Leerdoelen verbintenissenrecht
WEEK 1
Begrijpt de student de basisbeginselen van het verbintenissenrecht en kan hij de
relatie met de regels over de totstandkoming van overeenkomsten uitleggen;
Beginselen van het verbintenissenrecht
- Contractsvrijheid
- vormvrijheid
- pacta sunt servanda
Totstandkoming van een overeenkomst
Overeenkomst art. 6:213 Jo 6:217
- aanbod
a. wil
b. verklaring 3:37
- aanvaarding
a. wil
b. verklaring 3:37
Ontbreken van de wil?
3:35 JO 3:11 JO 6:248
Gewone overeenkomst: beoogd rechtsgevolg
Verbintenissen uit de wet: geen beoogd rechtsgevolg
- zaakwaarneming
- OD
- ongerechtvaardigde verrijking
- onverschuldigde betaling
Begrijpt de student de relatie tussen het verbintenissenrecht en het goederenrecht
1. Verbintenissenrecht: Dit regelt rechtsbetrekkingen tussen personen (natuurlijke of
rechtspersonen), waarbij één partij iets moet presteren en de andere gerechtigd is dit
te ontvangen. Het omvat vooral overeenkomsten en verplichtingen.
2. Goederenrecht: Dit richt zich op de relatie tussen personen en goederen (zaken en
vermogensrechten), waarbij eigendom, bezit, zekerheidsrechten en andere
goederenrechtelijke rechten centraal staan.
Kan de student zaakwaarneming en de ongerechtvaardigde verrijking en
onverschuldigde betaling uitleggen
1. Zaakwaarneming 6:198
- Willens en wetens
- redelijke grond
- behartiging van eens anders belang
- zonder de bevoegdheid
2. Ongerechtvaardigde verrijking 6:212
- verrijking ene partij
- verarming andere partij
, - causaal verband
- voor zover het redelijk is om de schade te vergoeden
- ongerechtvaardigd
3. onverschuldigde betaling
- degene die een ander een betaling heeft gedaan (prestatie/geldsom)
- rechtsgrond moet ontbreken
Kan de student de regels over de totstandkoming van de overeenkomst en over
informatieplichten en bedenktijden bij consumentenovereenkomsten toepassen op
een verbintenisrechtelijke casus.
Informatieplichten
- Snelle gebondenheid (art. 6:232 BW)
- Kern: art. 6:233 BW (inhoudstoetsing + informatieplicht).
1. De informatieplicht: 6:233 sub b BW: redelijke mogelijkheid tot
kennisneming
a. algemene informatieplicht 6:234 BW
b. dienstverrichters informatieplicht 6:230c BW
2. Inhoudstoetsing 6:233 sub a BW
Vernietigbaar indien (de aard van de overige inhoud van de ovk., de wijze van
totstandkoming voorwaarden, wederzijds kenbare belangen, overige
omstandigheden van het geval) onredelijk bezwarend zijn voor wederpartij
(toetsmoment: moment van contractsluiting)
a. Extra bescherming voor consumenten (art. 6:236-238 BW) Vgl. ook
HvJ Asbeek Brusse
- Geen bescherming voor grote bedrijven (art. 6:235 lid 1 BW)
a. Bescherming alleen via beperkende werking, redelijkheid en billijkheid (art.
6:248 lid 2 BW). HR Kuunders/Swinkels je kan niet je eigen opzet/bewuste
roekeloosheid uitsluiten in een exoneratiebeding, dan gaat de
exoneratiebeding ook niet op.
Bedenktijden
- Op afstand of buiten verkoopruimte
- 6:230o sub a = veertien dagen -> 6:230p -> 6:230g lid 1 sub e
- maar er moet dan wel sprake zijn van een georganiseerd systeem (voor koop op
afstand), en als daar geen sprake van is dan is er geen bedenktermijn en dan heb je
gewoon pacta sunt servanda.
