverlening niet wordt geaccepteerd door de cliënt kunnen er (juridische) sancties
volgen.

Generalistisch = Een belangrijke specialiteit van het maatschappelijk werk, ook wel
‘the holistic focus’ genoemd. Het betekent: tegelijkertijd, vanuit verschillende
invalshoeken (sociologische,
sociale, juridische, economische, culturele) zo breed mogelijk kijken naar sociale
instituties. Alle levensgebieden (materieel, niet-materieel, persoonlijk,
interpersoonlijk, maatschappelijk) bekijken bij de probleemanalyse.

Genogram = Een grafische voorstelling van het generationeel netwerk van de cliënt:
zowel de verwantschappen als de gezinssamenstelling over verschillende generaties
heen.
Er wordt gebruikgemaakt van vaste symbolen.

Handelingsplan = Een schriftelijke of mondelinge overeenkomst tussen de
maatschappelijk werker en de cliënt waarin de doelen en de modaliteiten van het
hulpverlenend proces worden beschreven.

Huisbezoek = Een hulpmiddel waarbij de maatschappelijk werker de cliënt opzoekt
en spreekt in diens eigen vertrouwde omgeving met als doel: het vertrouwen
bevorderen, meer informatie krijgen over de leefwereld en een betere inkijk krijgen
op het gewone gezinsfunctioneren.

Hulpverlenend proces = Opeenvolging van diverse, logisch geordende stappen of
fasen, activiteiten, interventies waarin hulpverlening zich voltrekt, gaande van
aanmelding, intake, diagnose tot actie, evaluatie en afronding.

Hulpvrager = Een persoon die een hulpvraag heeft en zich aanmeldt bij een
hulpverlenende organisatie.

Hypothesen = Nog niet gecheckte, mogelijke verklaringen voor een probleem of
verbanden tussen diverse probleemaspecten.

Informatie = Kennis over de meest uiteenlopende thema’s (wetgeving,
voorzieningen, problematiek, dossier, sociale kaart, …) die door de maatschappelijk
werker wordt vertaald op maat van de hulpvrager, een interne of externe
medewerker.


4

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
thaylinemahieu Katholieke Hogeschool VIVES
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
26
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
14
Documenten
43
Laatst verkocht
2 weken geleden

3,3

3 beoordelingen

5
0
4
1
3
2
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen