Week 1
5 september 2024
Introductie-werkcollege
Hoe zien we taal in deze cursus?
❖ “.. as an embodied, embedded, incremental cognitive activity aiming at mental
model construction” (p.10, Peeters & Dijkstra, 2024)
➢ Wat betekenen de kernbegrippen uit deze zin?
■ Embodied
Communiceren met het gehele lichaam (spraakorganen, ogen,
oren, handen, etc.). Zintuiglijke waarnemingen neem je ook
mee. Als je aan een hond denkt, bedenk jij je bijvoorbeeld ook
hoe het voelde toen je er een aaide, of hoe klonk toen er een
blafte.
■ Embedded
In grotere context, wordt beïnvloedt door bijvoorbeeld cultuur of
achtergrond (externe factoren).
Boodschapper moet in dezelfde context schrijven als degene die
het ontvangt, of er in ieder geval rekening mee houden.
■ Incremental cognitive activity
Proces tot het maken van het mentale model (constant
updaten).
Wordt stapsgewijs aangepast.
■ Mental model construction
Beeld wat je vormt in je hoofd (zowel hier-en-nu als what-ifs)
➢ Kun je de zin in het Nederlands parafraseren en uitleggen wat taal
eigenlijk is?
■ Taal is iets wat je met het gehele lichaam doet, beïnvloedt wordt
door zowel interne als externe factoren en waarbij je constant
mentale representaties maakt en bijstelt.
Hoe begrijpen lezers een tekst? (Helder et al.)
❖ Om een tekst goed te kunnen begrijpen moet je verbanden kunnen leggen
tussen delen van de tekst en tussen de tekst en de achtergrondkennis die je
al hebt. Als dat goed gaat, heb je een coherente mentale representatie.
❖ Tijdens het lezen maak je gebruik van automatische en strategische
processen:
➢ Automatisch: associaties oproepen uit je geheugen
➢ Strategisch: stukken herlezen, opzoeken van betekenis, maken van
notities
❖ Het is essentieel om verbanden te kunnen leggen.
❖ Er zijn een aantal factoren die het begrijpend lezen kunnen beïnvloeden:
➢ De (beperkte) cognitieve capaciteit van de lezer
, ■ Werkgeheugen moet zinvol benut worden.
■ Hoe meer er geautomatiseerd is, hoe meer capaciteit
beschikbaar is voor het leggen van verbanden.
➢ Kenmerken van de tekst
■ Wanneer een tekst weinig samenhang heeft, kost het de lezer te
veel moeite om verbanden te kunnen leggen. De motivatie en
het begrip zullen dan stagneren.
■ Tussenkopjes en verbindingswoorden helpen bij het leggen van
verbanden en dus het vergroten van tekstbegrip.
➢ Betrokkenheid van de lezer bij de tekst
■ Hoe meer aandacht een lezer besteedt aan strategische
processen, hoe dieper het begrip.
■ Een lezer moet weten welke mate van begrip vereist is
(oppervlakkig of maximaal).
Belangrijkste begrippen:
➔ Mentale representatie (situatiemodel)
➔ Verbanden leggen (inferenties)
➔ Embodied Cognition
Duidt de begrijpelijkheid van de ZinZang brief in termen van de literatuur:
(zie hand-out)
❖ Het is lastig voor de lezer om verbanden te leggen, aangezien de
verwijswoorden te ver weg staan van hetgeen waarnaar verwezen wordt. Er
komt te veel nieuwe informatie tussen de twee in te staan, waardoor een lezer
telkens terug moet grijpen op het eerder gelezen stuk.
➢ Doordat de lezer moeite heeft met verbanden leggen kan er geen
goede mentale representatie van gemaakt worden.
❖ Tussenkopjes zouden deze brief wellicht beter begrijpelijk maken.
❖ De onderzoeker zou in alinea 5 eventueel een Embodied Cognition kunnen
oproepen bij de lezers, door voorbeelden te geven van de soort geluiden die
zij kunnen gaan horen.
Hoe verder?
- Een lastig te begrijpen tekst zoeken
● Zoek een tekst (geschreven of gesproken) die moeilijk te begrijpen is
○ Voorbeeld: artikel uit de krant, uit een tijdschrift, een stuk dat je
ooit zelf hebt geschreven voor een opdracht, een uitgeschreven
speech.
○ Zorg ervoor dat de tekst of het fragment ongeveer 1 à 2 A4tjes
lang is en dat de tekst op meerdere punten lastig te begrijpen is.
Als je slechts één duidelijk probleem ziet, dan is de tekst
ongeschikt om een analyse op uit te voeren.
