Leerdoelen sociaal werk het beroep.
Inhoud
Je kunt een beschrijving geven van de participatiemaatschappij in relatie
tot het sociaal werk......................................................................................2
Je kunt een beschrijving geven van de kenmerken van de meest
voorkomende doelgroepen in het sociaal werk............................................2
Je kunt een beschrijving geven van de verschillende vormen van
ondersteuning binnen het sociaal werk.......................................................4
Je kunt een beschrijving geven van de belangrijkste taken en
verantwoordelijkheden van een sociaal werker...........................................5
Je kunt uitleggen welke invloed de kernwaarde van het sociaal werk
hebben op de beroepshouding van de sociaal werker.................................6
Je kunt vanuit een sociologisch, antropologisch en pedagogisch perspectief
kijken, naar een uiteenlopende praktijksituaties binnen het sociaal werk.. .7
Kunt de kenmerken en verschillen beschrijven van de belangrijkste
psychologische stromingen..........................................................................7
Je kunt verschil beschrijven tussen emotionele en fysieke eenzaamheid....9
Je kunt de belangrijkste oorzaken en gevolgen beschrijven van de sociaal
maatschappelijke problemen: armoede, schulden, werkloosheid & dakloos.
...................................................................................................................10
Je kunt de symptomen herkennen van de meest voorkomende
psychiatrische stoornissen.........................................................................11
Je kunt een beschrijving geven van de 5 typen gedragsproblemen...........12
Je kunt op basis van praktijkvoorbeelden benoemen welke vorm van ggz
passend is..................................................................................................12
Je kunt op basis van een praktijkvoorbeeld herkennen welke maatregelen
uit de werkkaart zelfbeschadiging en suïcidaal gedrag toegepast............13
Je kunt een beschrijving geven over het begrip agogiek...........................13
Je kunt een beschrijving geven van de stappen uit de methodische cyclus.
...................................................................................................................13
Je kunt aan de hand van een praktijkvoorbeeld uitleggen welke fasen van
gedragsveranderingen worden doorlopen.................................................13
Je kunt beschrijven hoe empowerment, krachtwerk en motiverende
gespreksvoering kunnen worden ingezet om tot gedragsverandering te
komen,.......................................................................................................14
Je kunt een beschrijving geven van de presentiegerichte benadering.......15
Je kunt op basis van praktijkvoorbeelden verbale, psychische en fysieke
agressie herkennen....................................................................................15
Je kunt op basis van een praktijkvoorbeeld beschrijven welke stappen van
de- escalerend werken passend zijn..........................................................15
0
, Leerdoelen sociaal werk het beroep.
Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen de definitie van gezondheid
volgens de world health organization (WHO) en de definitie van positieve
gezondheid van Hubert..............................................................................16
Je kunt beschrijven hoe het spinnenweb en het actiewiel van positieve
gezondheid ingezet kunnen worden bij cliënten binnen het sociaal werk. 16
Je kunt op basis van een praktijkvoorbeeld beoordelen of de 5
kernwaarden uit de beroepscode voor professionals in het sociaal werk
juist zijn toegepast.....................................................................................17
Je kunt op basis van de situatieomschrijving benoemen wat de protocollen
van de organisatie zijn ten aanzien van agressie, ongewenst gedrag van
brandveiligheid. En wat de rol is van een professional is ten uitvoering
brengen van deze protocollen....................................................................17
Je kunt op basis van een praktijkvoorbeeld een ethisch stappenplan
toepassen...................................................................................................17
Je kunt reflecteren op het eigen handelen door middel van het
reflectiemodel van Gibbs...........................................................................18
1
, Leerdoelen sociaal werk het beroep.
Je kunt een beschrijving geven van de
participatiemaatschappij in relatie tot het sociaal werk.
In de eerste helft van 20e eeuw werd er anders gekeken naar mensen met
een beperking. Zij werden buiten de maatschappij geplaatst.
In de tweede helft van de 20e eeuw kwam er meer kennis mensen werden
“normaal” behandeld. Nederland ging van een verzorgingsstaat naar een
participatiemaatschappij.
Participatie: zoveel mogelijk mensen activeren naar betaald werk ook
mensen met een arbeidsbeperking.
Onder de participatie wet vallen de mensen die het niet redt op de werk
vloer zonder ondersteuning.
Als iemand (nog) niet kan werken wordt er naar sociale activering gezocht
(maatschappelijke activiteiten).
Je kunt een beschrijving geven van de kenmerken van de meest
voorkomende doelgroepen in het sociaal werk.
Doelgroep is een groep mensen met voor een deel dezelfde kenmerken. Meest
voorkomende doelgroepen zijn:
Jeugdigen: baby 0-1, dreumes 1-2, peuter 2-4, kleuter 4-6, schoolkind 6-10, puber 10-18.
Je kunt ze als sociaal werker tegenkomen in het wijkcentrum, of door
middel van de ouders.
Adolescenten: geen vaste leeftijd, veel bezig met zoektocht wie ze zijn,
veel lichamelijke veranderingen. Je kunt ze als sociaal werker
tegenkomen in het wijkcentrum, bij bepaalde activiteiten of als iemand
niet lekker in zijn vel zit.
Volwassen: iedereen boven de 18, belangrijke thema’s zijn: het krijgen
van kinderen, relatie met je partner, overlijden van mensen maar ook veel tegenslagen
zoals: miskraam, ontslagen worden of scheiding. Verschillende werkterrein kun je
volwassenen tegenkomen zoals: buurthuis, ggz of schuldhulpverlening.
Ouderen: van 65 jaar of ouder, ook wel late volwassenheid genoemd, soms hebben ze
algemene ontwikkeling punten zoals: langer nodig om informatie te verwerken,
geheugenproblemen. Maar ook lichamelijke veranderingen zoals: grijze haren, slappe
huid, slechter gehoor. Maar ook op het gebied van sociale contacten kan er wat
veranderen namelijk: mensen komen te overlijden, iemand gaat met pensioen en heeft
geen collega’s meer maar ook kan het zijn de ze (overgroot) opa of oma worden. Je kunt
ze als sociaal werker tegenkomen met de problemen zoals eenzaamheid.
Mensen met een beperking: 4 soorten beperkingen.
Verstandelijke beperking: loopt achter in de verstandelijke ontwikkeling, moeite met
leren, denken, taal en praktische vaardigheden (intelligentie). Een algemeen kenmerk is
het hebben van adaptief vermogen: is iemand in staat zich aan te passen aan eisen en
verwachtingen die passen bij de leeftijd en cultuur. Hoe zwaarder de beperking hoe
minder goed het adaptieve vermogen is.
Lichamelijke beperking: aandoening die niet zichtbaar is en Zonder hulp kan leiden
sommigen hebben ook veel hulp nodig. Vaak is bewegen moeilijker
de lichamelijke beperking kan ontstaan bij tijdens de geboorte maar
ook door bijvoorbeeld een ongeluk. Door de lichamelijke beperking
2
Inhoud
Je kunt een beschrijving geven van de participatiemaatschappij in relatie
tot het sociaal werk......................................................................................2
Je kunt een beschrijving geven van de kenmerken van de meest
voorkomende doelgroepen in het sociaal werk............................................2
Je kunt een beschrijving geven van de verschillende vormen van
ondersteuning binnen het sociaal werk.......................................................4
Je kunt een beschrijving geven van de belangrijkste taken en
verantwoordelijkheden van een sociaal werker...........................................5
Je kunt uitleggen welke invloed de kernwaarde van het sociaal werk
hebben op de beroepshouding van de sociaal werker.................................6
Je kunt vanuit een sociologisch, antropologisch en pedagogisch perspectief
kijken, naar een uiteenlopende praktijksituaties binnen het sociaal werk.. .7
Kunt de kenmerken en verschillen beschrijven van de belangrijkste
psychologische stromingen..........................................................................7
Je kunt verschil beschrijven tussen emotionele en fysieke eenzaamheid....9
Je kunt de belangrijkste oorzaken en gevolgen beschrijven van de sociaal
maatschappelijke problemen: armoede, schulden, werkloosheid & dakloos.
...................................................................................................................10
Je kunt de symptomen herkennen van de meest voorkomende
psychiatrische stoornissen.........................................................................11
Je kunt een beschrijving geven van de 5 typen gedragsproblemen...........12
Je kunt op basis van praktijkvoorbeelden benoemen welke vorm van ggz
passend is..................................................................................................12
Je kunt op basis van een praktijkvoorbeeld herkennen welke maatregelen
uit de werkkaart zelfbeschadiging en suïcidaal gedrag toegepast............13
Je kunt een beschrijving geven over het begrip agogiek...........................13
Je kunt een beschrijving geven van de stappen uit de methodische cyclus.
...................................................................................................................13
Je kunt aan de hand van een praktijkvoorbeeld uitleggen welke fasen van
gedragsveranderingen worden doorlopen.................................................13
Je kunt beschrijven hoe empowerment, krachtwerk en motiverende
gespreksvoering kunnen worden ingezet om tot gedragsverandering te
komen,.......................................................................................................14
Je kunt een beschrijving geven van de presentiegerichte benadering.......15
Je kunt op basis van praktijkvoorbeelden verbale, psychische en fysieke
agressie herkennen....................................................................................15
Je kunt op basis van een praktijkvoorbeeld beschrijven welke stappen van
de- escalerend werken passend zijn..........................................................15
0
, Leerdoelen sociaal werk het beroep.
Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen de definitie van gezondheid
volgens de world health organization (WHO) en de definitie van positieve
gezondheid van Hubert..............................................................................16
Je kunt beschrijven hoe het spinnenweb en het actiewiel van positieve
gezondheid ingezet kunnen worden bij cliënten binnen het sociaal werk. 16
Je kunt op basis van een praktijkvoorbeeld beoordelen of de 5
kernwaarden uit de beroepscode voor professionals in het sociaal werk
juist zijn toegepast.....................................................................................17
Je kunt op basis van de situatieomschrijving benoemen wat de protocollen
van de organisatie zijn ten aanzien van agressie, ongewenst gedrag van
brandveiligheid. En wat de rol is van een professional is ten uitvoering
brengen van deze protocollen....................................................................17
Je kunt op basis van een praktijkvoorbeeld een ethisch stappenplan
toepassen...................................................................................................17
Je kunt reflecteren op het eigen handelen door middel van het
reflectiemodel van Gibbs...........................................................................18
1
, Leerdoelen sociaal werk het beroep.
Je kunt een beschrijving geven van de
participatiemaatschappij in relatie tot het sociaal werk.
In de eerste helft van 20e eeuw werd er anders gekeken naar mensen met
een beperking. Zij werden buiten de maatschappij geplaatst.
In de tweede helft van de 20e eeuw kwam er meer kennis mensen werden
“normaal” behandeld. Nederland ging van een verzorgingsstaat naar een
participatiemaatschappij.
Participatie: zoveel mogelijk mensen activeren naar betaald werk ook
mensen met een arbeidsbeperking.
Onder de participatie wet vallen de mensen die het niet redt op de werk
vloer zonder ondersteuning.
Als iemand (nog) niet kan werken wordt er naar sociale activering gezocht
(maatschappelijke activiteiten).
Je kunt een beschrijving geven van de kenmerken van de meest
voorkomende doelgroepen in het sociaal werk.
Doelgroep is een groep mensen met voor een deel dezelfde kenmerken. Meest
voorkomende doelgroepen zijn:
Jeugdigen: baby 0-1, dreumes 1-2, peuter 2-4, kleuter 4-6, schoolkind 6-10, puber 10-18.
Je kunt ze als sociaal werker tegenkomen in het wijkcentrum, of door
middel van de ouders.
Adolescenten: geen vaste leeftijd, veel bezig met zoektocht wie ze zijn,
veel lichamelijke veranderingen. Je kunt ze als sociaal werker
tegenkomen in het wijkcentrum, bij bepaalde activiteiten of als iemand
niet lekker in zijn vel zit.
Volwassen: iedereen boven de 18, belangrijke thema’s zijn: het krijgen
van kinderen, relatie met je partner, overlijden van mensen maar ook veel tegenslagen
zoals: miskraam, ontslagen worden of scheiding. Verschillende werkterrein kun je
volwassenen tegenkomen zoals: buurthuis, ggz of schuldhulpverlening.
Ouderen: van 65 jaar of ouder, ook wel late volwassenheid genoemd, soms hebben ze
algemene ontwikkeling punten zoals: langer nodig om informatie te verwerken,
geheugenproblemen. Maar ook lichamelijke veranderingen zoals: grijze haren, slappe
huid, slechter gehoor. Maar ook op het gebied van sociale contacten kan er wat
veranderen namelijk: mensen komen te overlijden, iemand gaat met pensioen en heeft
geen collega’s meer maar ook kan het zijn de ze (overgroot) opa of oma worden. Je kunt
ze als sociaal werker tegenkomen met de problemen zoals eenzaamheid.
Mensen met een beperking: 4 soorten beperkingen.
Verstandelijke beperking: loopt achter in de verstandelijke ontwikkeling, moeite met
leren, denken, taal en praktische vaardigheden (intelligentie). Een algemeen kenmerk is
het hebben van adaptief vermogen: is iemand in staat zich aan te passen aan eisen en
verwachtingen die passen bij de leeftijd en cultuur. Hoe zwaarder de beperking hoe
minder goed het adaptieve vermogen is.
Lichamelijke beperking: aandoening die niet zichtbaar is en Zonder hulp kan leiden
sommigen hebben ook veel hulp nodig. Vaak is bewegen moeilijker
de lichamelijke beperking kan ontstaan bij tijdens de geboorte maar
ook door bijvoorbeeld een ongeluk. Door de lichamelijke beperking
2