100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting staatsrecht - MA Politiek en Parlement

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
19
Geüpload op
25-03-2025
Geschreven in
2024/2025

Hier een samenvatting van de colleges staatsrecht uit collegejaar . De cursus is een onderdeel van de master Politiek en Parlement en is in het eerste blok gegeven. In de samenvatting staat per college de hoofdpunten, inclusief de relevante grondwetsartikelen. Ook wordt verwezen naar artikelen uit de Reglementen van Orde van de Tweede en Eerste Kamer, de ministerraad en naar de grondwetten van Frankrijk en Duitsland. Belangrijke zaken zijn cursief gemaakt, zodat je deze makkelijker oppikt.

Meer zien Lees minder










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
25 maart 2025
Aantal pagina's
19
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

STAATSRECHT TENTAMENVOORBEREIDING – ZAKEN OM TE NOTEREN
Deel 1: constitutionele uitgangspunten en rechtsbronnen
Grondwet en RVO’s spelen grote rol, net als het Statuut voor het Koninkrijk, dat de
verhouding tussen de landen in het koninkrijk bepaalt: Nederland, Curacao, Aruba en Sint-
Maarten. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba zijn bijzondere gemeenten. De Nederlandse
grondwet is alleen voor Nederland en de bijzondere gemeenten. De andere landen hebben
een eigen grondwet.

Staatsrecht heeft zich geleidelijk ontwikkeld, vooral in praktijken en gebruiken, zoals de
vertrouwensregel. Maar ook de formatie is hier onderhevig aan. De grondwet benoemt de
procedure nergens en is organisch gegroeid. De Tweede Kamer heeft een groot deel in eigen
handen genomen via de intern werkende RVOTK, bijvoorbeeld door in dat document te
stellen dat zij de verkenner benoemen. Dit nam de rol van de koning af, maar deze rol was
ook nergens te vinden voordien.

Grondwet bevat hoofdregels. Precieze uitvoering staat in wetten, zoals de Kieswet. Er is ook
geen constitutioneel hof dat kan toetsen op de grondwet.

De constitutionele uitgangspunten zijn gebaseerd op democratie en rechtsstaat.
Democratie is gedefinieerd als de meerderheid plus één. Een supermeerderheid als 2/3
meerderheid, dat nodig is voor een wijziging van de grondwet. Desondanks zijn
minderheden niet uitgesloten, ook zij kunnen spoeddebatten aanvragen via het 30-
ledendebat, ofwel het spoeddebat (de interpellatie is wel met meerderheid?).
De rechtsstaat is gedefinieerd op basis van de trias politicadoctrine, legaliteit (overheid moet
handelen naar de wet), onafhankelijke rechters en grondrechten.

Grondwet garandeert machtenscheiding. Symboliseert dat ook door hoofdstukverdeling zo
in te richten: regering, parlement en rechter. Garandeert eigen positie door middel van
bevoegdheden. Een parlementariër is onschendbaar en kan niet tegelijkertijd lid zijn van de
ministerraad. De regering is onafhankelijk omdat de minister-president zichzelf benoemt en
de overige ministers via de MP en de koning, ook bepaalt de regering welke ministeries er
bestaan. De rechter wordt voor het leven benoemd en kan niet onderhevig worden gesteld
aan politiek ontslag.

Uit de trias politica volgen de checks and balances. Machten moeten niet alleen gescheiden
zijn, maar ook kunnen samenwerken en elkaar controleren. Zo zijn er gedeelde
bevoegdheden, zoals het initiatief nemen tot nieuwe wetgeving waarbij het primaat bij de
regering ligt en het feit dat ook de Staten-Generaal een bestuurlijke taak hebben via het
budgetrecht. Controle geschiedt via de vertrouwensregel dat kan volgen op de ministeriële
verantwoordelijkheid (art. 42), vice versa met het recht van het kabinet om tot
Kamerontbinding over te gaan waarna verplicht verkiezingen worden uitgeschreven (art. 64).

In principe toetst de rechter alleen politieke zaken om rechtmatigheid. Had de overheid het
recht om een bepaalde maatregel te nemen? Voorbeeld Waterpakt HR 2003: Of, wanneer
en in welke vorm wetgeving tot stand moet komen is aan de wetgever.

Deel 2: de koning en de regering.

,Prinsjesdag is vastgelegd in de GW in art. 65. Het is een uiteenzetting van het te voeren
beleid van de regering, door of namens de koning in een verenigde vergadering van de
Staten-Generaal. Datum is ook vastgelegd, voor een andere datum zal een wet moeten
worden gemaakt.

De grondwet heeft een zwaar monarchaal karakter. Gaat veel over diens bevoegdheden.
Vaak gaat het over ‘bij koninklijk besluit’, wat echter synoniem staat voor de regering die
beslist. Echter sinds 1840 het contraseign via art. 47. Met de koning moet een of meerdere
ministers of staatssecretarissen ook tekenen.

Het koningschap is erfelijk overdraagbaar (art. 24, 25). Als er geen erfopvolger is moet een
alternatieve opvolger bij wet worden benoemd (art. 30). In dat geval worden beide Kamers
ook ontbonden en moet met 2/3 meerderheid een nieuwe koning worden benoemd.
Beëindiging van het koningschap kan voorkomen via overlijden (art. 25) of abdicatie (art. 27).
Huwelijken zijn geregeld via art. 28. Ieder die het koningschap kan erven, inclusief de
regerende koning, is onderhevig aan toestemming van de Staten-Generaal voor het
voltrekken van het huwelijk. Bij een huwelijk zonder toestemming doet de persoon afstand
van het koningschap. Met onbekwaamheid is ook rekening gehouden, bijvoorbeeld wanneer
hij de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (art. 33), wanneer hij al dan niet tijdelijk niet
meer in staat is het koningschap uit te voeren (respectievelijk art. 35 en 36). Een regent
wordt benoemd via art. 37. Zolang er geen koning is wordt het koningschap waargenomen
door de Raad van State (art. 38).

De koning is onschendbaar. De ministers zijn verantwoordelijk (art. 42).

De koning heeft twee functies. Hij is staatshoofd en onderdeel van de regering. Als
staatshoofd is hij de hoogste representant van het land in buitenlandse betrekkingen,
ondanks het feit dat hij niet in zijn eentje verdragen mag sluiten. Hij staat symbool voor de
eenheid van de staat. Eén keer per jaar spreekt de koning als staatshoofd: bij zijn
kersttoespraak. Op Prinsjesdag spreekt hij als lid van de regering. Dat de koning ook
staatshoofd is van het land wordt als vanzelfsprekend aangenomen en is niet in een artikel
vastgelegd. De regeerfunctie is bijzonder, want de bevoegdheden en rol van de koning lopen
niet parallel aan elkaar. De feitelijke positie van de koning is terughoudender dan zijn
grondwettelijke bevoegdheden. In de praktijk heeft de koning het recht de regering aan te
sporen, te waarschuwen en geadviseerd te worden. De handtekening van de koning is nodig
om een wet te bekrachtigen, maar de koning is niet verplicht zijn handtekening te zetten.
Feitelijk is de koning aldus in staat om zijn eigen afzetting of de afschaffing van het
koningshuis tegen te houden. Het is niet gek om te betogen dat de koning juridisch een te
grote rol heeft in vergelijking met de praktijk.

De positie van de koning is ondanks het antidemocratische karakter wel democratisch
gelegitimeerd. In 1983 kon de bevolking stemmen voor een grote wijziging van de grondwet
en ging hiermee akkoord. Daarmee is indirect ook het koningschap democratisch
gelegitimeerd.

, Deel 3: ministers, ministerraad, minister-president, staatssecretarissen
De regering bestaat uit de koning en de ministers. De ministers zijn verantwoordelijk voor
de koning en wat gebeurt op hun ministerie (art. 42). De koning ondertekent wetten samen
met een minister of staatssecretaris, dit heet het contraseign (art. 47).

Historisch is de rol van de minister gegroeid. Voor 1840 waren ministers de hoogste
ambtenaren van de autocratische koning. Sindsdien heeft het contraseign zijn intrede
gemaakt, wat feitelijk het einde van de alleenheerschappij van de koning betekende dat
werd versterkt door de ministeriële verantwoordelijkheid in 1848, waarmee de koning zijn
uitvoerende rol in de praktijk verloor.

Artikel 42 definieert aldus de samenstelling van de regering. Art. 44 bepaalt dat ministers
zonder leiding over een ministerie kunnen worden benoemd, dit zijn ministers zonder
portefeuille. Art. 43 regelt dat de ministers bij KB worden benoemd en dat de minister-
president, art. 48 regelt dat de minister-president feitelijk zijn eigen benoeming
ondertekent. Bij Rijksaangelegenheden mogen drie gevolmachtigde ministers deelnemen, dit
zijn vertegenwoordigers van de overige drie landen van het koninkrijk.

Staatssecretarissen bestaan grondwettelijk pas sinds 1948, waarna het jaar erop de eerste
werd benoemd. Positie gecreëerd ter ontlasting van de minister en is sinds de jaren ’60
uitgegroeid tot volwaardig politiek ambt. Tijdens de formatie worden de staatssecretarissen
meegenomen en de benoeming is politiek van aard. In art. 46 staat geregeld dat de
staatssecretaris namens de minister mag optreden bij koninklijke besluiten en
ondertekening van wetten. Grondwet is echter gedateerd, want minister besluit niet meer
naar eigen achtig waarin staatssecretaris zelf handelt, omdat de staatssecretaris een eigen
portefeuille heeft toegewezen. Staatssecretarissen zijn net als ministers politiek
verantwoordelijk via art. 42.

Ministeries zijn per art. 44 ingesteld en staan onder leiding van een minister. De minister is
verantwoordelijk voor de ambtenaren.

De rol van de minister-president is pas in 1983 vastgelegd. Na 1840 roulatiesysteem van één
jaar. Benadrukt gelijkheid van ministers, maar het kiezen van een voorzitter van de
ministerraad was noodzaak. Kuyper was de eerste minister-president voor vier jaar. Sinds
1908 is de minister-president vaste voorzitter van de ministerraad en in 1945 werd de positie
gecreëerd in de RVOMR. Juridisch is de positie van de minister-president die van de primus
inter pares. De praktijk is echter anders: de minister-president spreekt elke week met de
koning, is het gezicht van de regering, bijvoorbeeld in de media, maar neemt ook deel in de
Europese Raad, waar feitelijk de minister van Buitenlandse Zaken moet zetelen. Er kan
worden betoogd dat de positie van de minister-president moet worden versterkt om recht
te doen aan de huidige situatie.

In art. 45 is de ministerraad ingesteld. De ministerraad bestaat uit de ministers en wordt
voorgezeten door de minister-president. Begon in 1823 als adviescollege voor de koning en
groeide sinds 1840 sterk door instelling contraseign en ministeriële verantwoordelijkheid. De
homogeniteit van de ministerraad is een kernprincipe. De later ontwikkelde rol van de
minister-president is daar een voorbeeld van. De ministerraad heeft twee taken: het
€8,06
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
luukdejong3

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
luukdejong3 Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
6
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
3
Documenten
3
Laatst verkocht
1 week geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen