Verandering en verloedering
Bennis, Cornips en Oostendorp
Hoofdstuk 1: "Normen en Waarden in Taal Moeten Worden Gehandhaafd"
● Dit hoofdstuk stelt dat bewuste pogingen om taal te veranderen vaak mislukken. Taal
is een weerspiegeling van de maatschappij en individuele psychologie, en
verandert mee met die factoren.
● Het boek beargumenteert dat respect voor diversiteit in taalgebruik belangrijk is,
net zoals respect voor andere vormen van diversiteit.
● Taalkundigen erkennen het belang van een taalnorm, maar hebben vaak een meer
tolerante houding ten opzichte van afwijkingen dan het grote publiek.
● De bronnen van de taalnorm worden besproken, waaronder logica, geschiedenis,
autoriteiten en de meerderheid.
● Het hoofdstuk concludeert dat geen enkele norm perfect is, en dat er altijd
willekeurige keuzes gemaakt moeten worden.
Voorbeelden:
"Fietsbel": Dit woord wordt gebruikt om te illustreren hoe de taalnorm kan worden vastgesteld.
Is het een "goed" Nederlands woord, ondanks dat het niet in de Van Dale staat?1
"Ik heb nooit geen kwaad gedaan": Dit voorbeeld toont hoe logica wordt gebruikt om een
taalnorm te bepalen. De dubbele ontkenning wordt als onlogisch beschouwd.2
"Piet's boek": Dit voorbeeld, ontleend aan het werk van W.F. Hermans, illustreert dat de
taalnorm in de Nederlandse cultuur niet per se wordt bepaald door prominente schrijvers.
Hoofdstuk 2: "Taalverandering is Taalverloedering"
● Dit hoofdstuk onderzoekt de perceptie van taalverandering als verloedering, met
name door oudere generaties.
● Jongeren spelen een actieve rol in taalverandering, net zoals in mode en muziek.
● Ontlening uit andere talen is een natuurlijk onderdeel van taalverandering en is van
alle tijden.
● De acceptatie van taalverandering hangt af van de sociale status van de sprekers.
Veranderingen die van bovenaf komen, worden vaak als verrijking gezien, terwijl
veranderingen van onderop vaak als verloedering worden bestempeld.
Voorbeelden:
"Mieters", "te gek", "onwijs gaaf", "vet cool": Deze reeks woorden demonstreert hoe
woordkeus verandert over de tijd, met name door de invloed van jongeren.4
"Ja, hij wil oming mensen hun nichtje flowen.": Dit voorbeeld uit de straattaal laat zien hoe
jongeren elementen uit andere talen, zoals Sranan en Engels, in hun Nederlands integreren.5
"Fuck", "spang", "woella" vs. "gommeaux", "enfin", "conférences", "bohémien": Deze
vergelijking illustreert dat ontlening uit andere talen van alle tijden is. Wat vroeger Frans en Latijn
was, is nu Engels, Sranan of Arabisch.67
"Minkukel", "Als je begrijpt wat ik bedoel", "doemdenken", "regelneef", "jemig de pemig":
Deze voorbeelden tonen hoe taalvernieuwingen van prominente figuren, zoals Marten Toonder
en Van Kooten en De Bie, vaak als verrijking worden gezien.8
"Hun hebben": Dit voorbeeld wordt gebruikt om te laten zien hoe een taalvariant die van
onderaf komt, langzaam maar zeker zijn weg naar boven vindt, ondanks weerstand.
, Hoofdstuk 3: "Taalverandering is Taalversimpeling"
● Dit hoofdstuk bekijkt de relatie tussen taalverandering en versimpeling.
● Versimpeling kan zowel positief als negatief zijn. Soms leidt het tot verlies van
nuance, maar soms ook tot meer expressieve mogelijkheden.
● Het hoofdstuk illustreert dit met voorbeelden van grammaticale versimpeling die
leiden tot meer efficiëntie of expressiviteit.
● De auteurs concluderen dat versimpeling niet per se negatief is, en dat de
perceptie ervan afhangt van iemands standpunt.
Voorbeelden:
"Een mooie huis": Dit voorbeeld, typisch voor sprekers die Nederlands als tweede taal leren,
illustreert een mogelijke grammaticale versimpeling.10
"Je kreeg de bal; en toen je niemand vrij zag staan, schoot je de bal op doel": Dit citaat van
een voetballer toont hoe de betekenis van "je" kan worden uitgebreid om een
bescheidenheidsvorm van "ik" te creëren.1112
Gedicht van Gerrit Komrij: Het gebruik van "je" in plaats van "ik" in dit gedicht illustreert een
vergelijkbare betekenisontwikkeling in de poëzie.13
"Se eige" vs. "zich" en "zichzelf": Dit voorbeeld laat zien hoe een dialectvorm ("se eige") kan
worden gezien als een versimpeling van de standaardtaal, maar tegelijk een uniek en eigen
karakter heeft.
Hoofdstuk 4: "Taalverandering Betekent Normloosheid"
● Dit hoofdstuk bespreekt de spanningsrelatie tussen taalverandering en de
taalnorm.
● De standaardtaal wordt gezien als een norm, maar is in werkelijkheid ook een
dynamische variëteit.
● Er zijn verschillende normen voor gesproken en geschreven taal, en de
schrijftaalnorm is vaak conservatiever.
● Het hoofdstuk beargumenteert dat dubbele ontkenning een natuurlijk
taalverschijnsel is en niet per se onlogisch.
● De auteurs bespreken verschillende visies op de standaardtaal en pleiten voor
een inclusievere norm die ruimte biedt aan regionale en sociale variatie.
● Taal is niet alleen een communicatiemiddel, maar ook een uitdrukking van
identiteit.
● Het hoofdstuk introduceert het concept van externe en inherente normen, waarbij
de externe norm de maatschappelijke standaard is en de inherente norm de norm
van de groep waartoe iemand behoort.
Voorbeelden:
"Rode" vs. "groene" volgorde: Dit voorbeeld, met zinnen als "Jan boodschappen heeft
gedaan" en "Jan boodschappen gedaan heeft", illustreert hoe de norm voor spreektaal en
schrijftaal kan verschillen.16
"Ik heb nooit geen biertje meer aangeraakt": Dit voorbeeld van dubbele ontkenning wordt
gebruikt om te laten zien hoe de logica niet altijd de taalnorm bepaalt, en hoe dubbele
ontkenning een normaal verschijnsel is in veel talen.1718
"Hij koopt zich een flesje cola": Dit voorbeeld, afkomstig uit het werk van W.F. Hermans, toont
hoe een regionale variant ("zich" in een specifieke context) kan worden gebruikt als literair
stijlmiddel in de standaardtaal.19
"Koot droomt zich af", "Koot graaft zich autobio uit", "Van Kooten en De Bie kijken zich
terug": Deze boektitels en omslagtekst van Kees van Kooten illustreren een vergelijkbaar
gebruik van "zich".
Bennis, Cornips en Oostendorp
Hoofdstuk 1: "Normen en Waarden in Taal Moeten Worden Gehandhaafd"
● Dit hoofdstuk stelt dat bewuste pogingen om taal te veranderen vaak mislukken. Taal
is een weerspiegeling van de maatschappij en individuele psychologie, en
verandert mee met die factoren.
● Het boek beargumenteert dat respect voor diversiteit in taalgebruik belangrijk is,
net zoals respect voor andere vormen van diversiteit.
● Taalkundigen erkennen het belang van een taalnorm, maar hebben vaak een meer
tolerante houding ten opzichte van afwijkingen dan het grote publiek.
● De bronnen van de taalnorm worden besproken, waaronder logica, geschiedenis,
autoriteiten en de meerderheid.
● Het hoofdstuk concludeert dat geen enkele norm perfect is, en dat er altijd
willekeurige keuzes gemaakt moeten worden.
Voorbeelden:
"Fietsbel": Dit woord wordt gebruikt om te illustreren hoe de taalnorm kan worden vastgesteld.
Is het een "goed" Nederlands woord, ondanks dat het niet in de Van Dale staat?1
"Ik heb nooit geen kwaad gedaan": Dit voorbeeld toont hoe logica wordt gebruikt om een
taalnorm te bepalen. De dubbele ontkenning wordt als onlogisch beschouwd.2
"Piet's boek": Dit voorbeeld, ontleend aan het werk van W.F. Hermans, illustreert dat de
taalnorm in de Nederlandse cultuur niet per se wordt bepaald door prominente schrijvers.
Hoofdstuk 2: "Taalverandering is Taalverloedering"
● Dit hoofdstuk onderzoekt de perceptie van taalverandering als verloedering, met
name door oudere generaties.
● Jongeren spelen een actieve rol in taalverandering, net zoals in mode en muziek.
● Ontlening uit andere talen is een natuurlijk onderdeel van taalverandering en is van
alle tijden.
● De acceptatie van taalverandering hangt af van de sociale status van de sprekers.
Veranderingen die van bovenaf komen, worden vaak als verrijking gezien, terwijl
veranderingen van onderop vaak als verloedering worden bestempeld.
