Basis van onderzoeksmethoden en statistiek
Hoorcollege 1: Kwalitatief onderzoek
De uitspraak: Instagram/Snapchat word je narcistisch van. Onderzoek begint altijd bij een vraag
over een onderwerp. Wat versta onder social media, wat versta je onder narcisme?
Hoe ga je opzoek naar een bron? Als je meerdere bronnen hebt die hetzelfde zeggen, zou je meer
vertrouwen kunnen hebben in wat er staat in die bronnen. Maar je moet bronnen wel altijd in twijfel
brengen. Je moet niet zomaar alles geloven wat je ziet of hoort.
Naar wie luisteren of nou echt iets waar is? We volgen onze intuïtie en ervaring maar dit is
gekleurd. Als het gaat over een algemene uitspraak over veel mensen, is het daarom niet slim om
alleen naar je intuïtie te luisteren, want die bevindingen zijn vaak maar beperkt. We kunnen luisteren
naar een autoriteit, zoals de koning. Maar ook dan kun je je afvragen hoeveel verstand hij heeft van
deze zaken. We willen vaak informatie dan alleen luisteren naar een autoriteit.
Wetenschappelijk onderzoek:
Het is betrouwbaar omdat het bepaalde stappen en procedures heeft, waardoor je kunt vertrouwen
op de uitkomsten.
- Theorievormend dat betekent dat het altijd uitspraken uit wetenschappelijke
onderzoeken. We bouwen verder op kennis die er al is. We verzamelen meer kennis en
gegevens, zodat we beter kunnen begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.
- Systematisch dat betekent dat het vast stappen en procedures volgt, zodat we deze altijd
in vaste stappen uitvoeren. Dit vormt een basis voor betrouwbare uitspraken.
- Controleerbaar dat bekent dat we als wetenschappers samenwerken en elkaars werk
nakijken, door middel van peer review. Er is nooit één onderzoeker die aan één onderzoek
heeft gewerkt. Het is belangrijk dat we onze stappen vastleggen, zodat duidelijk vaststaat
wat we hebben gedaan, wat we doen en dat dat door medeonderzoekers kan worden
gecontroleerd.
- Empirisch dat betekent dat we gegevens verzamelen en op basis van gegevens onze
conclusies baseren. De gegevens kunnen allerlei vormen hebben, maar ze vormen de basis
voor de conclusies die we doen. Het zijn systemische waarnemingen.
- Probabilistisch dat betekent dat we ons realiseren dat de uitspraken en conclusies die we
doen uit onderzoeken gelden voor een bepaalde plaats en tijd. Dat is niet voor altijd geldig.
De maatschappij verandert, mensen veranderen, beelden veranderen. Uitspraken van
onderzoeken staan altijd ter discussie. De werking van het menselijk lichaam is misschien
niet zo veel veranderd tussen 1990 en nu niet veel veranderd. Maar over gender
bijvoorbeeld wel. Resultaten uit onderzoeken zijn soms tijdig, eindig, dan moeten we dat ter
discussie stellen.
Producent en consument
Producent: sommige studenten zullen later zelf wetenschappelijk onderzoek gaan uitvoeren.
Consument: elke student zal resultaten van sociaalwetenschappelijk onderzoek moeten kunnen
lezen, evalueren en interpreteren om ze te kunnen gebruiken voor hun werk.
De theorie-data cyclus
Een van de kenmerken was, dat het systematisch is. Vaste stappen en vaste procedures.
1
, 1. Idee/theorie: een idee is als het een vrij nieuw vakgebied met weinig kennis. Als er al veel
onderzoek naar gedaan is, gaan we met bestaande theorieën aan het werk. Die vormen het
startpunt van het onderzoek.
2. Onderzoeksvragen: Wat we verzamelen in de eerste fase, helpt ons om een onderzoeksvraag
te formuleren. We maken onderzoeksvragen die aansluiten op wat we verzameld hebben in
de eerste fase.
3. Onderzoek ontwerp: hebben we een onderzoekvraag gekozen? Dan gaan we aan de gang
met een onderzoek ontwerp. We gaan keuzes maken over hoe we het onderzoek gaan
uitvoeren. Gaan we observeren, welke mensen, welke ethische kanten spelen een rol? Het
moet natuurlijk aansluiten bij de vraag die je wil beantwoorden. We kunnen ook hypothesen
formuleren. Dat zijn verwachtingen die we hebben. Op basis van wat we al weten over een
onderwerp, kunnen we verwachtingen opstellen.
