Nederlands samenvattingen Drogredenen en Argumentatiestructuren
Drogredenen
Er bestaan maar liefst 12 verschillende soorten drogredenen. Hieronder kun je lezen welke dat
zijn. Ook geven we telkens een voorbeeld om de drogreden te verduidelijken.
De onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
Er wordt gedaan alsof er een verband is tussen de oorzaak en het gevolg van iets, terwijl dit
verband niet bestaat of niet bewezen is. Voorbeeld:
Sinds het verboden is om te appen op te fiets, zijn er minder dodelijke verkeersongevallen
geweest. Appen op de fiets zorgt dus voor veel doden.
Het kan ook toeval zijn dat er minder dodelijke verkeersongevallen zijn geweest. Het is niet
bewezen dat appen op de fiets zorgt voor veel doden, dus dit is geen sterk argument.
De verkeerde vergelijking
Er worden twee zaken onterecht met elkaar vergeleken. Dit zijn dus zaken die eigenlijk niet te
vergelijken zijn. Voorbeeld:
Geschiedenislessen zijn helemaal niet belangrijk. Oude kleren gooi je toch ook gewoon weg?
In dit voorbeeld worden geschiedenislessen vergeleken met oude kleren. Dit is geen sterk
argument, omdat dit onlogische en geen relevante dingen zijn om met elkaar te vergelijken.
De overhaaste generalisatie
Er wordt uit een enkel geval of een enkele situatie een conclusie getrokken die voor alle gevallen
geldt. Voorbeeld:
Mijn oma dronk elke dag 3 glazen cola en zij is 92 jaar oud geworden. Het drinken van cola is
dus gezond.
Het feit dat één persoon toevallig cola dronk en oud werd, is geen bewijs om te kunnen
zeggen dat cola gezond is. Misschien zou deze persoon wel 100 zijn geworden als ze geen
cola had gedronken.
De cirkelredenering
Er wordt eigenlijk helemaal geen argument gegeven, maar het standpunt wordt in andere
woorden herhaald. In een cirkelredenering wordt dus geen nieuwe informatie
gegeven. Voorbeeld:
Ik vind vrijheid van meningsuiting erg belangrijk, omdat ik vind dat iedereen moet kunnen
zeggen wat hij of zij denkt.
In dit voorbeeld wordt er twee keer hetzelfde gezegd. Je kunt de cirkelredenering
omdraaien: Ik vind dat iedereen moet kunnen zeggen wat hij of zij denkt, omdat ik vrijheid
van meningsuiting erg belangrijk vind. De vraag blijft: waaróm vindt deze persoon dit zo
belangrijk? Er is dus geen onderbouwing van het standpunt, wat het een zwakke
argumentatie maakt.
De persoonlijke aanval
De persoon (de ‘tegenstander’) wordt aangevallen en niet zijn of haar argumenten. Voorbeeld:
Jij weet helemaal niks over gezond en gevarieerd eten, je bent zelf veel te zwaar!
Door iemand persoonlijk aan te vallen, trek je zijn of haar geloofwaardigheid in twijfel,
terwijl hier geen reden voor is. Iemand die te zwaar is kan best veel weten over gezond en
gevarieerd eten. Er wordt hier op de man gespeeld in plaats van op de bal.
Het ontduiken van de bewijslast
Er wordt niks bewezen; er wordt gedaan alsof er geen bewijs nodig is. Voorbeeld:
Die voetballer had rood moeten krijgen voor die actie! Iedereen kent toch de regels van
voetbal?
Soms wordt er bij het ontduiken van bewijslast ook geprobeerd om de ander het tegendeel te
laten bewijzen. De bewijslast wordt dus omgedraaid. Voorbeeld:
Natuurlijk moeten we meer bewegen, geef me één goede reden om dit niet te doen?!
1
Drogredenen
Er bestaan maar liefst 12 verschillende soorten drogredenen. Hieronder kun je lezen welke dat
zijn. Ook geven we telkens een voorbeeld om de drogreden te verduidelijken.
De onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
Er wordt gedaan alsof er een verband is tussen de oorzaak en het gevolg van iets, terwijl dit
verband niet bestaat of niet bewezen is. Voorbeeld:
Sinds het verboden is om te appen op te fiets, zijn er minder dodelijke verkeersongevallen
geweest. Appen op de fiets zorgt dus voor veel doden.
Het kan ook toeval zijn dat er minder dodelijke verkeersongevallen zijn geweest. Het is niet
bewezen dat appen op de fiets zorgt voor veel doden, dus dit is geen sterk argument.
De verkeerde vergelijking
Er worden twee zaken onterecht met elkaar vergeleken. Dit zijn dus zaken die eigenlijk niet te
vergelijken zijn. Voorbeeld:
Geschiedenislessen zijn helemaal niet belangrijk. Oude kleren gooi je toch ook gewoon weg?
In dit voorbeeld worden geschiedenislessen vergeleken met oude kleren. Dit is geen sterk
argument, omdat dit onlogische en geen relevante dingen zijn om met elkaar te vergelijken.
De overhaaste generalisatie
Er wordt uit een enkel geval of een enkele situatie een conclusie getrokken die voor alle gevallen
geldt. Voorbeeld:
Mijn oma dronk elke dag 3 glazen cola en zij is 92 jaar oud geworden. Het drinken van cola is
dus gezond.
Het feit dat één persoon toevallig cola dronk en oud werd, is geen bewijs om te kunnen
zeggen dat cola gezond is. Misschien zou deze persoon wel 100 zijn geworden als ze geen
cola had gedronken.
De cirkelredenering
Er wordt eigenlijk helemaal geen argument gegeven, maar het standpunt wordt in andere
woorden herhaald. In een cirkelredenering wordt dus geen nieuwe informatie
gegeven. Voorbeeld:
Ik vind vrijheid van meningsuiting erg belangrijk, omdat ik vind dat iedereen moet kunnen
zeggen wat hij of zij denkt.
In dit voorbeeld wordt er twee keer hetzelfde gezegd. Je kunt de cirkelredenering
omdraaien: Ik vind dat iedereen moet kunnen zeggen wat hij of zij denkt, omdat ik vrijheid
van meningsuiting erg belangrijk vind. De vraag blijft: waaróm vindt deze persoon dit zo
belangrijk? Er is dus geen onderbouwing van het standpunt, wat het een zwakke
argumentatie maakt.
De persoonlijke aanval
De persoon (de ‘tegenstander’) wordt aangevallen en niet zijn of haar argumenten. Voorbeeld:
Jij weet helemaal niks over gezond en gevarieerd eten, je bent zelf veel te zwaar!
Door iemand persoonlijk aan te vallen, trek je zijn of haar geloofwaardigheid in twijfel,
terwijl hier geen reden voor is. Iemand die te zwaar is kan best veel weten over gezond en
gevarieerd eten. Er wordt hier op de man gespeeld in plaats van op de bal.
Het ontduiken van de bewijslast
Er wordt niks bewezen; er wordt gedaan alsof er geen bewijs nodig is. Voorbeeld:
Die voetballer had rood moeten krijgen voor die actie! Iedereen kent toch de regels van
voetbal?
Soms wordt er bij het ontduiken van bewijslast ook geprobeerd om de ander het tegendeel te
laten bewijzen. De bewijslast wordt dus omgedraaid. Voorbeeld:
Natuurlijk moeten we meer bewegen, geef me één goede reden om dit niet te doen?!
1