100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Beginselen van het Nederlandse staatsrecht en hoorcolleges

Beoordeling
-
Verkocht
4
Pagina's
41
Geüpload op
27-02-2025
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting van Beginselen van het Nederlandse staatsrecht en aantekeningen van hoorcolleges met de bijpassende arresten, universiteit Maastricht 2025.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
1 t/m 14
Geüpload op
27 februari 2025
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Nederlandse staatsrecht:
1.1: benadering van het begrip staat:
De staat is een organisatie die met voorrang boven andere organisaties effectief
gezag uitoefent over een gemeenschap van mensen op een bepaald
grondgebied.
- Erkenning door andere staten is geen vereiste maar een belangrijke
aanwijzing dat de staat effectief gezag uitoefent
De gemeenschap die een staat vormt, heeft vaak een gemeenschappelijke
cultuur. Zij is ook een rechtsgemeenschap, wat betekend dat zij haar
belangrijkste waarden in door dwang te handhaven leefregels heeft neergelegd.
De mogelijkheid van toepassing van dwang ter handhaving is kenmerkend voor
de staat. Er zijn echter regels die niet door dwang gehandhaafd kunnen worden.
Dit geldt voor bijvoorbeeld de staatsrechtelijke gedragsregels voor de
allerhoogste staatsorganen.
De organen die bevoegd zijn tot het uitoefenen van dwang zijn met ‘gezag
bekleed’. Het kan ook in de hand gelegd worden van door het volk gekozen
gezagsdragers.
De regels die betrekking hebben op de organisatie die met gezag bekleed is en
de grenzen van hun gezag, vormen de rechtsregels die wij staatsrecht noemen.
- Het staatsrecht is van gemeenschap tot gemeenschap, van staat tot staat
verschillend
In de middeleeuwen was het gezag een persoonlijk recht van de vorst, dit gezag
kon worden overgedragen en was meestal erfelijk. Met het opkomen van een
klasse die de sociale bescherming minder nodig had werd het gezag als
persoonlijk recht in twijfel getrokken.
Machiavelli (1513) vond dat een gezagdrager niet moest optreden met als doel
zijn persoonlijke grootheid te verhogen, maar om eenheid van de staat te
bewerkstelligen.
Volgens Locke (1655) is gezag het tegendeel van vrijheid, het beperkt de
vrijheid van het individu: ‘by nature all free, equal and independent’.
Rousseau (1732) meende dat dat gezag alleen bestaat omdat individuen
gezamenlijk een samenwerkingsvorm hebben gezocht die zowel hun persoonlijke
vrijheid als hun veiligheid waarborgt. Ze verenigen zich met anderen, maar
blijven uiteindelijk alleen zichzelf gehoorzamen.
 In andere woorden: mensen hebben samen een systeem (zoals een
overheid) gevormd om elkaar te beschermen, maar dat ze daarbij nog
steeds hun vrijheid behouden.

,Aan de ene kant mag de staat geen rem vormen op de zelfontplooiing van de
enkeling. Maar daar tegenover staat dat die zelfontplooiing aan beperkingen
onderhevig moet zijn, voor zover zij anderen het bestaan zou bemoeilijken.
Ieder staatsrecht, ook het Nederlandse, is een compromis tussen individuele
vrijheid en dwang. Individuen hebben de staat nodig om hun vrijheid te
waarborgen, maar zij hebben ook het gevoel dat daardoor hun vrijheden worden
beperkt.


1.2: verdeling van staatsmacht over verschillende
organen:
Het bestuur, het gezag, de uitoefening van dwang, berusten bij de op een of
andere wijze door de burgers gekozen vertegenwoordigers.
Hier begint de ambivalente verhouding van burgers tot de staat: zij zijn aan de
ene kant de soeverein die de bestuurders mede aanwijst, zij zijn aan de andere
kant onderworpen aan het mede door henzelf ingestelde gezag.
Om het risico van de altijd dreigende dictatuur te ontgaan is het gezag verdeelt
over verschillende organen en dus over verschillen mensen (of groepen van
mensen). Doordat ieder slechts een deel van het gezag kan uitoefenen, heeft het
de andere organen nodig.
 Men noemt een dergelijk iets het stelsel van checks and balances
Deze gedachte van de scheiding der machten komt van Montesquieu (1689).
Volgens hem bestaan er drie organen: de koning, het parlement en de
rechterlijke macht.
Het parlement maakt de wetten en is dus de wetgevende macht, de koning voert
de wetten uit en is de uitvoerende macht. De rechters constateren of de
uitvoerende macht de wet wel in acht genomen heeft en vernietigen, indien
nodig, de besluiten van de uitvoerende macht.
Het idee van de trias politica is dat de staatsmacht gespreid wordt over
verschillende organen, die ieder een deel van die macht uitoefenen en elkaar
controleren en in evenwicht houden.
Het huidige systeem van checks and balances:
Wetgevende macht → Maakt wetten
 Wie? Parlement (Eerste en Tweede Kamer) en regering (ministers en
koning) samen
 Voorbeeld: De Tweede Kamer stemt over nieuwe wetten en kan
wijzigingen voorstellen
Uitvoerende macht → Voert wetten uit
 Wie? Regering (ministers en staatssecretarissen)
 Voorbeeld: De minister van Justitie zorgt ervoor dat nieuwe wetten over
veiligheid worden uitgevoerd
Rechterlijke macht → Controleert en bestraft

,  Wie? Onafhankelijke rechters
 Voorbeeld: Een rechter beoordeelt of een wet eerlijk is toegepast in een
rechtszaak


