100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Geschiedenis Historische Context Duitsland

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
16
Geüpload op
09-03-2025
Geschreven in
2023/2024

Dit is een samenvatting van de gehele historische context Duitsland, die wordt teruggevraagd in het havo en vwo eindexamen. De samenvatting bevat een chronologische weergave van Duitsland tussen 1870 en 1990. Belangrijke begrippen en personen zijn gemarkeerd om zo een duidelijk overzicht te hebben. De kenmerkende aspecten van deze historische context zijn verwerkt in de samenvatting om een koppeling tussen het KA en de theorie te hebben.

Meer zien Lees minder










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
School jaar
5

Documentinformatie

Geüpload op
9 maart 2025
Aantal pagina's
16
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Geschiedenis samenvatting Historische Context: Duitsland
 De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving (§8.1)
 De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme,
confessionalisme en feminisme (§8.1)
 De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie (§8.1)
De Duitse eenheid komt tot stand
 Duitsland was eeuwenlang verdeeld in staten.
 Otto von Bismarck, Rijkskanselier (leider van de regering) van het koninkrijk Pruisen, wist deze staten bijeen te
brengen door de Frans-Duitse oorlog (1870-1871).
 18 januari 1871 riepen de Duitse vorsten het Duitse keizerrijk uit.
 Door plechtigheid in buitenland werd niet één van de Duitse staten bevoordeeld.
 Eenwording Duitsland tot stand gekomen door nationalisme.
 Cultuur van het nieuwe Duitsland is militaristisch van karakter.

Staatsinrichting met grote macht van de keizer
 Duitsland werd daarna verdeeld in kiesdistricten, die elk met algemeen kiesrecht voor mannen een afgevaardigde
voor de Rijksdag (volksvertegenwoordiging) kozen.
 De keizer had grote macht: hij mocht de Rijkskanselier benoemen en ontslaan en was militair opperbevelhebber.
 De Rijkskanselier benoemde de ministers.
 De Rijksdag had minder macht: mocht niet de Rijkskanselier en zijn ministers ter verantwoording roepen of tot
aftreden dwingen.
 De Rijksdag kon zowel door de Rijkskanselier als door de Bondsraad ontbonden worden.
 Afgevaardigden van de deelstaten vormden in Berlijn samen de Bondsraad.

Politieke stromingen
 Conservatieven en nationaalliberalen: vooral aanhang onder de hogere lagen van de bevolking.
 Centrumpartij (ook het Centrum genoemd): vooral aanhang onder de katholieke bevolking.
 Socialisten: vooral aanhang onder industriearbeiders.

Gelaagdheid van de bevolking
 Adel, officieren en hoge ambtenaren: beheersten de openbare mening.
 De adel ontleende aanzien en rijkdom aan grootgrondbezit.
 Hoge officieren hadden nog meer prestige, maar waren meestal ook van adel.
 Grote fabrikanten en bankiers: verkeerden in ‘de hoogste kringen’.
 Werknemers in de dienstensector, lagere ambtenaren, kleine ondernemers, chefs van afdelingen van grote
ondernemingen: niet veel aanzien.
 Boeren, arbeiders in de landbouw en industrie, lagere ambtenaren: stonden onderaan in de samenleving.
 Meeste boeren waren trouw aan de overheid en hun religie, ze merkten maar weinig van de toenemende
welvaart.

Alliantiepolitiek van Bismarck
 Het nieuwe Duitse keizerrijk was een politieke en militaire grootmacht.
 Door de snelle industrialisatie was het ook een economische grootmacht geworden.
 Bismarck was tevreden met de grenzen, maar zag dat Duitsland min of meer omsingeld was door sterke
mogendheden.
 Zijn buitenlandse beleid was er op gericht door een alliantiepolitiek het bestaande machtsevenwicht te handhaven.
 Door het sluiten van allianties wilde Bismarck zowel Duitslands positie in de wereld versterken als de vrede
handhaven (consolidatie afdwingen)
 Conferentie van Berlijn: door Europese staten en de VS werden afspraken gemaakt over de verdeling van Afrika.

Weltpolitik van Wilhelm II
 Wilhelm II versterkte de positie van de keizer.
 Zijn regering kreeg steeds meer autocratische trekken.
 Bismarck werd ontslagen (1890).
 Beëindigd verbond met Rusland.
 Wilhelm ‘consolideert’ met offensieve politiek.

 Duitsland was niet langer tevreden met de bestaande situatie, maar wilde een belangrijkere plaats op het
wereldtoneel.
 De Duitse Weltpolitik was in eerste instantie gericht op overzees imperialisme.
 Na de Duitse Vlootwet van 1898 werd een oorlogsvloot gebouwd met slagschepen die het tegen de vloot van Groot-
Brittannië moest opnemen.
 Groot-Brittannië en Frankrijk bleken te sterk (Weltpolitik had dus geen succes) en Duitsland ging zijn blik meer op het
Europese continent richten.
 De internationale ambities van Duitsland gingen samen met sterke economische groei en toenemend militarisme.
 Zowel Duitsland als andere Europese grootmachten zochten in bondgenootschappen steeds meer steun.
 Het voeren van de eerste wereldoorlog (§8.2)

1

,Dieper liggende oorzaken
Militarisme
 Na de Frans-Duitse Oorlog werden oorlogsplannen uitgewerkt door de generale staven van de legers.
 Zij hadden een grote invloed in de politiek, zeker in Duitsland en Frankrijk.
 De Franse en Duitse regeringen vonden een sterk leger noodzakelijk.
 Oorlog werd gezien als een bruikbaar middel om de belangen van het vaderland te dienen.

Imperialisme
 Toenemend imperialisme leidde tot conflicten tussen Engeland, Frankrijk en Duitsland.
 Frankrijk en Duitsland wilden zich niet neerleggen bij het Engelse overwicht.
 Er ontstond een wedloop om zoveel mogelijk koloniaal grondgebied in Afrika te verwerven.

Nationalisme
 Grote liefde voor eigen land, volk en cultuur.
 Duitsland wilde kolonies: ‘een plek onder de zon’.
 Kolonies waren handig voor grondstoffenindustrie.
 Sommige bevolkingsgroepen wilden zich losmaken van de staat waarin ze leefden en gingen samenwerken met aan
hen verwante staten.
 Slavisch nationalisme op Balkan.
 Sommige staten maakten aanspraak op gebieden in andere staten, waarin aan hen verwante minderheden leefden.
 Bijvoorbeeld: Frankrijk wilde het afgepakte Elzas-Lotharingen terug nadat Duitsland het had afgenomen.

Bewapeningswedloop
 Race om zoveel mogelijk en zo krachtig mogelijke wapens te produceren.
 Regeringen gingen steeds meer geld uitgeven aan de versterking van hun leger.
 Als men een sterk leger had, stond men ook bij een vreedzame regeling van conflicten sterk.

Bondgenootschappen vergoten de kans op conflicten
 Regeringen gingen op zoek naar bondgenoten uit angst voor andere Europese staten.
 Doordat de regeringen bondgenoten hadden, gedroegen zij zich onvoorzichtiger.
 Ook kon onenigheid tussen twee landen uitgroeien tot een conflict, doordat beide landen bondgenoten hadden.

Afbrokkeling veelvolkerenstaten
 Oostenrijk-Hongarije (veelvolkerenstaat) neemt Bosnië in.
 Serven woedend. Willen Bosnië bij Servië.
 Rusland steunde Serven als broedervolk en om verkrijgen ‘warme havens’.

 Sinds 1882 bestond er een bondgenootschap tussen
Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië (Triple Alliantie).
 Vooral gericht tegen Frankrijk.
 Groot-Brittannië zocht toenadering tot het Europese
vasteland (Frankrijk en Rusland), onder andere als gevolg
van de Weltpolitik van Duitsland.
 In 1907 sloten Engeland, Frankrijk en Rusland een
bondgenootschap (Triple Entente).

Aanleiding (directe oorzaak) van de Eerste Wereldoorlog
Moordaanslag in Sarajevo op Oostenrijkse troonopvolger
 Op 28 juni 1914 kwamen aartshertog Frans Ferdinand, de
troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, en zijn echtgenote op bezoek in Sarajevo (Bosnië).
 Oostenrijk-Hongarije had in 1878 de Turken uit Bosnië verdreven en had het gebied in 1908 als provincie
ingelijfd, dit had grote onvrede gewekt bij de Serviërs in Bosnië.
 De staat Servië steunde het streven naar onafhankelijkheid van de Slavische bevolking die onder Oostenrijk-
Hongaars bestuur leefden.
 Met medeweten van de Servische regering organiseerden Serviërs in Bosnië nationalistische groepen.
 Frans Ferdinand en zijn echtgenote werden neergeschoten.

De moord leidt tot een wereldoorlog
 Oostenrijk-Hongarije wilde dat Servië zich niet meer zou bemoeien met de Slavische nationalisten, de kans was groot
dat de grote Slavische staat Rusland Servië te hulp zou komen.
 Oostenrijk-Hongarije zocht steun bij Duitsland, Duitsland gaf deze steun.
 Oostenrijk-Hongarije stuurde Servië een ultimatum met harde eisen.
 Servië verwierp een deel van het ultimatum, rekenend op de steun van Rusland.
 28 juli: Oostenrijk-Hongarije verklaart de oorlog aan Servië.
 Daarna kwam een kettingreactie van mobilisatie en oorlogsverklaringen op gang.
 De Centralen kwamen tegenover de Geallieerden te staan.



2

,  §8.3
Alle betrokkenen gaan enthousiast de oorlog in
 Nationalisme en militarisme hadden de vaderlandsliefde en de strijdlust aangewakkerd.
 Men was overtuigd van het eigen gelijk en bereid ervoor te vechten.
 Daarnaast was men overtuigd van de eigen superioriteit.

Het Von Schlieffenplan mislukt
 De Duitse opperbevelhebber (Von Molkte) het Von Schlieffenplan (om tweefrontenoorlog te voorkomen) in
werking.
 De bedoeling was om de sterke Franse verdediging aan de Frans-Duitse grens te omzeilen.
 De hoofdmacht van het Duitse leger moest daarom door België naar Noord-Frankrijk trekken.
 Het Franse leger moest zijn verslagen vóór het Russische leger in het oosten in actie kon komen (snelheid was
belangrijk).

 Het Von Schlieffenplan mislukte door drie factoren:
 Sterke tegenstand van de Belgen, wreed onderdrukt.
 Door de tegenstand van de Belgen en de angst van het leger om neergeschoten te worden door burgers,
besloot de Duitse opperbevelhebber tot brandstichting, deportatie en doodschieten van burgers.
 Deel Duitse leger naar Oostfront.
 Doordat de Duitse opmars in België trager verliep dan verwacht, moest een deel van de Duitse troepen aan
het Westfront naar het Oostfront worden gezonden. In Oost-Europa ontstond een bewegingsoorlog met
veel troepenverplaatsingen.
 Definitieve mislukking Von Schlieffenplan na Slag bij de Marne.
 Bij de Marne ging een Brits-Frans leger tot de tegenaanval over, daarbij werd een gat van 40km geslagen
tussen het Eerste en het Tweede Duitse leger. Von Moltke besloot tot het terugtrekken van de Duitse troepen.

Na Slag bij de Marne volgt jarenlange loopgravenoorlog
 Over een breedte van ruim 500km groeven de soldaten zich in België en Noord-Frankrijk tegenover elkaar in.
 Westfront werd een loopgravenoorlog, Oostfront bleef bewegingsoorlog.

 Kenmerken van de loopgravenoorlog waren:
 De vijandelijke legers stonden in loopgraven tegenover elkaar met een ‘niemandsland’ ertussen.
 Maandenlang leefden de soldaten in de loopgraven.
 Regelmatig werden aanvallen ondernomen die doorgaans weinig of geen terreinwinst opleverden. Het
stormlopen tegen ingegraven verdedigers was zeer moeilijk.
 Het aantal doden en gewonden was vooral onder de aanvallende partij buitengewoon groot.

Verdun en de Somme, uitputtingsslagen als tactiek
 De generaals en politieke leiders zagen de enorme verliezen aan mensenlevens als onvermijdelijk en gingen ervan
uit dat de vijand eerder dan zijzelf de strijd zou opgeven bij gebrek aan voldoende mankracht.
 De Duitse generaals probeerden in 1916 een beslissing te forceren door al hun aanvalskracht op één punt te
concentreren (Verdun).
 Het belangrijkste doel was niet Verdun in te nemen, maar de Fransen die deze stad verdedigden, grote verliezen
toe te brengen.

 De Engelsen waren de Fransen bij Verdun niet te hulp gekomen, ze waren bezig met een eigen offensief in de buurt
van Ieper.
 1 juli 1916: de Engelsen begonnen samen te werken met de Fransen, een grote aanval aan de Somme (weinig
succes).
 Vooral om het front bij Verdun te ontlasten.

Meer verwoestingen, thuisfront meer bij de oorlog betrokken en vooral in Duitsland grote schaarste
 Burgers aan het thuisfront werden veel meer bij de oorlog betrokken dan bij vorige oorlogen.
 De bevolking van Duitsland werd getroffen door de Geallieerde zeeblokkade.

Het keizerrijk komt ten val, het einde van de oorlog
 Eind 1917 verbeterde de situatie voor Duitsland aan het Oostfront.
 Rusland bleek na de Oktoberrevolutie bereid tot het sluiten van de voor Rusland zeer nadelige Vrede van Brest-
Litovsk.
 Duitsland kon nu met meer troepen een nieuw offensief aan het Westfront beginnen (mislukte).
 De Geallieerden kregen aan het Westfront versterking door het deelnemen van de VS aan de oorlog.

 In vier stappen kwam het keizerrijk ten val:
1. Wilhelm II benoemde een nieuwe regering, die de steun had van de Rijksdag, om vredesonderhandelingen te
beginnen.




3
€6,50
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
britttoerse

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
britttoerse
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
21
Laatst verkocht
2 dagen geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen