Pathologie
Artritis → ontstekingsproces van de gewrichten.
Acute artritis kan ontstaan door verwondingen aan het gewricht, infectie van het gewricht of
infectieziekten elders in het lichaam.
Chronische artritis kan ontstaan door artrose, psoriasis (chronische huidaandoening) en reumatische
aandoeningen.
Bij reumatoïde artritis zijn de gewrichten van de knieën, enkels, voeten, handen en polsen aangedaan
Artrose → kraakbeenvermindering in een gewricht door gewrichtsontstekingen en slijtage. Het komt
vooral voor in de gewrichten van heupen, knieën en handen.
Valgus → stand afwijking van een ledemaat
Traumatologie:
Corpus alienum → vreemd lichaam
Corpus liberum → vrij lichaam
Fracturen:
Fissuur → scheur of barst in het bot
Luxatie → uit de kom
Pathologie van de thorax
Pneumothorax → klaplong. Je ziet dat het longvlies niet meer vast zit aan het thoraxskelet. De plurae
parietalis hecht niet meer aan de plurae visceralis.
Regelmatige pathologie: longcarcinoom, pleuravocht door ontstekingen of hartfalen en pneumonie
(longontsteking) waarbij de luchtruimte wordt gevuld met pus, bacteriën en micro-organismen
herkenbaar aan verhoogde dichtheid en geen midline verplaatsing.
,Elleboog, AP
1. Epicondylus medialis humeri
2. Olecranon
3. Proc. coronoideus ulnae
4. Art. radioulnaris proximalis
5. Tuberositas radii
6. Ulna
7. Corpus humeri
8. Epicondylus lateralis humeri
9. Capitulum humeri
10. Caput radii
11. Radius
Indicaties: fractuur, fissuur, luxatie, ossale
afwijkingen.
De CS staat loodrecht op de detector. De
richting van de afbeelding is anterior-
posterior.
Centreren:
- Midden: gewrichtsspleet
- Bovengrens: 8 cm proximaal van ellebooggewricht
- Ondergrens: 8 cm distaal van het ellebooggewricht
- Zijgrenzen: de epicondylen
Beoordelingscriteria:
Gewrichtsspleet is open afgebeeld, de humeruscondylen liggen symmetrisch t.o.v. de fossa olecrani,
de lengteassen van radius en ulna lopen parallel en het radiuskopje en de ulna bedekken elkaar een
beetje.
Opmerking: als patiënt de arm niet kan strekken dan…
Bij een supracondylaire fractuur wordt de bovenarm evenwijdig aan detector gelegd.
Bij een luxatie moeten de hoeken bovenarm-detector en onderarm-detector gelijk zijn.
Bij een radiuskopjefractuur wordt de onderarm evenwijdig aan detector gelegd.
,Elleboog, lateraal
1. Caput radii
2. Radius
3. Ulna
4. Proc. Coronoideus ulnae
5. Corpus humeri
6. Fossa coronoidea
7. Epicondylus medialis humeri
8. Epicondylus lateralis humeri
9. Art. humeroulnaris
10. Olecranon
Indicaties: fractuur, fissuur, luxatie,
ossale afwijkingen.
De CS staat loodrecht op de
detector. De richting van de
afbeelding is lateraal-mediaal.
Centreren:
- Midden: ellebooggewricht
- Bovengrens: 8 cm proximaal van ellebooggewricht
- Ondergrens: huid
- Zijgrenzen: 8 cm distaal van het ellebooggewricht
Beoordelingscriteria:
Humeruscondylen projecteren over elkaar, ventrale deel van het radiuskopje is vrij afgebeeld en de
lengteassen van radius en ulna lopen evenwijdig aan elkaar.
Opmerking: er kan ventraal of dorsaal van het ellebooggewricht een fat-pad-sign afgebeeld worden.
Het is een donkerdere weergave t.o.v. omliggende weefsels. Een fat-pad is een vochtophoping of
bloeduitstorting in het gewricht, wat kan wijzen op een fractuur of fissuur.
, Elleboog, schuin (radiuskopje)
1. Humerus
2. Epicondylus medialis humeri
3. Olecranon
4. Art. humeroulnaris
5. Ulna
6. Fossa olecrani
7. Epicondylus lateralis humerus
8. Art. humeroradialis
9. Caput radii
10. Radius
11. Tuberositas radii
Indicaties: fractuur of fissuur (van het
radiuskopje)
Vanuit AP stand wordt de elleboog 45 graden
geroteerd waarbij de pink loskomt van de tafel.
De CS staat loodrecht op de detector. De richting
van de afbeelding is anterior-posterior.
Centreren:
- Midden: gewrichtsspleet
- Bovengrens: 8 cm proximaal van ellebooggewricht
- Ondergrens: 8 cm distaal van het ellebooggewricht
- Zijgrenzen: de epicondylen
Beoordelingscriteria:
Het gehele radiuskopje is vrij van de ulna en de humerus afgebeeld.
Opmerking: indien de arm niet gestrekt kan worden, wordt de onderarm evenwijdig aan de detector
gehouden.