100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Blok 2.8 onderwijswetenschappen - probleem 1

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
16
Geüpload op
30-06-2020
Geschreven in
2019/2020

In deze samenvatting vindt je het eindproduct van alle besprekingen per probleem van het blok onderwijswetenschappen blok 2.7. Dit is al na de bespreking dus alle stof die geleerd moet worden staat erin beschreven.











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
30 juni 2020
Aantal pagina's
16
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Eindproduct Probleem 1 – Het constructivismetochwat!

Leerdoel 1:
Wat zijn constructivistische principes in leeromgevingen en hoe verschillen die principes van
traditionele leeromgevingen? / Wat is het verschil tussen traditionele en constructivistische
principes/leeromgevingen?

Handbook of Research on Learning and Instruction – H19 Instruction Based on Inquiry
(Looyens & Rikers, 2016)

Inleiding
Ons onderwijssysteem is door de eeuwen heen uitgegroeid tot een systeem waarin de
leraar een centrale rol speelt. De leraar is de informatiebron en de student de ontvanger.
Bij deze uitwisseling tussen student en docent is altijd sterk de nadruk gelegd op de
reproductie van kennis. = het traditionele leren
 60% van de vragen in de klas vereisen feitelijke kennis.

Ondanks dat leraren altijd wel het belang hebben ingezien van het actief betrekken van
studenten door hen bijvoorbeeld onderzoekende vragen te stellen, begon de rol van de
leraar pas vanaf de jaren 1960 langzaamaan te veranderen. In plaats van de leerlingen
zowel de vraag als het antwoord te geven, kregen de leerlingen meer ruimte om zelf een
antwoord te ontdekken/formuleren op een gestelde vraag. Deze benadering heeft geleid
tot de ontwikkeling van verschillende leerstrategieën die de nadruk leggen op de leerling als
een actieve deelnemer binnen het leerproces in plaats van een passieve ontvanger van
informatie. Deze benaderingen worden studentgerichte of “inquiry based”
(exploratiegerichte) instructie genoemd.

Maar, omdat inquiry ook verwijst naar een manier waarop iemand kennis opbouwt (d.m.v.
(wetenschappelijk) onderzoek), wordt het onderscheid gemaakt tussen inquiry leren en
inquiry onderwijs  instructieprincipes enzovoort in het lesgeven (inquiry learning &
inquiry teaching).
 Studentgericht gaat het om het stellen van vragen en gericht op
kennisontwikkeling dat een dieper begrip wil van de stof en transfer maakt naar andere
gebieden

Historie
Komt erop neer dat het idee dat een leerling een actieve rol moet hebben in het leren geen
recent opgekomen idee is, maar dat dit al veel langer speelt. Het constructivisme borduurt
hier enkel op voort en stelt dat kennis en begrip actief worden geconstrueerd door de
leerling.

Constructivisme
Betekenis: Het constructivisme heeft te maken met hoe mensen situaties leren begrijpen, of
meer algemeen, hoe mensen kennis en betekenis creëren uit ervaringen.
 Vaak gezien als reactie op het cognitivisme.

Het cognitivisme stelt dat leraren kennis verspreiden die studenten vervolgens absorberen.
Het doel van instructie is volgens aanhangers van het cognitivisme een toename in kennis in
het geheugen van studenten. Kortom, kennisoverdracht.

Constructivisten stellen echter dat “wijsheid niet verteld kan worden.” Het constructivisme
richt zich op de leerlingen die hun eigen kennis construeren/opbouwen. Constructivisme
houdt verband met inquiry: Gaat uit van een actieve leerling en er is veel ruimte voor vragen
en kwesties aangedragen door de lerende.
Wanneer iets precies constructivistisch is, is echter moeilijk te omschrijven.

,Zelfs als je bijvoorbeeld naar een college luistert, wat normaal “oud leren” of passief leren
zou worden genoemd, kan je actief bezig zijn met het construeren van kennis. Op deze
manier zou je al het leren constructivistisch leren kunnen noemen. Aan de andere kant zijn
er onderzoekers die stellen dat er specifieke constructivistische vormen van onderwijs
geïdentificeerd kunnen worden.

Belangrijk: Instructie gebaseerd op inquiry/onderzoek is niet per definitie constructivistisch.
Het is echter vaak gerelateerd eraan en besproken in dit kader, en het bevat verschillende
constructivistische elementen.

Constructivistische elementen in inquiry based instructie
Ondanks de onduidelijke definities van constructivisme, komen de verschillende
constructivistische visies toch op een paar principes overeen:
1. Voorkennis  De nadruk ligt op de constructie van kennis: de leerling probeert nieuwe
informatie te integreren met oude informatie, of voorkennis.
2. Sociale onderhandeling  Constructivisten zijn het er (in wisselende mate) over eens
dat een leerling veel kan leren van medestudenten en dat sociale onderhandeling een
onderdeel is van het leerproces. Discussies kunnen bijvoorbeeld dienen als een maatstaf
voor voorkennis.
3. Zelfregulatie  Het opstellen van doelen, plannen en het monitoren van het leerproces
zijn belangrijke aandachtspunten van het constructivisme. Zelfregulerend leren zou beter
werken.
4. Betekenisvolle taken  Betekenisvolle taken worden gebruikt om leersituaties
overeenkomstig te maken met toekomstige arbeidssituaties.

Vier basisprincipes (komen overeen met de constructivistische elementen):
1. Voorkennis
2. Samenwerkend leren
3. Zelfregulatie
4. Betekenisvolle situaties

Deze 4 elementen kunnen teruggevonden worden in veel instructiemethodes gebaseerd op
inquiry/onderzoek.

Verschillende soorten instructiemethodes gebaseerd op inquiry/exploratie
Volgens Barrows (1986) zijn er drie belangrijke variabelen waarop studentgerichte
instructiemethodes vergeleken kunnen worden: (1) het design en format van het probleem,
project of de casus, (2) de mate waarin het leren leerlinggericht of leraargericht is en (3) de
volgorde waarin problemen of taken aangeboden worden en informatie verkregen wordt.

We vergelijken:
- Inquiry-based learning (IBL)
- Problem-based learning (PBL)
- Project-based learning (PjBL)
- Case-based learning (CBL)

1. Inquiry-based learning (IBL): Binnen IBL wordt het leren aangestuurd door inquiry
(exploratie/onderzoek), waardoor studenten bekend kunnen raken met de aangeboden stof,
maar ook meer kunnen leren over het proces van inquiry zelf. Studenten worden
geconfronteerd met, of genereren zelf, een open vraag of situatie waarop meerdere reacties
of oplossingen mogelijk zijn.

De kernelementen van IBL zijn: Bezig zijn met wetenschappelijke vragen, bewijs zoeken om
deze vragen te beantwoorden, het bedenken van verklaringen, deze verklaringen evalueren
en de eigen conclusies verduidelijken.

, Het doel van IBL is om verdedigbare verklaringen te ontwikkelen voor de manier waarop de
natuurlijke wereld werkt  vragen stellen, kritisch denken, probleemoplossing en
communicatie zijn belangrijke activiteiten.

Een cyclus van IBL onderwijs zou er ongeveer als volgt uitzien: De leerlingen inventariseren
wat ze weten en wat ze nog willen weten over de te behandelen situatie.
Vervolgens stellen de studenten hypotheses op waarvoor ze bewijs kunnen zoeken.
Uiteindelijk komen ze tot mogelijke verklaringen. De rol van de leraar is om het leerproces te
faciliteren maar zijn/haar rol is wel afhankelijk van de mate van scaffolding die studenten
nodig hebben.
Fases: Oriëntatie, conceptualisering, onderzoek, conclusie en discussie.

Er worden drie subtypes van IBL omschreven: (1) structured inquiry waarin de vraag die
beantwoord moet worden gegeven wordt en de onderzoeksprocedure wordt omschreven, (2)
guided inquiry waarin de vraag wel gegeven wordt, maar studenten zelf moeten uitvogelen
hoe ze op het antwoord zullen komen, en (3) open / authentic inquiry waarbij studenten zelf
vragen bedenken en een procedure om hier antwoord op te vinden.

2. Problem-based learning (PBL) / Probleem gestuurd onderwijs (PGO): Kleine groepen
van 10-12 studenten leren met behulp van betekenisvolle problemen die observeerbare
fenomenen of gebeurtenissen weerspiegelen. De gebruikte voorbeelden komen vaak uit de
professionele praktijk.

Studenten bespreken eerst het probleem zelf (voorbespreking) voordat ze andere input
ontvangen. Hierdoor wordt de voorkennis in kaart gebracht en welke kennis nog ontbreekt.
Het bewust zijn dat er een “gat” in je kennis zit, zou interesse opwekken waardoor studenten
gemotiveerd zouden raken om meer te weten te komen over het probleem. De ontbrekende
kennis wordt geformuleerd in de vorm van leerdoelen die de studenten zelf opstellen wat
een gevoel van zelfstandigheid/autonomie zou creëren. Tussen de bijeenkomsten dienen de
studenten aan zelfstudie te doen. Tijdens de nabespreking bespreken de studenten de
bevindingen met elkaar en worden de antwoorden kritisch geëvalueerd. Bijeenkomsten
worden gestuurd door een tutor die de discussie stimuleert, zo nodig informatie geeft en de
voortgang en individuele bijdrages bijhoudt.

Ook hier kunnen drie subtypes onderscheiden worden: (1) Type-1 PGO, wat de opbouw van
flexibele kennis benadrukt, (2) Type-2 PGO, wat de ontwikkeling van
onderzoeksvaardigheden benadrukt, en (3) Type 3 PGO, waarbij PGO voornamelijk een
hulpmiddel is om “te leren om te leren.”
 Meest gebruikt en onderzocht is PGO Type 1

3. Project-based learning (PjBL): Binnen PJBL is het leerproces georganiseerd rondom
projecten die de activiteiten van de studenten aansturen. Vaak hebben studenten veel
vrijheid binnen het project. Vaak moet een bepaald einddoel worden bereikt waarbij
studenten zelf kunnen bepalen hoe ze dat einddoel of eindproduct bereiken. Deze projecten
zijn ontwikkeld om realistisch en betekenisvol te zijn voor studenten. De leraar faciliteert het
proces (helpt het project bijvoorbeeld te structureren, houdt de ontwikkeling in de gaten etc.).

4. Case-based learning (CBL): Is een vorm van samenwerkend leren waarbij de studenten
een casus krijgen om te behandelen. Deze casussen lijken op problemen bij PGO. Het
verschil zit hem erin dat bij PBL eerst het probleem besproken wordt en dan informatie wordt
opgezocht, terwijl studenten zich bij CBL van tevoren moeten voorbereiden en vragen
kunnen stellen tijdens de nabespreking. CBL kan gezien worden als een speciale vorm van
PGO.
€9,49
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
marloescrama

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
marloescrama Erasmus Universiteit Rotterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
2
Documenten
8
Laatst verkocht
2 jaar geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen