Les 1
Psychologie gaat over:
De 3 G’s
- Gedachten -> niet observeerbaar
- Gevoel -> niet observeerbaar
- Gedrag -> wel observeerbaar
6 perspectieven:
- Biologisch perspectief
- Cognitief perspectief
- Behavioristisch perspectief
- Whole person perspectief
- Ontwikkelings perspectief
- Socioculture perspectief
Perspectief: manier van kijken (invalshoek)
Biologisch perspectief:
Insteek: Het gedrag kan verklaard worden
- Erfelijk -> DNA in de genen
- Biologische processen en stofjes zoals hormonen en neurotransmitters
(hersen-boodschappers)
- Neurotransmitters -> dopamine en serotonine
- Voorbeelden: adhd en depressies (bijv. te veel of te weinig wat bepaalde
hormonen of neurotransmitters)
Cognitief perspectief:
Insteek: gedrag is volledig te verklaren door interne processen te analyseren
- Oorsprong cognitief perspectief -> Introspectie = is zelfbeschouwing of
zelfreflectie, waarbij je je eigen gedachten, gevoelens en herinneringen
onderzoekt
- Analyseren van: ‘waarneming’, ‘geheugen’, ‘aandacht’, ‘taal’, ‘denken’,
‘emotie’
- Alléén interesse in Gedachten want die leiden tot Gevoel en Gedrag
- Je hoort een tak kraken in een donker bos en je rent weg. Het gaat niet
over dat je voor de krakende tak wegrent, maar over de gedachte hierover.
,Behavioristisch perspectief
Insteek: gedrag is volledig aangeleerd door/ gedrag wordt door de omgeving
bepaald
- Waarneembare gedrag van mens of dier is belangrijk
- Alles moet verifieerbaar zijn
- Geen interesse in gedachten
- Geen interesse in gevoelens
- Hij of zij blijft zich gedragen naar hoe hij of zij dat wil ondanks de externe
factoren
- Belonen straffen
- Grote bijdrage in het begrijpen van het gedrag van andere
- Een hond krijgt constant een rinkelende bel te horen wanneer hij brokjes
krijgt. Dit maakt dat de hond leert dat een rinkelende bel iets positiefs voor
hem kan opleveren
Whole person perspectief
1. Psychodynamische psychologie:
- Je onbewuste of projectie. Psychoanalyse Freud -> seksuele levensdrift of
agressieve doodsdrift en dromen zijn erg belangrijk, want dit zijn
onbewuste verlangens.
- Persoonlijkheid ontstaan door de wijze waarop je psychische structuren
worden gevormd in je kindertijd/ jeugd
- IT …
2. Humanistische psy hologie
- Humaniste zien mensen als een uniek individuen met een eigen vrije wil
die streven naar een persoonlijke groei, ook wel zelfactualisatie genoemd
- Mogelijkheden
- Potentie
- Groei
Ontwikkelingsperspectief
- Nature (genen) -------- Nurture (omgeving)
- Mensen veranderen op voorspelbare wijze naarmate de invloeden van
erfelijkheid en omgeving zich in de loop van de tijd ontplooien
- Levenslooppsychologie vanaf de geboorte tot aan de ouderdom
Socioculture
- Sociale invloeden
- Cultuur en culturele verschillen
, - Mensen hebben verschillende dialecten, dit kan liggen aan de cultuur denk
aan Brabants of Limburgs, maar denk ook aan de verschillen tussen Ajax
en PSV
Causaal:
- betekent dat er een oorzaak en een gevolg is. Het is alsof je zegt dat iets
gebeurt omdat iets anders het heeft veroorzaakt.
Hier zijn een paar juiste voorbeelden:
- 1. Planten groeien door water-> Als je een plant water geeft, groeit hij. Het
water geven is de oorzaak en het groeien van de plant is het gevolg. Dit is
een causaal verband.
- 2. Verbranden door de zon: Als je te lang in de zon zit zonder
bescherming, krijg je een zonnebrand. De oorzaak is het te lang in de zon
zitten en het gevolg is de zonnebrand.
Voorbeeld waarbij het voorbeeld niet kloppend is:
- IJsjes en verdrinkingen: In de zomer eten mensen meer ijsjes en zijn er ook
meer verdrinkingen. Maar dat betekent niet dat ijsjes eten verdrinkingen
veroorzaakt. De echte oorzaak is het warme weer, waardoor mensen zowel
meer ijsjes eten als vaker gaan zwemmen.
Stanley Milgram -> sociocultureel perspectief
Jean Piaget -> ontwikkelingsperspectief
Carl Rogers -> perspectief van de hele persoon (whole person)
John Watson -> behavoiristisch perspectief
Wilhelm Wundt -> cognitief perspectief
René Descartes -> biologisch perspectief
, Les 2:
Sensatie en perceptie
Sensatie:
- Sensorische fase (gewaarwording)
- Onze zintuigen worden aan het werk gezet, zodat de hersenen iets
oppikken. Dat oppikken is de sensatie alleen op dat moment weet je alleen
nog niet wat je opgepikt hebt. Dan zit je in de sensorische fase
Perceptie:
- Perceptuele fase (eigenlijke waarneming en interpretatie
- Op het moment dat je weet wat je opgepikt hebt met je zintuigen, dat je
het herkent en dat je er iets mee kunt. Dan zit je in de perceptuele fase.
Fysische energie naar elektrische energie
Waarnemen
Zintuigelijke indrukken zijn neutrale representaties, geen werkelijke stimulie
- Wij nemen niet gelijk die werkelijkheid waar. Wat we waarnemen is wat
onze hersenen er van maakt van die zintuigelijke indrukken.
- Onze zintuigen nemen licht waar alleen onze hersenen zien geen licht.
Enige communicatiemiddel is zenuwprikkels (neurale inpulsen). Dus op een
manier moet er een vertaal slag komen van wat er buiten is aan energie
(fysieke energie) die werkelijke stimuli. Dus op een bepaald manier moeten
onze hersenen dat snappen, maar er moet dan ook weer een vertaalslag
komen, zodat wij het snappen.
- Wat van buiten afkomt van prikkels komt dus niet rechtstreeks de
hersenen in.
- Er zit een systeem in onze hersenen wat van een foto gelijk een duidelijk
beeld maakt waardoor je kunt zien wat erop staat, vanwege dit proces van
de vertaalslagen, maar het kan ook zijn dat de camera niet goed werkt dus
dan zie je wat anders.
Transductie:
- Omvorming van fysische energie in neurale (zenuw) impulsen
- In andere woorden: ergens moet dus die fysieke energie van de
buitenwereld (lichtgolven, warmte, koud enz.) omgezet worden naar in
zo’n neurale impuls om dus het zenuwstelsel in te kunnen. Dit proces
wordt transductie genoemd.
Receptoren: