100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

samenvatting beginselen van het Nederlandse staatsrecht Belifante 20e druk

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
17
Geüpload op
18-03-2025
Geschreven in
2024/2025

In de samenvatting staan alle verplicht voorgeschreven literatuur uit het boek beginselen van het Nederlandse staatsrecht van Belifante samengevat. Enkel de hoofdstukken en paragrafen die volgens Maastricht University zijn voorgeschreven, zijn volledig uitgewerkt.

Meer zien Lees minder










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
1,2,5,6,8,9,10,13,14,17
Geüpload op
18 maart 2025
Aantal pagina's
17
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting beginselen van het
Nederlandse staatsrecht
Inhoudsopgave
Samenvatting beginselen van het Nederlandse staatsrecht........................1
H1: Inleiding..............................................................................................2
H2: de bronnen van het staatsrecht.........................................................3
H5: de regering.........................................................................................4
H6: de Staten-Generaal............................................................................6
H8: De verhouding van parlement, ministers en Koning...........................8
H9: wetgeving........................................................................................10
H10: herziening van de Grondwet:.........................................................13
H13: rechtspraak....................................................................................14
H14: de grondrechten.............................................................................15
H17: structuur van het Koninkrijk...........................................................17

,H1: Inleiding
Staat: organisatie die met voorrang boven andere organisaties effectief gezag uitoefent over een
gemeenschap van mensen op een bepaald grondgebied. Toelating tot de verenigde naties versterkt
de rechtspositie van het land in het internationale verkeer. Zij is ook een rechtsgemeenschap, haar
belangrijkste waarden zijn door dwang te handhaven leefregels neergelegd.

Dwang: een staat mag dwang toepassen ter handhaving. Dwang in de zin van toepassing van
staatsgeweld is niet mogelijk, omdat er geen hogere organen zijn die corrigerend kunnen optreden.

Binnen een staat zijn er een of meer organen bevoegd tot het uitoefenen van dwang. Deze persoon
op bepaalde groep is met gezag bekleed.

Staatsrecht: regels die betrekking hebben op de organisatie van de met gezag beklede organen en
grenzen van hun gezag.

Contrat sociaal: Rousseau verenigt gezag en vrijheid, omdat gezag uit de vrijheid is afgeleid. Zij
maakt het mogelijke de beperkingen, door gezag aan individuele vrijheid gesteld, te aanvaarden,
omdat het beperkingen zijn die de vrije individuen zichzelf hebben opgelegd. Het staatsrecht moet
de wensen en behoeften van de gemeenschap en de individuele mens als een normenstelsel
moeten verenigen.

Gelijkheidsbeginsel: Elke burger is gelijkwaardig en heeft recht op gelijke invloed op het
staatsbestuur.

Representatie: bij kleine gemeenschappen zal het bestuur alleen maar worden gevoerd door een
kleine kring van personen, die door de mondige burger zijn aangewezen. De burgers zijn aan de
ene kant de soeverein, die de bestrijders, de uitvoerders van zijn wil, mede aanwijst.

Checks and balances: de verdeling van het gezag over verschillende organen en dus over
verschillende mensen of groepen. Zij houden elkaar in evenwicht en er ontstaat een stelsel dat
ingewikkeld is maar een zeker stabiliteit in de machtsverhouding waarborgt.

Democratie: is niet denkbaar zonder vrije en geheime verkiezingen van het parlement. Er moet
sprake zij van openheid voor machtswisseling. En het parlement dient een rol te spelen in het
staatsbestel.

Rechtsstaat: de staat erkent dat individuen en particuliere instellingen een staatsvrije sfeer
toekomt. Optreden van een overheidsorgaan dat voor de burger bezwarend is dient te berusten op
een algemene regel die de bevoegdheid van het desbetreffende overheidsorgaan omschrijft. De
regels waarin de bevoegdheden zijn omschreven moeten vastgesteld zijn door een ander
overheidsorgaan. Geschillen tussen de burgers en de staat moeten worden beslist door een
onafhankelijke en onpartijdige rechter.

Twee regels voor een democratisch-rechtstatelijk bestuur:

- Geen bevoegdheid zonder grondslag in de wet of grondwet;
Legaliteitsbeginsel. Dit geldt voor maatregelen van rechter of executieve die dwang
meebrengen voor de burger.
- Niemand kan een bevoegdheid uitoefenen zonder verantwoording schuldig te zijn of zonder
dat op die uitoefening controle bestaat.
o Politieke verantwoordingsplicht van bestuurlijk organen tegenover
vertegenwoordigende organen.
o Ambtelijke ondergeschiktheid. Ambtenaren zijn verantwoording schuldig aan hun
chefs.
o Bestuurlijk toezicht. Bestuursorgaan wordt gecontroleerd door ander orgaan.

, o Strafrechtelijke verantwoordelijkheid, gezagdragers kunnen verantwoordelijk zijn
voor hun daden.
o De meeste besluiten van bestuursorganen zijn vatbaar voor beroep.
o Bij geen beroep kan bij de burgerlijke rechter actie uit onrechtmatige daad worden
aangevochten.
o Controle van rechter op zekere wetgevende organen.


H2: de bronnen van het staatsrecht
De eerste Nederlandse staatsregeling was de Unie van Utrecht van 1579. Een verdrag, gesloten
tussen een aantal soevereine provincies, waarbij zij ter wille van een gemeenschappelijke zaak een
deel van hun soevereiniteit aan een centraal gezag overdroegen. Een regeling van de
staatsorganisatie aan de ene kant en bepaalde garanties voor individuele vrijheid, hier de vrijheid
van godsdienst, aan de andere kant. In 1815 ontstond toen de grondwet. Deze heeft veel
herzieningen gehad. De belangrijkste waren:

- 1840 en 1848: de invoering van respectievelijk de strafrechtelijke en de politieke
verantwoordelijkheid van de minsters.
- 1887, 1917 en 1922: verruiming van het kiesrecht tot algemeen kiesrecht.
- 1917: de verhouding van openbaar en bijzonder onderwijs.
- 1966: werd door de minister van binnenlandse zaken een Proeve aan een nieuwe grondwet
gepubliceerd, in samenwerking met een werkgroep hoogleraren. Gaf geen nieuwe
staatsinrichting maar een beter aan de praktijk aangepaste redactie van een grondwet voor
het huidige staatsbestel.
- 1967: hierboven heeft geresulteerd in het instellen van een staatscommissie. Zij stelde ook
enkele fundamentele wijzigingen voor.
- 2017: is een nieuw artikel 132a ingevoerd.
- 2022: art. 13, 17, 55. 137 gewijzigd.

Vroeger zag men buiten de grondwet om organen van de staart zich ontwikkelen en belangrijke
bevoegdheden ontstaan, waarvan de grondwet niet repte. Door de herziening in 1983 zijn deze
verschillen tussen nat de grondwet zei en wat de werkelijkheid zag, verkleind. De grondwet is dus
vaak onvolledig. Op die punten ontstaat echter wel een zekere staatsrechtelijke praktijk, die soms
tot ongeschreven constitutioneel recht wordt ingevuld.

Rigid constitution: de grondwet is moeilijker te wijzigen dan een gewone wet. Er kan dus ee kloof
ontstaan tussen het rechtsbewustzijn en de geschreven tekst.

Opbouw grondwet:

- Hfst. 2, 3 en 4: omschrijving van de voornaamste centrale organen van de staat.
- Hfst. 2: wat men onder regering moet begrijpen.
- Hfst. 3: wat ben onder de State-Generaal, volksvertegenwoordiging, twee kamers, moet
verstaan.
- Hfst. 4: geeft regels over de organisatie en bevoegdheid van de Raad van State, de
Algemene Rekenkamer en de Nationale Ombudsman.
- Hfst 5: regelt de functies van deze organen.
- Hfst 6: regels over de rechtspraak.
- Hfst 7: regels met betrekking tot provincies, gemeentes, waterschappen en andere
openbare lichamen.
- Hfst 8: regels over de herziening van de grondwet.

Wanneer de grondwetgever het woord “wet” gebruikt: bedoelt hij de formele wet, het besluit
vastgesteld door regering en Staten-Generaal art. 81. En in het staatsblad bekend gemaakt art. 88
Gw en art. 4 bekendmakingswet.

In andere gevallen heeft de grondwetgever voorzien dat een uitwerking door lagere wetgeving op
grond van delegatie door de formele wetgever mogelijk moet zijn. Dit is te herkennen aan drie
termen:
€10,49
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
mignonkoch

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
mignonkoch Maastricht University
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
9 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
1 maand geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen