Anatomie & fysiologie
Hoofdstuk 18 Na de geboorte
18.1 Ontwikkeling
18.2 Levensfasen
18.3 De orgaanstelsels
18.1 Ontwikkeling
3 componenten te onderscheiden
- Groei
- Rijpen
- Leren
De ontwikkeling loopt soms heel snel en lijkt op andere momenten stil te staan. Die stilstand is echter
schijn: ontwikkeling stopt niet.
18.1.1 Groei, rijping en leren
Groei: de toename in afmeting (lengte, breedte, diepte) en volume
Op celniveau houdt groei niet alleen toename in afmeting in maar ook in aantal.
Een pasgeboren baby is geen grote massa gekopieerde zygoten, maar een klein mensje met
ogen, armen en benen en goed op elkaar ingestelde orgaansystemen.
Dit komt door differentiatie : het verschijnsel dat bepaalde groepen cellen zich in bouw gaan
onderscheiden van andere groepen cellen.
Differentiatie gaat gepaard met het vermogen zich toe te leggen op een specifieke functie.
Dit noem je specificatie: specialiseren zich in 1 bepaalde taak.
Na groei volgt rijping
Rijping: Het bereiken van volle wasdom.
Rijping kan betrekking hebben op cellen en weefsels maar ook op organen, orgaanstelsels en
op het hele individu.
De mate van rijping zegt iets over de hoedanigheid van het functioneren, over de efficiëntie
waarmee cellen, organen, orgaanstelsels of het individu hun taak of taken uitoefenen.
Leren : het zich eigen maken van kennis en vaardigheden.
In menselijke ontwikkeling is leren van onschatbare waarde, het is essentieel voor de
levensloop.
18.1.2 Beïnvloeding
Ontwikkeling van de mens wordt beïnvloed door exogene en endogene factoren.
Endogene factoren: liggen binnen de mens zelf (erfelijke factoren en hormonale regeling)
Hormonen die belangrijke tijdens de ontwikkeling zijn onder andere het groeihormoon,
schildklierhormonen en de geslachtshormonen.
Exogene factoren: factoren die de ontwikkeling van de mens beïnvloeden zoals sociale, culturele,
economische en milieuomstandigheden.
Goede voeding, gezonde en inspirerende werkomgeving.
, 18.1.3 Tempo
Ontwikkeling van mens gaat niet in gelijkmatig tempo.
Afwisselende perioden van versnelling en vertraging.
Baby groeit in de eerste 6 maanden erg veel. Lichaamsgewicht neemt in die 6 maanden met een
factor 2 toe.
Na 1 jaar is het geboortegewicht al verdrievoudigd.
In de puberteit is er ook een groeispurt.
Opvallend hierbij is dat er verschillen zijn tussen individuen met dezelfde kalenderleeftijden.
Er zijn grote ontwikkelingsverschillen, doordat de ontwikkelingspurt op verschillende
momenten begint.
18.1.4 door de eeuwen heen
Gemiddelde lichaamslengte van de westerse mens is de afgelopen eeuw met ongeveer 10 cm
toegenomen. Aan deze groei lijkt nog geen einde te komen.
Wordt voornamelijk veroorzaakt door verbeterde voeding.
Ook minder vaak voorkomen van kinderziektes, lijkt een rol te spelen bij lengteverandering.
Naast lichaamslengte is ook levensverwachting van de westerse mens gestegen.
Die van de man is toegenomen van 55 naar 80,5 jaar.
Die van de vrouw is toegenomen van 57 tot 83 jaar.
18.1.5 Meten van ontwikkeling
Kalenderleeftijd is bij kinderen over het algemeen niet geschikt als maat voor de bepaling van het
ontwikkelingsstadium.
Daarom is begrip fysiologische leeftijd ingevoerd.
Fysiologische leeftijd: de leeftijd die het individu in biologische zin heeft.
Kan je vaststellen door de skeletleeftijd. (ook wel botleeftijd genoemd). Gebeurt met
röntgenfoto van een deel van het skelet waar epifysaire schijven (groeischijven) zitten.
Gebitsleeftijd kan je bepalen wordt gekeken naar gebitsontwikkeling.
Ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken seksuele leeftijd
Verstandelijke ontwikkeling intelligentieleeftijd.