4. Preregistratie: wetenschappelijke onderzoekers delen resultaten hun onderzoek in
wetenschappelijke tijdschriften. Preregistratie betekent dat op het moment dat je je
onderzoeksvragen en onderzoek ontwerp hebt opgesteld, presenteer je je plan aan een
wetenschappelijk tijdschrift. Als ze vinden dat het een goed ontwerp is, dan geven ze een GO
en zullen zij het onderzoek vervolgens publiceren in hun wetenschappelijke tijdschrift.
5. Data verzameling:
6. Data-analyse: hier kom je tot een conclusie en ga je uitspraken doen op basis van de
gegevens die je hebt verzameld. Die zet je vast in een wetenschappelijk artikel en die deel je
vervolgens.
Aan het einde van de theorie datacyclus kun je 2 kanten op gaan. Het kan zijn dat de gevonden data
en conclusies niet passen bij de hypothesen. Dat leidt tot een herziening van de theorie. Het kan zijn
dat we niet de juiste gegevens hebben gebruikt, of iets in het onderzoek ontwerp. Je gaat dan
opnieuw de cyclus in om opnieuw data te verzamelen, of een andere vraag te beantwoorden. Of de
conclusies die we trekken horen inderdaad bij de theorie die we hebben gevonden. We zijn alleen
nooit klaar met onderzoek doen. Ieder onderzoek levert altijd nieuwe vragen op die we kunnen
beantwoorden. Daarvan kunnen we de resultaten weer delen met de wereld.
2
,Theorie in sociale wetenschappen
Kenmerken goede theorieën:
- Ondersteunend door data uit wetenschappelijk onderzoek: het is niet een uitspraak die
iemand doet vanuit intuïtie, maar het wordt ondersteund door wetenschappelijk onderzoek.
- Het is falsifieerbaar: je kunt met onderzoek aantonen dat theorieën niet kloppen. Er moet
een mogelijkheid zijn om te onderzoeken of een theorie wel klopt of niet. We gebruiken
theorieën die kunnen aantonen die niet kloppen. Het is in principe mogelijk om resultaten te
vinden die de theorie weerleggen.
- Spaarzaam: theorieën moeten zo simpel mogelijk zijn. We maken geen gebruik van hele
ingewikkelde theorieën, als het ook simpel kan. Het gedag van mensen is veel ingewikkelder.
Natuurlijk streven we ernaar in de sociale wetenschappen om simpele theorieën te
gebruiken. De mens is complex.
Onderzoeksvragen:
In wetenschappelijk onderzoek zijn er verschillende soorten onderzoeksvragen:
1. Fundamenteel (basic): lossen een kennis probleem op. Kennisprobleem betekent dat we iets
niet weten in de sociale wetenschappen. We werken aan meer kennis, we breiden de kennis
de we hebben uit.
2. Toegepast (applied): lossen een praktijkprobleem op (of als doel). Er is een probleem in de
praktijk, en dat gaan we aan de hand van onderzoek proberen op te lossen.
3. Translationeel (translational): deze vormen de brug tussen fundamenteel en toegepast. Die
zorgen dat we de kennis uit fundamenteel onderzoek kunnen gebruiken in de praktijk. Als we
het bijvoorbeeld hebben over dyslexie. Met fundamenteel onderzoek kun je onderzoeken
wat er in de hersenen gebeuren bij mensen met dyslexie. Dat lost een kennisprobleem op.
Translationeel onderzoek kan dan gewerkt worden aan specifieke hulp aan kinderen met
dyslexie. Toegepast onderzoek zou dan bijvoorbeeld kunnen onderzoeken wat effectief is
voor kinderen met dyslexie, zoals extra tijd of extra herhaling. Dat lost een praktijkprobleem
is. Het verschil tussen tranlsationeel en toegepast is bij translationele meer de brug maakt
tussen de theorie en praktijk.
3
, Onderzoeksontwerp
De onderzoeksvraag leidt tot een onderzoeksontwerp.
- Wat voor soort empirische gegevens worden verzameld? Open vragen, gesloten vragen
(vragenlijst), gedrag observeren? Zijn dat kwalitatieve gegevens of kwantitatieve gegevens?
- Kwalitatieve of kwantitatieve gegevens? Je verzamelt andere gegevens met kwalitatief
onderzoek dan met kwantitatief onderzoek. Ze hebben andere karakters.
- Bij wie worden empirische gegevens verzameld? Er moet een aansluiting zijn bij je
onderzoeksvraag. Je moet de juiste mensen ondervragen. Het klinkt allemaal logisch maar
het is iets waar je goed over na moet denken.
Onderzoeksontwerp – ethiek
Omgang met je respondenten
- Beginsel van respect (er is alleen voldaan aan dit beginsel als mensen vrijwillig kunnen
deelnemen aan het onderzoek):
o Je respecteert je respondenten en je neemt ze serieus. Vrijwillige deelname (is het
bieden van geld wel een vrijwillige deelname?).
o Informed consent (vragen of mensen mee willen doen en je geeft uitleg over het
onderzoek, zeggen dat ze altijd mogen stoppen vervolgens ondertekening en heb
je afgesproken dat iemand gaat deelnemen aan het onderzoek),
o Misleiding (deception): soms wil je niet helemaal uitleggen waar het onderzoek over
gaat (als het gaat over gedrag bijvoorbeeld) dus wordt er in wetenschappelijk
onderzoek ook wel eens gebruik gemaakt van misleiding. Je maakt een ander verhaal
of je legt het helemaal niet uit. Mocht je gebruik willen maken van misleiding, moet
je goed kunnen uitleggen waarom je gebruik maakt voor misleiding. De ethische
commissie maakt hier dan een beslissing over, maar je moet er wel een goede reden
voor hebben.
o Debriefing: na afloop van het onderzoek moet je volledig uitleg geven over waar het
onderzoek over ging, wat je hebt gedaan en waar je naar hebt gekeken.
- Beginsel van weldoen (beneficence): geen schade toebrengen, maatschappij moet er iets
aan hebben.
o Anonimiteit en vertrouwelijkheid (respondenten mogen niet herkenbaar
terugkomen in je rapportage). Vertrouwelijkheid betekent dat je niet hun letterlijke
uitspraken uitschrijft, wat terug te leiden is naar de respondenten zelf. In klein
onderzoek met weinig deelnemers is het heel lastig om dit te waarborgen.
o Fundamenteel het moet kennis opbrengen.
- Beginsel van rechtvaardigheid (justice): balans tussen investering en opbrengst. Dit is op
persoonlijk niveau, dus op de deelnemers. Stel dat ze 5 dagen op de universiteit moeten
komen om vragenlijsten in te vullen etc. is dat het waard dat we zo veel van mensen vragen?
Die afweging moet je maken op individueel niveau. De maatschappij moet er iets aan
hebben. Stel dat het 5 miljoen euro kost, is het belangrijk dat de opbrengst wat het
onderzoek oplevert ook in balans zijn.
Maar de werkelijkheid…..
4
Hoorcollege 1: Kwalitatief onderzoek
De uitspraak: Instagram/Snapchat word je narcistisch van. Onderzoek begint altijd bij een vraag
over een onderwerp. Wat versta onder social media, wat versta je onder narcisme?
Hoe ga je opzoek naar een bron? Als je meerdere bronnen hebt die hetzelfde zeggen, zou je meer
vertrouwen kunnen hebben in wat er staat in die bronnen. Maar je moet bronnen wel altijd in twijfel
brengen. Je moet niet zomaar alles geloven wat je ziet of hoort.
Naar wie luisteren of nou echt iets waar is? We volgen onze intuïtie en ervaring maar dit is
gekleurd. Als het gaat over een algemene uitspraak over veel mensen, is het daarom niet slim om
alleen naar je intuïtie te luisteren, want die bevindingen zijn vaak maar beperkt. We kunnen luisteren
naar een autoriteit, zoals de koning. Maar ook dan kun je je afvragen hoeveel verstand hij heeft van
deze zaken. We willen vaak informatie dan alleen luisteren naar een autoriteit.
Wetenschappelijk onderzoek:
Het is betrouwbaar omdat het bepaalde stappen en procedures heeft, waardoor je kunt vertrouwen
op de uitkomsten.
- Theorievormend dat betekent dat het altijd uitspraken uit wetenschappelijke
onderzoeken. We bouwen verder op kennis die er al is. We verzamelen meer kennis en
gegevens, zodat we beter kunnen begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.
- Systematisch dat betekent dat het vast stappen en procedures volgt, zodat we deze altijd
in vaste stappen uitvoeren. Dit vormt een basis voor betrouwbare uitspraken.
- Controleerbaar dat bekent dat we als wetenschappers samenwerken en elkaars werk
nakijken, door middel van peer review. Er is nooit één onderzoeker die aan één onderzoek
heeft gewerkt. Het is belangrijk dat we onze stappen vastleggen, zodat duidelijk vaststaat
wat we hebben gedaan, wat we doen en dat dat door medeonderzoekers kan worden
gecontroleerd.
- Empirisch dat betekent dat we gegevens verzamelen en op basis van gegevens onze
conclusies baseren. De gegevens kunnen allerlei vormen hebben, maar ze vormen de basis
voor de conclusies die we doen. Het zijn systemische waarnemingen.
- Probabilistisch dat betekent dat we ons realiseren dat de uitspraken en conclusies die we
doen uit onderzoeken gelden voor een bepaalde plaats en tijd. Dat is niet voor altijd geldig.
De maatschappij verandert, mensen veranderen, beelden veranderen. Uitspraken van
onderzoeken staan altijd ter discussie. De werking van het menselijk lichaam is misschien
niet zo veel veranderd tussen 1990 en nu niet veel veranderd. Maar over gender
bijvoorbeeld wel. Resultaten uit onderzoeken zijn soms tijdig, eindig, dan moeten we dat ter
discussie stellen.
Producent en consument
Producent: sommige studenten zullen later zelf wetenschappelijk onderzoek gaan uitvoeren.
Consument: elke student zal resultaten van sociaalwetenschappelijk onderzoek moeten kunnen
lezen, evalueren en interpreteren om ze te kunnen gebruiken voor hun werk.
De theorie-data cyclus
Een van de kenmerken was, dat het systematisch is. Vaste stappen en vaste procedures.
1
, 1. Idee/theorie: een idee is als het een vrij nieuw vakgebied met weinig kennis. Als er al veel
onderzoek naar gedaan is, gaan we met bestaande theorieën aan het werk. Die vormen het
startpunt van het onderzoek.
2. Onderzoeksvragen: Wat we verzamelen in de eerste fase, helpt ons om een onderzoeksvraag
te formuleren. We maken onderzoeksvragen die aansluiten op wat we verzameld hebben in
de eerste fase.
3. Onderzoek ontwerp: hebben we een onderzoekvraag gekozen? Dan gaan we aan de gang
met een onderzoek ontwerp. We gaan keuzes maken over hoe we het onderzoek gaan
uitvoeren. Gaan we observeren, welke mensen, welke ethische kanten spelen een rol? Het
moet natuurlijk aansluiten bij de vraag die je wil beantwoorden. We kunnen ook hypothesen
formuleren. Dat zijn verwachtingen die we hebben. Op basis van wat we al weten over een
onderwerp, kunnen we verwachtingen opstellen.
4. Preregistratie: wetenschappelijke onderzoekers delen resultaten hun onderzoek in
wetenschappelijke tijdschriften. Preregistratie betekent dat op het moment dat je je
onderzoeksvragen en onderzoek ontwerp hebt opgesteld, presenteer je je plan aan een
wetenschappelijk tijdschrift. Als ze vinden dat het een goed ontwerp is, dan geven ze een GO
en zullen zij het onderzoek vervolgens publiceren in hun wetenschappelijke tijdschrift.
5. Data verzameling:
6. Data-analyse: hier kom je tot een conclusie en ga je uitspraken doen op basis van de
gegevens die je hebt verzameld. Die zet je vast in een wetenschappelijk artikel en die deel je
vervolgens.
Aan het einde van de theorie datacyclus kun je 2 kanten op gaan. Het kan zijn dat de gevonden data
en conclusies niet passen bij de hypothesen. Dat leidt tot een herziening van de theorie. Het kan zijn
dat we niet de juiste gegevens hebben gebruikt, of iets in het onderzoek ontwerp. Je gaat dan
opnieuw de cyclus in om opnieuw data te verzamelen, of een andere vraag te beantwoorden. Of de
conclusies die we trekken horen inderdaad bij de theorie die we hebben gevonden. We zijn alleen
nooit klaar met onderzoek doen. Ieder onderzoek levert altijd nieuwe vragen op die we kunnen
beantwoorden. Daarvan kunnen we de resultaten weer delen met de wereld.
2
,Theorie in sociale wetenschappen
Kenmerken goede theorieën:
- Ondersteunend door data uit wetenschappelijk onderzoek: het is niet een uitspraak die
iemand doet vanuit intuïtie, maar het wordt ondersteund door wetenschappelijk onderzoek.
- Het is falsifieerbaar: je kunt met onderzoek aantonen dat theorieën niet kloppen. Er moet
een mogelijkheid zijn om te onderzoeken of een theorie wel klopt of niet. We gebruiken
theorieën die kunnen aantonen die niet kloppen. Het is in principe mogelijk om resultaten te
vinden die de theorie weerleggen.
- Spaarzaam: theorieën moeten zo simpel mogelijk zijn. We maken geen gebruik van hele
ingewikkelde theorieën, als het ook simpel kan. Het gedag van mensen is veel ingewikkelder.
Natuurlijk streven we ernaar in de sociale wetenschappen om simpele theorieën te
gebruiken. De mens is complex.
Onderzoeksvragen:
In wetenschappelijk onderzoek zijn er verschillende soorten onderzoeksvragen:
1. Fundamenteel (basic): lossen een kennis probleem op. Kennisprobleem betekent dat we iets
niet weten in de sociale wetenschappen. We werken aan meer kennis, we breiden de kennis
de we hebben uit.
2. Toegepast (applied): lossen een praktijkprobleem op (of als doel). Er is een probleem in de
praktijk, en dat gaan we aan de hand van onderzoek proberen op te lossen.
3. Translationeel (translational): deze vormen de brug tussen fundamenteel en toegepast. Die
zorgen dat we de kennis uit fundamenteel onderzoek kunnen gebruiken in de praktijk. Als we
het bijvoorbeeld hebben over dyslexie. Met fundamenteel onderzoek kun je onderzoeken
wat er in de hersenen gebeuren bij mensen met dyslexie. Dat lost een kennisprobleem op.
Translationeel onderzoek kan dan gewerkt worden aan specifieke hulp aan kinderen met
dyslexie. Toegepast onderzoek zou dan bijvoorbeeld kunnen onderzoeken wat effectief is
voor kinderen met dyslexie, zoals extra tijd of extra herhaling. Dat lost een praktijkprobleem
is. Het verschil tussen tranlsationeel en toegepast is bij translationele meer de brug maakt
tussen de theorie en praktijk.
3
, Onderzoeksontwerp
De onderzoeksvraag leidt tot een onderzoeksontwerp.
- Wat voor soort empirische gegevens worden verzameld? Open vragen, gesloten vragen
(vragenlijst), gedrag observeren? Zijn dat kwalitatieve gegevens of kwantitatieve gegevens?
- Kwalitatieve of kwantitatieve gegevens? Je verzamelt andere gegevens met kwalitatief
onderzoek dan met kwantitatief onderzoek. Ze hebben andere karakters.
- Bij wie worden empirische gegevens verzameld? Er moet een aansluiting zijn bij je
onderzoeksvraag. Je moet de juiste mensen ondervragen. Het klinkt allemaal logisch maar
het is iets waar je goed over na moet denken.
Onderzoeksontwerp – ethiek
Omgang met je respondenten
- Beginsel van respect (er is alleen voldaan aan dit beginsel als mensen vrijwillig kunnen
deelnemen aan het onderzoek):
o Je respecteert je respondenten en je neemt ze serieus. Vrijwillige deelname (is het
bieden van geld wel een vrijwillige deelname?).
o Informed consent (vragen of mensen mee willen doen en je geeft uitleg over het
onderzoek, zeggen dat ze altijd mogen stoppen vervolgens ondertekening en heb
je afgesproken dat iemand gaat deelnemen aan het onderzoek),
o Misleiding (deception): soms wil je niet helemaal uitleggen waar het onderzoek over
gaat (als het gaat over gedrag bijvoorbeeld) dus wordt er in wetenschappelijk
onderzoek ook wel eens gebruik gemaakt van misleiding. Je maakt een ander verhaal
of je legt het helemaal niet uit. Mocht je gebruik willen maken van misleiding, moet
je goed kunnen uitleggen waarom je gebruik maakt voor misleiding. De ethische
commissie maakt hier dan een beslissing over, maar je moet er wel een goede reden
voor hebben.
o Debriefing: na afloop van het onderzoek moet je volledig uitleg geven over waar het
onderzoek over ging, wat je hebt gedaan en waar je naar hebt gekeken.
- Beginsel van weldoen (beneficence): geen schade toebrengen, maatschappij moet er iets
aan hebben.
o Anonimiteit en vertrouwelijkheid (respondenten mogen niet herkenbaar
terugkomen in je rapportage). Vertrouwelijkheid betekent dat je niet hun letterlijke
uitspraken uitschrijft, wat terug te leiden is naar de respondenten zelf. In klein
onderzoek met weinig deelnemers is het heel lastig om dit te waarborgen.
o Fundamenteel het moet kennis opbrengen.
- Beginsel van rechtvaardigheid (justice): balans tussen investering en opbrengst. Dit is op
persoonlijk niveau, dus op de deelnemers. Stel dat ze 5 dagen op de universiteit moeten
komen om vragenlijsten in te vullen etc. is dat het waard dat we zo veel van mensen vragen?
Die afweging moet je maken op individueel niveau. De maatschappij moet er iets aan
hebben. Stel dat het 5 miljoen euro kost, is het belangrijk dat de opbrengst wat het
onderzoek oplevert ook in balans zijn.
Maar de werkelijkheid…..
4