100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting De rivier van Herakleitos - Historisch overzicht van de wijsbegeerte

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
76
Geüpload op
21-03-2025
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting van Wijsbegeerte. Het boek wordt vermeld maar vooral ppts en lesnotities. (Ik had 15/20!)

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
21 maart 2025
Aantal pagina's
76
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

WIJSBEGEERTE

VAN PLATO TOT THALES


Tijdslijn wijsbegeerte

stroming Uitleg: Vertegenwoordigers Tijd
presocratici Fundamentele principes/oerstoffen als Thales, Anaximander, 6de-5de eeuw v.C.
oorsprong van de kosmos Heraclitus, Parmenides
Atomisten Verklaarden de wereld door ondeelbare Leukippos, Democritus 5de eeuw v.C.
deeltjes en lege ruimte, zonder goddelijke
inmenging
Sofisten Benadrukken van retoriek en Protagoras, Gorgias 5de eeu v.C.
subjectiviteit, “de mens is de maat van
alle dingen”. Rondtrekkende leraren
Cynisten zochten geluk (eudaimonia) door Antisthens, Diogenes 4de eeuw v.C.
eenvoud, behoefteloosheid en
onafhankelijkheid (autarkeia)
Aristotelisme Aristoteles’ teleologische visie, logica en Aristoteles 4de eeuw n.C.
empirisme
Epicuristen Zochten geluk door lust (hedone), Epicurus, Lucretius 4de-3de eeuw v.C.
gemoedsrust (ataraxia) en door de angst
voor de dood en goden te elimineren
De Stoa Benadrukten leven volgens de natuur en Zeno, Seneca, Marcus 3de eeuw v.C.-2de
rationaliteit, met onverschilligheid Aurelius eeuw n.C.
(apatheia) voor passies
Scepticisme Stelden dat kennis onzeker is en oordelen Pyrrho, Sextus Empiricus 3de eeuw v.C.-2de
moet worden opgeschort voor innerlijke eeuw n.C.
rust (ataraxia)
Neoplatonisme Combineerden ideeën van Plato met Plotinus 3de-6de eeuw n.C.
mystiek; de wereld is een emanatie van
het Ene, en het doel is de hereniging met
dit Ene
Augustinisme Synthese van Christendom en Plato Augustinus van Hippo 4de-5de eeuw n.C.
Moderne politieke Onderzoekt het beste staatsbestel, Macchiavelli, Locke, Hobbes, 15de eeuw-…
filosofie rechtvaardigheid en de relatie De Groot
individu/staat
Rationalisme Stelt dat kennis voortkomt uit de rede en Descartes, Spinoza, Leibniz 17de eeuw
aangeboren ideeën, niet uit zuntuigen
Empirisme Stelt dat alle kennis afkomstig is van Locke, Berkeley, Hume 17de-18de eeuw
zintuigelijke ervaring en observatie
Verlichting Benadrukt rede, wetenschap en Voltaire, Kant, Rousseau 18de eeuw
vooruitgang. Kritisch tegenover traditie
en autoriteit
Positivisme Zegt dat echte kennis alleen komt uit Comte, Spencer, Bentham, 19de eeuw
wetenschappelijke, empirische observatie Mach, Pierce
Antipositivisme Keert zich tegen de eenzijdigheid van Dilthey, Driesch, Bergson 19de eeuw

, positivisme; benadrukt interpretatie en
context bij het begrijpen van menselijke
handelingen
Neokantianisme Herleving van Kant’s ideeën; benadrukt Rickert, Windelband 19de eeuw
epistemologie en de rol van menselijke
concepten bij kennisverwerving
Vitalisme Stelt dat het leven een unieke kracht Bergson, Nietzsche 19de-20ste eeuw
bevat die niet volledig door wetenschap
of mechanica kan worden verklaard
Pragmatisme Theorie die de waarheid van ideeën meet Peirce, Dewey, James 19de-20ste eeuw
aan praktische gevolgen. Praktische vorm
van filosofie
Relativisme Stelt dat de waarheid en kennis Boas, Kuhn 20ste eeuw
afhankelijk zijn van cultuur, perspectief
en context
Fenomenologie Onderzoekt hoe dingen verschijnen in Husserl, Heidegger 20ste eeuw
menselijke ervaring, zonder
vooronderstellingen
Existentialisme Benadrukt individuele vrijheid, keuze en Kierkegaard, Sartre, De 20ste eeuw
verantwoordelijkheid in een absurde Beauvoir
wereld
Frankfurt-school Kritische theorie die sociale structuren Adorno, Horkheimer, 20ste eeuw
analyseert, vooral kapitalisme en Marcuse
massamedia.
Logisch- Filosofische beweging die stelt dat Schlick, Carnap 20ste eeuw
positivisme/Wiener betekenis enkel en alleen voortkomt uit
Kreis logische analyse en empirische
verificatie