Voorbeelden:
"Mieters", "te gek", "onwijs gaaf", "vet cool": Deze reeks woorden demonstreert hoe
woordkeus verandert over de tijd, met name door de invloed van jongeren.4
"Ja, hij wil oming mensen hun nichtje flowen.": Dit voorbeeld uit de straattaal laat zien hoe
jongeren elementen uit andere talen, zoals Sranan en Engels, in hun Nederlands integreren.5
"Fuck", "spang", "woella" vs. "gommeaux", "enfin", "conférences", "bohémien": Deze
vergelijking illustreert dat ontlening uit andere talen van alle tijden is. Wat vroeger Frans en Latijn
was, is nu Engels, Sranan of Arabisch.67
"Minkukel", "Als je begrijpt wat ik bedoel", "doemdenken", "regelneef", "jemig de pemig":
Deze voorbeelden tonen hoe taalvernieuwingen van prominente figuren, zoals Marten Toonder
en Van Kooten en De Bie, vaak als verrijking worden gezien.8
"Hun hebben": Dit voorbeeld wordt gebruikt om te laten zien hoe een taalvariant die van
onderaf komt, langzaam maar zeker zijn weg naar boven vindt, ondanks weerstand.
, Hoofdstuk 3: "Taalverandering is Taalversimpeling"
● Dit hoofdstuk bekijkt de relatie tussen taalverandering en versimpeling.
● Versimpeling kan zowel positief als negatief zijn. Soms leidt het tot verlies van
nuance, maar soms ook tot meer expressieve mogelijkheden.
● Het hoofdstuk illustreert dit met voorbeelden van grammaticale versimpeling die
leiden tot meer efficiëntie of expressiviteit.
● De auteurs concluderen dat versimpeling niet per se negatief is, en dat de
perceptie ervan afhangt van iemands standpunt.
Voorbeelden:
"Een mooie huis": Dit voorbeeld, typisch voor sprekers die Nederlands als tweede taal leren,
illustreert een mogelijke grammaticale versimpeling.10
"Je kreeg de bal; en toen je niemand vrij zag staan, schoot je de bal op doel": Dit citaat van
een voetballer toont hoe de betekenis van "je" kan worden uitgebreid om een
bescheidenheidsvorm van "ik" te creëren.1112
Gedicht van Gerrit Komrij: Het gebruik van "je" in plaats van "ik" in dit gedicht illustreert een
vergelijkbare betekenisontwikkeling in de poëzie.13
"Se eige" vs. "zich" en "zichzelf": Dit voorbeeld laat zien hoe een dialectvorm ("se eige") kan
worden gezien als een versimpeling van de standaardtaal, maar tegelijk een uniek en eigen
karakter heeft.
Hoofdstuk 4: "Taalverandering Betekent Normloosheid"
● Dit hoofdstuk bespreekt de spanningsrelatie tussen taalverandering en de
taalnorm.
● De standaardtaal wordt gezien als een norm, maar is in werkelijkheid ook een
dynamische variëteit.
● Er zijn verschillende normen voor gesproken en geschreven taal, en de
schrijftaalnorm is vaak conservatiever.
● Het hoofdstuk beargumenteert dat dubbele ontkenning een natuurlijk
taalverschijnsel is en niet per se onlogisch.
● De auteurs bespreken verschillende visies op de standaardtaal en pleiten voor
een inclusievere norm die ruimte biedt aan regionale en sociale variatie.
● Taal is niet alleen een communicatiemiddel, maar ook een uitdrukking van
identiteit.
● Het hoofdstuk introduceert het concept van externe en inherente normen, waarbij
de externe norm de maatschappelijke standaard is en de inherente norm de norm
van de groep waartoe iemand behoort.
Voorbeelden:
"Rode" vs. "groene" volgorde: Dit voorbeeld, met zinnen als "Jan boodschappen heeft
gedaan" en "Jan boodschappen gedaan heeft", illustreert hoe de norm voor spreektaal en
schrijftaal kan verschillen.16
"Ik heb nooit geen biertje meer aangeraakt": Dit voorbeeld van dubbele ontkenning wordt
gebruikt om te laten zien hoe de logica niet altijd de taalnorm bepaalt, en hoe dubbele
ontkenning een normaal verschijnsel is in veel talen.1718
"Hij koopt zich een flesje cola": Dit voorbeeld, afkomstig uit het werk van W.F. Hermans, toont
hoe een regionale variant ("zich" in een specifieke context) kan worden gebruikt als literair
stijlmiddel in de standaardtaal.19
"Koot droomt zich af", "Koot graaft zich autobio uit", "Van Kooten en De Bie kijken zich
terug": Deze boektitels en omslagtekst van Kees van Kooten illustreren een vergelijkbaar
gebruik van "zich".