Week 1:
Crainquebille en het onbuigzame recht
- Crainquebille, een eenvoudige groenteverkoper, werd berecht
wegens belediging van een agent.
- Door te laten zien hoe een eenvoudige man als Crainquebille wordt
overweldigd door de formaliteiten en de symbolen van de wet,
suggereert de auteur dat het rechtssysteem soms meer gericht is op
indruk maken dan op rechtvaardigheid.
- Crainquebille wordt door een agent aangesproken nadat hij op straat
staat te wachten tot een koopster haar geld gaat halen.
- Crainquebille wordt gearresteerd wanneer de agent zich beledigd
voelt.
- Ondanks een getuigenverklaring in het voordeel van Crainquebille
wordt hij toch veroordeeld op grond van de beschuldiging van de
agent.
- Na zijn veroordeling was Crainquebille zijn goede reputatie en positie
kwijt.
- Doordat hij niks meer over heeft en op straat slaapt, besluit hij om
zich weer te laten arresteren. Wanneer hij naar een andere agent
loopt en hem beledigt negeert de agent hem en loopt door.
‘Mr. Big een maatje te groot voor Nederland?’
- Wat is de Mr. big-methode?
Een verdachte laten bekennen door hen in contact te brengen met
een fictieve criminele organisatie en voordelen aan te bieden in ruil
voor deze bekentenis. De wettelijke grondslag voor de Mr. big-
methode is art. 126j Sv, stelselmatig informatie inwinnen. Het
gebruik van de methode moet voldoen aan strikte criteria om de
rechten van de verdachte en de betrouwbaarheid van de bekentenis
te waarborgen. Dit volgt uit het Posbank-arrest. Hierbij wordt onder
andere gekeken naar:
Verloop opsporingstraject (lengte traject)
De eventuele reeds door verdachte ingenomen proceshouding
De mate van misleiding
De mate van (psychische) druk
De bemoeienis van opsporingsambtenaren met de inhoud van
(wezenlijke onderdelen) van de door verdachte afgelegde
verklaring
Ter inkleuring van bovenstaande
In het vooruitzicht stellen van negatieve of positieve
consequenties
Duur en intensiteit traject
Strekken en frequentie met de verdachte
- Kritiek:
Art. 126j Sv heeft relatief lichte voorwaarden ten opzichte van
de ingrijpendheid van de methode. Zou infiltratie hier niet
beter bij passen?
, Er is behoefte aan meer waarborging van de rechten van de
verdachte en de mensen eromheen.
Art. 126j Sv bevat weinig waarborgen voor de integriteit van
de opsporing.
- Beredeneerd standpunt:
- Mr. Big-methode kun je wel wat cold cases mee oplossen maar als je
kijkt naar de kritiekpunten dan is de wettelijke basis te mager. Het
risico op ontsporen van de integriteit van de opsporing is te groot
waardoor het legaliteitsbeginsel in het geding komt.
Week 2:
‘Normering van ‘lichte’ opsporingshandelingen’
- Situatieschets heden:
Er is een gebrek aan duidelijkheid en consistentie in de manier
waarop de lichte opsporingshandelingen worden gereguleerd, wat
kan leiden tot onzekerheid en mogelijke schendingen van privacy
en andere rechten. De huidige grondslag voor de lichte
opsporingshandelingen is art. 141/142 Sv jo. art. 3 Pw. Hieronder
vallen een breed scala aan handelingen, zoals eenvoudige
observatie tot het gebruik van undercoveragenten en informanten.
In het Stille sms-arrest is bepaald dat er een expliciete wettelijke
basis nodig is voor opsporingsmethoden die:
a) Meer dan beperkte inbreuken op grond- en mensenrechten
maken of
Hulpcriterium:
1. Privacy: dat in elk geval meer dan een beperkte inbreuk wordt
gemaakt indien een opsporingsmethode een min of meer
compleet beeld te verkrijgen van bepaalde aspecten van het
persoonlijk leven van de betrokkene
Wetsgeschiedenis Wet BOB: Duur, intensiteit, frequentie,
gebruik technisch hulpmiddel (eventueel plaats: druk plein of
thuis)
b) Risicovol zijn voor de integriteit en beheersbaarheid van de
opsporing.
Verbaliseringsplicht
Alle andere lichtere opsporingshandelingen vallen dus onder art.
141/142 Sv jo. art. 3 Pw.
- Er is behoefte aan duidelijkere richtlijnen en criteria voor wanneer
en hoe lichte opsporingshandelingen kunnen worden gebruikt, om
ervoor te zorgen dat zowel effectief als wettig zijn.
- De huidige casuïstische benadering in de rechtspraak biedt
onvoldoende rechtszekerheid. Er moet een meer
gestandaardiseerde benadering komen waarin wordt vastgelegd
onder welke omstandigheden bepaalde opsporingsmethoden
toegestaan zijn.
- De wetgever kan deze regels vaststellen aan de hand van een
AMvB. Dit biedt flexibiliteit en democratische controle zonder de
opsporing te verzwaren met complexe wetgeving.
Week 4: