Dit document bevat aantekeningen van alle hoorcolleges van het vak ‘criminologisch onderzoek voor
sociale wetenschappers’.
Hoorcollege 1 Introductie criminologisch onderzoek
Hoorcollege 2 Het open interview
Hoorcollege 3 Discoursanalyse
Hoorcollege 4 Digitale methoden
Hoorcollege 5 Kwantitatieve onderzoeksmethoden 1
Hoorcollege 6 Kwantitatieve onderzoeksmethoden 2
Hoorcollege 7 Participerende observatie
Hoorcollege 8 Kwalitatieve data-analyse
,Hoorcollege 1 – criminologisch onderzoek
Er zijn drie redenen waarom criminologisch onderzoek nog steeds relevant is:
1. Begrijpen van nieuwe ontwikkelingen zoals globalisering, privatisering en digitalisering.
2. Nieuwe, theoretische inzichten op gebieden van psychologie, sociologie of economie.
3. Belang van kritische reflectie en discussie op criminaliteit.
Nieuwe ontwikkelingen moeten kritisch bekeken worden: is dit wel een nieuw onderzoek of is het
achterhaald? Daarnaast moet je bedenken voor wie je onderzoek doet? Is het wetenschappelijk of
onderzoeksjournalistiek?
Er zijn veel verschillende manieren om onderzoek te doen:
1. Participerende observatie: een methode waarin je meegaat met de respondent. Bijvoorbeeld
meerijden met politieagenten. Vooral van belang omdat de werkelijkheid anders kan zijn dan
gezegd wordt.
2. Interviews: veelgebruikte manier om veel informatie op te doen.
3. Vragenlijsten: idem als interviews.
4. Discourse analyse: mondelinge, schriftelijke en andere taaluitingen worden onderzocht op
hun politieke lading.
5. Statistiek: kennis van statistiek is belangrijk, omdat je dan ook voorzichtiger bent met het
gebruik van cijfers.
6. Digitale etnografie: bespreken en begrijpen van het alledaagse.
Kwantitatief onderzoek: meten van omvang en aard van een verschijnsel/ toetsen van theorie/
generalisatie
Kwalitatief onderzoek: exploratief/ diepte interviews/ observaties/ participerende observatie/
media-onderzoek
Voorbeelden van kwantitatief onderzoek zijn:
Survey onderzoek; grootschalige enquêtes
Secundaire analyse; bestaande data
Experimenteel laboratorium onderzoek
Longitudinaal ondezoek
Meta-analyse
De empirische cyclus van kwantitatief onderzoek: dit is een invloedrijke cyclus en voor velen een
dominant idee over hoe onderzoek werkt. Kwantitatief onderzoek kent een duidelijk stappen plan.
, Observatie: er ontstaat een idee vanuit observatie. Hierbij wordt een onderwerp afgebakend.
Observatie vindt vaak plaats door middel van literatuurstudie.
Inductie: abstracte onderzoeksvraag formuleren. Hiermee wordt richting gegeven aan het verband.
Van een bijzonder fenomeen naar een algemene theorie. Proporties en concepten.
Deductie: algemene theorie weer specificeren: toepassen op jouw casus. Werkbare hypotheses
ontwikkelen. Ook ga je het operationaliseren; meetbaar maken.
Toetsing: onderzoek uitvoeren (data verzamelen/analyseren of toetsen). Daarnaast wordt een
conclusie getrokken uit de toetsing.
Evaluatie: theorie/hypothese bevestigen of verwerpen. Hierbij moet je voldoende zeggingskracht
hebben. Op basis van evaluatie wordt een theorie gevormd: de eerste theorie wordt
aangepast/uitgebreid/verbeterd.
Hieronder staat een overzicht van het proces van kwalitatief onderzoek.
Je ziet dat het anders is dan kwantitatief onderzoek. Het is een cyclus waarbij veel stappen herhaald
worden en de stappen gaan voor en achteruit.
Daarnaast is de cyclus inhoudelijk anders:
Meestal is er geen hypothese > geen toetsing maar exploratief
Meestal niet deductief (theorie > empirie) maar inductief (empirie > theorie)
Theorie > ‘kader’ of ‘zoeklicht’ om data te interpreteren / beschrijven / verklaren (sensitizing
concepts)
Er zijn verschillende soorten kwalitatieve onderzoek designs:
Longitudinaal: hierbij doe je meer metingen en hiermee meet je de ontwikkeling over tijd.
Cross-sectioneel of snapshot: hierbij doe je één moment onderzoek bij verschillende secties.
Retrospectief: biografie, levensgeschiedenis, percepties voor en na interventie, historisch.
Comparatief: hierbij worden onderzoeken met elkaar vergeleken (meta-level en parallelle
studies).
Gevalstudie (n=1), hierbij onderzoek je dus één case
Etnografisch onderzoek: hierbij onderzoek je een kleine groep waar je probeert die te
begrijpen.
Probleemstelling en onderzoeksvraag: thema’s die hier belangrijk bij zijn:
Eerst doe je literatuurstudie en verdiep je je in de informatie
Onderzoekbaarheid (empirisch – ethisch)
Haalbaarheid (tijd – geld – respons)
Onderzoeksvraag moet simpel en duidelijk zijn
Relevant (wetenschappelijk, sociaal, beleid) en moet origineel zijn