NIET-WESTERSE TIJDSLIJN
Vedische traditie Oude Indische religieuze teksten, gebaseerd / (mondeling – geen 1500-500 v.C.
op rituelen, hymnen en offers ter ere van specifieke auteurs)
natuurkrachten en goden
Upanishads Filosofische teksten die voortbouwen op de / (geen te kennen) 800-200 v.C.
Veda’s, diepgaande teksten over Brahman
(absolute werkelijkheid) en Atman (ziel)
Mahayana- Grote tak van Boeddhisme, streeft naar Nagarjuna Vanaf 1ste eeuw v.C
Boeddhisme verlichting (Bodhisattva) voor alle levende -….
wezens, nadruk op mededogen en leegte
Taoisme Gericht op volgen van de “Dao” (=de weg), Lao Zi, Zhuang Zi 6de-4de -eeuw v.C.
natuurlijke eenvoud en het vermijden van
kunstmatige inmenging
Chanboeddhisme Vorm van Boeddhisme die nadruk legt op Bodhidharma 6de eeuw n.C.
meditatie en directe ervaring van
verlichting, zonder afhankelijkheid van
geschriften
Confucianisme Zoekt harmonie in de samenleving via Confucius, Mencius, Xunzi 6de-5de eeuw v.C.
ethiek, relaties (familie en staat) en
deugdzaamheid
Shintoisme Traditie gericht op kami / (geen te kennen) 6de -eeuw v.C.-…
(natuurgoden/geesten) en rituelen om
harmonie met de natuur te bewaren
Zenboeddhisme Tak van Chan-Boeddhisme, gericht op Dogen 6de-7de eeuw n.C.
meditatie en intuitieve inzichten om
verlichting te bereiken
Islamitische Combineert Griekse filosofie met Avicenna, Averroes, Al- 8ste-12de eeuw n.C.
filosofie islamitische theologie, onderzoekt Ghazali
onderwerpen als metafysica, ethiek, en
epistemologie in relatie tot de Koran.

, Filosofische vragen = vaak wat is vragen.
 Zelden ‘hoe’ vragen.
vaak over abstractere begrippen.  je vraagt eigenlijk naar de kern/ het wezen/ de
natuur of essentie van de vraag.

Wijsbegeerte als Wetenschappelijke Discipline: subdomeinen
- Kenleer / wetenschapsfilosofie:
Wat is kennis?
= elke opvatting waarvan we aannemen dat die met een zekere ‘werkelijkheid’
overeenkomt  overeenkomsten laat ons toe voorspellingen te maken en dus
handelingen te plannen
Wat is wetenschap?
= menselijke bedrijvigheid die erop gericht is tot gesystematiseerde en betrouwbare
kennis te komen OF het resultaat van die menselijke bedrijvigheid in een bepaald
gebied. Het is een geheel van uitspraken die kunnen gecommuniceerd worden, een
systematisch karakter vertonen en op betrouwbaarheid kunnen gecontroleerd worden.
- Handelingsfilosofie: wat is morele verantwoordelijkheid
- Ethiek: wat is goed?
- Wijsgerige antropologie: wat is de mens? (in relatie tot andere dieren en in relatie tot andere
artificiële middelen)

Van alle tijden: voetnoten van Plato (5e-4e eeuw v.C.):
 Socrates in Plato’s dialogen
 Vraagt geen voorbeelden maar definities (bv. Wat is goed? Wat is liefde?)
 Nooit een geheel bevredigend resultaat : het eindigt in een aporie (= situatie met
schijnbare tegenstrijdigheid of onoplosbare puzzel)
 Begripsanalyse ‘socratische dialogen’



