Samenvatting
verbintenissenrecht
Les 1: 8 november 2023
Leerdoelen en verwachtingen
Grondige kennis van de basisregels van het Belgische verbintenissenrecht
Begrip en gebruik van vakgebonden juridische terminologie
Inzicht in de samenhang van de regels en een begrip van de maatschappelijke relevantie ervan
Inzicht in de ontwikkelingen die het vakgebied heeft doorgemaakt in historisch perspectief –
dynamische
karakter van het verbintenissenrecht
Leren werken met de relevante wetteksten
Zelfstandig oplossen van een eenvoudige casus uit het vakgebied
Recent is er een nieuw boek 5 in het burgerlijk wetboek goedgekeurd; het voordeel is dat daar veel
instaat in vergelijking met het oude BW, maar je vindt heel wat begrippen die gedefinieerd zijn.
Aanbevolen insteek
Probeer steeds het volgende te kennen met betrekking tot een rechtsfiguur (waar relevant):
Ø Begrip – voorbeeld
Bv. ontbindingen wegens wanprestatie: je moet weten wat het begrip inhoudt; sanctie voor een
contractbreuk + je moet weten wat de toepassingsvereisten zijn voor die sanctie + wat de
rechtsgevolgen zijn + contractuele afwijking mogelijk?
Ø Toepassingsvereisten
Ø Rechtsgevolgen
Ø Contractuele afwijking mogelijk?
Lessen en examen
1
,Lessen
Ø Eerste semester: elke woensdag van 16u-19u
Ø Tweede semester: nog in te plannen
Examen
Ø Schriftelijke examen in juni 2024
Ø Combinatie van theorievragen en casus(sen):
Bv. definieer een begrip, geef het toepassingsvereiste van een begrip
Ø Gebruik van wetboek is toegestaan en noodzakelijk
Wat is een verbintenis?
Art. 5.1 BW: “Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een schuldenaar,
indien nodig in rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen”
Belangrijke elementen:
Ø Rechtsband: er moet een rechtsband tussen twee personen
Ø Schuldeiser/crediteur (actiefzijde) en schuldenaar/debiteur (passiefzijde):
• Schuldenaar: degene die geld moet
• Schuldeiser: degene die geld eist
Ø Afdwingbaarheid van prestatie: als de schuldenaar bijvoorbeeld weigert om de schuld te betalen.
Voorwerp: iets geven, doen, niet-doen of garanderen
Bv. je geeft een bepaalde geldsom = verbintenis om iets te geven
Een aannemer moet een gebouw bouwen = verbintenis om iets te doen
Soorten: inspannings-, resultaats- en garantieverbintenissen
Dit is van belang bij het bewijs van een niet-nakoming
2
, Inspannings: hier wordt geen resultaat beloofd, maar het gaat meer om de inspanning te doen
zoals een normaal zorgvuldig persoon.
Bv. medische behandeling: een arts kan het resultaat niet beloven dat je zal genezen, maar hij
kan wel de inspanning doen zoals een normale zorgvuldige arts om zijn best te doen om u te
trachten tevreden te stellen.
Resultaats: er is sprake van een wanprestatie, wanneer het beloofde resultaat niet wordt bereikt.
Bv. een advocaat beloofd dat hij morgen een hoger beroep gaat instellen, als hij morgen het
hoger beroep niet instelt dan heeft hij een wanprestatie gepleegd. Er zal geen wanprestatie zijn
als het door overmacht niet gebeurt kon worden.
Garantie: een sterke resultaatsverbintenis, die ook moet worden nagekomen in geval van
overmacht. Bv. een advocaat beloofd dat hij morgen een hoger beroep gaat instellen, als hij
morgen het hoger beroep niet instelt dan heeft hij een wanprestatie gepleegd. Ongeacht of er
overmacht is of niet toch zal er een wanprestatie zijn.
Verbintenis – schematisch
Bij wederkerige contracten hebben elke partij vaak beide verbintenissen.