, Week 2
Kan de student de regels over wilsgebreken en andere gronden voor nietigheid of
vernietiging van een overeenkomst, rechtshandeling of beding en de gevolgen van
nietigheid en vernietiging toepassen op een casus;
Wilsgebreken
- Dwaling
- Bedrog
- Bedreiging
- Misbruik van omstandigheden
1. DWALING
LID 1
➔ onjuiste voorstelling van zaken
➔ causaal verstand, als dit dan dat.
➔ kenbaarheidsvereiste. Voor de wederpartij moet het wel duidelijk zijn dat de
dwalende de overeenkomst niet zou doen als hij ervan op de hoogte was. Je moet
snappen dat iets voor iemand belangrijk is. (nieuwenhuis)
➔ A, B of C nodig als er aan de eerste twee voldaan wordt
a. Sub a onjuiste mededeling
b. Sub b zwijgen mededelingsplicht
- wederpartij weten of wederpartij geacht worden te weten
a. HR inbev/van der valk (geacht te weten)
b. HR offringa/vinck (weten)
- de wederpartij had er rekening mee moeten houden dat de dwalende
dwaalt
- de wederpartij had de ander uit de droom moeten helpen
c. Sub c houdt in dat de wederpartij dezelfde onjuiste veronderstelling had van
zaken als de dwalende zelf
LID 2 Geen beroep op dwaling:
➔ geen uitsluitend toekomstige omstandigheid, is in het verleden gebeurd.
➔ niet voor rekening dwalende moet komen, Baris/riezenkamp Jo. arrest
geest/nederlof. Geen beroep op dwaling op grond van de omstandigheden geval
voor rekening van de dwalende komt, heeft ook te maken met de onderzoeksplicht
van de dwalende. (baris/riezekamp). De mededelingsplicht weegt zwaarder dan de
onderzoeksplicht.
a. aard van de overeenkomst
b. verkeersopvattingen (geest/nederlof)
c. omstandigheden van het geval
Geslaagd Beroep betekent overeenkomst vernietigbaar
WEEK 1
Begrijpt de student de basisbeginselen van het verbintenissenrecht en kan hij de
relatie met de regels over de totstandkoming van overeenkomsten uitleggen;
Beginselen van het verbintenissenrecht
- Contractsvrijheid
- vormvrijheid
- pacta sunt servanda
Totstandkoming van een overeenkomst
Overeenkomst art. 6:213 Jo 6:217
- aanbod
a. wil
b. verklaring 3:37
- aanvaarding
a. wil
b. verklaring 3:37
Ontbreken van de wil?
3:35 JO 3:11 JO 6:248
Gewone overeenkomst: beoogd rechtsgevolg
Verbintenissen uit de wet: geen beoogd rechtsgevolg
- zaakwaarneming
- OD
- ongerechtvaardigde verrijking
- onverschuldigde betaling
Begrijpt de student de relatie tussen het verbintenissenrecht en het goederenrecht
1. Verbintenissenrecht: Dit regelt rechtsbetrekkingen tussen personen (natuurlijke of
rechtspersonen), waarbij één partij iets moet presteren en de andere gerechtigd is dit
te ontvangen. Het omvat vooral overeenkomsten en verplichtingen.
2. Goederenrecht: Dit richt zich op de relatie tussen personen en goederen (zaken en
vermogensrechten), waarbij eigendom, bezit, zekerheidsrechten en andere
goederenrechtelijke rechten centraal staan.
Kan de student zaakwaarneming en de ongerechtvaardigde verrijking en
onverschuldigde betaling uitleggen
1. Zaakwaarneming 6:198
- Willens en wetens
- redelijke grond
- behartiging van eens anders belang
- zonder de bevoegdheid
2. Ongerechtvaardigde verrijking 6:212
- verrijking ene partij
- verarming andere partij
, - causaal verband
- voor zover het redelijk is om de schade te vergoeden
- ongerechtvaardigd
3. onverschuldigde betaling
- degene die een ander een betaling heeft gedaan (prestatie/geldsom)
- rechtsgrond moet ontbreken
Kan de student de regels over de totstandkoming van de overeenkomst en over
informatieplichten en bedenktijden bij consumentenovereenkomsten toepassen op
een verbintenisrechtelijke casus.
Informatieplichten
- Snelle gebondenheid (art. 6:232 BW)
- Kern: art. 6:233 BW (inhoudstoetsing + informatieplicht).
1. De informatieplicht: 6:233 sub b BW: redelijke mogelijkheid tot
kennisneming
a. algemene informatieplicht 6:234 BW
b. dienstverrichters informatieplicht 6:230c BW
2. Inhoudstoetsing 6:233 sub a BW
Vernietigbaar indien (de aard van de overige inhoud van de ovk., de wijze van
totstandkoming voorwaarden, wederzijds kenbare belangen, overige
omstandigheden van het geval) onredelijk bezwarend zijn voor wederpartij
(toetsmoment: moment van contractsluiting)
a. Extra bescherming voor consumenten (art. 6:236-238 BW) Vgl. ook
HvJ Asbeek Brusse
- Geen bescherming voor grote bedrijven (art. 6:235 lid 1 BW)
a. Bescherming alleen via beperkende werking, redelijkheid en billijkheid (art.
6:248 lid 2 BW). HR Kuunders/Swinkels je kan niet je eigen opzet/bewuste
roekeloosheid uitsluiten in een exoneratiebeding, dan gaat de
exoneratiebeding ook niet op.
Bedenktijden
- Op afstand of buiten verkoopruimte
- 6:230o sub a = veertien dagen -> 6:230p -> 6:230g lid 1 sub e
- maar er moet dan wel sprake zijn van een georganiseerd systeem (voor koop op
afstand), en als daar geen sprake van is dan is er geen bedenktermijn en dan heb je
gewoon pacta sunt servanda.
, Week 2
Kan de student de regels over wilsgebreken en andere gronden voor nietigheid of
vernietiging van een overeenkomst, rechtshandeling of beding en de gevolgen van
nietigheid en vernietiging toepassen op een casus;
Wilsgebreken
- Dwaling
- Bedrog
- Bedreiging
- Misbruik van omstandigheden
1. DWALING
LID 1
➔ onjuiste voorstelling van zaken
➔ causaal verstand, als dit dan dat.
➔ kenbaarheidsvereiste. Voor de wederpartij moet het wel duidelijk zijn dat de
dwalende de overeenkomst niet zou doen als hij ervan op de hoogte was. Je moet
snappen dat iets voor iemand belangrijk is. (nieuwenhuis)
➔ A, B of C nodig als er aan de eerste twee voldaan wordt
a. Sub a onjuiste mededeling
b. Sub b zwijgen mededelingsplicht
- wederpartij weten of wederpartij geacht worden te weten
a. HR inbev/van der valk (geacht te weten)
b. HR offringa/vinck (weten)
- de wederpartij had er rekening mee moeten houden dat de dwalende
dwaalt
- de wederpartij had de ander uit de droom moeten helpen
c. Sub c houdt in dat de wederpartij dezelfde onjuiste veronderstelling had van
zaken als de dwalende zelf
LID 2 Geen beroep op dwaling:
➔ geen uitsluitend toekomstige omstandigheid, is in het verleden gebeurd.
➔ niet voor rekening dwalende moet komen, Baris/riezenkamp Jo. arrest
geest/nederlof. Geen beroep op dwaling op grond van de omstandigheden geval
voor rekening van de dwalende komt, heeft ook te maken met de onderzoeksplicht
van de dwalende. (baris/riezekamp). De mededelingsplicht weegt zwaarder dan de
onderzoeksplicht.
a. aard van de overeenkomst
b. verkeersopvattingen (geest/nederlof)
c. omstandigheden van het geval
Geslaagd Beroep betekent overeenkomst vernietigbaar