Soorten definities:
 Lexicale definities: Definities over het gebruik van een term / taalgebruik in de
praktijk van een taal.
 Stipulatieve definties: Definities waar hij voorgeschreven wordt hoe een
begrip gebruikt moet worden
(bv. In dit artikel bedoelen we met x ….)
 Ostensieve definities: Definitie waarbij een woord wordt uitgelegd door te
verwijzen naar een voorbeeld of door aan te wijzen.
(bv. Dit is een stoel.)
 Intentionele definities: Wanneer je aangeeft waar er voorwaarden verbonden
zijn, een definitie die de essentiële eigenschappen van een begrip opsomt.
 Extensionele definities: Opsomming van alles wat er onder het begrip valt.
(bv. Honden, katten, hamster,… voor huisdieren.)
Socrates vraagt naar intentionele definities: je moet naar een soort evenwicht geraken tussen
de intentie en extensie van een begrip. Hij wil inzicht verwerven van een begrip. Zijn doel
was om voorbij de oppervlakkige of alledaagse betekenissen te gaan en de essentiële natuur
van deze begrippen te vinden, wat ook typisch is voor intentionele definities.

, Begripsanalyse van x:
( = systematische manier om een concept of begrip te onderzoeken en
verduidelijken)

1. Noodzakelijke en voldoende voorwaarden om iets te kwalificeren als ‘x’
2. Individueel noodzakelijk: als x dan vw1
(bv. Als iets een tekening is, dan moet er en lijn op een oppervlak zijn.)  Deze
voorwaarde is essentieel voor de definitie van een tekening, maar er kunnen andere
noodzakelijke voorwaarden zijn die ook gelden.
3. Gezamenlijke voldoende: als (vw1 & vw2) dan x
(bv. Als er lijnen op een oppervlak zijn én die iets voorstellen, dan is het een tekening.
 een combinatie van voorwaarden voldoen om iets als ‘x’ te beschouwen

Tegenvoorbeelden:
1. Een voorwaarde is niet individueel noodzakelijk (bv. Het moet lijnen bevatten  een
digitale tekening voldoet hieraan zonder fysieke lijnen)
2. Ofwel vw1… zijn niet gezamenlijk voldoende (bv. Er moet meer zijn dan enkel lijnen
en een voorstelling, zoals kleur of andere elementen)
3. Grote stap: van reële (tegen)voorbeelden naar mogelijke (tegen)voorbeelden. 
Overgang van concrete voorbeelden naar hypothetische situaties (=situaties of
voorbeelden die nog niet zijn waargenomen maar kunnen worden overwogen om een
concept of argument te testen)



Plato’s Theaetetus
 Meestal spot Socrates met zijn sofisten-gesprekspartners, maar Socrates moedigt
Theaetetus aan (Soc was smoorverliefd op The, hij haalde haar niet naar beneden hij
wou haar helpen te definieren)
 Kennis staat centraal
 Vergelijkt zijn rol als ‘leraar’ met het werk van een vroedvrouw (Hij gaat juiste
vragen stellen om haar een juiste conceptie/idee van kennis te laten verkrijgen)
 De geboren concepties moeten waar en nuttig zijn: je moet er iets mee kunnen doen.

Bye bye Waarheidsrelativisme:
 Die-hard waarheidsrelativist Protagoras (5e eeuw v.C.): ‘de mens is de maat van alle
dingen’
 ieder kan zijn waarheid hebben. Wat waar is voor de ene persoon kan niet de
waarheid zijn voor anderen. Waarheid is relatief aan individuen en groepen.
 Heb je een warme hand? Dan voel je koud water en ook tegengesteld. (//
Heraclitus)
 Plato’s argument: impliceert Herakleitos (alles verandert voortdurend), maar dan is
communicatie onmogelijk omdat onze taal dan voortdurend in flux is!
 Shortcut: als waarheidsrelativisme absoluut waar is, dan inconsistent: dan is er een
waarheid die niet relatief is en valt alles dus ineen.
 Als waarheidsrelativisme relatief waar is, dan overtuigt ze niemand  iedereen heeft
toch een andere waarheid, wat is het nut?
€6,86
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
louisedg2

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
louisedg2 Universiteit Gent
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
10 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
4 dagen geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen