Vaarbewijs hst 4
basis regels kleine schepen onderling
goed zeemans schip ‘ begrip voor elkaar ‘ → schipper voorrang moet verlenen, maar
aanvaring niet kan voorkomen moet de andere schipper eveneens maatregelingen nemen
regels
1. basisregels voor kleine schepen onderling:
voorrangsregels maken we onderscheid tussen
- kleine zeilschepen onderling
bij zeilschepen kijk je niet of iemand van links of rechts komt→ maar over
welke boeg hij vaart.het zeil en de wind bepalen dit. Heb je zeil over links
dan heb je voorgang. heb je zeil over rechts dan moet je voorrang
geven. Vaar je over dezelfde boeg dan degene aan lijzijde heeft
voorrang ( loef wijkt voor lij)
zeiltermen
naam betekenis
loefzijde is de kant waar de wind vandaan
komt
lijzijde is de kant waar de wind naartoe
waait
voor de wind zeilen de wind komt recht van achter
bezeild je kunt rechtdoor zeilen ( je hoeft
niet te kruisen de wind komt niet van
voren)
niet bezeild de wind komt van voren ( zeilers
kunnen nooit recht door de wind
zeilen)
over SB zeilen het grootzeil (giek) staat over
stuurboord
over BB zeilen het grootzeil (giek) staat over
bakboord
hogerwal de wal waar de wind vandaan komt
lagerwal de wal waar de wind naartoe komt
, 1. basisregels voor kleine schepen onderling
- kleine zeilschepen → degene die over bakboord zeilt heeft voorrang (
stuurboord moet voorrang geven) stand van grootzeil(= zeil dat aan de mast
zit) is bepalend
loef wijkt voor lij → over dezelfde boeg varen wijkt loef voor lij
(loef is de boot die het dichts bij de wind zit) (lij zit het verst van de wind)
lijzijde heeft voorrang
oplopen en voorbijlopen → heeft degene die opgelopen wordt voorrang →
maar moet medewerking verlenen
BPR gebied: oplopen en voorbijlopen liever aan loefzijde
RPR gebied: oplopen en voorbijlopen moet aan loefzijde
- motorboten onderling
meeste vaarwateren → links rechts en in het midden varen
3 situaties
- elkaar kruisen → rechts heeft voorrang → links moet voorrang
verlenen laat dit zien door snelheid en koers aan te passen
- recht tegen elkaar invaren/ tegengestelde koersen/ ontmoeten →
recht tegen elkaar wijken beide boten naar rechts → linker kanten
tegen elkaar af = bakboord-bakboord passeren
- elkaar inhalen/ oplopen en voorbijlopen→ alleen inhalen als dit ook
kan → degene die inhaalt moet altijd voorrang verlenen → het schip
dat ingehaald wordt moet wel medewerking vertonen
2. Algemene regels
- hoofdvaarwater en nevenvaarwater
bij boten wordt er onderscheid gemaakt tussen grote en kleine boten en de
vaarrichting
een schip (groot of klein) mag alleen het hoofdvaarwater op als dit
zonder gevaar kan gebeuren (kleine schepen in het hoofdvaarwater
dienen medewerking te verlenen aan grote
schepen uit het nevenwater)
als je bord B.9 → →
tegenkomt moet je voorrang verlenen aan
hoofdvaar-
water. B.9 betekent: niet hoofdvaarwater opvaren
als het verkeer hierdoor snelheid of koers moet
aanpassen
samenkomst gelijkwaardige vaarwaters
- kleine schepen ( motorboten) rechts heeft voorrang
- zeilboten onderling zeil je bakboord dan heb je voorgang
- groot - klein → groot gaat voor klein
- kleine boten onderling → zeil gaat voor roei en motor - roei gaat voor
motor
BPR gebied = de regel ‘gestrekte koers stuurboordzijde gaat voor’
betekent als je op willekeurig vaarwater rechtdoor vaart, voorrang hebt op
alle schepen ( groot, klein, zeil of motor) dit geldt alleen als het om een
vaarwater gaat dus niet hoofdvaarwater - nevenvaarwater situatie
groot gaat voor klein → als er geen sprake is van gestrekte koers of
bepaalde hoofdvaarwater-nevenvaarwater gaat groot voor klein
basis regels kleine schepen onderling
goed zeemans schip ‘ begrip voor elkaar ‘ → schipper voorrang moet verlenen, maar
aanvaring niet kan voorkomen moet de andere schipper eveneens maatregelingen nemen
regels
1. basisregels voor kleine schepen onderling:
voorrangsregels maken we onderscheid tussen
- kleine zeilschepen onderling
bij zeilschepen kijk je niet of iemand van links of rechts komt→ maar over
welke boeg hij vaart.het zeil en de wind bepalen dit. Heb je zeil over links
dan heb je voorgang. heb je zeil over rechts dan moet je voorrang
geven. Vaar je over dezelfde boeg dan degene aan lijzijde heeft
voorrang ( loef wijkt voor lij)
zeiltermen
naam betekenis
loefzijde is de kant waar de wind vandaan
komt
lijzijde is de kant waar de wind naartoe
waait
voor de wind zeilen de wind komt recht van achter
bezeild je kunt rechtdoor zeilen ( je hoeft
niet te kruisen de wind komt niet van
voren)
niet bezeild de wind komt van voren ( zeilers
kunnen nooit recht door de wind
zeilen)
over SB zeilen het grootzeil (giek) staat over
stuurboord
over BB zeilen het grootzeil (giek) staat over
bakboord
hogerwal de wal waar de wind vandaan komt
lagerwal de wal waar de wind naartoe komt
, 1. basisregels voor kleine schepen onderling
- kleine zeilschepen → degene die over bakboord zeilt heeft voorrang (
stuurboord moet voorrang geven) stand van grootzeil(= zeil dat aan de mast
zit) is bepalend
loef wijkt voor lij → over dezelfde boeg varen wijkt loef voor lij
(loef is de boot die het dichts bij de wind zit) (lij zit het verst van de wind)
lijzijde heeft voorrang
oplopen en voorbijlopen → heeft degene die opgelopen wordt voorrang →
maar moet medewerking verlenen
BPR gebied: oplopen en voorbijlopen liever aan loefzijde
RPR gebied: oplopen en voorbijlopen moet aan loefzijde
- motorboten onderling
meeste vaarwateren → links rechts en in het midden varen
3 situaties
- elkaar kruisen → rechts heeft voorrang → links moet voorrang
verlenen laat dit zien door snelheid en koers aan te passen
- recht tegen elkaar invaren/ tegengestelde koersen/ ontmoeten →
recht tegen elkaar wijken beide boten naar rechts → linker kanten
tegen elkaar af = bakboord-bakboord passeren
- elkaar inhalen/ oplopen en voorbijlopen→ alleen inhalen als dit ook
kan → degene die inhaalt moet altijd voorrang verlenen → het schip
dat ingehaald wordt moet wel medewerking vertonen
2. Algemene regels
- hoofdvaarwater en nevenvaarwater
bij boten wordt er onderscheid gemaakt tussen grote en kleine boten en de
vaarrichting
een schip (groot of klein) mag alleen het hoofdvaarwater op als dit
zonder gevaar kan gebeuren (kleine schepen in het hoofdvaarwater
dienen medewerking te verlenen aan grote
schepen uit het nevenwater)
als je bord B.9 → →
tegenkomt moet je voorrang verlenen aan
hoofdvaar-
water. B.9 betekent: niet hoofdvaarwater opvaren
als het verkeer hierdoor snelheid of koers moet
aanpassen
samenkomst gelijkwaardige vaarwaters
- kleine schepen ( motorboten) rechts heeft voorrang
- zeilboten onderling zeil je bakboord dan heb je voorgang
- groot - klein → groot gaat voor klein
- kleine boten onderling → zeil gaat voor roei en motor - roei gaat voor
motor
BPR gebied = de regel ‘gestrekte koers stuurboordzijde gaat voor’
betekent als je op willekeurig vaarwater rechtdoor vaart, voorrang hebt op
alle schepen ( groot, klein, zeil of motor) dit geldt alleen als het om een
vaarwater gaat dus niet hoofdvaarwater - nevenvaarwater situatie
groot gaat voor klein → als er geen sprake is van gestrekte koers of
bepaalde hoofdvaarwater-nevenvaarwater gaat groot voor klein