Bijvoorbeeld het verkoopscontract: we hebben een verkoper en een koper. Je verkoopt jouw gsm aan
koper x. Koper x zal een geldsom moeten betalen, voor die geldsom is zij schuldenaar want ze is koper en
de verkoper is schuldeiser de schuldeiser kan die geldsom eisen. Inzake die verbintenis tot de betaling van
de koopprijs is de koper schuldenaar en verkoper schuldeiser. Maar als je iets verkoopt heb je niet alleen
3
, recht op die koopprijs, maar zelf ook een verbintenis om de gsm die je hebt verkocht te gaan
leveren/geven. Voor die verbintenis is de verkoper dan de schuldenaar en is de koper de schuldeiser. Als
de koper de geldsom heeft betaald, maar de koper weigert de gsm af te geven, dan kan zij als schuldeiser
de afgifte van de gsm gaan eisen in rechte voor de rechtbank. Dit verkoopscontract bevat dus twee
verbintennissen.
Bronnen van verbintenissen
Art. 5.3, lid 1 BW:
“Verbintenissen ontstaan uit een rechtshandeling, uit een oneigenlijk contract, uit
de buitencontractuele aansprakelijkheid of uit de wet”
Verbintenissen kunnen ontstaan uit verschillende bronnen:
Ø Rechtshandeling: overeenkomst of eenzijdige rechtshandling of meerzijdige rechthandelingen
Eenzijdig: je belooft €100 aan de persoon die jouw vermiste kat terug brengt.
Ø Oneigenlijk contract (bv. onverschuldigde betaling) of quasi-contract
Je mag hier niet te veel denken in de termen van het contract, dit zijn echt rechtsfeiten (zie infra)
Ø Buitencontractuele aansprakelijkheid: in het verbintenissenrecht heb je twee grote leerstukken:
het algemene contractenrecht en de buitencontractuele aansprakelijkheid.
Ø Wet
Rechtmatig vertrouwen: geen autonome bron, maar wettelijke toepassingen (bv.
schijnmandaat in art. 1.8, §5 BW). Je kan een bepaald vertrouwen wekken ten aanzien van een andere
persoon en je kan zeggen door dat vertrouwen op te wekken ben je ook gebonden tot een bepaalde
prestatie. Dit is als autonome bron niet aanvaard, maar er zijn wel wettelijke toepassingen voor (zie infra).
Natuurlijke verbintenis
Art. 5.2 BW:
“De natuurlijke verbintenis is een verbintenis waarvan de uitvoering niet kan
worden afgedwongen.
4
verbintenissenrecht
Les 1: 8 november 2023
Leerdoelen en verwachtingen
Grondige kennis van de basisregels van het Belgische verbintenissenrecht
Begrip en gebruik van vakgebonden juridische terminologie
Inzicht in de samenhang van de regels en een begrip van de maatschappelijke relevantie ervan
Inzicht in de ontwikkelingen die het vakgebied heeft doorgemaakt in historisch perspectief –
dynamische
karakter van het verbintenissenrecht
Leren werken met de relevante wetteksten
Zelfstandig oplossen van een eenvoudige casus uit het vakgebied
Recent is er een nieuw boek 5 in het burgerlijk wetboek goedgekeurd; het voordeel is dat daar veel
instaat in vergelijking met het oude BW, maar je vindt heel wat begrippen die gedefinieerd zijn.
Aanbevolen insteek
Probeer steeds het volgende te kennen met betrekking tot een rechtsfiguur (waar relevant):
Ø Begrip – voorbeeld
Bv. ontbindingen wegens wanprestatie: je moet weten wat het begrip inhoudt; sanctie voor een
contractbreuk + je moet weten wat de toepassingsvereisten zijn voor die sanctie + wat de
rechtsgevolgen zijn + contractuele afwijking mogelijk?
Ø Toepassingsvereisten
Ø Rechtsgevolgen
Ø Contractuele afwijking mogelijk?
Lessen en examen
1
,Lessen
Ø Eerste semester: elke woensdag van 16u-19u
Ø Tweede semester: nog in te plannen
Examen
Ø Schriftelijke examen in juni 2024
Ø Combinatie van theorievragen en casus(sen):
Bv. definieer een begrip, geef het toepassingsvereiste van een begrip
Ø Gebruik van wetboek is toegestaan en noodzakelijk
Wat is een verbintenis?
Art. 5.1 BW: “Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een schuldenaar,
indien nodig in rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen”
Belangrijke elementen:
Ø Rechtsband: er moet een rechtsband tussen twee personen
Ø Schuldeiser/crediteur (actiefzijde) en schuldenaar/debiteur (passiefzijde):
• Schuldenaar: degene die geld moet
• Schuldeiser: degene die geld eist
Ø Afdwingbaarheid van prestatie: als de schuldenaar bijvoorbeeld weigert om de schuld te betalen.