- JASP installeren of updaten + LiNT account activeren (zie HC slide p16)
, ___________________________________________________________________
Week 2
12 september 2024
Het begrijpen van teksten
Samenvattingen:
➔ Britton & Gülgöz
◆ In dit onderzoek werden 4 teksten vergeleken: origineel, herschreven
volgens regels (principled, via computerprogramma), een heuristische
(door een expert geschreven) en een versimpelde tekst (kortere zinnen
etc.). Deze teksten hebben ze aan participanten voorgelegd.
Ze hebben eerst de voorkennis getest om te kijken wie er
achtergrondkennis nodig had. Na het lezen van de tekst werd de recall
getest met open vragen of meerkeuzevragen. Ook hebben ze de
begin- en eindtijd getimed.
In de vrije recall kwam naar voren dat de heuristische en
principled versie makkelijker te begrijpen waren, er hoefden minder
inferenties gemaakt te worden (minder tijd, meer goede antwoorden).
Bij de meerkeuzevragen is geen significant verschil gevonden.
Waarschijnlijk doordat er bij de open vragen een groter beroep gedaan
wordt op het maken van een mentaal model.
De leessnelheid gaf geen significant verschil.
In experiment 2 kregen de proefpersonen (vanuit het leger)
dezelfde teksten weer voor zich. Zij kregen paren van kernwoorden te
zien en moesten op een schaal van 1-7 aangeven in hoeverre er een
verband tussen die kernwoorden zat. Een programma maakte daar
vervolgens een mentaal model van. Deze werden van de lezers en van
de schrijver gemaakt en werden vervolgens met elkaar vergeleken. Als
die van de lezer veel lijkt op wat de schrijver voor ogen had, dan is die
goed.
Als je dus minder inferenties zelf in hoeft te vullen (omdat ze
expliciet in de tekst zijn genoemd) is een tekst automatisch
begrijpelijker. Anders zijn er meer punten waarop het mis kan gaan.
➔ Foy & Gerrig
◆ In dit onderzoek zijn 2 experimenten uitgevoerd om 2 verschillende
stellingen te toetsen.
In experiment 1 wordt getoetst of een mens op voorhand al een
bepaald beeld vormt bij een personage en de realistische wereld als
template gebruikt in de fantasiewereld (voorbeeld: superman wordt pas
superman als benoemd wordt dat hij superkrachten heeft, verder is hij
een normaal persoon). Het moet expliciet benoemd worden wat de
5 september 2024
Introductie-werkcollege
Hoe zien we taal in deze cursus?
❖ “.. as an embodied, embedded, incremental cognitive activity aiming at mental
model construction” (p.10, Peeters & Dijkstra, 2024)
➢ Wat betekenen de kernbegrippen uit deze zin?
■ Embodied
Communiceren met het gehele lichaam (spraakorganen, ogen,
oren, handen, etc.). Zintuiglijke waarnemingen neem je ook
mee. Als je aan een hond denkt, bedenk jij je bijvoorbeeld ook
hoe het voelde toen je er een aaide, of hoe klonk toen er een
blafte.
■ Embedded
In grotere context, wordt beïnvloedt door bijvoorbeeld cultuur of
achtergrond (externe factoren).
Boodschapper moet in dezelfde context schrijven als degene die
het ontvangt, of er in ieder geval rekening mee houden.
■ Incremental cognitive activity
Proces tot het maken van het mentale model (constant
updaten).
Wordt stapsgewijs aangepast.
■ Mental model construction
Beeld wat je vormt in je hoofd (zowel hier-en-nu als what-ifs)
➢ Kun je de zin in het Nederlands parafraseren en uitleggen wat taal
eigenlijk is?
■ Taal is iets wat je met het gehele lichaam doet, beïnvloedt wordt
door zowel interne als externe factoren en waarbij je constant
mentale representaties maakt en bijstelt.
Hoe begrijpen lezers een tekst? (Helder et al.)
❖ Om een tekst goed te kunnen begrijpen moet je verbanden kunnen leggen
tussen delen van de tekst en tussen de tekst en de achtergrondkennis die je
al hebt. Als dat goed gaat, heb je een coherente mentale representatie.
❖ Tijdens het lezen maak je gebruik van automatische en strategische
processen:
➢ Automatisch: associaties oproepen uit je geheugen
➢ Strategisch: stukken herlezen, opzoeken van betekenis, maken van
notities
❖ Het is essentieel om verbanden te kunnen leggen.
❖ Er zijn een aantal factoren die het begrijpend lezen kunnen beïnvloeden:
➢ De (beperkte) cognitieve capaciteit van de lezer
, ■ Werkgeheugen moet zinvol benut worden.
■ Hoe meer er geautomatiseerd is, hoe meer capaciteit
beschikbaar is voor het leggen van verbanden.
➢ Kenmerken van de tekst
■ Wanneer een tekst weinig samenhang heeft, kost het de lezer te
veel moeite om verbanden te kunnen leggen. De motivatie en
het begrip zullen dan stagneren.
■ Tussenkopjes en verbindingswoorden helpen bij het leggen van
verbanden en dus het vergroten van tekstbegrip.
➢ Betrokkenheid van de lezer bij de tekst
■ Hoe meer aandacht een lezer besteedt aan strategische
processen, hoe dieper het begrip.
■ Een lezer moet weten welke mate van begrip vereist is
(oppervlakkig of maximaal).
Belangrijkste begrippen:
➔ Mentale representatie (situatiemodel)
➔ Verbanden leggen (inferenties)
➔ Embodied Cognition
Duidt de begrijpelijkheid van de ZinZang brief in termen van de literatuur:
(zie hand-out)
❖ Het is lastig voor de lezer om verbanden te leggen, aangezien de
verwijswoorden te ver weg staan van hetgeen waarnaar verwezen wordt. Er
komt te veel nieuwe informatie tussen de twee in te staan, waardoor een lezer
telkens terug moet grijpen op het eerder gelezen stuk.
➢ Doordat de lezer moeite heeft met verbanden leggen kan er geen
goede mentale representatie van gemaakt worden.
❖ Tussenkopjes zouden deze brief wellicht beter begrijpelijk maken.
❖ De onderzoeker zou in alinea 5 eventueel een Embodied Cognition kunnen
oproepen bij de lezers, door voorbeelden te geven van de soort geluiden die
zij kunnen gaan horen.
Hoe verder?
- Een lastig te begrijpen tekst zoeken
● Zoek een tekst (geschreven of gesproken) die moeilijk te begrijpen is
○ Voorbeeld: artikel uit de krant, uit een tijdschrift, een stuk dat je
ooit zelf hebt geschreven voor een opdracht, een uitgeschreven
speech.
○ Zorg ervoor dat de tekst of het fragment ongeveer 1 à 2 A4tjes
lang is en dat de tekst op meerdere punten lastig te begrijpen is.
Als je slechts één duidelijk probleem ziet, dan is de tekst
ongeschikt om een analyse op uit te voeren.
- JASP installeren of updaten + LiNT account activeren (zie HC slide p16)
, ___________________________________________________________________
Week 2
12 september 2024
Het begrijpen van teksten
Samenvattingen:
➔ Britton & Gülgöz
◆ In dit onderzoek werden 4 teksten vergeleken: origineel, herschreven
volgens regels (principled, via computerprogramma), een heuristische
(door een expert geschreven) en een versimpelde tekst (kortere zinnen
etc.). Deze teksten hebben ze aan participanten voorgelegd.
Ze hebben eerst de voorkennis getest om te kijken wie er
achtergrondkennis nodig had. Na het lezen van de tekst werd de recall
getest met open vragen of meerkeuzevragen. Ook hebben ze de
begin- en eindtijd getimed.
In de vrije recall kwam naar voren dat de heuristische en
principled versie makkelijker te begrijpen waren, er hoefden minder
inferenties gemaakt te worden (minder tijd, meer goede antwoorden).
Bij de meerkeuzevragen is geen significant verschil gevonden.
Waarschijnlijk doordat er bij de open vragen een groter beroep gedaan
wordt op het maken van een mentaal model.
De leessnelheid gaf geen significant verschil.
In experiment 2 kregen de proefpersonen (vanuit het leger)
dezelfde teksten weer voor zich. Zij kregen paren van kernwoorden te
zien en moesten op een schaal van 1-7 aangeven in hoeverre er een
verband tussen die kernwoorden zat. Een programma maakte daar
vervolgens een mentaal model van. Deze werden van de lezers en van
de schrijver gemaakt en werden vervolgens met elkaar vergeleken. Als
die van de lezer veel lijkt op wat de schrijver voor ogen had, dan is die
goed.
Als je dus minder inferenties zelf in hoeft te vullen (omdat ze
expliciet in de tekst zijn genoemd) is een tekst automatisch
begrijpelijker. Anders zijn er meer punten waarop het mis kan gaan.
➔ Foy & Gerrig
◆ In dit onderzoek zijn 2 experimenten uitgevoerd om 2 verschillende
stellingen te toetsen.
In experiment 1 wordt getoetst of een mens op voorhand al een
bepaald beeld vormt bij een personage en de realistische wereld als
template gebruikt in de fantasiewereld (voorbeeld: superman wordt pas
superman als benoemd wordt dat hij superkrachten heeft, verder is hij
een normaal persoon). Het moet expliciet benoemd worden wat de