1.3: de democratische rechtsstaat:
Het begrip ‘rechtsstaat’ ziet op de bescherming van de burger tegen het
staatsbestuur. Het statelijk gezag dient te zijn gebonden aan het recht, zodat de
overheid alleen dat mag doen waartoe zij bevoegd is verklaard door de wet.
De begrippen democratie en rechtstaat worden vaak met elkaar verbonden
omdat voor beide geldt dat de gelijkheid van burgers een belangrijk beginsel is.
Binnen het begrip ‘democratie’ vallen de volgende aspecten te onderscheiden:
1. Een democratische staat is niet denkbaar zonder vrije en geheime
verkiezingen. Burgers hebben gelijkelijk het recht om
volksvertegenwoordigers te kiezen (acties kiesrecht) en tot lid van de
volksvertegenwoordigers gekozen te worden (passief kiesrecht).
2. Er moet sprake zijn van openheid voor machtswisseling. Het moet duidelijk
zijn dat niet altijd dezelfde personen aan de macht kunnen blijven.
3. Het parlement dient een centrale rol te spelen in het staatsbestel. De
volksvertegenwoordigers hebben een beslissende stem bij vaststelling van
wetgeving.
Binnen het begrip ‘rechtsstaat’ vallen de volgende aspecten te onderscheiden:
1. Het parlement moet de vrije sfeer, waar onder andere grondrechten zoals
vrijheid van godsdienst, de vrijheid van meningsuiting... onder vallen,
respecteren. Minderheden worden zo beschermd.
2. Het legaliteitsbeginsel. Optreden van een overheidsorgaan dient te
rusten op de wet.
3. De regels waarin de bevoegdheden van een overheidsorgaan zijn
omschreven, moeten zijn vastgesteld door een ander overheidsorgaan, dit
bevordert de rechtszekerheid.
4. Geschillen tussen de burger en de staat moeten worden beslist door een
onafhankelijke en onpartijdige rechter.
Er is sprake van een democratische rechtstaat als zowel de aspecten van de
democratie als de aspecten van een rechtsstaat erin geïncorporeerd zijn.


1.4: grondregels van een democratisch-rechtsstatelijke
staatsorganisatie:
Er bestaan twee grondregels voor een democratisch-rechtsstatelijk bestuur.
Aan deze grondregels moet een staat getoetst worden.
De regels zelf behoren niet tot het positieve recht: het zijn beginselen die, hoe
essentieel ook, toch niet op alle terreinen in rechtsregels zijn gerealiseerd.
Eerste grondregel: geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of
Grondwet

, Overheidsinstanties mogen alleen handelen als daarvoor een wettelijke basis
bestaat. Dit voorkomt willekeur en zorgt ervoor dat bevoegdheden duidelijk en
controleerbaar zijn.
Tweede grondregel: niemand kan een bevoegdheid uitoefenen zonder
verantwoording schuldig te zijn of zonder dat op die uitoefening
controle bestaat
Iedereen die een bevoegdheid uitoefent, moet hierover verantwoording afleggen
en kan worden gecontroleerd. Dit voorkomt misbruik van macht en zorgt voor
transparantie.
De vormen van verantwoordingsplicht van en controle op overheidsorganen zijn
vele:
a. In eerste plaats is er de politieke verantwoordingsplicht van bestuurlijke
organen tegenover verantwoordigende organen. De ministers moeten zich
verantwoorden tegenover het parlement. Deze plicht houdt in dat het
orgaan inlichtingen moet verstrekken, een debat met de
volksvertegenwoordiging niet mag ontwijken en bij verlies van vertrouwen
moet opstappen.
b. In de tweede plaats zijn ambtenaren die bepaalde bevoegdheden hebben,
verantwoording verschuldigd aan hun chefs. Chefs zijn op hun beurt weer
verantwoordelijk voor de instructies die zij al dan niet aan gun
ondergeschikte ambtenaren hebben gegeven.
c. Ook zonder dat er sprake is van een ambtelijke ondergeschiktheid kan het
voorkomen dat een bestuursorgaan wordt gecontroleerd door een ander
orgaan. Zo heeft de regering in beperkte mate de bevoegdheid zich te
bemoeien met het beleid van gemeentelijke of provinciale organen.
Preventief toezicht betekent dat een besluit of handeling vooraf moet worden
goedgekeurd door een toezichthoudend orgaan voordat het wordt uitgevoerd.
Repressief toezicht houdt in dat een besluit of handeling van een ‘lager’
bestuursorgaan achteraf wordt gecontroleerd en eventueel gecorrigeerd kan
worden door een ‘hoger’ orgaan.
d. Gezagdragers kunnen strafrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun daden.
Dit is alleen mogelijk als een strafbepaling de gedraging strafbaar stelt.
e. De meeste besluiten van bestuursorganen zijn vatbaar voor beroep.
Belanghebbenden kunnen vragen de besluiten te vernietigen of te
vervangen.
f. Wanneer er geen beroepsmogelijkheid bij de bestuursrechter aanwezig is,
dan kan bij de burgerlijke rechter een actie uit onrechtmatige daad tegen
de overheid worden ingesteld. Een schadevergoeding volgt.
g. Er is ook een controle van de rechter op zekere wetgevende organen. Een
actie uit onrechtmatige daad kan zich ook richten tegen een avv. Maar in
Nederland geldt de formeel wettelijke toetsing (art. 120 GW), wat
betekent dat rechters wetten niet aan de Grondwet mogen toetsen, maar
wél aan internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de
Rechten van de Mens (EVRM).

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
roosrechten Maastricht University
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
15
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
10
Laatst verkocht
2 dagen geleden

1,0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen