(1500 – 1850)
GE1V21001
Verplichte literatuur
,INHOUDSOPGAVE
Week 1 – Expansie ...............................................................................................................................2
Elizabeth Mancke, ‘Early Modern Expansion and the Politicization of Oceanic Space’, The Geographical
Review 89 (1999) 2, 225-236. .............................................................................................................2
Trevor Burnard en Giorgio Riello, ‘Slavery and the new history of capitalism’, Journal of Global History
15 (2020) 2, 225-244. ........................................................................................................................5
Week 2 – Staatsvorming .......................................................................................................................9
Maarten Prak, ‘Burgers, soldaten en schutterijen’, in: Stadsburgers: Stedelijk burgerschap voor de
Franse Revolutie (Amsterdam: 2019), 152-172. ..................................................................................9
Thomas Ertman, ‘Explaining Variation in Early Modern State Structure. The Cases of England and the
German Territorial States’, in: John Brewer en Eckhart Hellmuth (red.), Rethinking Leviathan. The
Eighteenth-Century State in Britain and Germany (Oxford, 1999), 23-52............................................. 14
Week 3 – Religie ................................................................................................................................. 17
Benjamin J. Kaplan, ‘Fictions of Privacy: House Chapels and the Spatial Accommodation of Religious
Dissent in Early Modern Europe’, The American Historical Review 107 (2002) 4, 1031-1064. ............... 17
Maartje van Gelder, ‘Tussen Noord-Afrika en de Republiek: Nederlandse bekeerlingen tot de islam in de
zeventiende eeuw’, Tijdschrift voor Geschiedenis 126 (2013) 1, 16-33. .............................................. 20
Week 4 – Verlichting en wetenschappelijke revolutie ............................................................................ 24
Margaret Osler, ‘The Canonical Imperative: Rethinking the Scientific Revolution’, in: Margaret Osler
(red.), Rethinking the Scientific Revolution (Cambridge, 2000), 3-22. ................................................. 24
John Robertson, The Enlightenment. A Very Short Introduction. Chapter 1: The Enlightenment ........... 27
John Robertson, The Enlightenment. A Very Short Introduction. Chapter 5: The Enlightenment in
philosophy and history.................................................................................................................... 30
Samenvatting van het debat wat plaatsvindt ...................................................................................2
Week 5 – Globalisering .........................................................................................................................3
Frederick Cooper, ‘What is the Concept of Globalization Good for? An African historian’s perspective’,
African Affairs 100 (2001) 399, 189-213. .............................................................................................3
Week 6 – Politieke revoluties.................................................................................................................8
Janet Polasky, Revolutions Without Borders. The Call to Liberty in the Atlantic World (New Haven en
London, 2015), 1-16..........................................................................................................................8
David Armitage en Sanjay Subrahmanyam, ‘Introduction: The Age of Revolutions, c. 1760 1840 – Global
Causation, Connection and Comparison’, in: David Armitage en Sanjay Subrahmanyam (red.), The Age
of Revolutions in Global Context, c. 1760-1840 (Houndmills, 2010), xii-xxxii....................................... 10
Week 7 – Industriële revolutie en maatschappelijke veranderingen ....................................................... 13
Emma Griffin, A Short History of the British Industrial Revolution (Houndmills, 2018), 1-14. ................ 13
Kate Frederick en Elise van Nederveen Meerkerk, ‘Local Advantage in a Global Context. Competition,
Adaptation and Resilience in Textile Manufacturing in the ‘Periphery’, 1860 1960’, Journal of Global
History (2022), 1-24. ....................................................................................................................... 17
1
,WEEK 1 – EXPANSIE
ELIZABETH MANCKE, ‘EARLY MODERN EXPANSION AND THE POLITICIZATION OF OCEANIC
SPACE’, THE GEOGRAPHICAL REVIEW 89 (1999) 2, 225 -236.
Het artikel richt zich op de rol van maritieme expansie als fundament voor latere Europese overheersing
op lang en de invloed van oceanische relaties op de wereldpolitiek:
• Oceanische in plaats van terrestrische dominantie – De vroegmoderne Europese
rijken waren vooral dominant op zee, in tegenstelling tot land, met name in Azië en
Afrika waar inheemse politieke en economische machten sterk bleven.
• Lange leertijd in maritieme beheersing – De ervaring die Europeanen opdeden in het
beheersen van oceanische ruimte droeg later bij aan hun vermogen om in de 19e
eeuw landrijken in Azië en Afrika op te bouwen.
• Internationale relaties op zee – De interacties in de gemilitariseerde, niet-statelijke
ruimte van de oceanen speelden een rol in de opkomst van een nieuwe wereldorde.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
VN → Er zijn nog zestien koloniën in de wereld, welke allen eilanden of eilandachtige enclaves betreffen.
▪ Suggereren dat de controle over de oceanen een fundamenteel
onderdeel was van de opbouw van het Europa imperium.
▪ Cruciaal onderdeel van de voortdurende Europese en neo-Europese
dominantie in de postkoloniale wereld.
Drie brede implicaties van de oceanische dimensies van het Europese imperialisme staan centraal:
• Een ander soort rijk dan op land – Europese landen bouwden een uniek zee-imperium dat anders
was dan traditionele rijken op land. Hun expansie over de oceanen volgde een andere logica dan
die van andere zeevarende volken.
• Nieuwe kijk op niet-Europese volken – Omdat Europese macht vooral op zee lag en hun controle
over land buiten Europa beperkt was, moeten we de rol van Aziatische, Afrikaanse en
Amerikaanse volken in de wereldgeschiedenis opnieuw bekijken. Ze hadden meer invloed dan
vaak wordt gedacht.
• Verandering in internationale relaties – Door de Europese uitbreiding op zee moesten landen
nieuwe wetten en diplomatieke regels bedenken voor conflicten op de open oceaan. Dit
veranderde niet alleen de verhoudingen tussen Europese landen, maar ook hoe de hele wereld
met elkaar omging – iets wat we vandaag nog steeds zien in internationale relaties.
2
, De nieuwigheid van oceaanimperiums
De Europese oceanische onderscheidde zich door de politisering en militarisering van de oceanische
ruimte. De transoceanische politiek van de Europeanen en hun pogingen om de toegang tot de volle zee
te controleren en te reguleren waren nieuwe fenomenen.
“De politisering van de oceaan betekent dat de oceaan niet alleen wordt gezien als een natuurlijke
ruimte, maar als een politiek en strategisch strijdtoneel. Dit houdt in dat landen, bedrijven en andere
actoren de controle over zeeën en oceanen verbinden met macht, regelgeving en internationale relaties.”
De expansie van de oceanen opende nieuwe mogelijkheden voor zwakkere polities om het
machtsevenwicht binnen Europa en met de moslimburen te herschikken.
• De overzeese rijken leken weinig op het land met territoriaal aangesloten provincies.
• Kolonies waren gescheiden van hun metropolen.
Doordat er vele naties streden om de verschillende koloniën moest er geleidelijk aan een nieuwe
internationale orde worden gedefinieerd waarin de nieuwe rijken werden ondergebracht.
Landarme rijken
De oceaanaanwezigheid wordt vaak verward met de aanwezigheid van Europa → Het meeste door Europa
bezette gebied lag aan de kust of was gemakkelijk te bereiken op deze wijze.
• Er was niet veel sprake van invasies → Er waren maar enkele steden en versterkte handelsposten.
• Pas in de negentiende eeuw was er echt sprake van een territoriale intrede in de meeste gebieden.
Er was wel sprake van aanzienlijke rijkdom, maar ze bleven afhankelijk van commerciele, financiele en
productienetwerken die gecontroleerd werden door de Aziaten, Afrikanen en inheemse Amerikanen zelf.
Daarnaast waren ze erg kwetsbaar voor inheemse politieke leiders die hen de toegang konden ontzeggen
en dat ook deden.
Internationale macht transformeren
Ten tijde van de reizen van de grote namen waren de open oceanen geen gepolitiseerde ruimte.
• Nieuwe technologieën → Groeiende kennis over winden en stromingen.
• Soevereinitietskwestie: Verdrag van Tordesillas (1494). Maar bood geen oplossing!
De Portugezen eisten de soevereiniteit op en stelden als doel het verlenen van vergunningen over de
maritieme handelsroutes. Veel zeelieden vertuisten naar gebieden die niet door de Portugezen werden
gecontroleerd.
Transoceanische handel en kolonisatie creëerden belangrijke nieuwe internationale conflicten en
machtsconstellaties buiten bestaande afspraken om.
o Consensus over waar sievreineine, terrotoriale wateren eindigden
o Controle over onderdanen op zee vereiste nieuwe wetten en overeenkomsten
o Nieuwe handelswetten (Navigation Acts) proberen garantie te geven dat de winsten van de
nieuwe scheepvaart ten goede zouden komen aan het thuisland.
De oorlogen brachten inkomsten op voor de Europese staten, en bovendien werd de mogelijkheid om
winstgevende overzeese koloniën te veroveren meegewogen als compensatie voor de gemaakte militaire
kosten bij het bepalen van de duur van een oorlog.
3