100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

College aantekeningen + Samenvatting Bryman's social research methods

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
31
Geüpload op
19-03-2025
Geschreven in
2022/2023

Dit is een overzichtelijk document met aantekeningen van de college's en werkgroepen + de artikelen die moeten worden gelezen voor het eerste tentamen en de hoofdstukken van Bryman's social research methods. De hoofdstukken die uit dit boek zijn samengevat zijn: 2, 3, 7, 8, 9, 11, 12, 17 + artikel van Boterman & van Gent (2015) Segregatie

Meer zien Lees minder










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
19 maart 2025
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2022/2023
Type
College aantekeningen
Docent(en)
/
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

H2 Social research strategies – HC1 Filosofische kennismaking Week 1

Methoden van sociaal onderzoek zijn niet helemaal neutraal doordat ze nauw samenhangen met
verschillende visies op hoe sociale realiteit moet worden bestudeerd. Ten tweede is er de vraag hoe
onderzoeksmethoden en -praktijken aansluiten bij de bredere sociaal- wetenschappelijke onderneming.

Social survey research = gestructureerde interview methode
Theorie = een verklaring voor waargenomen regelmatigheden
Sociologische theorie = theorie met een hoger abstractieniveau (ook wel: ‘grote theorieën’)
Middelgrote theorieën zijn vaker en waarschijnlijker de focus van empirisch onderzoek.
Vertegenwoordigde pogingen om een beperkt aspect van het sociale leven te begrijpen en uit te
leggen. Opereren in gelimiteerd domein.

Empirisme (empiricism): benadering die suggereert dat kennis wordt opgedaan door ervaringen en
waarnemingen met zintuigen.
Naïef empirisme: overtuiging dat het verzamelen van ‘feiten’ op zichzelf al een legitiem doel is

Bryman over theorie: ‘er wordt onderzoek gedaan om vragen te beantwoorden die worden gesteld
vanuit theoretische overwegingen’.
Alternatief: theorie beschouwen als iets dat plaatsvindt na het verzamelen en analyseren van gegevens
die aan een project zijn gekoppeld.

Deductieve theorie: representeert de gangbare kijk op de aard van de relatie tussen theorie en sociaal
onderzoek, waarbij de onderzoeker uitput wat bekend is over een bepaald domein en over de
relevantie van theorie om een hypothese af te leiden die vervolgens aan empirisch onderzoek moet
worden onderworpen -> kwantitatief onderzoek!
Opstellen van ‘algemene wetten’ op basis van het analyseren van realiteit.
Inductie: manier van redeneren waarbij er op grond van een aantal specifieke waarnemingen tot
generalisatie wordt gekomen.
Verzamelen van zoveel mogelijk bewijsstukken om een opgestelde theorie aan te tonen.

Theorie


Inductie Deductie



Observatie/ bevindingen


Basale wetenschapsfilosofie
 Epistemologie = kennistheorie
 Ontologie = zijnsleer/ beschrijft eigenschappen -> het zijn van het geheel van dingen
(entiteiten)

Epistemologisch: de vraag wat gezien wordt als acceptabele kennis in een discipline. Tak van de
filosofie die de aard, oorsprong, voorwaarden voor en reikwijdte van kennis onderzoekt.
 Positivisme: de opvatting dat alleen empirische wetenschappen geldige kennis opleveren.
Kennis wordt opgedaan door zintuigelijke feiten.
- sociale theorie heeft toetsbare wetten (oorzaak – gevolg)
- epistemologische positie die de toepassing van methoden van de natuurwetenschap op de
studie van sociale realiteit en daar buiten bepleit:
1.) alleen kennis die wordt bevestigd door zintuigelijke waarneming is rechtvaardig

, 2.) kennis wordt gevormd door het verzamelen van feiten die de basis vormen voor wetten
3.) wetenschap moet objectief worden uitgevoerd
 Interpretivisme: contrasterende epistemologie met positivisme. Geloof dat het
onderzoeksobject van sociologie – de mens – fundamenteel verschilt van de
onderzoeksobjecten in de natuurwetenschappen.
Vb. foto van dalmatiër -> niet herkenbaar tot dat je weet wat er te zien is = betekenis maakt
feit.
- mensen interpreteren continu hun wereld
- mensen handelen op basis van hun interpretaties
- onderscheid mens en natuur

Epistemologie: gevolgen voor sociaal onderzoek:
 Positivisme:
- kennis van de sociale wereld verklaart sociale feiten
-> onderzoek de sociale wereld met ‘natuurwetenschappelijke’ methoden
 Interpretivism:
- kennis van de sociale wereld beschrijft/ begrijpt menselijke interpretaties
-> onderzoek de sociale wereld met interpretatieve methoden