Voorwerp: iets geven, doen, niet-doen of garanderen
Bv. je geeft een bepaalde geldsom = verbintenis om iets te geven
Een aannemer moet een gebouw bouwen = verbintenis om iets te doen
Soorten: inspannings-, resultaats- en garantieverbintenissen
Dit is van belang bij het bewijs van een niet-nakoming
2
, Inspannings: hier wordt geen resultaat beloofd, maar het gaat meer om de inspanning te doen
zoals een normaal zorgvuldig persoon.
Bv. medische behandeling: een arts kan het resultaat niet beloven dat je zal genezen, maar hij
kan wel de inspanning doen zoals een normale zorgvuldige arts om zijn best te doen om u te
trachten tevreden te stellen.
Resultaats: er is sprake van een wanprestatie, wanneer het beloofde resultaat niet wordt bereikt.
Bv. een advocaat beloofd dat hij morgen een hoger beroep gaat instellen, als hij morgen het
hoger beroep niet instelt dan heeft hij een wanprestatie gepleegd. Er zal geen wanprestatie zijn
als het door overmacht niet gebeurt kon worden.
Garantie: een sterke resultaatsverbintenis, die ook moet worden nagekomen in geval van
overmacht. Bv. een advocaat beloofd dat hij morgen een hoger beroep gaat instellen, als hij
morgen het hoger beroep niet instelt dan heeft hij een wanprestatie gepleegd. Ongeacht of er
overmacht is of niet toch zal er een wanprestatie zijn.
Verbintenis – schematisch
Bij wederkerige contracten hebben elke partij vaak beide verbintenissen.
Bijvoorbeeld het verkoopscontract: we hebben een verkoper en een koper. Je verkoopt jouw gsm aan
koper x. Koper x zal een geldsom moeten betalen, voor die geldsom is zij schuldenaar want ze is koper en
de verkoper is schuldeiser de schuldeiser kan die geldsom eisen. Inzake die verbintenis tot de betaling van
de koopprijs is de koper schuldenaar en verkoper schuldeiser. Maar als je iets verkoopt heb je niet alleen
3
, recht op die koopprijs, maar zelf ook een verbintenis om de gsm die je hebt verkocht te gaan
leveren/geven. Voor die verbintenis is de verkoper dan de schuldenaar en is de koper de schuldeiser. Als
de koper de geldsom heeft betaald, maar de koper weigert de gsm af te geven, dan kan zij als schuldeiser
de afgifte van de gsm gaan eisen in rechte voor de rechtbank. Dit verkoopscontract bevat dus twee
verbintennissen.
Bronnen van verbintenissen
Art. 5.3, lid 1 BW:
“Verbintenissen ontstaan uit een rechtshandeling, uit een oneigenlijk contract, uit
de buitencontractuele aansprakelijkheid of uit de wet”
Verbintenissen kunnen ontstaan uit verschillende bronnen:
Ø Rechtshandeling: overeenkomst of eenzijdige rechtshandling of meerzijdige rechthandelingen
Eenzijdig: je belooft €100 aan de persoon die jouw vermiste kat terug brengt.
Ø Oneigenlijk contract (bv. onverschuldigde betaling) of quasi-contract
Je mag hier niet te veel denken in de termen van het contract, dit zijn echt rechtsfeiten (zie infra)
Ø Buitencontractuele aansprakelijkheid: in het verbintenissenrecht heb je twee grote leerstukken:
het algemene contractenrecht en de buitencontractuele aansprakelijkheid.
Ø Wet
Rechtmatig vertrouwen: geen autonome bron, maar wettelijke toepassingen (bv.
schijnmandaat in art. 1.8, §5 BW). Je kan een bepaald vertrouwen wekken ten aanzien van een andere
persoon en je kan zeggen door dat vertrouwen op te wekken ben je ook gebonden tot een bepaalde
prestatie. Dit is als autonome bron niet aanvaard, maar er zijn wel wettelijke toepassingen voor (zie infra).
Natuurlijke verbintenis
Art. 5.2 BW:
“De natuurlijke verbintenis is een verbintenis waarvan de uitvoering niet kan
worden afgedwongen.
4