Rechtspraktijk 1 leerdoelen:
Week 1:
Literatuur: M.M. Mok, Juridische Vaardigheden, 1.1 t/m 1.5 & 1.7
1. Onderscheiden uit welke gedeelten een wet bestaat.
Een wet bestaat uit:
1. Het opschrift --> de officiële naam van de regeling
2. De aanhef en considerans --> de beweegredenen van de schrijver
3. Het corpus --> kern/ lichaam van de wet
4. Het slot --> bevel tot publicatie
2. Benoemen voor welke indelingssystematiek de wetgever
heeft gekozen in onder meer het Burgerlijk Wetboek en de
Algemene wet bestuursrecht.
Het burgerlijk wetboek en de algemene wet bestuursrecht (AWB) hebben
beiden een gelaagde structuur. Bij de gelaagde structuur gaan de
algemene bepalingen voor de specifieke bepalingen.
Het burgerlijk wetboek bestaat uit 8 boeken:
Boek 1 BW personen en familie recht
boek 2 BW rechtspersonen
boek 3 BW vermogensrechten (algemene regels over hoe men
vermogen kan krijgen of verliezen)
boek 4 BW erfrecht
boek 5 BW goederenrecht
boek 6 BW verbintenissenrecht (o.a. overeenkomsten)
boek 7 BW benoemde overeenkomsten (koop, huur en
arbeidsovereenkomsten)
Rechtspersonen: geen personen van vlees en bloed maar wel personen
die juridisch gezien bestaansrecht hebben. denk hierbij aan: stichtingen,
verenigingen en/of besloten vennootschappen.
3. Benoemen, onder vermelding van voorbeelden, wat de
gelaagde structuur van het BW inhoudt.
Bij de gelaagde structuur gaan de algemene bepalingen voor de
specifieke bepalingen. In boek 3 BW gaat het bijvoorbeeld over
vermogensrecht en in boek 5 BW over het goederrecht, wat een kleiner
onderdeel is van vermogens recht.
, 4. Systematisch wetgeving opzoeken in de wettenbundel.
Er zijn 2 zoekmethoden;
- systematisch:
Inhoudsopgave regelgeving titel/hoofdstuk/afdeling artikel
-registermethode:
kernwoord bedenken trefwoord zoeken artikel
5. De regels over het gebruik van de wettenbundel op
tentamens vinden.
Op itslearning
Week 2:
Literatuur: M.M. Mok, Juridische Vaardigheden, 1.6
Leidraad voor juridische auteurs: par. 1.2.1 en 1.2.2, 1.5, hfdst 2, 3. 1 t/m
3.3 en hfdst. 4
5. Systematisch wetgeving opzoeken in de wettenbundel (Zie:
4)
6. Ondubbelzinnig verwijzen naar wetten en wetsartikelen
(voorbeelden)
Verkorte verwijzing voluit geschreven artikel
Art. 6:162 BW Artikel 162 van boek 6 van het
Burgerlijk Wetboek
Art. 2 lid 2 Gw Artikel 2, lid 2, van de grondwet
Art. 14 AOW Artikel 14 van de Algemene
Ouderdomswet
7. Ondubbelzinnig verwijzen naar literatuur, jurisprudentie,
kamerstukken en internetbronnen.
Week 3:
Literatuur: M.M. Mok, Juridische vaardigheden, 2.1 t/m 2.3
8. De structuur van een rechtsregel doorgronden;
Artikel leden subs subleden
9. Het rechtsgevolg van een artikel vinden;
Week 1:
Literatuur: M.M. Mok, Juridische Vaardigheden, 1.1 t/m 1.5 & 1.7
1. Onderscheiden uit welke gedeelten een wet bestaat.
Een wet bestaat uit:
1. Het opschrift --> de officiële naam van de regeling
2. De aanhef en considerans --> de beweegredenen van de schrijver
3. Het corpus --> kern/ lichaam van de wet
4. Het slot --> bevel tot publicatie
2. Benoemen voor welke indelingssystematiek de wetgever
heeft gekozen in onder meer het Burgerlijk Wetboek en de
Algemene wet bestuursrecht.
Het burgerlijk wetboek en de algemene wet bestuursrecht (AWB) hebben
beiden een gelaagde structuur. Bij de gelaagde structuur gaan de
algemene bepalingen voor de specifieke bepalingen.
Het burgerlijk wetboek bestaat uit 8 boeken:
Boek 1 BW personen en familie recht
boek 2 BW rechtspersonen
boek 3 BW vermogensrechten (algemene regels over hoe men
vermogen kan krijgen of verliezen)
boek 4 BW erfrecht
boek 5 BW goederenrecht
boek 6 BW verbintenissenrecht (o.a. overeenkomsten)
boek 7 BW benoemde overeenkomsten (koop, huur en
arbeidsovereenkomsten)
Rechtspersonen: geen personen van vlees en bloed maar wel personen
die juridisch gezien bestaansrecht hebben. denk hierbij aan: stichtingen,
verenigingen en/of besloten vennootschappen.
3. Benoemen, onder vermelding van voorbeelden, wat de
gelaagde structuur van het BW inhoudt.
Bij de gelaagde structuur gaan de algemene bepalingen voor de
specifieke bepalingen. In boek 3 BW gaat het bijvoorbeeld over
vermogensrecht en in boek 5 BW over het goederrecht, wat een kleiner
onderdeel is van vermogens recht.
, 4. Systematisch wetgeving opzoeken in de wettenbundel.
Er zijn 2 zoekmethoden;
- systematisch:
Inhoudsopgave regelgeving titel/hoofdstuk/afdeling artikel
-registermethode:
kernwoord bedenken trefwoord zoeken artikel
5. De regels over het gebruik van de wettenbundel op
tentamens vinden.
Op itslearning
Week 2:
Literatuur: M.M. Mok, Juridische Vaardigheden, 1.6
Leidraad voor juridische auteurs: par. 1.2.1 en 1.2.2, 1.5, hfdst 2, 3. 1 t/m
3.3 en hfdst. 4
5. Systematisch wetgeving opzoeken in de wettenbundel (Zie:
4)
6. Ondubbelzinnig verwijzen naar wetten en wetsartikelen
(voorbeelden)
Verkorte verwijzing voluit geschreven artikel
Art. 6:162 BW Artikel 162 van boek 6 van het
Burgerlijk Wetboek
Art. 2 lid 2 Gw Artikel 2, lid 2, van de grondwet
Art. 14 AOW Artikel 14 van de Algemene
Ouderdomswet
7. Ondubbelzinnig verwijzen naar literatuur, jurisprudentie,
kamerstukken en internetbronnen.
Week 3:
Literatuur: M.M. Mok, Juridische vaardigheden, 2.1 t/m 2.3
8. De structuur van een rechtsregel doorgronden;
Artikel leden subs subleden
9. Het rechtsgevolg van een artikel vinden;