INHOUDSOPGAVE
Hoorcollege 1: inleiding methodenleer ............................................................................................................ 2
Hoorcollege 2: Verbanden tussen variabelen ................................................................................................... 9
Hoorcollege 3: Validiteit en betrouwbaarheid................................................................................................ 15
Hoorcollege 4: Kwalitatief onderzoek ............................................................................................................ 25
Hoorcollege 5 + 6: Steekproeftrekking ........................................................................................................... 32
Hoorcollege 7 en 8 ......................................................................................................................................... 41
Hoorcollege 9: Experimenten ......................................................................................................................... 53
Hoorcollege 10 ............................................................................................................................................... 61
Hoorcollege 11 ............................................................................................................................................... 67
,HOORCOLLEGE 1: INLEIDING METHODENLEER
Wat is wetenschappelijk onderzoek?
- Produceren: wetenschap is een continu proces
o Als wetenschappelijk onderzoeken, aan de universiteit of een instituut. Of in de praktijk
- Kennis: als beschrijving
o Niet ambigu (verschillende betekenissen mogelijk)
o Jargon (e.g. constructen) (taalgebruik dat niet bekend is buiten de groep die het gebruikt)
o Als verklaring: idealiter resulterend in een theorie
o Let op: kennis verwijst niet naar de ultieme waarheid
- Consumeren:
o Binnen de journalistiek
o Belangrijke besluitvorming
▪ Medisch, politiek, bedrijven
- Proces: De methode van empirisch onderzoek en logisch redeneren door middel waarvan kennis wordt
verworven, getoetst en/of bijgesteld → rode draad doorheen deze gehele cursus
- Product: Een logische structuur van kennis die ons iets zegt over hoe of waarom iets is (d.w.z.,
wetmatigheden en theorieën)
- Product: kennis
- Als beschrijving
o Niet ambigu
, o Eventueel d.m.v. concepten en constructen (woorden die verwijzen naar een specifieke
beschrijving
- Als verklaring en voorspelling
o Eventueel resulterend in theorieën
- Let op: kennis verwijst niet naar de ultieme waarheid
- Het is beter te begrijpen als een toestand waarin we het dichtsbij de waarheid zijn als waar we tot nu
toe hebben kunnen komen
▪ → Wetenschap is een continu proces!
Verschillende benaderingen
- Wetenschappelijk methode van onderzoek
- Survey
- Experimenten
- Veldonderzoek
- Beschikbare data
- Voorbeeld:
o Altruïsme – “Onbaatzuchtigheid (tegenstelling: egoïsme)” (Van Dale, 2023)
▪ = hulpgedrag dat puur wordt gemotiveerd uit het verlangen om anderen te helpen,
zonder te anticiperen op persoonlijke beloningen en dat vaak ten koste van de
helpende.
- → Kritisch: onderzoeksresultaten niet zomaar voor waar aannemen
- → Kwaliteit van onderzoek: betrouwbaarheid en validiteit
- → Anderen toestaan het tegendeel te bewijzen (=falsificeerbaarheid)
Survey
- Mogelijke vragen:
o Hoe vaak komen altruïstische gedragingen voor in de TiU studentpopulatie?
o Hoe hangen deze gedragingen samen met persoonskenmerken?
- Onderzoeksopzet:
o Vragenlijst opstellen
o Vragenlijst voorleggen
o Verzamelde data analyseren
Experimenten
- Mogelijke vragen
o Wat maakt dat iemand altruïstisch gedrag vertoont?
o Wat verklaart verschillen in altruïsme tussen personen/situaties?
- Theorie zegt:
o De mate van altruïsme hangt af van de mate waarin iemand zich deel voelt uitmaken van de
gemeenschap waarin men wederzijds hulp aanbiedt, elkaar aanmoedigt en om elkaar geeft
(Twenge, 2007).
- Onderzoeksopzet:
o Twee groepen studenten
o Zorgen dat studenten in de ene groep zich thuis voelen en studenten in de andere groep niet (=
manipulatie)
o Meten van altruïsme in beide groepen
Veldonderzoek
- Mogelijke vragen
o Hoe manifesteert altruïsme zich onder studenten?
o Hoe dragen leiderschapsgedragingen bij aan altruïstische gedragingen van teamleden?
o Hoe draagt de cultuur binnen vrijwilligersorganisaties bij aan het morele zelfbeeld van
vrijwilligers?
- Onderzoeksopzet:
o Benadering bepalen (interviews, observaties?)
, o Rol van onderzoeker bepalen (deelnemer/onderzoeker, zich al dan niet kenbaar maken,
persoonlijke band met deelnemers?)
Beschikbare data
- Mogelijke vragen:
o Wat is de invloed geweest van een ingrijpende gebeurtenis (e.g., 9/11) op altruïstisch gedrag
van individuen direct na de gebeurtenis?
o Wat is de relatie tussen fysieke nabijheid 9/11 en altruïsme?
o Wat is het verschil in altruïsme tussen werknemers van een grote multinational die werkzaam zijn
in verschillende landen?
- Mogelijke benaderingen:
o Bekijken van aantal en/of inhoud van Facebook-berichten over dit onderwerp
o Eventueel gebruik maken van big data (e.g., GPS en zoekopdrachten)
o Eventueel data van bestaand onderzoek samenvoegen
3.Het wetenschappelijk proces
Onderzoeksvraag:
- Hoe ervaren docenten het social media gebruik van jongeren op school?
Observatie:
- Docenten ervaren het gebruik van social media onder jongeren als problematisch voor de leerprestaties
van de jongeren
Hoorcollege 1: inleiding methodenleer ............................................................................................................ 2
Hoorcollege 2: Verbanden tussen variabelen ................................................................................................... 9
Hoorcollege 3: Validiteit en betrouwbaarheid................................................................................................ 15
Hoorcollege 4: Kwalitatief onderzoek ............................................................................................................ 25
Hoorcollege 5 + 6: Steekproeftrekking ........................................................................................................... 32
Hoorcollege 7 en 8 ......................................................................................................................................... 41
Hoorcollege 9: Experimenten ......................................................................................................................... 53
Hoorcollege 10 ............................................................................................................................................... 61
Hoorcollege 11 ............................................................................................................................................... 67
,HOORCOLLEGE 1: INLEIDING METHODENLEER
Wat is wetenschappelijk onderzoek?
- Produceren: wetenschap is een continu proces
o Als wetenschappelijk onderzoeken, aan de universiteit of een instituut. Of in de praktijk
- Kennis: als beschrijving
o Niet ambigu (verschillende betekenissen mogelijk)
o Jargon (e.g. constructen) (taalgebruik dat niet bekend is buiten de groep die het gebruikt)
o Als verklaring: idealiter resulterend in een theorie
o Let op: kennis verwijst niet naar de ultieme waarheid
- Consumeren:
o Binnen de journalistiek
o Belangrijke besluitvorming
▪ Medisch, politiek, bedrijven
- Proces: De methode van empirisch onderzoek en logisch redeneren door middel waarvan kennis wordt
verworven, getoetst en/of bijgesteld → rode draad doorheen deze gehele cursus
- Product: Een logische structuur van kennis die ons iets zegt over hoe of waarom iets is (d.w.z.,
wetmatigheden en theorieën)
- Product: kennis
- Als beschrijving
o Niet ambigu
, o Eventueel d.m.v. concepten en constructen (woorden die verwijzen naar een specifieke
beschrijving
- Als verklaring en voorspelling
o Eventueel resulterend in theorieën
- Let op: kennis verwijst niet naar de ultieme waarheid
- Het is beter te begrijpen als een toestand waarin we het dichtsbij de waarheid zijn als waar we tot nu
toe hebben kunnen komen
▪ → Wetenschap is een continu proces!
Verschillende benaderingen
- Wetenschappelijk methode van onderzoek
- Survey
- Experimenten
- Veldonderzoek
- Beschikbare data
- Voorbeeld:
o Altruïsme – “Onbaatzuchtigheid (tegenstelling: egoïsme)” (Van Dale, 2023)
▪ = hulpgedrag dat puur wordt gemotiveerd uit het verlangen om anderen te helpen,
zonder te anticiperen op persoonlijke beloningen en dat vaak ten koste van de
helpende.
- → Kritisch: onderzoeksresultaten niet zomaar voor waar aannemen
- → Kwaliteit van onderzoek: betrouwbaarheid en validiteit
- → Anderen toestaan het tegendeel te bewijzen (=falsificeerbaarheid)
Survey
- Mogelijke vragen:
o Hoe vaak komen altruïstische gedragingen voor in de TiU studentpopulatie?
o Hoe hangen deze gedragingen samen met persoonskenmerken?
- Onderzoeksopzet:
o Vragenlijst opstellen
o Vragenlijst voorleggen
o Verzamelde data analyseren
Experimenten
- Mogelijke vragen
o Wat maakt dat iemand altruïstisch gedrag vertoont?
o Wat verklaart verschillen in altruïsme tussen personen/situaties?
- Theorie zegt:
o De mate van altruïsme hangt af van de mate waarin iemand zich deel voelt uitmaken van de
gemeenschap waarin men wederzijds hulp aanbiedt, elkaar aanmoedigt en om elkaar geeft
(Twenge, 2007).
- Onderzoeksopzet:
o Twee groepen studenten
o Zorgen dat studenten in de ene groep zich thuis voelen en studenten in de andere groep niet (=
manipulatie)
o Meten van altruïsme in beide groepen
Veldonderzoek
- Mogelijke vragen
o Hoe manifesteert altruïsme zich onder studenten?
o Hoe dragen leiderschapsgedragingen bij aan altruïstische gedragingen van teamleden?
o Hoe draagt de cultuur binnen vrijwilligersorganisaties bij aan het morele zelfbeeld van
vrijwilligers?
- Onderzoeksopzet:
o Benadering bepalen (interviews, observaties?)
, o Rol van onderzoeker bepalen (deelnemer/onderzoeker, zich al dan niet kenbaar maken,
persoonlijke band met deelnemers?)
Beschikbare data
- Mogelijke vragen:
o Wat is de invloed geweest van een ingrijpende gebeurtenis (e.g., 9/11) op altruïstisch gedrag
van individuen direct na de gebeurtenis?
o Wat is de relatie tussen fysieke nabijheid 9/11 en altruïsme?
o Wat is het verschil in altruïsme tussen werknemers van een grote multinational die werkzaam zijn
in verschillende landen?
- Mogelijke benaderingen:
o Bekijken van aantal en/of inhoud van Facebook-berichten over dit onderwerp
o Eventueel gebruik maken van big data (e.g., GPS en zoekopdrachten)
o Eventueel data van bestaand onderzoek samenvoegen
3.Het wetenschappelijk proces
Onderzoeksvraag:
- Hoe ervaren docenten het social media gebruik van jongeren op school?
Observatie:
- Docenten ervaren het gebruik van social media onder jongeren als problematisch voor de leerprestaties
van de jongeren