100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Arresten

Arresten Inleiding Internationaal Publiekrecht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
8
Geüpload op
24-03-2025
Geschreven in
2024/2025

De arresten die in dit document zijn samengevat zijn de volgende: Reparation for Injuries Advisory Opinion, Oost-Timor – Fretilin/Nederland, ICJ North Sea Continental Shelf Case, I.C.J, Case Concerning Delimitation and Territorial Questions Between Qatar and Bahrain (Qatar v. Bahrain), I.C.J., Case Concerning East Timor (Portugal v. Australia), Democratic Republic of the Congo v. Rwanda, Application of the Genocide Convention, Nederland/ Nuhanovic, CJ Arrest Warrant Case (Congo v. Belgium), ICJ Jurisdictional Immunities of the State Case, Mothers of Srebrenica, Spoorwegstaking, Sanctieregeling Iran

Meer zien Lees minder









Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
24 maart 2025
Aantal pagina's
8
Geschreven in
2024/2025
Type
Arresten

Onderwerpen

  • qatar v bahrain

Voorbeeld van de inhoud

Jurisprudentie Inleiding Internationaal Publiekrecht

Week 2

Reparation for Injuries Advisory Opinion
Onderwerp: Rechtspersoonlijkheid van de VN, schadevergoeding.

Casus: Naar aanleiding van de moord op een bemiddelaar van de Verenigde Naties (hierna:
VN) en enkele van zijn medewerkers in 1948 in Israël, vroeg de Algemene Vergadering van de
VN het Internationaal Gerechtshof (hierna: Hof) advies over de acties die genomen konden
worden jegens Israël. De VN wilde bijvoorbeeld weten of het mogelijk was om een
schadeclaim in te dienen tegen Israël.

Rechtsvraag
2 rechtsvragen:
1. Heeft de VN rechtspersoonlijkheid om een schadevergoeding te claimen voor de
schade door henzelf geleden óf door een slachtoffer dat namens hen in functie was?
2. Mag de VN een claim indienen tegen een staat die geen lid is?

Antwoord vraag 1: Het Hof oordeelde dat het noodzakelijk is dat de VN rechtspersoonlijkheid
heeft, omdat het anders de doelen van het Handvest niet zou kunnen bereiken. De VN heeft
daarom internationale rechtspersoonlijkheid. Dit houdt dus in dat de VN ook een subject is
van het volkenrecht. Daaruit volgt ook de mogelijkheid om bepaalde rechten te handhaven
middels het indienen van schadevergoedingen. Zo kan de VN ook een schadevergoeding
vorderen tegen haar leden (de landen), wanneer het desbetreffende land haar plichten ten
opzichte van de VN heeft verzaakt en hier een schade uit is ontstaan. Ook kan de VN
schadevergoedingen vorderen voor haar eigen afgezanten, wanneer die afgezanten schade
hebben geleden. Dit is noodzakelijk om haar afgezanten te kunnen beschermen. Zo’n
afgezant moet kunnen vertrouwen op bescherming door de VN, wanneer hij taken vervult in
dienst van de VN.

Antwoord vraag 2: Ook deze vraag dient bevestigend te worden beantwoord. De VN kan een
claim indienen tegen een staat die geen lid is (zie pagina 19 van de reader). Dit blijkt uit de
volgende passage:

Tip: De VN bezit internationale rechtspersoonlijkheid en kan zowel schadevergoedingen
claimen voor schade geleden door de VN, als voor schade geleden door een slachtoffer dat in
dienst was van de VN

Oost-Timor – Fretilin/Nederland
Onderwerp: Erkenning van een staat

Essentie: Nederland (en nog meer andere staten) hadden Oost-Timor niet erkend als
onafhankelijke staat. In dit arrest moest de HR beoordelen of Oost-Timor ten tijde van de
dagvaarding voldeed aan de criteria die voortvloeien uit het Montevideo verdrag. De HR
oordeelde dat het voor de beoordeling niet relevant is of Nederland en overige staten Oost-
Timor niet hebben erkend. Hiervoor zijn uitsluitend feitelijke criteria uit het volkenrecht van

, belang. De enige waarde die je aan niet-erkenning kan hechten is dat er een vermoeden
bestaat dat de feitelijke criteria waarschijnlijk inderdaad niet zullen worden vervuld.
Tegelijkertijd werkt dit vermoeden ook andersom: indien een staat wél door veel andere
staten wordt erkend, is de kans vrij aannemelijk dat aan alle criteria wordt voldaan. Het blijft
echter een vermoeden en er moet gewoon naar de feitelijke criteria worden gekeken.

Week 3

ICJ North Sea Continental Shelf Case

Rechtsvraag: Welke regels moeten gebruikt worden bij het bepalen van de grenzen op het
continentaal plateau?

Casus: De landen die grenzen aan de Noordzee hebben afspraken gemaakt omtrent de
landsgrenzen binnen de Noordzee, het North Sea Continental Shelf. In deze casus baseren
Denemarken en Nederland zich op andere bepalingen omtrent die grensverdeling dan
Duitsland en de landen vragen daarom het Internationaal Gerechtshof om het geschil op te
lossen
Opgemerkt moet worden dat de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof vooral van
belang is voor de vorming van gewoonterecht; niet zozeer voor het antwoord op de
rechtsvraag. Er zal dus ook niet uitgebreid aandacht besteed worden aan het antwoord op
die bewuste rechtsvraag.

Conclusie: Het Internationaal Gerechtshof ontwikkelt hier enkele criteria die van belang zijn
bij het bepalen of sprake is van gewoonterecht:
1. Een regel moet een fundamenteel normcreërend karakter hebben, zodat het de basis
kan leggen voor algemene rechtsregels (par. 71).
2. Er moet een bepaalde tijd verstreken zijn waarin ook daadwerkelijk naar die regel
gehandeld wordt. Of dat gaat om een korte periode is niet zo van belang; er moet een
tijdsperiode zijn waarin de rechtsregel wordt toegepast (par. 73).
3. Er moet sprake zijn van een statenpraktijk die extensief en zichtbaar uniform is, in het
bijzonder als het gaat om de staten die belangen hebben die bij die rechtsregel
betrokken zijn (par. 74).
4. Er moet sprake zijn van een ‘opinio iuris’: de regel moet op zodanige wijze
voorkomen in de praktijk, dat duidelijk is dat de regel algemeen erkend wordt. De
vereisten hiervoor worden nader toegelicht in paragraaf 77. Deze zijn kortgezegd: de
gedragingen waarom het gaat moeten leiden tot een vaste praktijk en er moet
overtuiging bestaan dat deze vaste praktijk verplicht is.

Essentie: In this case, the ICJ develops two criteria, which are important to determine if
something is customary law:
1. State practice; and
2. Opinio iuris.

I.C.J, Case Concerning Delimitation and Territorial Questions Between Qatar and Bahrain
(Qatar v. Bahrain)
€5,96
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
amy3428

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
amy3428 Universiteit Leiden
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
9 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
7
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen