H1
1. Geef aan of er in de volgende gevallen sprake is van een rechtsrelatie en zo ja tussen
wie
- Jessy heeft een broek geleend van Ferdie
- Carlos rijdt op zijn fiets naar de hogeschool
- Rene stuurt een appje naar Destiny
- Karel werkt in een telefoonwinkel
- Maryam verkoopt haar oude studieboeken aan een student
2. Noem alle rechtsrelaties en de daaruit voortvloeiende verbintenissen die zijn
opgenomen in de openingscasus.
3. Geef aan of in de volgende gevallen sprake is van een gewoon feit of een rechtsfeit,
geef dan ook het rechtsgevolg
- Op 5 oktober is Piet 18 geworden
- Suzanne verhuist naar Rdam en schrijft zich in bij de burgerlijke stand van de
gemeente
- Piet koopt een hond
- Dennis doet mee aan een fietstocht
- Mary spreekt af met haar vriendin om 10:00 in de bieb
4. Noem het belangrijkste verschil tussen rechtens relevante handelingen en blote
rechtsfeiten
5. Noem de belangrijkste overeenkomst van rechtens relevante handelingen en blote
rechtsfeiten
6. Geef aan of er sprake is van een Rechtshandeling of feitelijke handeling
- Olivier huurt een bestelbusje
- Safra maakt per ongeluk de tv van haar tante kapot
- Laura loopt door de tuin van haar buurman en beschadigt planten
- Margot geeft haar vriend een boek cadeau.
- Tarik gaat stage lopen bij de gemeente
7. Wat is het voornaamste verschil tussen een eenzijdige rechtshandeling en
meerzijdige rechtshandeling
8. Wat is het verschil tussen een persoonsgerichte ne niet-persoonsgerichte
rechtshandeling?
9. Is er sprake van een eenzijdige of wederkerige overeenkomst. Noem ook de
verbintenissen die eruit voortvloeien
- Arbeidsovereenkomst enrique en JARZ
- Overeenkomst enrique en hogeschool
, - Overeenkomst enrique en DUO
- Huurovereenkomst enrique en autoverhuurbedrijf
- Schenkingsovereenkomst enrique en ouders
H2
10. Jeroen krijgt voor zn 12e verjaardag een XBOX van zijn ouders. Na een paar weken
besluit hij om deze aan zijn beste vriend te verkopen, zijn ouders weten van niks.
- Is Jeroen handelingsbekwaam t.a.v de spelcomputer?
- Is Jeroen beschikkingsbevoegd t.a.v de spelcomputer?
11. Aan wat moet worden vereist om een rechtshandeling te verrichten?
12. Wanneer kan iemand zich beroepen op het vertrouwensbeginsel?
13. Wanneer kan degene die de onjuiste verklaring of gedeging heeft gedaan zich er later
niet op beroepen dat deze onjuist was?
14. Wanneer kan iemand zich beroepen op derdenbescherming?.
15. Wanneer is er sprake van een opschortende tijdsbepaling of voorwaarde? 33
16. Kan er zonder een volmacht toch sprake zijn van vertegenwoordiging?
17. Een gevolmachtigde gaat in naam van zijn volmachtgever een rechtshandeling aan
waarbij hij zijn bevoegdheid overschrijdt. Voor wiens rekening komen de
rechtsgevolgen wanneer de volmachtgever verder niets onderneemt?
18. Wanneer komt een overeenkomst tot stand?
19. Marjolijn plaatst een oproep in het hogeschoolblad voor bijlessen
verbintenissenrecht, voor max 20euro per uur. Igor stuurt Marjolijn een email met
daarin de mededeling dat hij bereid is haar voor 20euro per uur bijlessen te geven.
- Geef aan op welke wijze het aanbod is gedaan
- Geef aan op welke wijze er is aanvaard
- Wat voor overeenkomst is er tot stand gekomen?
- Tot welk moment kan Marjolijn haar aanbod nog herroepen?
- Stel dat Igor bijlessen voor 25euro per uur wil geven, is er in dat geval sprake van
aanvaarding?
-
20. Welke 4 aspecten spelen een rol bij de rechtsgevolgen die uit een overeenkomst
voortvloeien?
H3
21. Geef 3 gronden voor de nietigheid van een overeenkomst. Noem het wetartikel bij
elke grond.