Realisme (laten leiden door de werkelijkheid) heeft 2 kenmerken gemeen met positivisme:
1. Natuurwetenschappen en sociale wetenschappen hebben dezelfde soort benadering
2. Er is een realiteit die losstaat van onze beschrijvingen ervan
2 belangrijke vormen:
 Empirisch realisme: beweert dat door het gebruik van geschikte methoden, de realiteit kan
worden begrepen (naïef realisme)
 Kritisch realisme: we kunnen alleen de sociale wereld begrijpen als we de structuren van
werk identificeren die de discourses genereren. Het Kritisch Realisme wil de balans herstellen
tussen beschouwingen over het objectieve (de wetenschappelijke en enige waarheid) en over
het subjectieve (de verhalen)


Positivisme Interpretivisme
Mensen gaan om met sociale Sociale feiten Interpretaties
theorie
Toetsbaar Een interpretatie
Kennis van de sociale wereld Verklaart Beschrijft/ begrijpt
Kennis van de natuurlijke Hetzelfde Anders
wereld

Ontologie van sociale wereld: het centrale oriëntatiepunt is de vraag of sociale entiteiten kunnen
worden beschouwd als objectieve entiteiten die een realiteit hebben die extern is aan sociale actoren,
of dat ze kunnen en moeten worden beschouwd als sociale constructies opgebouwd uit de percepties
en acties van sociale actoren. Een ontologie fundeert een theorie over de werkelijkheid. Binnen een
wetenschappelijk kader maakt een ontologie een zinvolle meting van die werkelijkheid mogelijk
 Objectivisme: ontologische benadering die impliceert dat sociale fenomenen ons confronteren
als externe effecten die buiten onze invloed liggen. (Kwantitatief)
- objecten in de sociale wereld: regels, organisaties en waardes
- sociale objecten staan los van sociale actoren
- sociale wereld is hetzelfde als de natuurlijke wereld (volgens dezelfde regels)
- captial + labor = profit
 Constructionism: ontologische positie die claimt dat sociale fenomenen en hun betekenissen
continu worden volbracht door sociale actoren (Kwalitatief). Legt nadruk op feit dat kennis tot
stand komt door een actieve constructie.
- sociale objecten zijn niet tastbaar

, - sociale actoren staan niet los van regel, organisatie of waarde, maar (her) maken die
- sociale wereld is fundamenteel anders dan natuurlijke wereld
- vb. universiteit zonder leerlingen, is dat dan nog een universiteit? -> nee, alleen nog een
gebouw -> we construeren het sociale

Objectivisme Constructivism
Sociale object Tastbaar Niet tastbaar
Regel, organisatie, waarde Ding Mensenwerk
Actor <-> sociale wereld Onafhankelijk van elkaar Verbonden
Sociale wereld Zelfde als natuurlijke wereld Anders dan natuurlijke wereld

Ontologie: gevolgen voor sociaal onderzoek:
 Objectivisme:
- gangbare concepten duiden de sociale wereld aan (e.g. staat, wetten, samenleving, geld)
-> onderzoek de eigenschappen en relaties van officiële organisaties
 Constructionism:
- dagelijkse interactie schept de orde (e.g. machtsrelaties, vertrouwen)
-> onderzoek hoe mensen de sociale wereld (organisatie) maken

Dus relatie ontologie – epistemologie:
 Kwantitatief onderzoek:
- objectivism + positivsm
-> onderzoek met ‘natuurwetenschappelijke’ methoden de eigenschappen en relaties van
officiële organisatie in de sociale wereld
 Kwalitatief onderzoek:
- constructivsm + interpretivism
-> onderzoek met interpretatieve methoden hoe mensen de sociale wereld maken

Kwantitatief Kwalitatief
Hoofd oriëntatie op de rol Deductief; testen van theorie Inductief; generaliseren van
van theorie in relatie tot theorie
onderzoek
Epistemologische oriëntatie Natuurwetenschappelijk model, interpretivisme
positivisme
Ontologische oriëntatie Objectivisme Constructionism


Structuur onderdeel 3: kwalitatief, kwantitatief, of cartografisch onderzoek?

 Cartografie: de wetenschap en techniek om informatie met een geografische component
inzichtelijk en aanschouwelijk te maken in analoge en digitale media met kaarten en andere
middelen.
- van de ruimtelijke wereld = landkaart
- van de sociale wereld = kaarten met gegevens en kleurtjes
 Verschillen tussen strategieën
- kortweg: inhoud – proces
- kracht van strategieën: aannames

Cartografie in de sociale wereld
 In kaart brengen van sociale fenomenen
- op basis van kwantitatieve of kwalitatieve data
 Kortweg: inhoud simplistisch
- kwantitatief: meten is weten (lineair)
- kwalitatief: maar waarom? (ervaring)
€8,16
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
romydonkers
4,0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
romydonkers Universiteit van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
10 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
17
Laatst verkocht
1 maand geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen