Opdrachten week 1
a) Het is een ontvankelijkheidsvereiste voor belangenorganisaties.
b) Achterwege laten, kwantitatieve interpretatie, kwalitatieve interpretatie
c) Door feitelijke werkzaamheden (activiteiten ondernemen voor belang)
d) Representativiteitsvereiste = hogere drempel, omvangrijkere toets, vaag en abstract.
Feitelijke werkzaamheden = lagere drempel, specifiek en meetbaar
e) 2e kamer = vereisten niet streng genoeg. Internationale ontwikkelingen = Verdrag
van Aarhus: waarborgt juist toegang tot rechter
f) Nee niet doen, is mogelijk in strijd met verdrag van aarhus + toegang tot rechter
wordt moeilijker, belangrijk dat rechter toegankelijk is voor iedereen
, Aantekeningen week 1
Facultatief recht kan je herkennen aan:
- ‘Indien dat bij wettelijk voorschrift (of bij besluit van het bestuursorgaan) is bepaald’
- ‘voor zover dat bij wettelijk voorschrift is bepaald’
- ‘ten aanzien waarvan dit is bepaald’ bij wettelijk voorschrift
Stichting Openbare Ruimte - Uit welke rechtsoverweging blijkt welke eisen de Awb stelt
aan de belanghebbendheid van rechtspersonen die opkomen voor algemene belangen? -
2.3
Naar bestuursrechter gaan is veel toegankelijker dan naar civiele rechter gaan
1:2 lid 1 Awb = begrip belanghebbende
→ rechtstreeks (OPERA criteria)
1. Objectief - niet louter subjectief (alleen in eigen belevingswereld, moet gemeten
kunnen worden)
2. Persoonlijk - voldoende mate onderscheiden van de massa
3. Eigen - eigen belang
4. Rechtstreeks - causaal verband
5. Actueel - geen onzekere toekomstige gebeurtenis
Persoonlijk - ruimtelijke indicaties (mestbassin mechelen) → feitelijke gevolgen, moeten
wel van enige betekenis zijn
Altijd alle criteria aflopen op tentamen
Opdracht 1B - O: ja, P: nee (minicamping heksenketel), E: ja, R: nee, want geen sprake van
concurrentieverhoudingen, A: ja
2:3 BW geeft stichting rechtspersoonlijkheid
1:2 lid 3 eisen voor algemene belangen organisatie:
1. Rechtspersoon
2. Algemene belangen
3. Statutaire doelstelling (stichting openbare ruimte)
a. Territoriale beperking
b. Functionele beperking
4. Feitelijke werkzaamheden
, a. Geen procedeer clubs
5. In het bijzonder (= sluit politieke partijen uit)
↪ = PE, hierna nog toetsen aan ORA
Bij collectieve belangenorganisaties werkt het iets anders!
a) Het is een ontvankelijkheidsvereiste voor belangenorganisaties.
b) Achterwege laten, kwantitatieve interpretatie, kwalitatieve interpretatie
c) Door feitelijke werkzaamheden (activiteiten ondernemen voor belang)
d) Representativiteitsvereiste = hogere drempel, omvangrijkere toets, vaag en abstract.
Feitelijke werkzaamheden = lagere drempel, specifiek en meetbaar
e) 2e kamer = vereisten niet streng genoeg. Internationale ontwikkelingen = Verdrag
van Aarhus: waarborgt juist toegang tot rechter
f) Nee niet doen, is mogelijk in strijd met verdrag van aarhus + toegang tot rechter
wordt moeilijker, belangrijk dat rechter toegankelijk is voor iedereen
, Aantekeningen week 1
Facultatief recht kan je herkennen aan:
- ‘Indien dat bij wettelijk voorschrift (of bij besluit van het bestuursorgaan) is bepaald’
- ‘voor zover dat bij wettelijk voorschrift is bepaald’
- ‘ten aanzien waarvan dit is bepaald’ bij wettelijk voorschrift
Stichting Openbare Ruimte - Uit welke rechtsoverweging blijkt welke eisen de Awb stelt
aan de belanghebbendheid van rechtspersonen die opkomen voor algemene belangen? -
2.3
Naar bestuursrechter gaan is veel toegankelijker dan naar civiele rechter gaan
1:2 lid 1 Awb = begrip belanghebbende
→ rechtstreeks (OPERA criteria)
1. Objectief - niet louter subjectief (alleen in eigen belevingswereld, moet gemeten
kunnen worden)
2. Persoonlijk - voldoende mate onderscheiden van de massa
3. Eigen - eigen belang
4. Rechtstreeks - causaal verband
5. Actueel - geen onzekere toekomstige gebeurtenis
Persoonlijk - ruimtelijke indicaties (mestbassin mechelen) → feitelijke gevolgen, moeten
wel van enige betekenis zijn
Altijd alle criteria aflopen op tentamen
Opdracht 1B - O: ja, P: nee (minicamping heksenketel), E: ja, R: nee, want geen sprake van
concurrentieverhoudingen, A: ja
2:3 BW geeft stichting rechtspersoonlijkheid
1:2 lid 3 eisen voor algemene belangen organisatie:
1. Rechtspersoon
2. Algemene belangen
3. Statutaire doelstelling (stichting openbare ruimte)
a. Territoriale beperking
b. Functionele beperking
4. Feitelijke werkzaamheden
, a. Geen procedeer clubs
5. In het bijzonder (= sluit politieke partijen uit)
↪ = PE, hierna nog toetsen aan ORA
Bij collectieve belangenorganisaties werkt het iets anders!