2024
Inhoudsopgave
Samenvatting Ontwikkelingsleer colleges 2024...............................................1
Inleiding........................................................................................................ 2
Discussies...................................................................................................... 4
Theorieën...................................................................................................... 6
Prenatale ontwikkeling...................................................................................9
Sensorische ontwikkeling.............................................................................13
Cognitieve ontwikkeling 1: Piaget.................................................................16
Cognitieve ontwikkeling 2.............................................................................21
Taalontwikkeling..........................................................................................27
Emotionele ontwikkeling...............................................................................32
Sociale cognitie en morele ontwikkeling........................................................35
Sociale ontwikkeling 1..................................................................................39
Sociale ontwikkeling 2 (volwassenheid).........................................................45
Ontwikkeling van het zelf en de persoonlijkheid............................................49
Contextuele effecten van ontwikkeling: familie..............................................57
Gezondheid en ontwikkelingsstoornissen......................................................63
1
,Inleiding
Ontwikkelingspsychologie: de verandering binnen personen gedurende de levensloop, en de
verschillen en overeenkomsten tussen personen met betrekking tot de aard van de veranderingen.
Het doel is om intra- en interpersoonlijke veranderingen te beschrijven, verklaren, en zoeken naar
manieren om zo optimaal mogelijk te veranderen.
Prenatale periode: van conceptie tot geboorte
Zuigelingperiode: 0-2 jaar, de babytijd.
Preschool periode: 2-5 jaar, peuter- kleutertijd.
Middelschool: 6-10 jaar, lagere school leeftijd
Adolescentie: 10-18 jaar, pubertijd
Jongvolwassenheid: 18-25 jaar, overgang adolescentie en volwassenheid.
Vroege volwassenheid: 25-40 jaar, volwassen rollen vastgesteld
Midden volwassenheid: 40-65 jaar, middelbare leeftijd
Late volwassenheid: 65 jaar en ouder.
Cohorteffecten
Cohort: iedere groep uit dezelfde culturele omgeving en dezelfde tijdsinterval
Cohorteffecten: verschillen in variabelen die relevant zijn voor de ontwikkeling, die
voortkomen uit factoren waaraan iedere geboortecohort is blootgesteld.
--> geobserveerde verschillen zijn veroorzaakt door cohortkenmerken.
Cross-sectionele design
Voordelen
Economisch m.b.t. tijd
Redelijk goedkoop
Toont overeenkomsten en verschillen tussen leeftijdsgroepen
Nadelen
Leeftijdseffecten zijn verstrengeld met cohorteffecten
Geen informatie over individuele paden van ontwikkeling
Beperkt generaliseerbaar naar andere meetmomenten.
Longitudinale designs
Voordelen
Echte meting van intrapersoonlijke verandering.
Meting van stabiliteit en verandering van ontwikkelingsvariabelen
Nadelen
Leeftijdseffecten zijn verstrengeld met tijd-van-meting effecten, test-hertest effecten en
attrition effecten.
Beperkt generaliseerbaar naar andere cohorten
Kost veel tijd en geld
Sequentie-modellen
Combinatie van longitudinaal en cross-sectioneel.
Uitdagingen in onderzoek: baby's
Habituatie: respons op herhaald aanbieden van dezelfde stimulus wordt langzamer,
verandert of stopt.
2
, Dishabituatie: verhoogde respons op nieuwe stimulus of op een gehabitueerde stimulus na
introductie van een wijziging.
Hoe meet je respons van een baby?
Geïnteresseerd: zuigen, hoofd draaien, kijken.
Verlies van intresse: niet kijken, hoofd draaien
3
, Discussies
Nature-nurture discussie
is ontwikkeling voornamelijk het product van genen, biologie en mutatie, of van ervaring, leren en
sociale invloeden?
Beide spelen een belangrijke rol, blijkt o.a. uit de:
kritische periode: een periode waarin het zenuwstelsel vooral gevoelig is voor bepaalde
stimuli in de omgeving. Als een organisme niet de juiste stimulus krijgt in de nodige periode,
dan is het onmogelijk om later in het leven bepaalde vaardigheden te ontwikkelen. (bijv.
imprinting bij ganzen)
Sensitieve periode: een periode waarin specifieke ervaringen een maximaal positief of
negatief hebben. Perioden van verhoogde plasticiteit onder invloed van specifieke factoren.
(bijv. taalontwikkeling)
Er zijn verschillende nature-nurture interacties:
Gen-omgeving interactie: mensen met verschillende genen worden op verschillende
manieren beïnvloed door de omgevingsfactoren. Sommige mensen zijn gevoeliger voor
bepaalde factoren (bijv. depressie) dan andere, en worden geactiveerd door bepaalde
omgevingsfactoren.
Gen-omgeving correlaties
o Passief genotype omgevingsfit: ouders bepalen de omgeving waarin het kind
opgroeit
o Evocatieve genotype-omgevingsfit: aangeboren karaktertrekken van het kind
roepen bepaald gedrag op uit de omgeving.
o Actief genotype-omgevingsfit: kind selecteert actief de omgeving die het best past
bij de genen.
Epigenetica: omgevingsgevoelige genen: genexpressie kan doorheen de levensloop
veranderd worden door omgevingsinvloeden.
Activity-passivity discussie
geven mensen actief vorm aan hun eigen omgeving en dragen ze bij aan hun eigen ontwikkeling, of
worden ze passief gevormd door krachten waar we geen controle over hebben?
Waar komt de wens om een gezin te stichten vandaan? Van het individu of van de
maatschappij? Hoeveel controle heeft een individu over deze ontwikkeling
Waarom verbetert emotieregulatie op oudere leeftijd? Kiezen oudere volwassenen bewust
de strategieën die het meest succesvol zijn of gebeuren deze processen automatisch en zijn
ze zich er niet van bewust?
Continuity-discontinuity discussie
Veranderen mensen geleidelijk en op kwantitieve manieren, of doorlopen ze kwalitatief verschillende
stadia en ontwikkelen ze zeer verschillende competenties en kenmerken.
Universeel-contextspecifiek discussie
Is de ontwikkeling hetzelfde van persoon tot persoon en van cultuur tot cultuur, of verschillen
ontwikkelingstrajecten aanzienlijk afhankelijk van sociale context.
4